____________________________________

     Warschau, Baltische Staten en St. Petersburg

(rondje Oostzee)    

____________________________________

Warschau / Vilnius / Kruisberg / Riga / Tallinn / St. Petersburg / Helsinki / Stockholm / Malmö

 

Komt u van de Kras site, klik dan hier en klik dan door naar de Baltische Staten voor betere navigatiemogelijkheden.

 

Samen met mijn moeder boekte ik deze nieuwe rondreis van Kras. In 12 dagen zouden we tijdens een busrondreis vanuit Nederland om de Oostzee reizen, met als hoogtepunten Warschau, de Baltische hoofdsteden en St. Petersburg. We zouden gaan reizen met een groot gezelschap, 50 personen, want de hele reis was volgeboekt. We vertrokken op 8 augustus en zouden 19 augustus weer terug zijn in Nederland.

Deze reis startte voor ons in Hengelo op het Centraal Station. Hier werden we met de bus opgehaald om direct door te rijden naar het van der Valk Hotel bij Hengelo. Hier kwamen de verschillende bussen van Kras bij elkaar en werd men in de definitieve groep ingedeeld. Wij zaten in de grootste groep, een volgeboekte groep, 50 man met Hans als reisleider/chauffeur. Een andere groep van Kras, die bij de reisorganisatie Goed Idee hadden geboekt (ongeveer 30 personen) zou de komende dagen bijna exact dezelfde route volgen als wij.

  Al snel bleek dat er drie bussen van Kras en 1 bus van OAD deze eerste dag dezelfde route reden naar Berlijn, op exact hetzelfde tijdschema. Dit betekende tijdens de koffiestop, lunchstop en teabreak massale bedoeningen bij de wegrestaurants. Een stop van 45 min. lijkt lang genoeg, maar is dat maar amper als meer dan 120 mensen tegelijk iets te eten willen bestellen en naar het toilet willen.

De laatste stop was bij een wegrestaurant op de plek waar vroeger de grens was tussen West en Oost-Duitsland. In 1990 was ik hier ook, de grens was toen pas opengesteld, maar de grenscontrole was hier toen nog behoorlijk streng. Nu is van de grenspost een museum gemaakt en is de grens verdwenen. Een wachttoren laat nog zien dat de grens ooit zwaar bewaakt werd.

Rond zes uur kwamen we die avond in het NH Berlin Potsdam aan, waar we een half uur later al aan het buffet konden beginnen. Ook hier weer heel veel mensen van Kras die tegelijk kwamen dineren. De capaciteit van het hotel was niet groot genoeg om dit aan te kunnen. Dit betekende geduld hebben, af en toe in de rij staan en wachten tot het eten weer was aangevuld. Het eten en ook het hotel waren verder prima.

Warschau

Na een vroeg ontbijt vertrokken we om half 8 met de bus richting Warschau. Rond een uur of negen kwamen we bij de Poolse grens aan. Bij een groot douane station konden we euro’s wisselen voor zloty’s, de Poolse munteenheid. Op deze reis veel verschillende landen, maar ook veel verschillende valuta. Het landschap in Polen op de route van Berlijn naar Warschau is een beetje glooiend/heuvelachtig, met veel landbouw. Her en der loopt ook wat vee aan een touw, maar grote omheinde weilanden zie je in Polen nauwelijks. Er is wel veel bos en de vegetatie verschilt verder niet heel veel van de onze. De bevolkingsdichtheid is wel veel minder dan in Nederland en dus heeft Polen relatief veel natuur. Langs de hele route zagen we af en toe hertjes lopen en heel veel ooievaars.

Ze zijn in Polen heel hard bezig om het wegennet te verbeteren, maar zoiets kost tijd en een heel deel van onze route ging dan ook over secundaire wegen. De snelwegen waar we overheen reden waren prima. We zagen overal mensen aan het wegennet werken en waarschijnlijk heeft Polen binnen een aantal jaren een goede infrastructuur. Na een lunchstop en een theestop kwamen we tegen half zeven in Warschau aan, waar we een Nederlandse gids in de bus kregen, waarmee we een rondrit door de stad maakten. We reden o.a. langs het graf van de Onbekende Soldaat en de woning van de Presidente (burgemeester) van de stad. In de stad staan niet alleen maar de grauwe grijze blokkendozen uit de tijd van het communisