______________________________________

  Deep South USA en Florida 

______________________________________

Orlando / Atlanta /  Blue Ridge Mountains / Nashville / Memphis / Vicksburg Military Park / Natchez / Upper en lower Mississippi Plantations / New Orleans / Ocala / Crystal River  / Everglades (Naples) / Florida Keys / Miami / Fort Lauderdale / Kennedy Space Center / Orlando

Reisroute

De voorbereiding

Route-info over deze reis.

Naar hotellijst.

Deze reis maakte ik zelfstandig met een vriendin met wie ik al eerder naar Amerika was geweest. Het zelf kunnen uitstippelen van een route en het activiteitenprogramma beviel ons toen wel en ook deze reis hebben we zelf samengesteld en geboekt. Reisroute, vliegtickets, huurauto, hotels, excursies etc.. I.p.v. met booking.com  heb ik ditmaal bijna alle hotels geboekt via hotels.com waar de hotels vaak goedkoper werden aangeboden. De huurauto boekten we via KLM, tegelijk met het boeken van de vliegtickets. We kozen er bewust voor om in Orlando te starten en te eindigen, zodat we onszelf de kosten van een one-way-fee voor de huurauto zouden besparen en het bezoek aan pretparken konden verdelen over het begin en eind van de reis.

Voor Amerika heb je geen visum nodig. Wel vraagt de Amerikaanse overheid je een ESTA aanvraag te doen. Dit kan via het internet. Doe dit wel via de officiële Amerikaanse overheidssite, anders gaat het via een bemiddelaar en ben je veel meer geld kwijt.

Orlando

Met KLM/Delta Airlines vlogen we via Atlanta naar Orlando (Florida). In 2013 bleek er heel wat veranderd te zijn op Schiphol. De bagage inchecken moesten we nu helemaal zelf doen, de geprinte instapkaart scannen, paspoort scannen, een sticker werd geprint voor de bagage, de sticker zelf aan de tas bevestigen en daarna de reistas in een bak, die automatisch sloot wanneer de tas niet te zwaar was en daarna werd de bagage weggevoerd. Fouilleren hoefde ook niet meer op de vlucht naar de USA, want je moet gewoon in een cilinder gaan staan met je armen gespreid omhoog en dan word je gewoon helemaal gescand. Een vreemde gewaarwording. Wat regels omtrent vloeistoffen betreft kan ik nog geen eenduidigheid ontdekken. Bij de paspoortcontrole moet je je flesje water inleveren, om het vervolgens achter de douane weer te kunnen kopen. Aan de gate moet je het dan soms weer inleveren, maar er zijn ook nog steeds vluchten waarop men wel gewoon met flesjes drinken het vliegtuig in kan stappen. Meestal wordt je bagage in één keer doorgelabeld naar het vliegveld van bestemming, maar op vluchten naar de USA moet je zelf zorgen dat je bagage doorgevoerd wordt. In Atlanta moesten we dus onze bagage ophalen en op een band ernaast weer inleveren, zodat het doorgevoerd zou worden naar Orlando. We haalden in Orlando de auto op bij het autoverhuurbedrijf en reden toen op aanwijzingen van TomTom zo naar het hotel.

Aquatica Orlando   De volgende ochtend regelden we in het hotel kaartjes voor de parken die we wilden bezoeken. De eerste dag wilden wij naar het waterpark Aquatica, een onderdeel van Seaworld. En de tweede dag naar Universal Islands of Adventure. Men adviseerde ons om met de I-trolley (bus) (enkeltje $1,50) naar Aquatica te gaan en met de taxi (enkeltje $6,00) naar Universal. Je bent dan niet gebonden aan tijden van de gratis shuttlebus en als je met de auto gaat en parkeerkosten moet betalen ben je meer kwijt. In Aquatia namen we een arrangement waarbij we de hele dag van het buffet gebruik konden maken en drinken konden halen en regelden we een locker.
Het is in Amerika ook bij de bezienswaardigheden/attracties niet duidelijk wanneer je wel of geen eigen meegebrachte etenswaren en drinken mee mag nemen. De ene keer wordt er bij binnenkomst op gecontroleerd en de andere keer niet. Bijna altijd wordt je tas gecontroleerd. Waar ze op controleren is ook nooit duidelijk. En waarom ze controleren ook niet. Soms gebeurt het grondig, soms kijkt men even wat uitgebreider in je tas, maar in de zijvakken werd bij mij nooit gekeken, terwijl ik daar toch van alles in had zitten. Ondanks dat het warm was, was het ook de hele dag een beetje bewolkt. In de zomer liggen de temperaturen hier doorgaans tussen de 25 en 35 graden en zijn er bijna dagelijks onweersbuien. We genoten van de vele glijbanen, waarvan er eentje dwars door een bassin met dolfijnen gaat (Dolphin Plunge), het meegevoerd worden op de Roa's Rapid en het dobberen in een tube in Loggerhead Lane. Een hele relaxte dag om de vakantie te beginnen. Van tijd tot tijd waren enkele glijbanen gesloten vanwege onweersdreiging, maar regen hebben wij op de eerste dag nog niet gezien.   Aquatica Orlando

  De tweede dag namen we een taxi naar Universals Islands of Adventure. Wij waren er al ruim voor openingstijd aanwezig, maar wij waren zeker niet de enige vroege vogels. Wanneer je in een Universal hotel overnacht, mag je eerder naar binnen dan de rest van de bezoekers, maar dan betaal je veel meer overnachtingkosten. Wij liepen als eerste naar Harry Potter and the Forbidden Journey, want dat zou een topattractie zijn. Dat hadden de andere mensen blijkbaar ook gehoord, want bijna alle mensen liepen na openingstijd meteen daar naartoe. We stonden dan ook direct al drie kwartier in de rij. Het bleek een combinatie van een ride en een 3D film waarmee een vlucht op een bezemsteel langs de figuren uit de verhalen van Harry Potter werd gesimuleerd. Niet voor mensen met zwakke magen. (Tip: Als je niet beslist naast elkaar hoeft te zitten kun je vragen naar de 'single ride lane'. Je mag dan de fastpass lane nemen en de niet opgevulde plekjes innemen.) Islands of Adventure kent zoals de naam al zegt nogal veel avontuurlijke attracties. Veel 'thrilling rides'. Voor de meeste attracties stonden we wel een tijdje in de rij. En hoe later het werd, hoe langer de wachttijden. Wie die rijen wil overslaan kan aan het begin van de dag een Expresspass kopen. Die kost in de zomer nog $70 (bovenop de entreeprijs) en dat bedrag hadden wij er echt niet voor over.

 Bij de wildwaterbaan Popeye & Bluto's Blige-Rat Barges stond vermeld dat je 'soaking wet' kon worden. Het was mooi weer en lekker warm, dus we namen de gok. Dat 'soaking wet' bedoelden ze echt letterlijk. Ken je nog dat gevoel nadat je met kleren aan moest zwemmen tijdens het diplomazwemmen? Dat gevoel hadden wij na deze attractie ook. Ik had net zo goed in het water kunnen springen. Het vermakelijke van de attractie was er wel een beetje af. We hadden de pech dat het daarna begon te regenen en de zon nog maar korte momenten even doorbrak. Toen het echt begon te plenzen hadden we de meeste attracties die we wilden doen wel gedaan en besloten we richting hotel te gaan. Het was helaas geen geschikt weer om nog wat te gaan winkelen op de Universal City Walk.

Atlanta

De reisdag naar Atlanta (Georgia) was de langste van de vakantie. We reden over de (saaie) interstate I-75 naar het noorden en passeerden daarbij vele billboards en een aantal walnootplantages. We vertrokken vroeg, zodat we in Atlanta nog tijd hadden om naar het hoofdgebouw van CNN te gaan. Je kunt hier de CNN Headquarters tour doen, die je achtergrondinformatie geeft over wat er achter de schermen gebeurt bij de grote nieuwszender. Wij deden deze tour en een van de dingen die ons opviel was de beveiliging. Bij elke gang die we passeerden stond een bewaker, zodat we absoluut niet van de route konden afwijken. We zagen helaas geen live-uitzending, omdat er op dat moment vanuit een andere stad werd uitgezonden. Het was al met al een hele interessante tour.

 

 

 Tegenover het CNN gebouw ligt het Centennial Olympic Park, dat werd aangelegd voor de Olympische Spelen van 1996. Het geld ervoor kwam grotendeels uit donaties. Op een plein met fonteinen zie je de vijf Olympische ringen. Rondom het park liggen de meeste bekende toeristische trekpleisters van Atlanta. Een deel van het park kan worden afgehuurd door bedrijven en particulieren voor evenementen. Er was ook deze avond een evenement gepland waardoor er ook wegen in de binnenstad waren afgesloten. In de spits was het erg druk in het verkeer en het kostte ons dan ook meer tijd om bij het hotel, dat niet in het centrum lag, te komen dan verwacht. De volgende ochtend wilden we voor openingstijd bij de World of Coca-Cola zijn. We verwachtten weer in de spits terecht te komen, dus we vertrokken op tijd richting centrum. Nu was het echter erg rustig in het verkeer en reden we zo het centrum binnen.

Voor The World of Coca-Cola staat een standbeeld van John S. Pemberton die in 1886 in Atlanta de formule voor het drankje Coca-Cola bedacht. Het succes van Coca- Cola is ongeëvenaard gebleven en het merkembleem is altijd hetzelfde gebleven. Inmiddels produceert Coca-Cola 450 merken en smaken, waarvan je vele in de laatste zaal die je bezoekt kunt proeven. In het deel Bottle Works zie je hoe de cola gebottled wordt. Helaas werkt dit niet continue en zie je dit dus steeds maar in delen.  
  Aan het einde van je bezoek mag je een in the World of Coca-Cola gebottled flesje meenemen als souvenir. In het museum zijn ook een aantal fakkels van verschillende Olympische spelen te vinden. Coca-Cola is al jaren een belangrijke sponsor. Je kunt met de fakkel van de spelen in Atlanta in je handen op de foto, wat niet bijster bijzonder is als je hoort dat er voor de spelen in Atlanta niet minder dan 10.000 identieke fakkels zijn geproduceerd.  

 

Lake Lure - Pigeon Forge (Blue Ridge Mountains)

  Na het bezoek aan the World of Coca-Cola reden we over de I-85 naar North Carolina waar we in de Lake Lure Inn & Spa aan Lake Lure zouden overnachten. We reden eerst nog even naar de parkeerplaats bij Chimney Rock, een 535 miljoen jaar oude monoliet. Houten trappen leiden nar de top van deze massieve rots. Er is ook een lift, maar die werkte op het moment dat wij er waren niet. Ook het pad naar The Hickory Nut Falls was afgesloten. In de vochtige hitte was het nog een hele opgave om de 491 treden te beklimmen, maar het uitzicht was spectaculair. En we gingen zelfs nog een paar treden extra omhoog, zodat we de Chimney Rock mooi op de foto konden zetten. Dat het een mooie omgeving is vonden filmmakers ook. De laatste 17 minuten van de film The Last of the Mohicans zijn hier opgenomen. De omgeving van de Great Smoky Mountains werd in meerdere films gebruikt. Een film die voor een deel ook in deze buurt werd opgenomen is de film Dirty Dancing. De cast en crew logeerden in die tijd in het hotel waar wij die nacht zouden slapen, The Lake Lure Inn & Spa. Naast de deur van de suite van Patrick Swayze hangt een bordje. Helaas waren er gasten in de suite, zodat we geen kijkje konden nemen. Wel mochten we het zaaltje zien waar Johnny en Baby oefenden. Het is inmiddels wel een beetje veranderd, maar de houten vloer is nog heel herkenbaar. 
Johnny en Baby worden in hun romantische dans abrupt verstoord als het neefje van de baas de trap op komt. Dat is nep, want het zaaltje ligt gewoon in een gebouwtje achter het hotel op de begane grond. In de eetzaal van het hotel is de tasjesdief scène opgenomen en in het meer de bekende lift scène in het water. Een aantal mensen uit het dorpje hebben in de film gefigureerd en in de omgeving zijn nog meer scènes opgenomen. Het trappetje met het bruggetje waar Baby op oefent ligt aan de overkant van het meer op privé terrein. Er gaat een boottocht over het meer langs plekjes uit de film. Helaas hadden wij hier geen tijd voor, omdat we de volgende ochtend vroeg weer wilden vertrekken. Wat nog erg leuk is om te weten, is dat de film in de herfst werd opgenomen, terwijl het verhaal zich in de zomer afspeelde. Men ging zo ver om de juiste sfeer te creëren, dat men de bladeren van een aantal bomen groen heeft geverfd. Het hotel ligt prachtig mooi aan het meer. Helaas konden wij niet langer van de omgeving genieten. Ons reisschema liet dat niet toe. Er is echter nog veel meer mooie natuur in de omgeving.  

 Lake Lure ligt vlak bij de Great Smoky Mountains, waar jaarlijks heel veel Amerikanen op vakantie gaan. Vanuit Lake Lure reden wij eerst naar het Pisgah National Forest, wat tegen de Great Smoky Mountains aan ligt. Hier reden we door een mooie natuurlijke omgeving eerst naar de Looking Glass Falls. Een redelijk grote waterval, zelfs in de zomer. de avond ervoor was er een flinke onweersbui gevallen en daardoor stroomde er genoeg water. Hierna reden we naar de Moore Cove Falls, een ranger in het Visitor Center had ons precies uitgelegd waar we dan moesten parkeren. Er liep een smal, ongeveer 800 m lang  pad door het bos naar de hoge smalle waterval. Wanneer er zoals nu niet teveel water naar beneden valt is het mogelijk om achter de waterval langs te lopen. We waren er vroeg en het was er nog niet heel erg druk met toeristen. Dat was ook het geval toen we even later bij The Sliding Rock aankwamen. De Sliding Rock is een natuurlijke waterglijbaan. Deze stroom water heeft de rots waarover het water stroomt glad gepolijst en je kunt er over naar beneden glijden. Er zijn lifeguards aanwezig die dit in goede banen leiden. Het glijden van de rots is gratis, maar je betaalt wel een kleine bijdrage om te parkeren. Er zijn toiletten en kleedruimtes aanwezig. Ik was vastbesloten om van de Sliding Rock af te glijden. Toen ik om me heen hoorde dat het water ijskoud was schrok ik wel een beetje. Voordat je langs de reling die op de rots is aangebracht naar boven kunt lopen moet je eerst door de kreek waden. Ik gaf mezelf de tijd om aan de temperatuur van het water te wennen en liep daarna naar boven. de rots is het vlakst naast de reling, maar de lifeguard liet weten dat ik aan de andere kant naar beneden moest glijden. Daar was de rots niet helemaal vlak, er zat daar nog een uitstekende punt op de route. Ik was bang dat het pijn zou doen om daar over heen te glijden. Dat was niet het geval, hooguit een beetje oncomfortabel. Als je naar beneden bent gegleden kom je beneden in een diepe poel water terecht. Het water was echt vreselijk koud, het had zelfs effect op mijn ademhaling. Gelukkig was het trappetje om eruit te klimmen dichtbij. Het koude water liet me er niet van weerhouden om de rots nog een extra keer af te glijden. Hierna werd het drukker en werd de rij langer.

 

 

Wij stapten weer in de auto en reden over de bekende Blue Ridge Parkway naar de Great Smoky Mountains. De Blue Ridge Parkway loopt van noord naar zuid langs en door de Blue Ridge Mountains keten. Het hoogste punt op onze route was 6053 ft, dit is ook het hoogste punt van de hele Blue Ridge Parkway. We hadden steeds mooie uitzichten, al begon de lucht flink te betrekken. Toen we bij Cherokee The Great Smoky Mountains in reden begon het ontzettend hard te regenen. We besloten ons bezoekje aan het Visitor Center maar over te slaan en rustig verder te rijden door het bosachtige gebied. Ook hier een prachtige route door de natuur. Zo ongeveer op de grens van North Carolina en Tennessee ligt het weggetje naar het hoogste punt van de Great Smoky Mountains, de uitkijktoren Clingman's Dome. Over een geasfalteerd pas loop je flink stijgend naar de uitkijktoren. Vanaf de uitkijktoren heb je een wijds uitzicht over de valleien er omheen. We reden hierna door naar Pigeon Forge, een echt vakantiedorp, met veel hotels, knipperende lichtreclames, souvenirshops, amusementsparkjes etc. Er staan hier hotels die compleet in een bepaald thema gebouwd zijn, zo is er een hotel dat er uitziet als de Titanic, een Oostenrijks hotel en een hotel dat op de kop gebouwd is. Er valt hier heel veel te zien. Ook hier barstte 's avonds het onweer los.

Nashville

  Halverwege Tennessee passeerden we op weg naar Nashville een tijdzone grens. De klok ging een uur terug en wij hadden deze dag dus een uurtje extra te besteden. Rond het middaguur kwamen wij in Nashville aan, waar we meteen naar Broadway of Honky Tonk Row reden. We parkeerden in de buurt van de Country Music Hall of Fame, die we de daar op volgende dag zouden bezoeken. Door het centrum van Nashville stroomt de Cumberland rivier. We namen even een kijkje bij de mooie loop-/fietsbrug over de rivier. Hierna liepen we Broadway op. In een Honky Tonk lunchten we met live country muziek op de achtergrond. In een Honky Tonk kun je al vroeg van de live muziek genieten. Hier wordt niet alleen in de avonduren muziek gemaakt, hier wordt dag en nacht muziek geleefd.

Nashville is, mede door de Grand Ole Opry, de bakermat van de country muziek. Op Broadway zijn een heleboel Honky Tonks te vinden en er zijn ook veel muziekwinkels te vinden. De straat is niet afgesloten, er rijdt gewoon verkeer over Broadway. Vanaf Broadway liepen wij nog even naar Ryman Auditorium. Vanuit dit gebouw werd tussen 1943 en 1974 The Grand Ole Opry Show live op de radio uitgezonden. Van het Ryman Auditorium, waar wij slecht langs liepen en geen tour deden, liepen we naar Printer's Alley.

Printer's Alley is een nauwe steeg waar je nog oude muziektenten vindt, gietijzeren balkonnetjes met kleurrijke ballonnen eraan en grote uithangborden en de plek waar Jimmy Hendrix in het begin van zijn carrière veel optrad. Op straat viel er niet zoveel te beleven en dus liepen wij terug naar de Honky Tonk Row. We gingen op zoek naar Tootsie's Orchid Lounge, een hele bekende Honky Tonk, genoemd naar de eigenaresse Tootsie Bess, maar belandden uiteindelijk in Honky Tonk Central, waarvan je de muziek al op straat hoorde klinken en waar het gezellig druk was.  Hierna zochten we het hotel op, waar we ons klaar maakten voor de avond, die we zouden doorbrengen bij de langst lopende live radio show van Amerika (sinds 1925), The Grand Ole Opry.  

Dit programma wordt op vrijdag- en zaterdagavond en soms op dinsdagavond live op de radio uitgezonden en je kunt kaartjes kopen om de opnamen van de show bij te wonen.  Wij hadden via het internet al kaartjes gekocht. The Grand Ole Opry heeft sinds maart 1974 een nieuw gebouw, waar meer dan 4000 mensen de live-uitzending van de show kunnen bijwonen. The Grand Ole Opry is in de wereld van de countrymuziek een groot begrip. Alle groten zijn of waren Ole Opry Members. Pas wanneer je lid bent van de Opryfamily heb je het in de country wereld gemaakt. Bekende members waren Dolly Parton, Garth Brooks, Hank Williams, The Carter Family, Johnny Cash, Patsy Cline, Willie Nelson, The Everly Brothers en Tammy Wynette. Meer recentere bekende members zijn Carrie Underwood, Keith Urban en Brad Paisley. Voordat de show begon werden we door een echte Southern Lady opgewarmd. Er werd verteld hoe het tijdens de uitzending zou gaan. Dat er duidelijk een verschil zou zijn met een concert en een radio-uitzending. Het was toegestaan om tijdens de show vanuit de hele zaal naar het podium te komen en een paar fotootjes te nemen, zolang je de mensen op de eerste rij niet hinderde en men niet in groten getale tegelijk naar het podium kwam. Verder mocht er geflitst worden, maar er mochten geen film- of geluidsopnamen worden gemaakt. Er zou interactie met het publiek zijn en het publiek werd gevraagd enthousiast mee te doen. De show zou van 19:00 tot 21:30 u. duren. We kregen nog wat informatie over The Grand Ole Opry. In het midden van het toneel ligt een houten cirkel die uit de vloer van het oude Ryman Auditorium is gezaagd.

       

Dit is de plek waar vele bekende namen, waarvan er een aantal al zijn overleden, hebben gestaan en die plek wilde men meenemen naar het nieuwe Opry gebouw. In 2010 was er een grote overstroming in Nashville en The Grand Ole Opry kwam toen onder water te staan. Ook de cirkel lag onder water. Men heeft er alles aan gedaan om de cirkel te restaureren. Men haalde daarbij een zin uit een hymne van June Carter aan, die je ook terugvindt in de Country Music Hall of Fame: "Will the Circle be Unbroken". Alle artiesten stonden vanavond dan ook op deze cirkel op te treden. Er waren vanavond vier hosts, die de artiesten aankondigden en de show aan elkaar praatten. Volgens echte fans, die naast ons zaten en elk jaar rond hun trouwdag (al veertig jaar) naar The Grand Ole Opry kwamen, zijn de hosts vaak oude country artiesten, die niet meer zo vaak optreden, maar nog wel de show presenteren. De show wordt opgedeeld in delen van een half uur. Elk half uur heb je een nieuwe host en zijn er nieuwe artiesten. Tussendoor wordt er reclame live ingesproken voor de sponsors van die avond. Er zit ook nog een reclameblok in de show met al opgenomen commercials. Als die afgespeeld worden hoor je dat in het publiek niet en gaat het gordijn ook even dicht. De overige live-gesproken reclames kun je volgen. Degene die die reclames inspreekt staat ook op het podium. Tijdens de uitzending die wij bijwoonden stonden er voor ons geen bekende namen op het programma. De meeste artiesten waren flink op leeftijd. Ik was vooral onder de indruk van de jonge Angie Johnson, die gediend had in het leger en nu prachtige country stond te zingen. Voorafgaand aan de show werd er vermeld welke belangrijke groepen er in het publiek zaten, waaronder ook veteranen uit het Amerikaanse leger. Zij werden gevraagd op te staan en kregen een geweldig applaus van de rest van het publiek. Deze veteranen verering zagen wij nog wel vaker tijdens onze reis. Ook bij een show in Seaworld werden de veteranen gevraagd om op te staan en liet de rest van het publiek zijn/haar waardering blijken. Ik had hier wat moeite mee. Voor mij gaf dit een dubbel gevoel. Het Amerikaanse leger heeft Nederland bevrijd in WOII en heeft ook later nog veel goeds gedaan, maar datzelfde leger en de bemoeienissen van de Amerikanen hebben anderzijds ook leed veroorzaakt. Ik vond het niet nodig om hetzelfde enthousiasme te laten zien als het Amerikaanse publiek, maar voelde me er wel bijna toe gedwongen.

  The Grand Ole Opry ligt aan de Opryland Drive. Er is een grote Outlet store bij gebouwd, met de nodige restaurants en cafés en een bioscoop. Even verderop ligt het attractiepark Opryland. The Grand Ole Opry is tegenwoordig duidelijk méér meer dan alleen een radioshow. En meer dan muziek. Wij hadden slechts de volgende ochtend nog in Nashville en besloten het bij de muziek te houden. De volgende ochtend bezochten wij The Country Music Hall of Fame and Museum, waar de geschiedenis van de country in beeld wordt gebracht en bekende country sterren geëerd worden in de Rotunda.

Het gebouw is al bijzonder voor je er binnen stapt. Het gebouw is gebouwd in de vorm van een F-sleutel en de ramen lijken op pianotoetsen. Wij hadden via internet al kaarten besteld voor zowel de Hall of Fame als de Studio B tour en wij konden de rij voorbij lopen, waardoor wij als eersten binnen waren. In elke vitrine werd weer en nieuwe periode in de geschiedenis van de country voorgesteld. Een groot item in de tentoonstelling is de auto van Elvis, met gouden interieur, die met een helikopter in het gebouw werd geplaatst, voordat het dak er op kwam. Naast deze auto staat ook een gouden piano van Elvis. Hoewel Elvis meer Rock 'n Roll was dan country en zijn country stijl voor die tijd wel erg controversieel was, wat niet altijd werd gewaardeerd heeft hij hier dus toch een plaats gekregen. Na een korte periode van opname bij Sun Studio's heeft Elvis de meeste van zijn nummers hier in Nashville in Studio B opgenomen. Aan de wand met gouden en platina platen hangen dan ook veel van zijn platen, maar er hangen ook veel platen van andere groten, zoals o.a. Johnny Cash en John Denver.

   

 

 

Veel bekende artiesten hebben hun eigen vitrine, waarin kleding of andere artefacten te zien waren. Een van de laatste vitrines is gericht op de sterren van nu. Brad Paisley, Keith Urban en Carrie Underwood. Country leeft nog steeds. De route door het museum eindigt in de Rotunda, waar je weer de woorden: Will the Circle be Unbroken ziet staan. Deze koepel is de daadwerkelijke Country Music Hall of Fame die sinds 1961 bestaat. Hierin opgenomen worden is country's hoogste eer. Elk jaar is er een anoniem panel van mensen uit de country music industry die voor de Country Music Association (CMA) mensen aandragen om opgenomen te worden in de Hall of Fame. Zij bepalen zelf hoeveel personen zij aandragen voor opname in de erelijst. Een aantal leden werden postuum benoemd. Zo werd Elvis pas in 1998 geëerd. In 2013 werd o.a. Kenny Rogers nieuw opgenomen in The Country Music hall of Fame. Van al deze mensen hangt er een plaquette in de Rotunda. Deze plaquettes zijn op verschillende hoogten bevestigd aan vijf zwarte horizontale lijnen. Zo lijken het net muziekbalken op een muziekbalk.

Na dit bezoekje gingen wij mee op de tour naar de studio waar veel van deze bekende sterren hun nummers hebben opgenomen. De wereldberoemde RCA Studio B. We werden met een busje opgehaald om in zo'n 20 min. naar de studio te rijden. De studio, die nu niet meer in gebruik is, ligt in een buurt waar nog steeds veel studio's zijn en waar veel sterren van nu nog steeds hun songs opnemen. O.a. Justin Timberlake had hier pas nog een plaat opgenomen. Bij Studio B kregen we een tour. Toen de studio in 1956 werd gebouwd had de studio nog geen B nummer achter haar naam staan. Dat kwam pas toen er een grotere studio werd gebouwd in 1964 die studio A werd genoemd. Studio B kreeg toen de naam Studio B en een kleine studio in hetzelfde gebouw als Studio B werd toen Studio C genoemd.  

  Studio B werd bekend in de jaren '60 toen de bekende Nashville Sound grootser en grootser werd. Veel bekende artiesten namen er hun platen op en men zegt dat muziekkenners aan het geluid kunnen horen welke platen in deze studio zijn opgenomen. Wij gingen de studio binnen en dan besef je dat je op een plek bent waar muziekgeschiedenis werd geschreven. De studio is nog in originele staat. De wanden, de vloer en het plafond zijn nog net zoals toen. Het was duidelijk dat de wanden golvend waren, zodat het geluid niet weerkaatst werd. Er werd ons verteld dat de meeste nummers waren opgenomen terwijl de zanger/zangeres in de hoek bij de deur stond, omdat daar het geluid het mooiste klonk.

Er werd niet zoals nu met verschillende geluidsopnamen over elkaar heen opgenomen, maar alles gebeurde met 1 microfoon in 1 opname, dus zang en alle instrumenten tegelijk. Wanneer iemand tijdens de opname van de song een foutje maakte moest het nummer dus opnieuw worden gespeeld, of er moest worden gesliced. Dat betekende twee banden knippen en op de juiste punten weer aan elkaar plakken. Dit was een heel precies werkje en het was heel moeilijk om te slicen zonder dat je dat in het nummer terug zou horen. Er waren maar een paar mensen die dit konden. Je kunt je voorstellen hoeveel tijd het kostte om de nummers goed op te nemen.

Elvis was een van de artiesten die hier heel veel nummers heeft opgenomen, 262, meer dan de helft van al zijn nummers. Elvis was erg bijgelovig en hij wilde alleen op zondag opnemen en dan ook nog na 22:00 u. Elvis was een van de weinige artiesten die alle tijd nam om de studiomedewerkers te leren kennen, wat heel bijzonder was, want tijd in een studio kost geld. Veel geld. Elvis was iemand die 'in the mood' moest komen, voordat hij een nummer op kon nemen. Toen hij een kerstalbum ging opnemen zorgde hij dat er in de studio een kerstboom stond en een kerstsfeer werd nagebootst. Er hangen aan het plafond ook gekleurde lampen die hij er liet ophangen. Zodat hij door de sfeer van de belichting in de juiste stemming kon komen. Eenmaal lukte het niet, tijdens de opnamen van Are You Lonesome Tonight. Het was al 04:00 u. 's nachts en nog was het niet gelukt om in de juiste sfeer te komen. Iemand stelde voor om het nummer dan eens helemaal in het donker op te nemen. Alle lichten gingen uit en het nummer werd opgenomen. Het was de juiste beslissing en dit werd de plaat. Aan het einde van de opname maakte een muzikant nog een foutje en daar is dus in gesliced. Zelfs kenners kunnen bijna niet horen waar de slice zit. Wij kregen het nummer te horen en de gids gaf aan waar de slice zat en die is inderdaad bijna niet te horen. Aan het einde van het nummer hoor je nog wel een tik. Dat is Elvis, die in het donker zijn hoofd stoot tegen de microfoon. Elvis besloot dit geluid op de band te laten staan, hij vond het 'echt' en vond het mooi.  

Elvis vond het nummer I will Always Love You van Dolly Parton zo mooi en wilde het graag van haar kopen. Dolly vond het zelf te mooi om te verkopen en stelde Elvis keer op keer teleur. Dolly Parton nam hier o.a. haar wereldhit Jolene op. Als je dat allemaal hoort terwijl je daar staat, kun je deze mensen in gedachten in de studio zien staan, alsof je erbij bent geweest. De gids was ook erg goed en daardoor kwam de studio tot leven. De piano die er staat wordt nog elke week gestemd en onderhouden. Men wil niet dat het geluid van deze piano, waarop zoveel nummers zijn gespeeld en mee opgenomen, verloren gaat. Een paar andere bekende artiesten die hier hebben opgenomen zijn Roy Orbison, Willie Nelson, The Everly Brothers, Don Gibson en Waylon Jennings. Nog een paar bekende nummers: Crying, Oh, Lonesome Me en All you have to do is Dream. Aan het einde van de tour, toen we met het busje weer terug waren gereden naar de Country Music Hall of Fame was er ook een einde gekomen aan ons muzikale bezoek aan Nashville. Het was tijd voor ons om naar Memphis te rijden.

Memphis

Je rijdt in een paar uren van Nashville naar Memphis. Wij kwamen daar aan het einde van de middag aan en na een bezoekje aan het Visitor Centre aan de Mississippi River reden wij richting het hart van de stad. Beale Street. Je kunt in het centrum overal parkeren voor $10,- per dag. We liepen direct naar het Peabody Hotel. Niet om te overnachten, maar om daar de Duck March van de beroemde Peabody Ducks te zien. In de lobby van het hotel was het verschrikkelijk druk met mensen, die bijna allemaal daar kwamen om de Peabody Ducks te zien zwemmen in de fontein in de lobby.

  Sinds 1925 staat het Peabody Hotel op de plek waar het nu nog staat, daarvoor was het Peabody ergens anders in de stad. In de jaren '20 en '30 was het Peabody the place to be en werden er op het dak onstuimige party's gehouden. Daarna bleef het hotel een luxe hotel waar veel bekende sterren en ook presidenten overnachtten. Sinds 1933 zwemmen er eenden in de fontein in de lobby. Wat begon als een uit de hand gelopen grap is nu een van de beroemdste toeristische trekpleisters van Memphis. Manager Frank Schutt kwam in 1933 samen met een vriend behoorlijk aangeschoten terug van het jagen. Bij wijze van geintje besloten ze hun drie lokeenden in de fontein los te laten.

De volgende dag waren de hotelgasten er heel enthousiast over en sindsdien zijn de eenden er gebleven. Ze kregen de namen van de drie Peabody Hotels die in Amerika stonden. In 1940 stelde meneer Pembroke, een oud circusdierentrainer voor om de eenden te gaan trainen om zelf van hun verblijf op het dak naar de fontein te lopen. Hij trainde de eenden 50 jaar. Tot 1991 en toen kreeg een ander de eer om Peabody Duckmaster te worden. Elke dag om 11:00 u. komen de eenden met de lift van hun verblijf op de twaalfde verdieping naar de lobby en lopen dan over een rode loper naar de fontein waar zij tot 17:00 u. in blijven zwemmen om vervolgens over de rode loper weer terug te open naar de lift. Het publiek mag hier gratis getuige van zijn. tegenwoordig zijn het meer dan drie eenden, het zijn er vijf, een mannetje en vier vrouwtjes.

Deze eenden komen van een boerderij uit de buurt en hoeven dit werk maar drie maanden te doen, voordat ze weer terug gaan naar de boerderij en uiteindelijk worden vrijgelaten in het wild.. De eenden zijn beroemd, ze kwamen al in Sesamstraat, The Tonight Show en The Oprah Winfrey Show. Veel bekende sterren woonden de Duck March bij, of waren zelfs Honarary Duckmaster. Ook de gewone mens kan Honarary Duckmaster worden, als je bereid bent om er veel geld voor neer te tellen. Er waren nu wij er waren twee Honorary Duckmasters, een klein meisje met haar broertje hielpen de Duckmaster bij het opdrijven van de eenden over de rode loper. Vanaf 16:15 u. werden er voorbereidingen getroffen voor de Duckmarch. De route werd met linten afgezet en wij namen achter de linten plaats, samen met heel veel andere vroege toeristen. De rode loper werd uitgerold, er werd een trappetje bij de fontein geplaatst, er kwam een bordje bij de lift te staan, er werden twee rubber duckies neergezet voor de Honorary Duckmasters en alle kleine kinderen mochten voor het lint aan de rode loper komen zitten, zodat ze het goed konden zien, en zodat de eendjes niet van hun pad over de rode loper konden afwijken.  

Om 17:00 u. begon de ceremony. De Duckmaster hield een praatje en daarna werden de eendjes uit de fontein het trappetje op gedreven. Het kostte drie pogingen en het publiek lachte daar natuurlijk om, want het zag er wel erg grappig uit, maar daarna liepen ze dan toch echt over de rode loper de lift in. De meeste mensen gingen daarna weer weg, maar wij namen nog even de lift naar de twaalfde verdieping, waar de eendjes hun verblijf hebben. In een groot hok met grote ramen wonen de eenden. Er is een badje in het hok en er staat een mini Peabody Hotel. Vanaf het dak heb je een mooi uitzicht over de stad Memphis.

Hierna wilden wij richting de bekende Beale Street lopen, maar toen we over straat liepen zagen we lange rijen staan bij een gebouw en er stond politie op straat. Ineens hoorden we het woord tickets en toen begon het ons te dagen. Het gebouw, The Autozone Park, bleek een baseball stadion en er werd die avond een wedstrijd gespeeld. Wij vonden dit een mooie kans om zo'n echte Amerikaanse wedstrijd eens mee te maken. Dit is iets wat je zo vaak ziet in films als een echt Amerikaans uitje, dus wij gingen meteen in de rij staan. Er waren ook mensen die op straat kaartjes verkochten, maar het leek ons beter en veiliger om de kaartjes bij de officiële ticketverkoop te halen. We hoorden naarmate we dichterbij kwamen in de rij dat er steeds meer ticketsoorten waren uitverkocht. Toen wij aan de beurt waren, waren er alleen nog kaarten voor The Green Bluff over voor $9 per stuk. Wij kochten de tickets en gingen het stadion binnen. We kwamen binnen op een galerij waar heel veel eettenten zaten. Wij haalden hier wat te eten en liepen daarna naar de Trugreen Bluff. Dat bleek een schuine grastribune te zijn, waar mensen veelal op meegebrachte kleedjes gewoon op de grond zaten. Wij ploften ook op de grond neer en genoten van het hele spektakel.

 

 

De wedstrijd tussen Memphis Redbirds en de Oklahoma City Redhawks was inmiddels al begonnen. Het is bij deze wedstrijden niet zo dat het hele publiek dan ook zit te kijken, men loopt rond, men doet andere dingen, kinderen spelen in het speeltuintje of slaan een balletje in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte. Mensen halen eten en drinken, drinken een biertje, of slapen zelfs op hun matje op de bluff. Ik moet ook zeggen dat het een spel is dat erg traag gespeeld wordt. Er zijn maar weinig momenten waarop er echt iets gebeurt en waarop er punten gescoord worden. Voor mij, als niet kenner, was het totaal niet spannend en ik begrijp dat er tijdens zo'n wedstrijd gezorgd wordt voor andere manieren van vermaak. Op het grote scorebord worden commercials vertoond, ook laat een camera van tijd tot tijd mensen uit het publiek zien. Tussen de speelmomenten door worden er op het veld ook reclamespelletjes gedaan. Verkopers lopen over de tribunes om hun merchandise en lekkers te verkopen en de mascotte, de Redbird, doet van tijd tot tijd een dansje op een soort podium. Wij genoten zo'n anderhalf uur van de sfeer tijdens zo'n game en vonden het daarna mooi geweest, de wedstrijd was nog lang niet afgelopen, maar wij wilden ook nog even een kijkje gaan nemen op Beale Street en dus verlieten wij het stadion vroegtijdig. We waren niet de enigen die het stadion op dat moment uit liepen en er waren ook nog steeds mensen die het stadion in gingen. Vergeleken met een Nederlandse voetbalwedstrijd is dit natuurlijk heel vreemd.

   

 

Op Beale Street was het gezellig druk. Het schemerde al en dus waren de uithangborden al flink verlicht. De straat is afgesloten en straatartiesten waren aan het optreden. Uit de cafés klonk muziek. Beale Street is een belangrijke plaats in de geschiedenis van de blues muziek. De blues is hier in Memphis groot geworden, sinds het einde van de 19e eeuw. In het begin van de 20e eeuw stonden er veel clubs aan Beale Street. Nu is het vooral een toeristische plek en de plek waar je naar de blues kunt luisteren in een van de vele muziekcafés. Wij snoven de sfeer op, maakten mooie foto's en zochten daarna met de auto ons hotel op, wat achteraf een van de mindere hotels van de reis bleek te zijn, gezien het onderhoud van het gebouw en de ligging in een niet al te beste buurt.

De volgende ochtend stond een bezoek aan Graceland, ooit de woning van Elvis Presley, op het programma. Graceland ligt in een hele rustige normale buurt. Je parkeert je auto op een groot parkeerterrein en koopt dan een kaartje. Hierna moet je op de bus wachten en terwijl je daar in de rij staat krijg je alvast de apparatuur voor je audiotour aangereikt. Ik vroeg me af waar Graceland dan zou liggen, als we daar met de bus heen moesten. Toen we in de bus zaten wisten we het al gauw, Graceland lag aan de overkant van de weg. We reden met de bus door de poort en reden de oprit op. Voor het huis stapten we uit. Dit was de oprit die Elvis ook ontelbare keren is opgereden met zijn mooie auto's. Hier is hij zijn huis binnengegaan, door dezelfde deur die wij binnen gingen.  
  We moesten nog even wachten tot de vorige groep binnen was en daarna mochten wij naar binnen. Alleen de beneden verdieping is open voor publiek, dit waren ook de ruimten waar Elvis gasten ontving. Boven kwamen ook Elvis zijn vrienden niet. Elvis woonde hier met zijn vrouw Priscilla en dochter Lisa Marie. Ook zijn ouders liet hij in dit huis wonen. Hun kamers waren op de beneden verdieping en die krijg je ook te zien. Het is een kleurrijk huis, met heel veel themakamers. Zo is er een poolbiljart kamer, een kamer met een deel van Elvis' muziekcollectie en maar liefst vier televisies, zodat hij gen enkel tv programma hoefde te missen, een trap met spiegels aan de wanden en het plafond en de bekende jungle room, een kamer die ingericht is als een jungle, de kamer waar Lisa Marie erg van hield. En je ziet de kamer waar Elvis de avond voor zijn dood nog gezellig met vrienden muziek had zitten maken.

Een deel van het huis is ingericht als een museum. Hier zie je veel van zijn gouden en platina platen, de awards die hij heeft gewonnen, rekwisieten uit zijn shows, filmposters van de films waarin hij speelde, zijn trouwpak en de trouwjurk van Priscilla, cheques die hij ooit uitschreef met zijn handtekening er op, er worden beelden getoond van zijn shows in Las Vegas en je ziet kostuums die hij ooit droeg.

     

 

De laatste zaal die je ziet is een hal met een hoog plafond waarvan de wanden volledig zijn bedekt met gouden en platina platen. Er zijn hoge vitrines waar kostuums in tentoongesteld worden. Als je in die grote zaal staat besef je des te meer hoe groots Elvis is geweest. En ook al is Elvis van voor mijn tijd, ook ik ken bijna al zijn grootste hits en ook ik heb de films gezien waarin hij speelde. Elvis mag dan jong zijn gestorven, zijn muziek leeft nog.

Hierna liepen we door de tuin langs de weide met paarden, langs het zwembad, naar de plek waar Elvis, zijn oma en zijn ouders begraven liggen. Er was ook nog een hele kleine grafsteen en die kon ik niet plaatsen. Later leerden we, in een tentoonstellingszaal over zijn leven in zijn geboorteplaats Tupelo, dat Elvis een tweelingbroertje had dat vlak na de geboorte is gestorven. Het graf moet dus van dit broertje zijn geweest. Dit was het einde van de tour door Graceland en met de bus werden we weer teruggebracht naar de overkant.

Wij hadden bij het kopen van de tickets gekozen voor de Platinum Tour. Hiermee hadden we niet alleen toegang tot Graceland, maar konden we ook nog een aantal exposities rond het hoofdgebouw bekijken. We liepen naar het Automobile museum, waar je een deel van Elvis zijn wagenpark zag. Naast auto's had hij ook tractoren, golfkarretjes en andere rijdende objecten. Ook zijn pink Cadillac staat hier. We liepen langs de exposities over zijn jeugd in Tupelo en zijn comeback shows in Las Vegas en liepen als laatste naar zijn twee privéjets, de Lisa Marie en de Hound Dog II, die je ook van binnen mocht bekijken. Je mag overal foto's maken, maar wel zonder flits. Video- en audio-opnamen mogen bijna nergens gemaakt worden.

 

 

   

   

Vanuit Graceland kun je de gratis shuttlebus nemen naar de Sun Studio, maar wij vonden het makkelijker om de auto mee te nemen. Bij de Sun Studio kon je parkeren, maar wij vonden een prima plekje voor de auto aan de straat. De Sun Studio is maar een heel klein gebouwtje. Wij konden nog net mee met de eerstvolgende tour. De gids vertelde erg overdreven, ze vond zichzelf nogal grappig, waar ik me erg aan irriteerde. We kwamen eerst in een ruimte met glazen vitrines waar een aantal objecten en foto's in stonden, waar ze over vertelde. Ik vond het verhaal erg lang duren, maar dat was om de tijd te overbruggen tot de voorgaande groep de studio had verlaten, zodat wij de studio in konden.

  Ze vertelde over Sam Phillips, die de studio had laten bouwen in 1950. Sam Phillips had verschillende namen voor zijn platenlabel, waarvan Sun Records uiteindelijk het top label werd. Elvis Presley kwam als 18 jarige vaak bij Sam Phillips, maar Sam vond hem maar niks. Elvis zong in die tijd vooral ballads. Een medewerkster van Sam, Marion Keiser zag wel wat in de jonge Elvis en nam wat plaatjes met hem op. Iedereen die betaalde kon in de studio een plaatje opnemen. Uiteindelijk wilde Sam het wel met Elvis proberen en samen met twee muzikanten begonnen ze een opname sessie. Sam was ontevreden, er kwam niet uit wat hij verwachtte van Elvis, totdat Elvis spontaan een blues nummer uit 1949 begon te spelen. De muzikanten vielen in en een hit was geboren. Ze begonnen opnieuw en That's All Right werd opgenomen, wat Elvis zijn eerste grote hit werd.

Men zegt dat Rock 'n Roll is geboren uit de fouten die Sam Phillips als beginneling maakte bij het opnemen van songs. Het nummer Rocket 88 van Jackie Brenston, wat hier werd opgenomen, zou later bestempeld worden als het eerste Rock 'n Roll nummer. Door Elvis zijn succes werd het platenlabel Sun Records groter, maar Sam Phillips had nog veel schulden. Hij besefte dat Sun Studio te kleinschalig was om Elvis internationale bekendheid te brengen. Hij moest ook zijn schulden afbetalen. Sam Phillips besloot Elvis te verkopen voor $35000, wat in die tijd een flink bedrag was. Elvis ging naar RCA, waar hij een wereldster werd. Sam kon zijn schulden afbetalen en andere artiesten aantrekken. Hij haalde Johnny Cash, Carl Perkins, Jerry Lee Lewis en Roy Orbison naar Sun Records. Grote hits als Blue Suede Shoes, Folsom Prison Blues, I Walk the Line en Great Balls Of Fire werden opgenomen.

In 1956 vond er een bekende jamsessie in de Sun Studio plaats, Carl Perkins, Jerry Lee Lewis, Johnny Cash en Elvis, die nog regelmatig bij Sun binnenliep, begonnen spontaan muziek met elkaar te maken (Johnny Cash beweerde later dat deze sessie niet heeft plaatsgevonden) en er werd een foto gemaakt van wat later 'The Million Dollar Quartet' werd genoemd. Deze foto hangt nu in de studio. Eind jaren '50 liet Phillips een grotere studio bouwen en de Sun Studio werd niet meer gebruikt. Vanaf 1987 is de studio weer in gebruik. Het is nu overdag een toeristische attractie en 's avonds kunnen onbekende artiesten een plaatje opnemen in de studio die nog hetzelfde is als in de jaren '50.  

Niet alleen onbekende artiesten komen er om platen op te nemen. U2, Maroon 5, Ringo Starr, Def Leppard, Chris Isaak en onze Nederlandse Kane hebben er nummers opgenomen. Toen de voorgaande groep de studio had verlaten mochten wij er eindelijk in. Het is een kleine ruimte met een aantal instrumenten erin. Aan de wand hangen de bekende singles die er zijn opgenomen en foto's van de bekende artiesten die er kwamen. Op de grond staat een kruisje. Dat is de plek waar de zangers stonden. De microfoon die er staat werd nog door Elvis gebruikt. De bezoekers van de studio mogen met deze microfoon op de foto. De gids liet nog een aantal nummers horen en ze vertelde dat het ritme/geluidje wat je steeds hoort in I Walk the Line van Johnny Cash werd gemaakt doordat hij een dollarbiljet om zijn snaren vouwde en het heen en weer schoof over de snaren. Vanaf nu zal ik dus heel anders naar dat nummer luisteren dan voorheen. Ik kan Johnny Cash nu in gedachten zien spelen in de Sun Studio met een gitaar en dollar biljet in zijn handen. Ondanks de overdreven manier van vertellen door de gids was het verhaal en het bezoek erg interessant.

     

 

We reden verder naar het National Civil Rights Museum. Een onderdeel van dit museum is het Lorraine Motel, waar  Dr. Martin Luther King op 4 april 1968 door James Earl Ray werd vermoord. Het Lorraine Motel ligt aan een pleintje, waar je zonder entree voor het museum te betalen, naartoe kunt lopen. Voor het balkon waar Dr. Martin Luther King vermoord werd hangt een grote bloemenkrans en er staan 2 auto's, replica's van de auto's die er toen ook stonden, voor de deur. Dr. Martin Luther King verbleef vaker in het motel en was daar toen om de vuilnisophalers, die in staking waren, te steunen.

Op 4 april 1968 rond 18:00 u. stond hij op het balkon voor zijn kamer (306) toen hij getroffen werd door een kogel, die door zijn wang ging. Een uur later werd hij in het ziekenhuis dood verklaard. James Earl Ray werd twee maanden later opgepakt in Londen en kreeg levenslang. Men vermoedt dat Ray niet alleen heeft gehandeld, maar dat hij in opdracht handelde van de Amerikaanse regering, wat nooit bewezen werd. De dood van Dr. Martin Luther King heeft een grote omwenteling in de Civil Rights beweging in Amerika teweeg gebracht.  
  Ondanks dat ik ten tijde van zijn dood nog niet geboren was, vond ik het toch een zeer indrukwekkende plek om te bezoeken. Het Lorraine Motel doet echter heel gemoedelijk aan. Het motel staat tussen andere gebouwen en is daar dan ineens. Voordat Dr. Martin Luther King er werd vermoord was het een motel waar veel bekende artiesten verbleven, zoals Nat Cole, Aretha Franklin en Louis Armstrong. Het lijkt op een doodgewoon motel, zoals er zovelen zijn in Amerika, maar dan zie je de krans aan het balkon en de twee oude auto's. Men loopt er in stilte en uit speakers komt een stem die over die avond vertelt. Het is toch niet zomaar een motel. Na de dood van Dr. Martin Luther King is het Lorraine Motel tot in de jaren '80 een motel gebleven, al werden de kamers 306 en 307 niet meer verhuurd.
In de jaren '90 is het Lorraine Motel onderdeel geworden van het National Civil Rights Museum. Een deel van het museum bevindt zich in het motel, het andere deel bevindt zich in het gebouw van waar de kogel die Dr. Martin Luther King raakte is geschoten. Toen wij er waren was men het motel aan het renoveren. Een aantal balkons waren niet te zien door de steigers die er voor stonden. Een heel groot deel, het deel dat ons het meest interessant leek, het deel in het Lorraine Motel gebouw, was niet open. Daar stond tegenover dat je tijdens de renovatie wel toegang had tot het balkon voor kamer 306.  

Wij besloten hiervoor geen kaartje te kopen, wij vonden dat we het motel ook goed vanaf de begane grond hadden kunnen zien. We liepen nog wel even door de tunnel, die naar de kassa leidt, waarin de tijdlijn van de burgerrechtenbeweging stond weergegeven. De tijdlijn begint met de "Dutch Traders" die slaven naar Amerika brachten. Als je dat leest dan kun je wel door de grond gaan en hoop je dat alle afro-Americans die het museum bezoeken niet in de gaten hebben dat je Nederlander bent.

We hielden tijd over om nog een bezoek te brengen aan de Gibson Guitar Factory. Helaas was het zondag en werd er niet gewerkt in de fabriek, maar ondanks dat was het toch wel erg leuk om te zien hoe een gitaar in elkaar wordt gezet. Gibson produceert goedkope, maar vooral heel veel dure gitaren. In de fabriek in Memphis worden alleen elektrische gitaren gebouwd, net als in Nashville. In Bozeman worden alle akoestische gitaren van Gibson gebouwd. Elke gitaar uit Memphis wordt op dezelfde wijze gemaakt. De prijs hangt af van het type, het aantal dat ervan gemaakt is, hoe populair een gitaar is en hoe lang de wachttijd voor dat model is. Als je een Gibson koopt heb je gegarandeerd een gitaar met een goede kwaliteit.  We zagen hoe elk deel van de gitaar werd gemaakt. Er gebeurt wel wat met machines, maar er komt ook veel handwerk bij kijken.

  In de fabriek in Atlanta worden er per dag zo'n 50 gitaren afgemaakt. Men doet er ongeveer 3 weken over om een Gibson te maken. De frets werden allemaal met de hand geschuurd. Dat was het meest tijdrovende werk bij het vervaardigen van een gitaar en voor dat werk worden in het weekend extra shifts gedraaid. Hier konden we dus zien hoe iemand fret voor fret schuurde. Pas aan het eind van het proces komen de snaren aan de gitaar en de bedrading. Pas dan kon men de gitaar testen. Gelukkig blijkt minder dan 4% van alle gitaren niet goed te zijn en die gaan dan helaas door de vernietiger.

Sinds 1903 krijgen Gibson gitaren een serienummer. Tegenwoordig bestaat zo'n serienummer uit 8 nummers. YDDDYPPP Het jaartal staat op plaats 1 en 4. Op plaats 2, 3 en 4 staat een driecijferig nummer, met dat nummer wordt aangegeven  de hoeveelste dag het van dat jaar is. Dat nummer kan dus tot 366 oplopen. De laatste drie nummers zijn om aan te geven in welke fabriek de gitaar gemaakt is en de hoeveelste gitaar het van die dag is. De gitaren die in Memphis worden gemaakt hebben nummer 7.

Na de rondleiding door de fabriek liepen wij naar Beale Street waar we in Silky O' Sullivan's een drankje aan de bar bestelden. Het was net 16:00 u. geweest en nog vrij rustig op Beale Street, maar toch was er al live muziek in de bekende bar. Het gebouw staat er al meer dan 100 jaar en was vroeger een saloon, die dag en nacht open was en waar men gokte, dronk en naar muziek luisterde. We wandelden nog even binnen bij A Schwab. A. Schwab bestaat al sinds 1876 en is sinds 1911 gevestigd in dit gebouw. Het is een echte Winkel-van-Sinkel. Echt van alles en nog wat wordt er verkocht. Retro speelgoed, zeepjes, kleding, sausjes, boeken, snoep, wierook, elpees, posters etc. Het gebouw heeft twee verdiepingen. Op een kleine overloop tussen de verdiepingen staan oude machines en oude spulletjes. Machines die in de winkel zijn gebruikt en andere leuke spullen uit de geschiedenis van Beale Street. De winkel is sinds 2011 niet meer van de familie Schwab. Je proeft in de winkel echt de sfeer van vroeger. We wandelden nog even naar het standbeeld van Elvis en sloten de dag daarna af met een drankje in BB Kings, waar we genoten van heerlijke blues.

   

 

Vicksburg Military Park

Na ons bezoek aan Memphis reden we naar het historische Natchez. We zouden ons vandaag alweer onderdompelen in de geschiedenis, maar dit keer niet de geschiedenis van de muziek. We hoefden maar een paar uurtjes rijden, maar vertrokken toch vroeg, omdat we onderweg en in Natchez veel wilden zien. Vanaf Jackson reden we een stukje over de historische Natchez Trace Parkway, die van Natchez naar Nashville loopt. Heel lang geleden was dit pad een belangrijke reisroute van de Chickasaw en Choctaw Indianen. Later werd het gebruikt door de kolonisten om hun koopwaar over te vervoeren vanaf de Mississippi. Tegenwoordig is het pad geasfalteerd en is het een mooie rustige toeristische route. We hadden bij binnenkomst van de staat Mississippi bij het Visitor Center al wat informatieboekjes gehaald, maar we stopten ook nog even bij het Visitor Center aan de Natchez Trace Parkway, omdat we dachten daar nog wat extra informatie over de historische route te kunnen krijgen. Het Visitor Center daar werd bekostigd door de gemeenschap en niet door de overheid. De mensen die er werkten deden dat vrijwillig. Toen wij er kwamen zat er een heel vriendelijk gepensioneerd echtpaar. Ze gaven ons een heleboel informatie, vonden het heerlijk dat er buitenlanders kwamen en dat ze hun verhaal kwijt konden. Toen ze hoorden dat we ook naar New Orleans gingen kregen we zelfs nog allerlei tips voor New Orleans mee. Hierna zagen we vanuit het gebouw langs de bosrand reeën lopen. Wij namen afscheid van het vriendelijke echtpaar en namen buiten snel een paar fotootjes van de reeën.

Daarna vervolgden we onze weg richting Vicksburg. Hoewel het stadje Vicksburg als je erover leest een mooi stadje lijkt te zijn, kwamen wij hier voor het Vicksburg Military Park. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog werd hier in mei en juni 1863 een heel belangrijke veldslag uitgevochten. De noordelijke Union Troops van generaal Grant cirkelden om het plaatsje Vicksburg heen om de Confederates Troops van generaal Pemberton vanuit het zuiden aan te vallen, vanwege hun sterke positie aan de rivier de Mississippi. De Confederates bleken sterker te zijn dan gedacht en bij deze eerste slag verloor Grant veel van zijn mannen. De Union Troops moesten zich terugtrekken en er volgde een loopgraven strijd, waarbij de linies van beide partijen soms maar een paar meter van elkaar lagen. Uiteindelijk besloten de Union Troops de Confederates in Vicksburg uit te hongeren.  

Ook de mensen uit het stadje hadden daar flink onder te lijden. Zij moesten schuilen voor de kogels en groeven zich in de heuvels in. In deze holen bleven zij een aantal weken wonen en schuilen totdat de veldslag voorbij was. De steeds zwakker wordende Confederates moesten zich, na meer dan 40 dagen, uiteindelijk overgeven en dit deden ze op 4 juli 1863, Onafhankelijkheidsdag, wat het leed voor de Confederates nog net een beetje schrijnender maakte. Met deze slag en de slag bij Gettysbury die door de Confederates verloren werd, was het Confederates leger bijna gehalveerd en heel erg zwak geworden. Het einde van de Burgeroorlog (Civil War) die door de Union Troops gewonnen werd kwam hierdoor in zicht, al liet het daadwerkelijke einde nog wel even op zich wachten. Na een oorlog die vier jaar duurde, met als inzet het afsplitsen van de Zuidelijke staten van de Union en behoud van de slavernij of het behoud van de Union en de afschaffing van de slavernij, gaf de Confederates generaal Lee op 9 april 1865 over. Hiermee kwam er een einde aan de slavernij in Amerika. In Vicksburg werden de slaven door de Union Troops vrijgelaten en zij kregen baantjes op plantages. Vicksburg werd later een voorbeeld voor de wederopbouw na de burgeroorlog. In Vicksburg vocht er ook een van de eerste artillerieën zwarte Amerikanen mee. Je vindt in het park een standbeeld ter ere van deze artillerie.

  Toen wij aankwamen bij het Visitor Center waren ze buiten net bezig met de voorbereidingen om een kanon af te schieten. Mannen in oude legerkleding van de Confederates lieten zien hoe dit vroeger in zijn werk ging. Er werd precies bij verteld wat er gebeurde. Uiteindelijk werd het kanon met een enorme knal afgevuurd. Hierna gingen we in het Visitor Center een film kijken over The Battle of Vicksburg. In het winkeltje kocht ik twee boeken, waaronder het wereldberoemde boek Uncle Tom's Cabin, van Harriet Beecher Stowe. Ook kochten we een cd, die je in auto af kon spelen terwijl je de route reed langs de oude battlefields. Een stem op de cd vertelde je precies waar je was, wat er zich tijdens de veldslag had afgespeeld en wanneer je verder moest rijden.

Met de auto reden we daarna de route langs de oude linies van beide troepen. In het veld stonden gedenktekens en oude kanonnen opgesteld. Met rode (Confederates) en blauwe (Union) bordjes werden de linies van beide legers aangegeven. Je kon bijna alles goed zien vanaf de weg, maar je kon ook steeds je auto aan de kant zetten en alles van dichtbij bekijken. Wij stopten op de plaatsen die wij interessant vonden en aan het begin van de route stopten we wat vaker dan aan het einde. Je zag dat het heuvelachtige landschap vol kuilen zat. Het zag er erg vreemd uit. Ik nam aan dat het landschap door de vele kanonskogels dit uiterlijk had gekregen, maar ik weet dit niet zeker. Voor het eerst hadden wij last van de hitte. Het was boven de 35 graden. Langs de route vind je monumenten van de verschillende staten die meevochten. Bij het Illinois monument, het grootste monument, dat lijkt op een Griekse tempel, stopten we even. Naast het Illinois monument staat het Shirley House. Dit huis is nog overgebleven uit die tijd. Tijdens de veldslag werd het door de 45e Illinois Infanterie als hoofdkwartier gebruikt. Deze infanterie bouwde honderden schuilplaatsen tegen de bombardementen. Na de oorlog werd het gerestaureerd.

 

 

Een andere stop die we maakten was bij de Vicksburg National Cemetery, hier liggen 17000 Union soldaten begraven, waarvan er 13000 nooit geïdentificeerd zijn. Ook liggen hier soldaten uit de oorlog met Spanje en de Ie en IIe wereldoorlog begraven. Het schip de Cairo ligt naast de begraafplaats. Dit was het eerste schip wat ooit door een mijn werd opgeblazen. Veel spullen uit het schip zijn bewaard gebleven na het bergen van het schip en die spullen kun je daar allemaal zien in het U.S.S. Cairo Museum. Het laatste deel van de route reden we wat vlotter door en daarna reden we door naar Natchez, waar we zouden overnachten.

Natchez

Natchez is het eerste stadje dat gevestigd werd aan de Mississippi en ook de eerste hoofdstad van de staat. Door de  vruchtbare grond kon er erg veel katoen worden verbouwd en door de slavernij konden de plantages groter en groter worden. In 1860 waren er 340 plantagehouders, die elk meer dan 250 slaven hielden. Natchez kent een hele rijke geschiedenis en je vindt in dit kleine stadje erg veel mooie antebellem huizen. In gratis informatieboekjes worden de meest mooie gebouwen in het stadje aangegeven. Wij vonden in zo'n boekje een mooie route die wij 's avonds na aankomst nog met de auto reden.

 

 

 
  Magnolia Hall  

Stanton Hall

 

We hadden niet de tijd om de huizen van binnen te bezichtigen. Bij een aantal huizen is dat mogelijk, in de meeste huizen worden overdag rondleidingen gegeven, een aantal zijn nu ingericht als hotel/inn. Wij reden langs de huizen, bekeken de huizen van de buitenkant en namen er mooie foto's van.  De dag erna zouden we wel een aantal oude plantagehuizen van binnen bekijken. Onze eerste stop was bij de Magnolia Hall, gebouwd in 1858 in de Greek Revival stijl. Het is de laatste mansion die voor de burgeroorlog werd gebouwd. Stanton Hall werd in 1857 in dezelfde Greek Revival stijl gebouwd voor de rijke plantagehouder Frederick Stanton. Hierna reden we door naar de Dunleith Historic Inn. Dit gebouw werd in 1856 op de plek gebouwd waar eerder een ander mooi huis stond, maar wat door een blikseminslag verwoest werd. Het is het enige gebouw in Natchez wat compleet omcirkeld is door enorme zuilen. De familie Dahlgren liet het bouwen als tweede huis, naast een plantagehuis hadden ze nu ook een huis ín de stad. Van Dunleith reden we naar Auburn. Auburn werd al in 1812 gebouwd en de stijl van dit huis werd veel gebruikt bij het bouwen van latere huizen. Auburn werd gebouwd voor een rijke bankier.

 

 

 

Dunleith   Auburn   Monmouth   Linden

We reden door naar Monmouth Plantation (1818), wat gebouwd werd voor generaal John A. Quitman, die faam verwierf in de oorlog met Mexico en gouverneur was geweest van Mississippi. In het huis staan nog veel van de oude Quitman meubels. Het huis is nu een hotel. Linden werd gebouwd in 1790 en in 1818 werd er een vleugel bijgebouwd. Het is een van de oudste antebellem huizen in Natchez en is al decennia lang een bed & breakfast. De voordeur stond model voor de voordeur van Tara's huis in de film Gone with the Wind. Met Linden was er een einde gekomen aan onze route langs de antebellem huizen. Er zijn nog veel meer mooie antebellem huizen in het stadje, die we best allemaal hadden willen bezoeken, maar het was inmiddels bijna donker en het werd tijd om te gaan eten. In Amerika kun je in bijna elk stadje wel een sushi restaurant vinden en als sushi liefhebbers hebben we daar vaak gebruik van gemaakt. We haalden deze avond sushi en aten dat heerlijk op de hotelkamer op.

Upper and Lower Mississippi Plantations

Op de route van Natchez naar New Orleans lagen een heleboel mooie plantagehuizen. Deze plantagehuizen zijn opgedeeld in de Upper en Lower Mississippi Plantations. Er liggen veel plantagehuizen die je kunt bezichtigen, maar nog veel meer die je niet kunt bezichtigen. Veel oude plantagehuizen zijn in privébezit. Wij hadden een selectie gemaakt uit de vele plantagehuizen die te bezichtigen vielen en wilden er op deze dag zoveel mogelijk bezoeken. We besloten vroeg te vertrekken zodat we de dag volledig konden benutten. Het eerste plantagehuis wat wij wilden bezoeken was Greenwood. Dit huis is bekend van de miniserie North & South als het huis Resolute van Justin en Madeline LaMotte. Voor vertrek had ik de serie nog gezien en het huis was heel herkenbaar uit de serie. Wij kwamen er rond openingstijd aan en het was er heel erg rustig. We reden, voordat we bij het plantagehuis kwamen langs een veldje met oude landbouwwerktuigen en een oude hut. Hier stopten we even om mooie foto's te nemen.

  Ook namen we foto's van de prachtige, meer dan 150 jaar oude, grote eiken met Spaans mos (tillandsia). Het gaat hier niet om de eikensoort die wij kennen, maar om de eikensoort Quercus Virginiana, die in het Engels "Live Oak" genoemd wordt. Deze soort komt vooral voor in het zuidoosten van Amerika. Het zijn grote bomen met dikke stammen en een brede kruin. Deze eiken werden heel vaak langs de oprijlaan van de plantagehuizen neergezet en dat geeft een heel karakteristiek beeld. Hier kon je nog wel zien waar vroeger de oprijlaan moet zijn geweest, maar wij reden met de auto over een nieuwe oprijlaan naar de zijkant van het huis.
We liepen aan de achterkant het huis binnen en liepen door de hal, maar we zagen niemand en wisten ook niet waar we moesten betalen. Het was ook nog maar net 9:00u. geweest. Wij liepen aan de voorkant het huis maar weer uit en wandelden eerst even door de mooie tuin en namen foto's van het huis. Mede door de serie North & South kon ik me een goede voorstelling maken van hoe het vroeger op deze plantage moest zijn geweest. Greenwoud is een prachtig wit gebouw met grote zuilen rondom en is gebouwd in de Greek Revival stijl. Nadat we vanuit de tuin mooie foto's hadden genomen, gingen we weer naar binnen en nu werden we verwelkomd door een vriendin van de familie die eigenaar is van de plantage.  

Deze familie woont daadwerkelijk in dit huis, op de eerste en tweede verdieping en vaak geven zij zelf rondleidingen en de informatie over hun huis, maar wanneer zij zelf verhinderd zijn vragen zij deze vrouw om de honneurs waar te nemen. We werden hartelijk welkom geheten en werden meegenomen naar een mooie kamer die in oude stijl was ingericht. Of we genoten hadden van de mooie tuin en of we mooie foto's hadden kunnen nemen? We konden vragen wat we wilden over Greenwood en ondertussen vertelde ze heel veel. Greenwood is nu in het bezit van de familie Barnes, maar het werd in 1830 gebouwd door William Barrow. Barrow, 20 jaar oud, bouwde het huis voor zijn kersverse vrouw, die pas 16 was. De mooie vijver die we buiten hadden gezien, bleek gegraven te zijn door slaven, die grondstoffen voor het bouwen van het huis uit de grond haalden. Barrow verbouwde eerst katoen en later (1850) kocht Barrow er land bij en verbouwde hij vooral suikerriet. Zijn plantage werd toen wel 12000 acres groot en er werkten ongeveer 750 slaven. Barrow was in de aanloop naar de Amerikaanse Burgeroorlog een groot voorstander en voorvechter van Secession (afscheiding van de Zuidelijke Staten van de Union). Barrow werd daardoor tijdens de oorlog een doelwit van de Union-soldaten en in 1862 stierf hij.

  Na de oorlog moesten de Barrows de plantage verkopen en er volgde een periode van verschillende eigenaren die allemaal maar kort eigenaar van Greenwood bleven, totdat de plantage in het bezit kwam van het kersverse echtpaar Percy in 1915. Zij kwamen uit een grote familie uit de buurt, die het werk op de plantage met hen over nam. Het echtpaar Percy ging in het mooie huis wonen. Zij openden in 1940 voor het eerst hun deuren voor publiek, totdat op 1 augustus 1960 de bliksem insloeg waarna een brand het huis met de grond gelijk maakte. Alleen de 48 grote zuilen stonden na de brand nog overeind. De familie Barrow bleef na de verkoop van de plantage in de buurt wonen en de Barrows wonen nog steeds in twee huizen in de buurt van Greenwood.
In 1968 kocht Walton Barnes het huis en 300 acres. Samen met zijn zoon Richard bouwde hij het huis weer op zoals het geweest was. Zij deden jaren onderzoek naar de geschiedenis van het huis en bestudeerden vele foto's, zodat zij het huis exact in de oude stijl na konden bouwen. In november 1984 voltooiden zij hun werk. Een Frans-Canadese filmmaker wilde Greenwood gebruiken voor zijn film Louisiana. Tijdens het filmen werd door de filmmakers de tuin rondom Greenwood in orde gemaakt. Verder werden hier ook nog opnamen gemaakt voor Drango en Sister, Sister en zoals eerder vernoemd voor North & South. In 2011 werd er gefilmd voor GI Joe Retaliation, deze filmmakers lieten delen van het huis opnieuw behangen. Deze film draaide een aantal weken voordat wij op reis gingen in de Nederlandse bioscopen.  

De familie haalt verder nog inkomsten uit het houden van vee, de verkoop van hooi, kleinschalige walnoot productie, bruiloften en toerisme. De plantage is nu 5000 acres groot. Het huis is 70 feet breed en 70 feet lang werd ons verteld en Ricky Barnes en zijn vrouw wonen op de tweede verdieping die kleiner is, maar ook perfect vierkant. Ricky, nu 62, en zijn vrouw kregen twee kinderen, een zoon en een dochter. De dochter is onlangs weer thuis komen wonen, om het werk op de plantage en de zaken rondom het huis van haar vader over te nemen Zij woont in een kamer op de eerste verdieping. Nadat wij foto's hadden gezien van hoe het huis er door de jaren heen uit had gezien, voor, tijdens en na de brand mochten wij zelfstandig door het huis lopen.

 

 

De kamers zijn ingericht met meubels die niet echt oud zijn, maar wel in oude stijl, zodat er gewoon gebruik van kan worden gemaakt, door de familie en hun gasten.Er staan slechts een paar meubels die echt antiek zijn en die zijn afgezet met elegante linten. In het huis is geen keuken. De keuken is gevestigd in een gebouwtje achter het huis. Van oudsher is dit het geval geweest. Beneden waren zitkamers en een eetkamer en op de eerste verdieping waren de slaapkamers. Ook de kamer waar Madeline door Justin in opgesloten werd in de serie North & South konden we binnen lopen en in alle rust bekijken. Toen we alles hadden gezien vroegen we nog hoeveel mensen er zo gemiddeld op een dag kwamen. Op een doordeweekse dag kwamen er tussen de 3 en 5 groepjes mensen per dag. In het weekend kwamen er wel wat meer mensen, maar er kwamen hier dus geen busladingen vol toeristen, terwijl dat bij Oak Alley en Laura Plantation wel het geval was.

  Na dit bijzondere bezoek aan Greenwood reden wij door naar de Nottoway Plantation. De rondleiding door het huis was net vertrokken en zou pas na een uur weer opnieuw vertrekken, het was niet mogelijk om nog bij de rondleiding die net vertrokken was aan te sluiten en wij besloten dan maar een kaartje voor alleen de tuinen te kopen. Zo konden we het mooie huis toch van dichtbij bekijken en er mooie foto's van maken en konden we ook nog een klein museumpje bekijken over de historie van het huis. De Nottoway plantage was in 1859 in opdracht van John Hampden Randolph gebouwd. Hij was een rijke suikerriet verbouwer en hij woonde er met zijn vrouw Emily en 11 kinderen. Het is het grootste huis aan de Mississippi. Het huis werd wel "The White Castle" genoemd.

Het huis is erg mooi, heeft 64 kamers en een grote balzaal en lijkt inderdaad wel een beetje op een kasteel. Het is deels in de Greek Revival stijl gebouwd en deels in de Italianate stijl. Het was een heel ander huis dan de Greenwood plantage. Randolph was begonnen als katoen verbouwer, maar ging later over op suikerriet, waarmee hij veel winst maakte. Hij wilde toen het mooiste huis aan de Mississippi laten bouwen. Toen Nottoway af was liet hij de bouwtekeningen verbranden, zodat niemand zijn bijzondere huis na kon bouwen. Het hout voor Nottoway kwam uit de moerassen rond Randolphs oude huis Forrest Home. Het hout van de cypressen moest 6 jaar onder water in het moeras harden. Daarna moesten slaven deze zware stukken hout meerdere miles over de plantage slepen naar de plek waar Nottoway gebouwd werd. Daar werden er door de slaven planken van gezaagd en werden de planken gedroogd. Zo werd Nottoway gebouwd van zeer duurzaam hout. Randolph hield de nieuwste ontwikkelingen op de voet bij. Hij was heel modern en maakte gebruik van de nieuwste technologieën. In Nottoway waren al toiletten die men door kon spoelen en waren badkamers met koud en warm stromend water.

Tijdens de burgeroorlog vertrok Randolph naar Texas waar hij beter zijn gewassen kon verbouwen en vervoeren. De Randolphs wilden Nottoway niet onbeheerd achterlaten en dus bleven Emily en de jongste kinderen er wonen. Tijdens de burgeroorlog werd het huis bezet door beide troepen, maar slechts 1 zuil werd verwoest en de rest van het huis bleef geheel intact. Na de burgeroorlog kreeg Randolph de mogelijkheid om zijn slaven voor veel geld te verkopen aan een plantagehouder in Cuba, waar slavernij nog niet verboden was, maar Randolph legde zich neer bij de uitkomst van de oorlog en liet zijn slaven vrij. Van al zijn slaven kozen 53 slaven ervoor om op de plantage te blijven, maar nu kregen zij loon voor het werk. Randolph stierf in 1883.  

6 Jaar later verkocht zijn vrouw Nottoway en verdeelde de opbrengst onder haar 9 nog levende kinderen. In de tuin liggen een aantal Randolphs begraven. Zij werden hier oorspronkelijk niet begraven, maar werden hier later naartoe verhuisd. Na de Randolphs was het huis in het bezit van de familie Owen. De familie Owen hield het tot 1980 in haar bezit. De familie Dease die daarna eigenaar was maakte van het huis een bed & breakfast en stelde het open voor publiek. Sinds 1985 is het huis het bezit van de Australische Sir Paul Ramsay.

De derde plantage die wij bezochten was Oak Alley Plantation. Oak Alley dankt haar naam aan de enorme eiken die langs de lange oprijlaan groeien. De oprijlaan liep vroeger recht van de Mississippi naar het huis. Nu zitten er een dijk en een weg tussen. Vanaf de veranda van het huis kun je de Mississippi nog zien. Er staan 28 Live Oaks, die 300 jaar oud zijn en vroeg in de 18e eeuw zijn geplant. Men weet niet wie deze bomen heeft geplant. Ze staan in twee rechte rijen tegenover elkaar met 80 feet ertussen. De laan is ongeveer 400 meter lang. Aan de achterkant van het huis staan ook een aantal Live Oaks. Deze zijn geplant door de Romans rond 1830 en de Stewarts rond 1930.

  Jacques Telesphore Roman, getrouwd met de 16 jaar jongere Celine Pilie, ruilde na de dood van zijn moeder, haar plantage tegen een lap grond aan de Mississippi. Deze lap grond, die "sectie 7" werd genoemd was in het bezit van zijn oom Valcour, die al op de plantage van zijn moeder woonde.  Er ontstond een familieruzie rond de slaven van moeder Roman. De ene dochter dacht dat haar moeder niet wilde dat haar slaven uit elkaar zouden worden gehaald, of zouden worden verkocht. De andere dochter wilde de slaven verkopen, omdat er niks over de slaven in hun moeders testament stond. JT Roman kocht bijna alle slaven op een veiling en nam de meeste van haar slaven mee naar zijn nieuwe plantage, waarmee hij zijn beide zusters tevreden maakte.

JT Roman liet een huis in de Greek Revival stijl bouwen aan het einde van een laan met eikenbomen, die al op het land was aangelegd. de bouw van het huis duurde drie jaren en het huis werd bijna geheel gebouwd door slaven. JT Roman stierf in 1848 aan tuberculose, ook hij liet in zijn testament weten dat hij niet wilde dat zijn slaven verkocht werden. Zijn broer nam de leiding over de plantage over. JT Roman liet het huis aan zijn vrouw, zoon Henri en dochter Octavie, maar Henri nam in 1859 het deel van zijn moeder en zus over en werd de eigenaar van Oak Alley. Henri woonde op Oak Alley met zijn vrouw Therese Bouligny, totdat hij in het leger ging tijdens de burgeroorlog. In 1862, nog tijdens de oorlog, keerde hij weer terug op Oak Alley. Na de oorlog gingen de zaken op de plantage niet zo goed meer. Veel slaven waren als vrije slaven weggegaan en Henri had nog maar een paar slaven over, die nu betaald moesten worden. Henri gaf Oak Alley op en gaf het weer terug aan de familie. Twee dagen daarna stierf zijn moeder Celine, in mei 1866. Zij kende de laatste jaren van haar leven een sober leven, vergeleken met de rijkdom die zij haar hele leven had gekend stierf zij arm.

De familie Roman kon de lasten van Oak Alley Plantation niet meer opbrengen en werd Oak Alley verkocht. In 1882, 1905, 1911, 1917, 1924, 1925, kwamen er steeds nieuwe eigenaren. In 1925 kocht Andrew Stewart Oak Alley voor zijn vrouw Josephine. De Stewarts waren de laatste bewoners van Oak Alley. Josephine hield van het huis. Zij lieten het huis restaureren. Het was het eerste Antebellem huis dat werd gerestaureerd aan de River Road. In 1946 stierf Andrew. Josephine bleef nog 26 jaar in haar eentje op Oak Alley wonen. Haar kamer, de lavender room, is de enige kamer die niet in oude stijl is teruggebracht. Josephine richtte op 3 oktober 1972, vlak voor haar dood, een stichting op die ervoor moest zorgen dat Oak Alley ook na haar dood bewaard zou blijven en open zou gaan voor publiek. Nog diezelfde maand stierf Josephine op Oak Alley en zij ligt daar naast haar man begraven. Alle klokken op Oak Alley zijn stilgezet op 7:30 u. Het tijdstip waarop zij stierf. In 1978 kreeg Oak Alley de status van National Historic Landmark.  

In de achtertuin van het grote huis staan nagebouwde slavenhutten. Je kon hier zien hoe de slaven vroeger geleefd moeten hebben. Op bijna elke plantage was ook een hospitaal voor de slaven. Niet dat alle slavenhouders zo menslievend waren, maar een gezonde slaaf bracht meer geld op dan een zieke. Er werd dus goed op de slaven gepast wanneer zij ziek waren en er werd ook veel aan gedaan om ziekte te voorkomen. De slavenhutten op deze plantage stonden verbazingwekkend dicht bij het grote huis. Meestal stonden de slavenhutten verder van het huis. Wanneer er een nieuwe rondleiding door het huis begint luidt men de bel. Deze bel werd sinds 1848 gebruikt als een communicatiesysteem om het leven op de plantage te leiden. Met verschillende belsignalen werd aangegeven wanneer het tijd voor de slaven was om op te staan, om te ontbijten, om te gaan werken, om te lunchen etc.

     

Slaven hadden verschillende afkomsten, je had de African Negros/Negresses, geboren in de oude wereld, de American Negros/Negresses, geboren in de nieuwe wereld, de Creole Negros/Negresses, geboren in West-Indië uit Afrikaanse ouders en Mulatto's, van een Afrikaanse en een blanke ouder. In 1948, in de tijd van de Romans, kostte een mannelijke, jonge, hard werkende slaaf net iets meer dan $1000. Oudere slaven kostten aanzienlijk minder en ook vrouwen kostten niet zoveel als mannen. Oudere slaven kostten rond de $100. Kinderen vanaf een jaar of tien leverden al aardig wat geld op, zo'n $500. Gezonden mannen en vrouwen kostten tussen de $500 en $1000 dollar, afhankelijk van hun capaciteiten. Op de plantage hangt een bord met alle namen, afkomst en prijs van de 131 huisslaven en veldslaven die de Romans in 1848 in hun bezit hadden.

Toen de bel ging sloten wij ons aan bij de rondleiding. De mensen die de rondleidingen door het huis geven zijn allemaal gekleed in traditionele kledij. De inrichting is teruggebracht naar de stijl van voor de burgeroorlog, alleen de kamer van Josephine Stewart dus niet. Boven de eettafel hing een traditionele punka. Dit is een enorme waaier die boven de eettafel hangt en die tijdens het eten in beweging moest worden gehouden door huisslaven. Het was een lastig karweitje, want de punka moest verkoeling geven, maar de kaarsen die op de tafel brandden mochten niet uit gaan.

Ook dit huis is vaak decor geweest in een film of tv serie. Er zijn onder meer opnamen gemaakt voor The long hot summer (met Don Johnson en Sybill Shephard), Days of our lives, The young and the restless, Interview with a Vampire (met Tom Cruise en Brad Pitt), Primary Colors (met John Travolta en Larry Hackman), Beyonce's clip van Déjà Vu en de verfilming van het boek van mijn favoriete schrijfster Nora Roberts, Midnight Bayou.

Rondom het huis liggen de tuinen, waaronder de tuin van Josephine Stewart. Er staat ook een oud gebouwtje, wat vroeger waarschijnlijk als keuken diende, maar wat de Stewarts gebruikten als garage. Er staan nu nog twee oude auto's in. Er zijn nog meer gebouwen, maar die zijn wij niet gaan bekijken. Wij wilden nog een bezoek brengen aan de Laura Plantage en reden dus weer verder. Net naast Oak Alley ligt de Joseph Plantation, waar de dochter van Valcour Aimé en JT Romans zuster Josephine woonde.

Het was maar een klein stukje rijden naar de Laura Plantation. Deze plantage wordt net als Oak Alley veel bezocht als dag tour vanuit New Orleans. Bij de Laura Plantation aangekomen bleek er net een tour die 75 minuten duurde te zijn vertrokken, of we nog met die tour mee wilden. Dat wilden wij wel. Op weg naar de tourgroup werden wij in het kort nog even bijgepraat over het eerste kleine stukje van de tour en net op het moment dat de groep het huis binnen ging sloten wij aan. 

  De Laura Plantation was een Creoolse plantage. Creolen waren mensen die geboren waren in de Nieuwe Wereld uit Franse of Spaanse kolonisten. De Creoolse cultuur was anders. Daar was het heel gewoon dat een dochter de leiding over de plantage op zich nam, als de dochter het slimste kind was. Het slimste kind werd geacht de plantage over te nemen. In 1804 kocht Guillaume Duparc, een Franse marine veteraan het land aan de Mississippi. Hij liet er een huis op bouwen. De bouw ervan duurde 11 maanden en werd gedaan door slaven, die waarschijnlijk uit Senegal afkomstig waren. Het huis stond op zuilen, hoog boven de grond. Aan de Mississippi was toen al een dijk gebouwd om een overstroming te voorkomen.

Duparc overleed in 1808. Tijdens de hoogtij dagen van de plantage was de plantage ongeveer 12000 acres groot. In 1850 werkten er 175 slaven op de plantage. Er stonden 69 slaven cabins achter het grote huis. Het huis was niet het woonhuis van de familie Duparc/Locoul. De familie woonde eigenlijk in New Orleans. Het huis op de plantage diende voornamelijk als kantoor. Natuurlijk sliepen de familieleden er van tijd tot tijd, maar zij reisden veel heen en weer tussen de plantage en hun huis in New Orleans. In de wintermaanden woonden ze alleen in New Orleans, er was dan geen werk op de plantage te doen. Het huis heeft een opvallende okergele kleur. Deze kleur had het vroeger al. De kleuren okergeel, rood, groen, mauve en grijs werden over de hele plantage gebruikt. Oker was voor gebouwen waarin geslapen werd, rood voor gebouwen met dieren, groen waar geld en goederen werden opgeslagen, grijs voor pakhuizen en mauve voor gebouwen waar werk werd gedaan wat niet rechtstreeks met de verwerking van suikerriet te maken had. Na Guillaume Duparc runde zijn dochter Elisabeth de plantage samen met haar man Raymond Locoul. In 1861 werd hun kleindochter Laura geboren. Laura schreef in 1936 haar memoires over het leven op de plantage, Memoires of the Old Plantation Home. Hierin komen veel verhalen van anderen aan bod, maar ook haar eigen herinneringen aan haar tijd op de plantage. Zij moest de leiding over de plantage al jong op zich nemen terwijl ze dat niet wilde. Toch heeft ze zich van haar taak gekweten, totdat ze de plantage in 1891 verkocht aan de familie Waguespack, die tot 1984 op de plantage woonden. In een clausule stond dat de plantage Laura moest blijven heten. Laura werd geboren tijdens de burgeroorlog, maakte de afschaffing van de slavernij en twee wereldoorlogen mee. Ze stierf in 1963. 102 Jaar oud.  Haar manuscript werd pas kort geleden gevonden in St. Louis, Missouri en werd in 2000 voor het eerst uitgegeven.

Op internet had ik gelezen dat dit een van de beste tours was die er in plantagehuizen werd gegeven. Wij hadden een gids die hier nog niet zo lang werkte en erg snel sprak. Wij hadden moeite hem te volgen en als we ondertussen ook nog wat foto's wilden nemen, dan misten we hele delen van het verhaal. Later bleek dat zelfs de Amerikanen bij ons in de groep hem niet konden volgen, zij vroegen hem wat rustiger te spreken. Helaas hadden wij toen al een heel deel van de informatie gemist. Op de begane grond van het huis is een soort werkplaats en wijnkelder. Op de eerste verdieping waren de slaapkamers, de eetkamer en het kantoor. In een van de kamers staat een grote houten klok. Bij deze klok kon je aan het kleurverschil zien hoe hoog het water na de overstroming in New Orleans door de orkaan Katrina in 2005 had gestaan. De klok stond toen in het Locoul huis in New Orleans. De oude klok werd gered en snel naar de plantage gebracht waar deze nog staat.  

Tijdens Katrina was men op de plantage nog bezig met de restauratie van het huis na een brand in 2004, die de twee achtervleugels, die het huis een U-vorm hadden gegeven, compleet had verwoest. 80 Procent van het huis werd beschadigd oor de brand. Het huis werd gerestaureerd, maar de achtervleugels werden niet weer opgebouwd, waaronder de vleugel met de keuken. Achter het huis staat ook nog een apart keukengebouw. er staan in totaal nog 11 gebouwen op het terrein. Ook staan hier nog originele slavenhutten. Dat is bijzonder, want op de meeste plantages zijn deze hutten in de loop der tijd gesloopt. In deze hutten hebben arbeiders van de plantage nog tot 1977 gewoond, daarna mocht dat niet meer. Er werd elektriciteit in de hutten aangelegd en je ziet op de muur nog waar de stopcontacten hebben gezeten. Eerst waren de slavenhutten heel klein, slechts 1 ruimte. Na de burgeroorlog werd er aan elke hut een vleugel bijgebouwd, maar nog steeds waren ze heel klein. In elk gebouwtje was een dubbele hut, er woonden twee families elk in hun eigen deel, eerst met één kamer en na de burgeroorlog toen men betaald kreeg met twee ruimtes. Het is bijna niet voor te stellen dat hier bijna twee eeuwen lang mensen in hebben gewoond. Buiten is nog de traditionele bel, waarmee de communicatie over de plantage werd geregeld.

 

 

Op deze plantage (en andere plantages in de buurt) was het dat Alcée Fortier, een jonge buurman van Laura, in de 70er jaren van de 19e eeuw de vroegere slaven bezocht en in hun hutten luisterde naar hun volksverhalen. Hij schreef al deze verhalen die zij in het Frans aan elkaar vertelde op. De verhalen gingen over Compair Lapin en Compair Bouki, de ene het slimme konijn en de ander de stomme hyena. In 1884 werd een boek van hem uitgegeven, Louisiana Folktales. Een jaar later bracht een vriend van hem een Engelstalig boek uit met soortgelijke verhalen, The Tales of Uncle Remus, verteld door Senegalese voormalige slaven uit Georgia en de Carolina's. Sindsdien kennen de Engelstaligen Compair Lapin als Br'er Rabbit, die wij later leerden kennen als Broer Konijn. Zowel deze boeken als het boek van Laura Locoul Gore kun je voor kopen in de souvenirwinkel. Vroeger ging de tocht naar New Orleans per boot, stroomafwaarts duurde dat 2 uren, stroomopwaarts naar de plantage terug duurde de tocht 4 tot 6 uren. Onze rit naar New Orleans duurde iets meer dan een uur.

New Orleans

Ons hotel, de Olde Town Inn, lag in de wijk Marigny, een rustige, veilige wijk op loopafstand van The French Quarter. Het karakteristieke hotel is verdeeld over meerdere gebouwen in de straat. De kamer was sfeervol, maar krap en warm. Het fijnste was dat we zo vanuit het hotel naar het hart van de stad konden lopen en ons daarbij ook 's avonds compleet veilig voelden. Er werd ons ook verteld dat Marigny een van de veiligste wijken van de stad was.

Wij liepen nog dezelfde avond naar het centrum. Door de French Quarter, waar het ook 's avonds druk en gezellig was en over The French Market liepen we naar Jackson Square. Aan de kade keken we nog even naar de Steamboat Natchez, die na haar avondvaart aankwam. Daarna zochten we ergens een restaurant waar we Cajun food konden eten. De Cajuns waren van oorsprong Franse bannelingen uit het gebied Acadië in Canada (Nova Scotia) waar zij zich gesetteld hadden totdat zij door de Engelsen verbannen werden. Ze werden verbannen naar allerlei gebieden over de hele wereld, waaronder dus New Orleans, waar de Cajun gemeenschap nog steeds bestaat.

  We kozen voor een Cajun menu. Het diner begon met Gumbo, een stevige soep. Daarna kregen we een Cajun Platter, een mix van jambalaya, Cajun garnalen en rode bonen met rijst en daarnaast een spinazie a la crème, die ze koud opdienden. Jambalaya is rijst die gekookt is met groenten en vlees. Vaak op smaak gemaakt met tobasco saus. Ook kip of schaaldieren kunnen er in meegekookt zijn. Wij kwamen erachter dat de Cajun keuken voor ons veel te spicey was. Wij hebben een deel van het gerecht laten staan, maar waren wel blij dat we kennis hadden mogen maken met de Cajun keuken. Voor het toetje, Sundae Caramel met walnoten hadden we natuurlijk nog wel een plekje over.

De volgende ochtend gingen we vroeg op pad. Wij hadden nog slechts 1 dag over om de stad te verkennen en wilden deze dag goed besteden. We liepen eerst over de French Market waar we keken naar de prullaria die er verkocht werden.

Je ziet in de winkels veel maskers en feestspullen, deze worden hier verkocht vanwege het Mardi Grass festival dat hier elk jaar gehouden wordt en waar New Orleans bekend om staat. Het wordt gehouden op de dinsdag voor Aswoensdag. Op Mardi Grass (Vette Dinsdag) moest de wintervoorraad die overgebleven was worden opgegeten totdat men vet genoeg was om de vastenperiode tot de nieuwe oogst in de lente te overbruggen. In New Orleans is het uitgegroeid tot een groot feest wat een paar dagen duurt en waarbij men verkleed de straat op gaat en er parades zijn. Ook werpt men dan kettingen met gekleurde kralen de lucht in en naar elkaar. Het is het feest dat wij kennen onder de naam carnaval en het wordt jaarlijks in februari of maart gevierd.  Als je goed kijkt zie je in veel bomen ook in juli nog de kralenkettingen hangen. Er hangen soms wel honderden in één boom.  

  Om half twaalf zaten we weer aan de kade om de Steamboat Natchez te kunnen zien vertrekken, zodat wij er mooie foto's van konden maken. Die avond zouden wij zelf een dinnercruise maken met de Natchez. Hierna namen we de streetcar naar The Garden District waar veel mooie oude antebellem huizen stonden.  Voor $3,- koop je een dagpas voor de streetcar en kun je heerlijk relaxed reizen. Op de rit naar The Garden District zie je al een heleboel mooie huizen. In The Garden District bezochten wij eerst Lafayette Cemetery, die in 1833 opgericht werd in The City of Lafayette, toen nog geen onderdeel van New Orleans, op de plek waar daarvoor de Livaudais plantage lag. Hier staan veel grote graftombes.
Heel veel mensen werden hier begraven, soms velen tegelijk in één graf wanneer er een uitbraak van gele koorts was. Lijken werden dan soms gewoon voor de hekken van de begraafplaats neergelegd. Ook gevallen soldaten uit de Amerikaanse burgeroorlog liggen hier. Er worden hier in New Orleans ook Cemetery-tours gegeven langs de verschillende begraafplaatsen in New Orleans en dan krijg je wellicht meer over de geschiedenis en de verschillende graven te horen, maar wij waren hier, nadat wij de sfeer hadden geproefd snel uitgekeken. We liepen langs de mooie huizen in het blok en namen daarna de streetcar weer terug naar Bourbon Street. Op Bourbon Street aten we heerlijke oesters bij een heel goed seafood restaurant. New Orleans staat bekend om lekker eten.  

Niet alleen de Cajun en Creoolse keuken, maar ook om de seafood en andere gerechten. Wie van lekker eten houdt kan echt genieten in New Orleans, dat hoorden we echt overal. "Het eten in New Orleans is fantastisch." Ik kan hier niet echt een oordeel over vellen, maar het seafood in dit restaurant was in elk geval erg lekker. Zelfs in de meest luxe en dure restaurants gaat de bediening vlot in Amerika. Waar we in Nederland gewend zijn wat langer te tafelen als we uit eten zijn wordt hier je bord zodra je het leeg hebt opgehaald en krijg je vlot daarna je volgende gang of de rekening. Wie van opschieten houdt is in Amerika aan het juiste adres.

Na de lunch liepen we verder over Bourbon Street, langs de mooie oude huizen met gietijzeren balkonnetjes. Dit is ook het uitgaanscentrum van de stad. Er zijn veel restaurants, bars en clubs in deze straat. New Orleans is een van de weinige plaatsen in Amerika waar je met alcohol over straat mag lopen. Het is gek om in zulke mooie oude panden stripclubs gevestigd te zien, maar ondanks de clubs en bars kun je je toch nog wel voorstellen hoe het moet zijn geweest toen er nog rijtuigen door de straten reden met heren in kostuums en dames in korsetten en hoepeljurken. Het oude centrum, The French Quarter, is werkelijk waar schitterend. Er staan zoveel mooie gebouwen. Aan beide flanken van Jackson Square staan de Pontalba Buildings. Twee dezelfde gebouwen, die symmetrisch zijn en in de oude Parijse stijl laten bouwen door barones Pontalba in de veertiger jaren van de 19e eeuw. De gebouwen lopen geheel langs het plein met aan de noordzijde de St. Louis kathedraal die we ook bezochten.

   

   

Op het plein staat een standbeeld van oude generaal en president Andrew Jackson naar wie de oorspronkelijke Place d'Armes in 1815 werd genoemd. Op dit plein werden tot 1815 ongehoorzame of weggelopen slaven geëxecuteerd. Tegenover de kathedraal, aan de andere kant van het plein, staan rijtuigjes met paarden te wachten op toeristen die wel een ritje terug in de tijd willen maken. Aan het eind van de middag en 's avonds zijn er straatartiesten aanwezig en zitten er mensen die tarotkaarten voor je kunnen leggen. Dit deel van de stad is gelukkig gespaard gebleven door orkaan Katrina. We dronken nog even ergens een koud drankje, want het was de laatste dagen toch wel erg warm. Er stond ons nu alleen nog de dinnercruise met de Steamboat Natchez te wachten. Wanneer wij nog een extra dag zouden hebben gehad hadden wij graag nog een Katrina tour en een Swamp tour gemaakt, naar de moerassen bij Lake Ponchartrain. Maar helaas, om onze reis in 25 dagen te laten passen en nog ruimte te hebben om heel veel andere leuke dingen te doen, hadden we bij het plannen van de reis een concessie gedaan en hadden wij slechts 2 nachten in New Orleans gepland.

Om 18:00 u. konden we aan boord gaan van de Steamboat Natchez. De afvaart zou pas om 19:00 u. zijn. Dan zouden we twee uren varen en dan om 21:00 u. weer aankomen. Voor zessen zaten wij al aan de kade, waar je in de schaduw kon gaan zitten wachten. Toen we daar net zaten hoorden we ineens muziek. Het waren de muzikale klanken van het stoomorgel dat bovenop de Steamboat Natchez stond. Een vrouw speelde daar het ene na het andere nummer op en dat was erg leuk om te kijken naar de kleppen van de 32 verschillende pijpen die zich openden en waar stoom uit kwam.  

  Het was een heerlijk stukje vermaak, waardoor het wachten tot we aan boord konden gaan minder lang leek te duren. Wij hadden de dinner jazz cruise geboekt. Het is ook mogelijk om alleen de jazz cruise te boeken zonder diner, of een ochtend- of middagcruise te boeken. Wie de dinner jazz cruise boekt kan kiezen uit twee shifts. Wij kozen voor de eerste shift die van 18:00 u. tot 18:45 u. liep, zodat wij tijdens de vaart gewoon lekker op het dek konden staan en het eerste uur aan boord, wanneer de steamboat toch niet zou varen nuttig konden besteden. Toen we aan boord kwamen kregen wij een kaartje wat wij op de tafel konden zetten om deze als bezet aan te geven, zodat we direct door konden lopen naar het buffet. Je moest dan ook eigenlijk alles tegelijk meenemen, ook je toetje, omdat je anders bijna niet genoeg tijd had om te eten. Wij bestelden wat te drinken en het drinken kwam pas toen we het eten al bijna op hadden, de serveersters konden de drukte niet aan. Toen wij het eten op hadden zochten we een mooi plekje aan boord.

Op de achtersteven boven het rad vonden wij nog een mooi plekje. Om 19:00 u. meerden we af en kwam het rad in beweging. Eerst draaide het langzaam en daarna draaide het steeds sneller en sneller en toen waren we vertrokken en voeren we stroomafwaarts over de Mississippi. Hier in the Deep South kun je op veel plaatsen een cruise maken met een riverboat, sommigen hebben een schoepenrad, anderen niet, maar er zijn nog maar twee echte door stoommachines aangedreven radarboten die op de Mississippi varen, waarvan de Steamboat Natchez er een is. Toen het donker begon te worden verlieten we het dek en liepen we nog even naar the engine room. Hier stonden de twee grote stoommachines, die de armen in beweging brachten, die op hun beurt weer het rad in beweging zetten. De machines komen uit het stoomschip de Clairton dat van 1927 t/m 1965 heeft gevaren. De 9e Steamboat Natchez vaart sinds 1975 met deze machines, zij is nagebouwd naar het voorbeeld van de oude radarboot Hudson, die tussen 1886 en 1905 van Pittsburgh naar Cincinnati voer. Het schip heeft 16 pk en het rad draait met 16 slagen per minuut en kan daarmee 10 tot 12 miles per uur varen. Het laatste stukje van de vaart zaten we aan bakboord terwijl we langs de mooie verlichte skyline van New Orleans en de mooi verlichte brug voeren. Toen meerden we aan en gingen we van boord. Het was een mooie afsluiter geweest van ons bezoek aan New Orleans.

   

 

 

Ocala

  Van New Orleans reden we naar Monticello in de buurt van Tallahassee. Het was een lange reisdag, waarop we ook nog een uur in tijd zouden verliezen, omdat we weer een tijdzone terug gingen. We wilden niet alleen maar over de interstate rijden. We reden eerst over de highway 90 langs Bay Saint Louis. Veel huizen staan hier op palen, de auto staat vaak onder het huis in de schaduw. Het is niet gek dat mensen hun huizen hier op hoogte bouwen. Bay Saint Louis is in 2005 hard getroffen door Hurricane Katrina. Er zijn hier geen duinen aan de kust die de huizen tegen hoog water kunnen beschermen.

Vanaf Pensacola wilden wij weer een stuk langs de kust rijden over US 98, maar door de hotels die langs de kust stonden konden wij het water niet eens zien, dus besloten we maar verder te gaan over de saaie, maar wel snelle, I-10. Ons hotel lag aan de I-10, zodat we de volgende ochtend makkelijk weer verder konden rijden naar Ocala.

We stonden de volgende dag maar weer vroeg op, zodat we lekker de tijd hadden bij de Springs in de buurt van Ocala. We reden tegen twaalven langs het hotel waar we die nacht zouden slapen en vroegen of we alvast konden inchecken. Dat was geen probleem, het was zo geregeld. Zo hoefden wij onze bagage niet in de kofferbak te laten liggen terwijl wij zouden gaan relaxen bij Juniper Springs. Er zijn meerdere bronnen in de buurt van Ocala en we hadden aan de baliemedewerker van het hotel gevraagd welke hij zou aanraden. Hij noemde Juniper Springs en dus reden wij daar in ongeveer een half uur naartoe. De Juniper Springs liggen in een stukje moerasachtig bos. Bij Juniper Springs kun je zwemmen in een hele mooie bron, met fris, helderblauw water.  

  Bij de bron ligt een mooie oude watermolen en staat een molenhuisje. Achter deze molen loopt de Juniper Run, een smal riviertje waar op gekanood kan worden. Wij zochten hier naar het beginpunt van de korte wandeling naar een andere bron. We liepen over houten steigers tussen de dichte vegetatie door en kwamen uiteindelijk bij een hele mooie bron, waar schildpadden in zwommen en op boomstammen in het zonnetje zaten. Je zag hier het zand borrelen, waar het water uit de bodem kwam. Hier mocht niet gezwommen worden. Het was er te gevaarlijk, omdat hier alligators zaten. Soms wordt er ook wel eens een alligator gesignaleerd bij de andere bron, daar staan ook borden dat je daar ook goed op moet passen, maar daar is het dus blijkbaar wel veilig genoeg om recreatieve zwemmers toe te laten. Het was erg warm, vochtig warm en wij gingen lekker afkoelen in de bron.

 

     

Het was lekker water, echt verfrissend. Langs de kant kon je met je voeten de zandbodem raken, wat meer in het midden van de bron voelde je waterplanten onder je voeten. Toen ik uit het water wilde gaan zag ik tussen de stenen langs de kant een kopje van een slang steken. Vlak er boven en ietsje verderop speelden allemaal kleine kinderen en het zou gevaarlijk kunnen zijn, dus ik waarschuwde een man die op de kant zat. Zijn kinderen speelden daar ook in de buurt. Hij kwam kijken, dacht dat het een gewone waterslang was, die niet giftig was, maar wist dat blijkbaar niet zeker, want zijn kinderen mochten daar niet meer spelen. Ik was inmiddels bij een ander trappetje snel het water uit gegaan. Een andere man kwam aanlopen, maar ook die wist niet of het beestje giftig was.

Net als ik vonden ook de Amerikanen het blijkbaar wel interessant om een slang te zien. Toen de kindertjes niet meer in de buurt speelden had de slang de ruimte om tussen de stenen vandaan te komen. De slang glipte het water in, zwom een stukje aan het watervlak en verdween daarna de diepte in, op zoek naar een plekje tussen de waterplanten. De tweede keer dat ik het water in ging bleef ik maar wat langs de kant, zodat ik niet boven de waterplanten hoefde te zwemmen. We lieten ons opdrogen in de zon, we genoten van het heerlijke weer en van de omgeving. Op het veld naast de bron liepen gieren, op zoek naar etensrestjes, in de bomen klommen eekhoorntjes, jeugdige jongens en meisjes sprongen van een rots in een diep gedeelte van de bron, kleine kinderen speelden in het water.  

Na een aantal drukke dagen, waarop we veel hadden gezien en gedaan, vonden we het heerlijk om even te relaxen in zo'n mooie omgeving.

De dag erna hadden we een korte reisdag. Crystal River lag slechts op een uur rijden vanaf Ocala. We reden in de ochtend naar Rainbow Springs, dat op de route naar Crystal River lag. Bij Rainbow Springs kon je tuben (in een grote zwemband de rivier afdobberen) en daar wilden we een kijkje nemen, want dit leek ons wel leuk om te doen, maar slechts wanneer er kluisjes waren, want we wilden onze dure camera's niet in de auto achterlaten. Toen we aan kwamen rijden stond men echter al in de file om het parkeerterrein op te kunnen. Het was zaterdag en  hoogzomer, dus de Amerikanen gingen er zelf ook een dagje op uit. En ondanks dat het nog redelijk vroeg was, was het hier dus al superdruk. We reden door naar de plek waar je kon zwemmen. Deze plek lag aan de andere kant van de bron. Hier was een groot parkeerterrein waar wel genoeg ruimte was. We wilden ons gaan verkleden bij de kleedhokken, maar die bleken er niet te zijn, dus dat moest op het toilet. We vonden het wel erg raar dat er geen kleedhokken waren, zoals bij Sliding Rock en Juniper Springs, want deze plek was veel groter dan de andere twee.

  Het was een klein meertje, waar ook bronnen in zitten. Er was een deel van het meertje afgezet waar je kon zwemmen. Hier was de bodem van zand en was het water helder, zodat je eventuele alligators kon zien aankomen. Een badmeester lette vanaf zijn hoge stoeltje op de veiligheid van de zwemmers. Er was een groot veld, waar iedereen een handdoekje uitlegde. Er waren ook picknicktafels waar gezinnen hun koelboxen uitpakten. Er stonden ook barbecues waar families al vroeg begonnen te barbecueën. Er kwamen ook groepen kinderen die op zomerkamp waren. Het was er druk en gezellig, maar ik vond het er minder knus dan de Juniper Springs. Nadat we genoeg hadden van het zonnebaden en zwemmen en toen het wel erg heet begon te worden vertrokken wij weer.

We wilden ook nog even bij Homosassa Springs kijken, want daar zouden zeekoeien zijn. Wij konden bij Homosassa nergens een bord vinden wat ons naar de Springs wees. Er was wel een parkeerterreintje waar het druk was met toeristen. Hier bleek dat de bezienswaardigheid van Homosassa Springs een klein dierenparkje was, waar dieren te zien waren die hier leefden, zoals otters en zeekoeien en dat er in de buurt geen plek was waar je kon gaan zwemmen. We reden dus maar door naar Crystal River, waar we de volgende dag zouden gaan zwemmen met zeekoeien.

Crystal River

In Crystal River zochten we, voordat we naar het hotel reden, nog even naar het kantoortje van River Ventures, waar we de volgende dag al om 6:00 u. moesten zijn om te kunnen gaan zwemmen met zeekoeien.  Het kantoortje was dicht, waarschijnlijk omdat de tours alleen 's ochtends zijn. We reden naar het hotel waar we nog even een duik namen in het zwembad. We hadden al veel hotels gehad met een zwembad, maar hadden er nog nergens gebruik van gemaakt. We hadden er nu nog even tijd voor en het was flink warm. We hadden het zwembad voor onszelf. Tegen de avond kwamen veel mensen terug naar het hotel die de dag op het water hadden doorgebracht op een bootje. Op het parkeerterrein was plaats voor deze gasten die hun boot op een trailer achter de auto hadden.

  De volgende dag moesten we erg vroeg op staan en het was nog donker toen we vertrokken naar het kantoortje van River Ventures. Deze tour hadden we maanden daarvoor al geboekt via internet. Er zijn in Florida veel plaatsen waar je zeekoeien kunt zien, maar er zijn maar weinig plekken waar je ook echt het water in mag, zodat je kunt 'zwemmen' met zeekoeien. In de winter zijn er in Florida heel veel zeekoeien te vinden, die dan de warmere wateren opzoeken. In de zomer zijn er veel minder zeekoeien en zitten ze veel op de plekken met troebel water, terwijl ze in de winter ook op de plekken met helderder water zitten, waardoor je ze in de winter beter kunt zien.
We kwamen om zes uur bij River Ventures aan en moesten daar een formulier ondertekenen, dat het zwemmen met zeekoeien op eigen risico was. Daarna konden we nog een koffiebroodje en een kopje thee nemen. Om precies 6:15 u. begon onze tour met het bekijken van een film over de do's and don'ts tijdens het zwemmen met manatees (zeekoeien). Er waren nog 10 mensen die deze tour van 6:15 u. hadden geboekt, waaronder nog 7 Nederlanders. Blijkbaar is deze tour populair onder de Nederlanders. We zouden een wetsuit aan krijgen, waardoor we beter zouden blijven drijven. Als we in de buurt van de zeekoeien zouden zijn mochten we niet te wild bewegen in het water, maar moesten we zo stil mogelijk proberen te drijven, zodat we de zeekoeien niet weg zouden jagen. Als een zeekoe naar het wateroppervlak zou komen, zouden we de zeekoe mogen aanraken. Dit mocht slechts met 1 open hand. Dus niet beetpakken of met twee handen grijpen.  

Wanneer de zeekoe op de bodem zou liggen mocht je niet naar de zeekoe toe duiken en je mocht ook niet achter de zeekoeien aan zwemmen wanneer ze wegzwommen. Al waren er geen kinderen op onze tour mee, er werd in het filmpje tot twee keer toe benadrukt dat ouders verantwoordelijk waren voor het gedrag van hun kinderen tijdens deze tour. Er zouden op de boot ook staven zijn die je onder je armen door kon doen en waar je op zou kunnen drijven. De snorkelspullen zouden we ook op de boot krijgen. Het wetsuit konden we na het zien van de film in kleedkamers aantrekken. Toen we een wetsuit aan hadden gingen we met z'n allen in een busje naar de haven, waar een schipper en gids ons stonden op te wachten. We gingen aan boord en kregen snorkelspullen. Duikbril, snorkel en zwemvliezen. We werden gevraagd uit te kijken naar belletjes op het wateroppervlak, want dan waren er misschien zeekoeien aanwezig. De zon kwam op tijdens het varen en het was erg vredig op het water. Het was redelijk bewolkt en had pas nog geregend, maar tijdens de tour bleef het gelukkig droog.  Na een tijdje varen vonden we belletjes en waren we bij de zeekoeien gekomen. Waar er in de winter soms meer dan 100 op een plek zitten waren er nu slechts drie in de omgeving van de boot.

  We gingen heel rustig in het water en zwommen zacht richting de zeekoeien. Ik had voor de vakantie een Olympus Tough gekocht waarmee je onder water kunt fotograferen en filmen en hoopte mooie foto's te kunnen maken. De mensen van River Ventures namen ook foto's van de tour en van de zeekoeien, die ze na terugkomst op een cd zetten die je kon bestellen. Het duurde niet lang voordat we de zeekoeien in het water hadden gevonden. Ik zag een grijsgroene rug en een staart van bovenaf terwijl ik boven de zeekoe dreef. In de lengte waren de zeekoeien minstens net zo lang als ik, maar hun lichaam was veel logger. Af en toe zag ik de zeekoe grazen en als je goed luisterde kon je dat ook horen. Eén keer kwam de zeekoe waar ik op dat moment boven lag omhoog om adem te halen en kwam met zijn/haar rug tegen mijn buik aan, waardoor ik omgekanteld werd. Ik kon de zeekoe heel goed aanraken en de ruwe huid voelen. Ik vond dit een hele mooie ervaring.
Door het wetsuit en de zwemstaaf hoefde ik geen enkele moeite te doen om stil te blijven drijven en kon ik heel stil boven of naast een zeekoe blijven hangen. Af en toe zwom een zeekoe weg, waarna je weer op zoek moest naar een andere zeekoe. Die was dan weer gauw gevonden, want daar lagen dan wel een paar anderen uit de groep bij te drijven. het was niet de bedoeling dat je met de hele groep bij dezelfde zeekoe zou gaan drijven, maar doordat er drie waren werd het aantal wel wat verspreid. Er kwam nog een boot met een groep snorkelaars bij en ik was blij dat wij als eerste boot bij de zeekoeien waren gearriveerd. Gelukkig kwamen er na die tweede groep geen andere mensen meer bij, want dat zou met maar drie zeekoeien te massaal zijn geweest. Ik heb best een paar leuke foto's kunnen nemen, maar was best een beetje jaloers op de mensen die de mogelijkheid hebben om dit in de wintermaanden met helder water te kunnen doen, want het bleef lastig om in het troebele water scherpe herkenbare foto's te nemen.  

Deze tour moet in de winter wel heel erg mooi zijn. Toch gingen we na een uurtje zwemmen toch zeer tevreden naar huis. Iedereen uit de groep had de zeekoeien goed kunnen zien en aanraken. We voeren nog langs een bron in de rivier en konden daar ook nog even een duik nemen. Hier was het water heel erg helder en kon je de bodem goed zien. Het was hier ook diep en het water was hier behoorlijk kouder dan op de plek waar we de zeekoeien hadden gezien. Toen we bij de kade aankwamen stond het busje ons alweer op te wachten. Met ons natte wetsuit aan konden we instappen en terug bij het kantoor konden we het wetsuit uittrekken en ons omkleden. Hierna konden we nog even de souvenirs in het winkeltje bekijken terwijl er een foto cd werd gebrand die ik ondanks dat ik best mooie foto's had kunnen nemen voor $15 heb gekocht.

  Na deze mooie ervaring en deze prima start van de dag begon onze lange rit naar Naples. We wilden ook nu weer zoveel mogelijk de interstate mijden en kozen voor de US 19A naar het zuiden. We reden naar Tarpon Springs. Tarpon Springs staat bekend om de sponzen die ze daar uit de zee halen en verkopen. Het is een toeristisch dorpje, waar ze veel restaurantjes, café-tjes en souvenirwinkeltjes hebben. Aan de kade lagen twee bootjes met sponzen aan boord, maar het leek alsof wij er te vroeg waren en het leven er nog een beetje op gang moest komen. Natuurlijk kochten we allebei een spons en daarna gingen we weer verder met de auto. Ook vanaf de 19A was de kust nauwelijks te zien. Bij Clearwater zouden we naar het strand rijden, maar er stond een file en dus reden we maar door.

Tussen Clearwater en St. Petersburg stopten we bij Redington Beach waar we 'lobster' gingen eten. We wilden daar toch nog even het strand zien en moesten op zoek naar een doorgang tussen de hotels door. Het strand was niet zo heel erg mooi en het was er ook niet druk, want het was een bewolkte dag. Wellicht zou het strand verderop langs de route mooier zijn, maar we wilden die dag ook nog naar het Edison en Ford museum in Fort Myers. Toen we eenmaal St. Petersburg voorbij waren kregen we onderweg nog een fikse onweersbui en een file en daardoor bleef er te weinig tijd over om ruim voor 17:00 u. nog bij het museum aan te komen. We besloten het museum daarom maar over te slaan en bedachten een alternatief uitstapje.

We reden naar Sanibel Island, een eiland voor de kust bij Fort Myers, waar je met de auto over een brug naar toe kon rijden. Toen we de brug over waren reden we eerst over een smalle strook land, met aan beide kanten strand met palmbomen. Het was hier heel erg mooi. Het weer was ook een stuk beter geworden en we genoten van een zakkend zonnetje. Sanibel Island en het iets noordelijker gelegen Captiva Island staan bekend om de mooie stranden, waar je mooie schelpen kunt vinden.  

We vonden nog wel een paar mooie schelpen, maar geen bijzondere. Het was druk op het strand en de meest mooie schelpen waren natuurlijk al lang door anderen gevonden. Langs de weg stonden borden met daarop: Evacuation Route. Vanwege de grote kans op orkanen langs de kust staan deze borden langs de weg, zodat mensen in geval van evacuatie weten welke route het meest geschikt is om te nemen. Na deze afsluiter van alwéér een mooie dag reden we vlot door naar ons hotel in Naples.

Everglades (Naples)

We reden de volgende dag over de US41, ook wel de Tamiami Trail genoemd. Deze loopt van Tampa naar Florida en werd aan het begin va de 20e eeuw aangelegd. Dit deel van de trail loopt door het Big Cypress National Reserve en langs de rand van Everglades National Park. In de winter kun je langs de weg vaak alligators zien liggen, maar tijdens de zomer is dat niet het geval, want dan is het te warm en blijven ze overdag in het water. Ook panters zou je kunnen zien, gezien de waarschuwingsborden langs de kant van de weg.

  We reden langs de moerassen tot Shark Valley. Langs de weg een heleboel aanbieders van Airboat Rides. Bij Shark Valley kun je echt het National Park Everglades in en hier betaal je dan ook entree. Hier ligt een 24 miles lang weggetje door de moerassen. Het is een rondje langs een uitkijktoren. Hier worden fietsen verhuurd en kun je het rondje gaan fietsen. Ook kun je hier een tramtour doen en je de 24 miles laten rijden, terwijl een gids vertelt over de dieren en vegetatie die je ziet.

Op internet had ik filmpjes gezien van mensen die tussen de alligators door fietsten. Dat leek me hel spannend, maar ook heel erg leuk om te doen, maar toen we er bij het Visitor Center vroegen of het echt niet gevaarlijk was om daar te gaan fietsen werd ons verteld dat er nog nooit een ongeluk gebeurd was het de alligators, maar dat we er naar alle waarschijnlijk vandaag niet een zouden tegenkomen, omdat het daar veel te warm voor was. Het was inderdaad heel erg warm, zo'n 35 °C en er stond geen zuchtje wind en als we dan toch geen alligators zouden zien, dan konden we ook net zo goed de tram nemen vonden we. Dus dat deden we dan maar. Vanuit het trammetje bleken we ook niet zoveel te zien, we zagen een alligator langs de weg in het water liggen en een klein baby alligatortje zwemmen en voor de rest alleen maar vogels, maar ook niet zoveel soorten. Natuurlijk was de moerasachtige omgeving wel mooi, uitgestrekte velden met gras/riet en water, maar de Everglades zijn in de zomer best een beetje saai.

We vonden het wel knap hoe de gids, ondanks dat we bijna niks bijzonders zagen toch de tijd bijna helemaal wist vol te praten. Bij de uitkijktoren konden we even de tram uit en de toren beklimmen, zodat je ver over de Everglades uit kon kijken. In de schaduw van de vegetatie die daar was lag nog een behoorlijk grote alligator. Hiermee hadden we erg veel geluk zei een Nederlands koppel wat ook op de tour mee was. Zij maakten deze tour nu voor de derde keer in de zomer en hadden nog niet eerder alligators van zo dichtbij gezien op deze tour. Zij vertelden ons dat we tijdens een airboat ride waarschijnlijk ook geen alligators zouden zien. Dat was goed om te weten, maar we wilden toch wel heel graag zo'n airboat tour gaan doen, alligators of niet.  

Tijdens het plannen van de reis had ik niet in de gaten dat Shark Valley zo ver van Naples lag, dat we al halverwege waren op de route naar de Florida Keys en dat we de nacht beter door hadden kunnen brengen in Miami op Key Largo. Nu moesten we weer helemaal terug naar Naples om de volgende dag de hele rit over de Tamiami Trail opnieuw te doen. Dat was erg jammer. We stopten op de terugweg naar Naples bij Hooten's airboat rides.

     

Hier boekten we een airboat ride en een klein half uurtje later konden we aan boord gaan. Op dit bootje stonden de bankjes in tribune opstelling, zodat je altijd goed zicht naar voren had. Achter de bankjes was een hoge stoel voor de schipper en achter de schipper een hele grote ventilator, die het bootje naar voren zou blazen. Zonder motor onder de boot zijn deze airboten heel erg plat en kun je er goed mee door de moerassen varen. De airboats varen snel door de kanaaltjes, maken scherpe bochten, varen langs de mangrove en over het riet heen. Het was een erg leuke tour. Helaas moest de tour iets worden ingekort, omdat er een onweersbui naderde en er geen risico genomen werd met toeristen op het water. We hadden inderdaad geen dieren gezien tijdens deze tour, maar het varen met een airboat was op zich al een hele leuke ervaring en door de vaart gaf de wind ook wat verkoeling op deze warme dag. Het was zeker de moeite waard.

Toen we terug reden naar Naples regende het flink. Het was nog niet zo laat  en we hadden nog tijd om een uitstapje te maken. We besloten naar Marco Island te rijden waar een van de mooiste stranden van Naples zou liggen. South Beach. Hier probeerden we het strand te vinden, maar er stonden alleen maar hotels en wij konden het strand niet vinden. Toen we gingen tanken vroegen we het aan de pompeigenaar, hij vertelde ons dat we de auto wel even bij hem mochten laten staan en dat we dan te voet moesten zoeken naar een doorgang tussen de hotels. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want die doorgang konden we dus nergens vinden. Een jongeman die daar ook liep zag dat wij aan het zoeken waren en vroeg waar we naar op zoek waren. We vertelden hem dat we graag even een kijkje wilden nemen op het strand, maar dat we nergens een pad konden vinden. Hij zei dat we gewoon door een hotel moesten lopen alsof we daar logeerden. Hij ging zelf terug naar zijn hotel en we konden wel met hem meelopen. Het hotel waar we voor stonden en waar deze jongeman uit Michigan logeerde terwijl hij op training was voor zijn werk was geen simpel hotelletje. Het was het Hilton! Hij liet ons zien welke deur we konden nemen naar het strand. 's Nachts zou deze deur vanaf de strandzijde gesloten zijn en alleen met een hotelpas te openen, maar overdag konden we ook zonder hotelpas weer terug het hotel in. Dit was voor ons natuurlijk wel belangrijk om weer terug te kunnen komen.

 

Het was inderdaad een mooi strand. Het was jammer dat het zo bewolkt was en dat er in de verte alweer een onweersbui aan kwam. Als het mooier weer was geweest was het misschien wat drukker geweest op het strand en hadden wij daar wat langer kunnen vertoeven, maar nu moesten we zorgen dat we voor de volgende bui weer in de auto zouden zitten. Door het Hilton liepen we weer terug naar het benzinestation en daarna reden we weer terug naar ons hotel. Voordat onze reis begon had ik gedacht dat we in Florida mooi langs de kust zouden rijden en dat we daar waar we maar wilden even langs het strand zouden kunnen relaxen, maar dat is dus niet waar. Er zijn dus maar weinig plekken waar je aan het strand kunt komen. Je moet hier echt naar op zoek gaan. Rijden langs de kust betekent hier rijden langs de hotels aan de kust. Ik hoopte dat we op de Florida Keys dan toch echt wat van de kust en de stranden zouden gaan zien.

Florida Keys

Het eerste deel van onze rit naar de Florida Keys reden we weer over de Tamiami Trail naar Shark Valley en daarna door richting Miami. Voor Miami namen we de 821 naar het zuiden en kwamen daarna op US 1 naar de Keys. Op Key Largo aangekomen stopten we bij een Visitor Center. We vroegen naar de mogelijkheden om te snorkelen bij Key Largo de volgende dag. Toen de medewerkster hoorde dat we eerst nog naar Key West gingen raadde zij ons aan om daar dan te gaan snorkelen. Ik had gedacht dat snorkelen bij Key Largo mooier zou zijn, omdat je daar het John Pennekamp Coral Reef State Park had. Volgens de medewerkster kon je bij Key West ook heel erg mooi snorkelen en dat zou in ons reisprogramma wel beter uit komen. Ze raadde ons een tour aan waarbij je ging snorkelen en ook zwemmen met dolfijnen. We vroegen op wat voor boot die tour zou zijn en ze liet ons een mooie grote catamaran zien. Dit leek ons wel wat en we boekten die tour alvast voor de volgende ochtend.

  Toen reden we verder over Isla Morada. Het was er wel heel erg mooi, maar het was erg bewolkt op deze dag, dus het zomerse vakantiegevoel wat naar mijn idee bij de Keys hoort ontbrak een beetje. Op Marathon wilden we voordat we de 7 Mile Bridge op zouden rijden nog even stoppen om foto's te nemen, maar voordat we het wisten zaten we al op de brug. Naast de brug zagen we de overblijfselen van de Henry Flagler's Overseas Railroad, die vanaf 1905 als 8e wereldwonder werd gebouwd en helemaal tot de Key West liep.

De Railroad was 128 miles lang en was tussen 1912 en 1935 in gebruik. In 1935 verwoeste de Labour Day Hurricane 40 miles van de spoorweg en de spoorweg werd daarna nooit meer gerepareerd. US 1 werd daarna over de resten van de spoorweg heen aangelegd. In 1980 werd een deel van US 1 opnieuw aangelegd en de oude delen van de spoorweg werden plekken om te wandelen en te vissen. Ze horen nu bij de Florida Keys Overseas Heritage Trail.

Big Pine Key aan de andere kant van de brug is de woonplaats van de Key Deer. Deze hertjes komen vooral voor op Big Pine en ze zijn een heel erg beschermde diersoort. Men zegt dat je op Big Pine Key beter een mens dan een hertje dood kan rijden. Het is een ondersoort van de iets grotere witstaartherten die op het vaste land leven. De Key Deer kan van eiland naar eiland zwemmen. Ze komen nog voor tussen Sugerloaf Key en Bahia Honda Key.

Ze zijn niet zo mensenschuw en ze leven ook in bewoonde gebieden, waardoor er nog regelmatig een aanrijding met een Key Deer is, ondanks alle waarschuwingsborden op het eiland, dat je langzaam moet rijden vanwege de Key Deer. Bij een Visitor Center vroegen we naar de Key Deer. Ze liepen daar heel vaak rondom het Visitor Center of daar in de bosjes, maar het was daar nu te warm voor. Even verderop was een weg naar rechts en als we die weg namen, dan zouden we ze zeker zien. Dus wij namen die afslag en reden een stukje die weg op. In een zijstraat zagen we opeens een hertje en we reden de zijweg in. Het was een klein hertje dat in de tuin bij een huis de schaduw van de bomen opzocht. We wisten niet hoe ver we over die weg moesten rijden en waar we dan de Key Deer zouden moeten zoeken en we hadden er eentje gezien, dus toen we verderop geen hertjes meer zagen zijn we omgekeerd om verder te rijden naar Key West. Achteraf hadden we nog een stuk door moeten rijden tot het einde van de weg, want daar is het National Key Deer Refuge. Dit zag ik later op het internet. Het begon echter te regenen en wij besloten onze zoektocht naar de Key Deer te staken en door te rijden naar Key West.  

Op Key West was voor ons het eindpunt op de US 1, maar eigenlijk ligt op Key West het beginpunt, mile 0. Deze US 1 loopt de eerste 105 miles over de Florida Keys en gaat dan verder langs de hele oostkust van Florida. De US 1 is in totaal 547 miles lang.

  Vanaf de US 1 zagen we in de zee nog een aantal kleinere Keys liggen en zagen we eilandjes met stranden en palmbomen en zagen we mangrovebosjes in het water. Het was een mooie route. We misten alleen de zon, die later, toen we op Key West waren gelukkig weer tevoorschijn kwam. Op Key West reden we naar ons hotel dat vlak bij het Southernmost Point lag. Het Southernmost Point is het meest zuidelijk plekje van de USA. Het ligt 90 miles vanaf Cuba. Er staat een boei op de kade, waarop Southernmost Point is geschilderd en waar veel toeristen mee op de foto gaan. De zee op de achtergrond. Wij wilden dit natuurlijk ook en gingen in de rij staan. Het verliep daar zonder toezicht toch heel ordelijk. Men stond gewoon in de rij te wachten en als je dan aan de beurt was kon je de tijd nemen om foto's te nemen.

Hierna liepen we door naar het Hemingway Home and Museum, waar de beroemde schrijver Ernest Hemingway tussen 1931 en 1940 woonde. Hij schreef hier Snows of Kilimanjaro en The Short and Happy Lives of Francis Macomber. Het huis stamt uit 1851 en was in de Spaanse koloniale stijl gebouwd. Ernest en zijn vrouw Pauline lieten het in de dertiger jaren helemaal opknappen. Aan het eind van de dertiger jaren lieten zij een groot zwembad in de achtertuin bouwen. Het was het eerste ingegraven zwembad op Key West en het enige in een straal van 100 miles. Op het terrein en in het huis lopen overal katten, het zijn allemaal afstammelingen van een kat met zes tenen, die Ernest waarschijnlijk kreeg van een kapitein die Key West verliet en de kat bij de Hemingway’s achterliet. Deze kat had een genetische afwijking en nog steeds hebben de meeste afstammelingen die er rondlopen ook zes tenen. In het huis vind je veel meubilair en attributen die van de Hemingway's waren.

Na zijn scheiding van Pauline in 1940 ging Ernest in Cuba wonen, maar hij bleef tot zijn dood in 1961 op Key West terug komen. Pauline en zijn twee zonen bleven er tot haar dood in 1951 wonen. Tussen 1951 en zijn dood in 1961 kwam Ernest vaak in het huis logeren tijdens zijn trips tussen Cuba en Idaho. Toen Ernest stierf besloten zijn zonen het huis te verkopen. Bernice Dixon kocht het huis en zij woonde er tot 1964. Daarna ging ze in het gastenverblijf wonen en opende het huis als museum voor het publiek. In 1980 stierf ze en haar familie maakte er het museum van, zoals wij het daar zagen. Hemingway's boek To Have and Have Not gaat over Key West en ook The Old Man and The Sea is gebaseerd op zijn visuitjes tussen de Keys en Cuba. Ik vond het jammer dat er in het huis erg weinig informatie te vinden was over Ernest Hemingway en zijn leven in het huis.  

Waarschijnlijk hadden we daarvoor de gratis rondleiding moeten volgen. Wij vonden het echter fijner om in alle rust het huis te bekijken. Achter het huis stond een gebouwtje waar een trap naar boven leidde. De kamer die we toen betraden was Ernest zijn schrijfkamer. Hierna liepen we nog even naar het winkeltje waar ik een boek van Hemingway kocht. Als tiener las ik ooit al eens het boek The Old Man and the Sea en als Afrika liefhebber las ik The Green Hills of Africa al eens. Nu kocht ik The Snows of Kilimanjaro.

       

Het was nu de zon weer terug was erg warm en ook erg vochtig. Na een klein stukje lopen zweetten we al behoorlijk. Toch liepen we na het bezoek aan het Hemingway Home naar de begraafplaats van Key West. In alle reisgidsen stond deze begraafplaats genoemd als een bezienswaardigheid, vanwege de bijzondere teksten op de grafstenen, zoals: "I told you I was sick" en "At least I know where he is sleeping tonight". We hebben flink gezocht, maar konden zulke teksten echt niet vinden. De graven die wij zagen waren toch allemaal vrij normaal. Het schijnt dat je bij de poort soms kaarten kunt halen met een plattegrond van de begraafplaats, maar deze kaarten zijn vaak op. Wij hebben ze niet gezien, dus het was voor ons moeilijk om te zoeken. Er stond ook nergens een plattegrond waarop je secties kon zien met tijdperken. Er was dus eigenlijk geen beginnen aan.

We liepen maar gauw weer terug naar Duval Street. Hier vind je het vertier van het eiland. Hier zijn de souvenirshops en bars. Hier vind je o.a. de smalste bar van de wereld. En Sloppy Joe's, de bar van Joe Russell, waar Hemingway graag kwam. We liepen door naar de noordkant van het eiland, waar we op Mallory Square de Sunset Celebration wilden bijwonen. We zagen dat er al wel wat mensen aan de kade zaten en dat er al wat artiesten aanwezig waren, maar het was ons niet duidelijk wat er precies zou gaan gebeuren en hoe laat dit zou gebeuren. We vroegen het aan een mevrouw die sapjes verkocht. Zij vertelde dat binnen tien minuten de eerste artiest zou beginnen en dat de artiesten elkaar daarna zouden opvolgen.

  We gingen even aan de kade zitten en daarna begon een man met een zwaard te roepen. Er kwamen steeds meer mensen om hem heen staan en de man maakte het spannend. Hij zou het zwaard gaan inslikken. Het duurde behoorlijk lang en er werd steeds nadruk op het geven van een fooi gelegd, maar er gebeurde eigenlijk weinig. Net toen wij weg wilden gaan, omdat we donkere onweerswolken zagen naderen, stopte de man nog even snel het zwaard in zijn keel. Best knap, maar daarna begon hij weer een heel verhaal te houden. Wij gingen toen maar weg. Op dat moment begonnen ook twee andere artiesten te roepen, zodat het publiek naar hen toe zouden komen. Zij deden een evenwichts- en jongleeract met vuur. Zo zou het waarschijnlijk nog even doorgaan.

Als het prachtig weer was geweest waren we waarschijnlijk nog wel wat langer gebleven, maar we hadden er geen zin in om ons nat te laten regenen. Wij liepen terug naar Duval Street, waar we op zoek gingen naar een geschikte plek om te eten. We vonden deze geschikte plek bij het Hardrock Cafe. Hier vonden we een mooi plekje op de veranda, waar we droog zouden zitten wanneer het zou beginnen te regenen, maar waar we ook de sfeer en de gezelligheid van Duval Street konden proeven. Het bleef droog en na het eten liepen we terug richting het hotel. Aan de zuidkant van het eiland liepen we nog even naar de zee, waar we nog de laatste restjes licht boven het water zagen en de mooie silhouetten van de palmbomen tegen het laatste avondlicht, totdat het helemaal donker was.

De volgende ochtend stonden we vroeg op, want we zouden om 9:00 u. gaan snorkelen en zwemmen met dolfijnen. Bij een klein hokje op straat konden we onze tour betalen en daarna moesten we aan de kade wachten totdat we zouden worden opgehaald door de gids. Op het kaartje zag ik toen al staan: Dolphin Watch en ik begon al een beetje te twijfelen, zou er niet moeten staan: Dolphin Swim? Toen we eenmaal aan boord waren kregen we onze snorkelspullen uitgedeeld en werd er het een en ander verteld over de tour. De boot viel ons al tegen, dit was niet de catamaran die we op het plaatje gezien hadden, met schaduw en toilet etc., maar een heel erg klein bootje. Toen vertelden ze dat we niet naar het rif aan de westkant van het eiland zouden gaan om te snorkelen, maar dat we op deze trip wel op een andere mooie plek zouden gaan snorkelen, waar we o.a. mooie sponzen zouden gaan zien. Daarna vertelde ze over de dolfijnen en dat we die vanuit de boot zouden gaan zien en dat we daar niet gingen zwemmen. Wij waren dus compleet verkeerd voorgelicht op Key Largo. Dit is niet wat we wilden. We hadden beide al vaker dolfijnen gezien en wilden nu echt graag op een mooie plek gaan snorkelen en het klonk niet alsof dit de mooiste plek rond het eiland was om te snorkelen. Wij gaven bij de gids aan dat de tour niet helemaal was wat wij er van hadden verwacht en dat we verkeerd voorgelicht waren en vroegen of er misschien nog een mogelijkheid was om dan alleen een snorkeltour te doen. Ze ging even voor ons bellen en binnen een half uur vertrok er een snorkeltour vanaf de kade bij Mallory Square, die nog een eindje bij deze haven vandaan lag.

We moesten dan ons ticket zo snel mogelijk om laten zetten en zo snel mogelijk naar de andere boot lopen. Bij het hokje waar ze de kaartjes verkochten was het superdruk en wij moesten vreselijk voordringen en daarna nog flink doorlopen om op tijd bij Mallory Square te zijn en het was al flink warm aan het worden. We kwamen vermoeid bij de catamaran aan, maar we waren gelukkig nog op tijd. Er waren hier veel meer mensen aan boord. We voeren de zee op naar het rif en zouden daar snorkelspullen uitgedeeld krijgen. Er werd wel even gedemonstreerd hoe je de snorkelspullen moest gebruiken. Er was gratis drinken aan boord. Hoewel de zee er steeds erg rustig uit zag waren er toch flinke golven waar de catamaran overheen voer. Ik kreeg last van zeeziekte.  

Ook toen we in het water lagen tijdens het snorkelen klotsten we aardig heen en weer. Iedereen moest een zwemvest aan, omdat we best wel ver op zee waren en er een grote groep snorkelaars tegelijk te water zou gaan. Men wilde niet het risico lopen dat er iemand iets zou overkomen, of zou achterblijven op zee. Het rif onder water was mooi, er groeiden mooie waterplanten en er zwommen een paar hele mooie gekleurde visjes rond. Er zwom o.a. een school zwart met blauwe visjes. Ook nu had ik weer de onderwatercamera bij me, zodat ik onder water kon fotograferen en filmen. Na een klein uurtje snorkelen gingen we weer aan boord. Aan boord kon je je met een handdouche met zoet water afspoelen. We konden daarna nog lekker even een drankje nemen aan boord.

 

 

Onder het afdak waren bankjes met tafeltjes waar wij in de schaduw zaten. Je kon ook aan dek zitten en genieten van de zon. We waren blij dat we op het laatste moment de trip nog hadden omgeboekt. Deze trip was ook een stuk goedkoper. Het verschil zou weer terug worden gestort op de creditcard. Terug op Key West aten we nog even een lekker ijsje en daarna liepen we naar de auto, die we voor $20 ergens hadden kunnen parkeren. Parkeren op Key West is niet goedkoop. We reden weer over de Overseas Highway US 1 terug naar Key Largo. Het was nu veel zonniger dan de dag ervoor en het water leek blauwer, de bomen leken groener, er waren veel meer bootjes op het water en wij raakten steeds meer in de 'tropical mood'. Op Pine Key aten we bij een restaurant de bekende conch (spreek uit als konk). Bij Redington Beach bij Clearwater aten we al conch fritters en daar kregen we een soort gefrituurde mini schelpdiertjes. Nu kregen we conch wat een gefrituurd stuk stevige vis was. De bewoners van de Keys noemen zichzelf Conchs. Deze naam komt van de immigranten van de Bahamas die naar de Keys kwamen. Zij kregen deze naam, omdat hun dieet vooral bestond uit schelpdieren uit de zee. Conchs horen grote gefrituurde zeeslakken te zijn en die hebben we dus beide keren dat wij conchs bestelden niet gehad. Als toetje bestelden we een stukje van de bekende Key Lime Pie en die was inderdaad erg lekker, maar ook heel erg machtig. We waren blij dat we maar 1 stukje voor ons samen hadden besteld.

     

Hierna reden we verder naar het Bahia Honda State Park, waar de mooiste stranden van The Keys zouden zijn. Bahia Honda State Park ligt aan de US 1. Bij de ingang van het park betaal je entree. We reden eerst naar de westpunt van het eiland en daar gingen we even op het strand kijken. Het eiland is hier erg smal en aan beide kanten van het eiland heb je hier een strand. Het noordelijke strand kijkt uit op de US 1 en aan de andere kant was een mooi strand. Toch reden wij nog even een stuk terug en reden daarna door naar de oostkant. Hier lag een strand tussen een binnenmeer en de oceaan. Het was hier redelijk druk en hier gingen we even heerlijk zwemmen en daarna opdrogen in de zon. Er waren hier kleedhokken waar we ons om konden kleden. Tegen de avond reden we door naar Key Largo, waar we een hotel aan de US 1 hadden geboekt.

Miami

Vanuit Key Largo reden we terug naar het vaste land, op weg naar Miami. We wilden de mooie US 1 nemen i.p.v. de Interstate. De US 1 was achteraf helemaal niet mooi. US 1 liep dwars door de buitenwijken van Miami en er waren veel stoplichten op deze route, waardoor we veel tijd verspilden. We reden eerst ook nog verkeerd, omdat er ook een Ocean Drive op Key Biscayne ligt en wij klakkeloos de aanwijzingen van TomTom aannamen terwijl we de verkeerde Ocean Drive ingevoerd hadden. Beetje dom. We reden daarna door naar Calle Ocho, het hart van de Cubaanse wijk Little Havana in Miami. We zijn hier niet gestopt, zo op de vroege ochtend was er nog niet zo heel veel te beleven en we vonden dat we vanuit de auto toch al best veel meekregen van de sfeer op Calle Ocho. We reden door naar de Bayside Marketplace, een klein winkelcentrum aan de kade. Van hieruit kun je rondvaarten maken langs de huizen van de rijken in Miami of cruises door de baai. Het was er vrij rustig, ik had er veel meer levendigheid verwacht. Toen we net een Subway broodje aan de kade zaten te eten betrok de lucht snel en even daarna barstte een flinke bui los. We moesten ons dus nog even vermaken met het slenteren langs de winkeltjes. Het was er op zich wel gezellig, maar zo bijzonder dat het in alle reisgidsen genoemd moest worden vond ik het absoluut niet.  Toen het ophield met regenen liepen wij vlug weer naar de auto om door te rijden naar South Beach. South Beach, of SoBe ligt aan de Ocean Drive op een eiland voor de kust van Miami. Dit deel van Miami wordt Miami Beach genoemd.

 

 

Miami Beach is in de tachtiger jaren erg bekend geworden door de mooie beelden van snelle auto's en hippe mensen in de tv serie Miami Vice. Aan Ocean Drive staan veel hotels die in de '30 jaren in de art deco stijl zijn gebouwd. Erachter ligt een hele Art Deco wijk. Tussen de Ocean Drive en het strand ligt een park met palmbomen. Aan de Ocean Drive staan ook aan weerskanten palmbomen. Voordat Miami Vice er werd gefilmd was de wijk aardig in verval geraakt. Het was een arme wijk met veel criminaliteit. Eind jaren '80 kwam daar verandering in.

  Modellen bureaus vestigden zich aan de Ocean Drive, hotels werden opgeknapt en het werd een populaire plaats onder de Amerikaanse jetset en een populaire plaats voor toeristen van over de hele wereld. Aan het eind van het Art Deco deel konden wij in een parkeergarage parkeren. 3 Uren voor $20. Hierna liepen we over de Ocean Drive langs de hotels, maakten we mooie foto's. We liepen een stukje door het park en namen een hapje en een drankje op een van de terrassen van de vele hotels aan Ocean Drive.

We genoten van de relaxte, hippe sfeer en liepen daarna over het strand weer terug richting de parkeergarage. Na nog een kort bezoekje aan Starbucks zochten we de auto weer op, om daarna langs de kust door te rijden naar Fort Lauderdale.

Fort Lauderdale

We reden over de A1A langs de kust, of eigenlijk langs de vele grote, luxe en dure hotels en appartementen. Het was een mooie route over mooie lanen met palmbomen. In Fort Lauderdale lag ons hotel aan het strand. Ook dit is een bekende badplaats in Florida en er wonen hier heel veel rijke Amerikanen. Je kunt hier een rondvaart maken langs de meest dure huizen van de stad. Fort Lauderdale wordt ook wel het Venetië van Amerika genoemd, omdat er vele natuurlijke waterwegen door de stad lopen die het strand van het vaste land scheiden. In de zomer komen hier de karet- en lederschildpadden aan land om hun eieren te leggen. Ze graven kuilen en leggen daarin zo'n 100 ronde eieren, waarna ze de eieren weer bedekken met zand. Op het strand waren de nesten met linten afgeschermd.  

Ons hotel was vroeger een Ramada hotel. Je kon zien dat het ooit een luxe hotel was geweest. Het voorste deel en de lobby waren nog steeds heel mooi, maar het achterste deel van het hotel was erg vervallen. De kamers waren ook niet schoon. Dit hotel lag dan misschien wel op de mooiste locatie, maar het was helaas ook het slechtste hotel van deze reis. We verbleven er gelukkig maar 1 nacht. De volgende dag reden we terug naar onze eindbestemming Orlando.

Kennedy Space Center

We zouden via Kennedy Space Center naar Orlando rijden. We reden het eerste deel over de A1A. Eerst nog een klein stukje langs de kust en daarna weer over lanen met palmbomen en hotels. Het was een mooie route. We reden daarna omwille van de tijd nog een stuk over de Interstate en het laatste stuk, vanaf Vero Beach, reden we weer over de A1A. Bij Cocoa Beach zou de plek zijn om surfers te zien. Het was weer ontzettend warm, het was duidelijk dat het in de drie weken die wij in Amerika waren veel warmer was geworden. Begin juli was het nog wel uit te houden, maar nu in augustus was het wel erg vochtig warm weer. We waren precies op het heetste van de dag bij Cocoa en het was niet zo druk op het strand, dus we reden direct door naar Kennedey Space Center, zodat we daar nog wat meer tijd zouden hebben. Bij Kennedy Space Center vroegen we welke ticket mogelijkheden er waren. Op het internet hadden we gezien dat er veel verschillende tickets te koop waren en verschillende tours, maar het was ons niet duidelijk wat bij elk ticket was inbegrepen, dus we hadden online nog geen tickets besteld, want we wilden ons eerst laten informeren. Dat was niet handig, want toen wij daar om 13:30 u. kwamen waren de Vehicle Assembly Building Tour en de Up-close Launch Pad Tour al uitverkocht.

  We konden alleen nog een gewoon kaartje kopen en daar zou dan een bus tour bij inbegrepen zijn. we werden geadviseerd om na binnenkomst meteen de bus tour te gaan doen, want die zou minstens twee uren in beslag nemen. We moesten ongeveer een kwartier wachten voordat we in een bus konden stappen. Er reden meerdere bussen tegelijk. We reden wel langs het Vehicle Assembly Building. Het Vehicle Assembly Building is een van de grootste gebouwen in de wereld, het Empire State Building past er vier keer in. Hier werden de Apollo's en Shuttles op hun raket gemonteerd. Het gebouw was een paar decennia lang in gebruik. Nu is het tijdelijk niet in gebruik en worden er tours gegeven. waarschijnlijk zal het ooit wel weer in gebruik worden genomen. De vlag die op het gebouw is geschilderd was in 1976 toen de vlag werd geschilderd de grootste van de wereld.

Het blauwe vlak is net zo groot als een basketbal veld en de rood en witte strepen zijn elk net zo breed als een normale Amerikaanse straat. Het is slechts 1 ruimte en daarmee is het de grootste ruimte ter wereld. Vanaf het Vehicle Assembly Building reden de ruimtevaartuigen op hele grote trailers/platvormen over een hele lange baan naar de lanceer platvormen 39A en 39B. Deze crawlerway is 6,8 kilometer lang en 30 meter breed. Onder een laag asfalt ligt een twee meter diepe laag stenen en op het asfalt ligt nog een laag Alabama rivierstenen. Het Vehicle Assembly Building was in 1965 klaar. Het maakte deel uit van het grote plan van JF Kennedy. Kennedy kondigde in 1961 aan dat hij voor Amerika als doel had, dat er nog voor 1970 een maanlanding zou plaatsvinden door de Amerikanen. Tot dan toe was het alleen nog maar gelukt om iemand voor 16 minuten de ruimte in te krijgen, dus wat hij wilde was heel erg hoog gegrepen. We weten nu achteraf dat het mogelijk was, maar op het moment dat Kennedy het zei leek het natuurlijk onmogelijk. Kosten nog moeite werden gespaard en het Kennedy Space Center, wat toen nog niet zo heette, groeide en groeide. Wie zou het als eerste lukken? De Amerikanen of de Russen. Een strijd op ruimtevaartgebied tussen deze grote mogendheden begon. Uiteindelijk waren het de Amerikanen die met de Apollo 11 als eersten de maan bereikten op 21 juli 1969. Neil Armstrong zette nog voor 1970 als eerste mens een voet op de maan, maar Kennedy maakte dit helaas niet meer mee. We stopten tijdens de bus tour , nadat we langs het Vehicle Assembly Building en de crawlerway waren gereden, eerst bij een uitkijkplatform, vanwaar wij de lanceerplatformen die een eind verderop stonden konden zien.

We moesten daarna opnieuw een kwartier in de rij om weer een bus te nemen naar de volgende stop. Bij het volgende gebouw zagen we de film over het door Kennedy ingestelde Apollo programma, met als doel een vlucht naar de maan. Hier zag je ook het grond controle paneel waarmee de Apollo 8 werd gelanceerd. De Apollo 8 was de tweede bemande vlucht in het Apollo programma en de drie bemanningsleden waren de eerste mensen ter wereld om de aarde in zijn geheel, als planeet, vanuit de ruimte te zien. De Apollo 8 werd op 21 december 1968 en de bemanningsleden landden 6 dagen later weer op aarde. In een hele grote hal hing de Apollo 8. De originele. En heel erg groot. Het was wel indrukwekkend om onder en langs de Apollo te lopen.  

 In een vitrine naast de Apollo lag een heel klein stukje steen van de maan. Dit stukje was vastgeplakt en je kon het aanraken. Ook al leek het gewoon een mooi glad steentje, het is toch best bijzonder om een steentje van de maan te hebben mogen aanraken. Na het zien van de Apollo moesten we opnieuw in de rij gaan staan om te wachten op een bus die ons weer terug zou rijden naar het beginpunt van de tour.

  Op het Visitor Complex was nog wel het een en ander te doen, maar veel bezienswaardigheden bestonden uit shows, of films, die niet meer draaiden, of waar we nog lang op zouden moeten wachten. De Rocket Garden was nog wel even interessant om langs te lopen, maar de Astronaut Hall of Fame, waarvan ik het wel interessant had gevonden om die te bezoeken bleek nog 6 km bij het Visitor Complex vandaan te liggen. Ons entreekaartje besloeg ook de entree van deze Astronauts Hall of Fame, maar wij hadden geen tijd meer om deze te gaan bezoeken. De bus tour was erg interessant geweest, maar veel andere dingen op het Visitor Complex spraken mij  niet zo erg aan. Wie meer van Kennedy Space Center wil zien moet daar toch wel een hele dag voor uittrekken. Wij reden tegen de avond door naar Orlando, waar wij in een ander hotel zouden logeren dan aan het begin van onze vakantie.

Orlando

Toen we bij het hotel aan kwamen bleek het kantoortje een slordig klein hokje te zijn. Dit was wel even wat anders dan ons eerste hotel in Orlando. Later bleek dat dit een tijdelijk kantoor was, omdat het hotel schade had geleden door een brand. De lobby was daarbij verwoest. Ze bleken ook geen ontbijt meer te serveren. Wij hadden dit hotel echter wel inclusief ontbijt geboekt, omdat wij nog voor de brand hadden geboekt. Wij vroegen wat ze daarin voor ons konden betekenen, een korting, of iets anders? Ze konden niks voor ons doen, omdat wij via hotels.com hadden geboekt. We werden geadviseerd om met hen te bellen. Toen we aangaven dat wij geen Amerikaanse telefoon hadden en het voor ons erg duur zou worden om te bellen mochten we een telefoon van hen gebruiken. Bij hotels.com namen ze onze 'klacht'  direct serieus en ze zouden een ander hotel voor ons zoeken , in de buurt en mét ontbijt. Ondanks dat dit hotel duurder was dan de Red Roof Inn zouden ons geen extra nachten in rekening worden gebracht. We kregen zelfs $25 teruggestort op de rekening vanwege het geleden discomfort en we kregen een extra hotelvoucher van €75 die we in het komende jaar bij hotels.com konden besteden. Dit hadden wij niet verwacht. Wij hadden eigenlijk ingezet op een korting en hadden gedacht dat we bij de supermarkt in de buurt ontbijt moesten gaan halen voor de komende drie nachten. De oplossing van hotels.com, of Expedia, beviel ons veel beter. Na ongeveer een uur aan de lijn te hebben gehangen bedankten we Sunny van Expedia voor het vinden van een zeer gewaardeerde oplossing en Brenda van Red Roof Inn voor haar geweldige service, ondanks dat we daar niet bleven. Daarna reden we naar het voor ons geboekte Orlando Vista Hotel een paar km verderop aan dezelfde weg. Dit was een prima hotel om de laatste drie nachten in te verblijven.

  De volgende ochtend regelden we in dit hotel tickets voor Disney Magic Kingdom en Seaworld. We konden de gratis shuttle van het hotel nemen naar Disney, maar wij wilden er graag bij openingstijd zijn en de shuttle ging ons iets te laat weg. Wellicht wilden we 's middags ook nog even terug naar het hotel om 's avonds weer terug te gaan om de avondparade te zien. Je betaalde voor het parkeren slechts $15 voor de hele dag. Vanaf het parkeerterrein waren er twee manieren om bij de ingang van het park te komen. We konden kiezen tussen de monorail en de boot over het meer. De boot lag klaar aan de kade en  dus stapten we op de boot. Na een paar minuten varen kwamen wij bij de ingang aan. De kaartjes werden al gescand en tussen het scannen van de kaartjes en de hoofdpoort konden we wachten tot het 9:00 u. was en de poort geopend zou worden. De opening met het park gebeurde met een hele ceremonie. Boven de poort, op het perron van de Walt Disney World Railroad werd een showtje opgevoerd. Er werd gezongen en gedanst en daarna kwamen de Disney figuren met de trein aanrijden en daarna werd de poort geopend. Bij Universal Islands of Adventure was één attractie favoriet en dat was Harry Potter and the Forbidden Journey, waar iedereen als eerste naar toe rende. Hier in Magic Kingdom verspreidden de mensen zich over het hele park, waardoor het de eerste uurtjes nog niet heel druk was in het park.

Bij de eerste vijf attracties duurde de wachttijd niet langer dan 10 minuutjes. Wat een verademing vergeleken met de lange wachtrijen in Universal. Bij Universal kon je voor een flinke prijs Expresstickets kopen, waarmee je niet in de rij hoefde te staan en voorrang kreeg bij de attracties. Hier in Magic Kingdom was een uniek maar veel goedkoper systeem. Je kon op je entreepas gratis fastpasses krijgen, maar slechts 1 per uur. Bij de attracties waar lange wachttijden kunnen zijn staan automaten waar je je entreepasje in kunt doen en een fastpass voor die attractie kunt krijgen.

Je krijgt dan een fastpass voor een periode van een uur dat kort volgt op het tijdstip waarop je de fastpass hebt verkregen (in elk geval niet langer dan een uur daarna). Je reserveert dus eigenlijk een plekje in het volgende uur en ondertussen kun je in een attractie gaan waar de wachtrij kort is, of even wat eten of drinken. In Magic Kingdom heb je vier werelden, Adventureland, Frontierland, Fantasyland en Tomorrowland. Daarnaast heb je nog het gebied rond Mainstreet USA en Liberty Square (rondom het kasteel van Assepoester). In Magic Kingdom vind je minder spectaculaire attracties, maar wel heel veel mooie attracties. Er valt veel te beleven voor zowel kinderen als volwassenen.  

De mooiste attracties vond ik Jungle Cruise (in een bootje met gids vaar je door de jungle), Pirates of the Carribean (in een bootje vaar je in het donker door een piratenwereld), It's a Small World (in een bootje vaar je door het vrolijke decor van met poppetjes en bezienswaardigheden van over de hele wereld, het liedje wat ze draaien kun je daarna maar moeilijk uit je hoofd krijgen), Peter Pan's Flight (in een soort vliegtuigje vlieg je boven de wondere wereld van Peter Pan), The Many Adventures of Winnie de Pooh (je rijdt in een karretje door het decor uit de verhalen van Winnie de Pooh en zijn vrienden), Under the Sea-Journey of a little Mermaid (je vaart in een bootje in door het prachtige decor van de Kleine Zeemeermin) en Buzz Lightyear's Ranger Spin (in een decor van Buzz Lightyear rijd je in een karretje langs allemaal targets met lampjes, waar je met een lasergun op moet schieten om punten te scoren).

  Aan het begin van de middag werd het aanzienlijk drukker en ook veel warmer. Na onze lunch barstte er een bui los, maar die duurde maar kort en daarna was het meteen alweer heel erg warm. Wij gingen aan Mainstreet klaar zitten voor de Celebrate a Dream Come True Parade die om 15:00 u. begon. Bij aankomst bij het park kun je een plattegrond van het park krijgen met daarbij een lijstje met tijden van de shows en parades. Deze tijden kunnen van dag tot dag verschillen. Na de parade gingen wij nog in een paar attracties en daarna hadden wij de attracties die we wilden doen wel gedaan.

We gingen op zoek naar een geschikte plek om nog even wat te eten en vonden het vreemd dat een van de grootste restaurants in het park na lunchtijd al gesloten was. We hadden na een fijne, lange dag te weinig puf om nog te wachten op de Mainstreet Electrical Parade, die pas om 21:00 u. zou worden gehouden en reden rond 20:00 u., na een hele leuke dag, terug naar het hotel.

Onze laatste volle dag in de USA gingen we naar Seaworld.  Ook hier gingen we weer vroeg naartoe. Ondanks dat het hier ook erg om de dieren gaat is dit toch meer een attractiepark dan een dierenpark te noemen. Er zijn twee mega spectaculaire achtbanen en nog een aantal andere rides en de shows met dieren zitten boordevol spektakel. Wij hebben de drie grootste shows gezien, One Ocean (een show met orka's), Blue Horizons (de dolfijnenshow) en Clyde & Seamore Take Pirate Island (met een zeeleeuw en een otter). De show met de orka's is erg omstreden, want orka's zouden niet gelukkig kunnen zijn in gevangenschap. Wie heeft niet de film Free Willy gezien? Ik wel en die was toch wel een beetje blijven hangen. Desondanks hoort een bezoekje aan Seaworld er wel een beetje bij in Orlando en als je naar Seaworld gaat, dan ga je ook naar de belangrijkste show, de show met de orka's dus. En dat is een wervelende show. Ik dacht dat er maar 1 orka zou zijn, maar het waren er wel 6. In tegenstelling tot de show met de dolfijnen gingen de verzorgers niet het water in bij deze show. De orka heet niet voor niets Killer Whale. Het is een echte jager en dus ook gevaarlijker dan dolfijnen.

     

We lunchten bij The Shark Encounter. Hier konden we terwijl we lunchten in een enorm aquarium grote haaien, vissen en roggen zien zwemmen. Halverwege de middag barstte er weer een enorme bui los. We waren op dat moment net in een winkeltje en konden daar blijven schuilen. Wij hadden het voordeel dat we vroeg in het park aanwezig waren, waardoor we al veel van het park hadden gezien, voordat de regen met bakken uit de lucht viel. Wij hadden tijd genoeg om rustig te wachten tot de bui was overgetrokken, waarna we de rest van de attracties nog konden doen en de dieren konden bekijken. Er waren twee attracties waarvan je aan de buitenkant niet goed kon zien wat je van de attractie mocht verwachten, of wat voor attractie het was. In Antarctica: Empire of the Pinguin stap je in draaiende karretjes die langs een Zuidpooldecor rijden. Aan het eind van de wachtrij kun je kiezen uit een wild of mild draaiend karretje, die beide door hetzelfde decor rijden. Aan het einde van de rit loop je langs de verblijven van drie soorten pinguïns. Het is daar koud. Tijdens de rit met de karretjes wordt de temperatuur in geleidelijke stapjes steeds kouder. Bij Wild Arctic zie je eerst een Imax film over de Noordpool vanuit een helikopter (wie daar niet van houdt kan ook lopend gaan en de gewone film zien), daarna kom je bij de verblijven van de ijsberen, walrussen en beluga's. Ik heb vooral ook erg genoten van de dolfijnen, die je zowel achter het Dolphin Theatre als bij de Dolphin Cove onder water kon zien zwemmen en die gezellig actief waren. Na een snelle hap vertrokken we vroeg in de avond richting ons hotel.

We boekten het hotel nog voor een halve dag bij, zodat we op de laatste dag konden uitslapen en in alle rust onze reistas overhoop konden halen om die daarna weer opnieuw en zo ergonomisch mogelijk weer in te pakken. We maakten voor de tweede keer op deze reis gebruik van het zwembad bij het hotel en reden op ons gemak naar de luchthaven, waar we de drop-off plek voor de auto gemakkelijk konden vinden. Via Atlanta vlogen we weer naar Amsterdam. Dit was mijn derde reis naar de Verenigde Staten en ik vond het opnieuw fijn om daar te reizen. De mensen zijn vriendelijk en hulpvaardig, de wegen zijn heel goed te berijden en de hotels zijn over het algemeen goed, ook als je middenklasse tot goedkope hotels boekt. De natuur is mooi, er is veel te doen en ondanks dat het een heel jong land is, heeft het toch een rijke en interessante geschiedenis. En op deze reis, in het bijzonder, ook een rijke muziekhistorie. Inmiddels heb ik heel veel van Amerika gezien en ik voel me bevoorrecht, want ik besef me terdege dat ik meer van het land heb gezien dan een heel groot deel van de Amerikaanse bevolking. Ik kan het land als vakantieland absoluut aanbevelen, want het is zeer de moeite waard!

 

[Start] [Australië] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje Scandinavië (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [Jordanië] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]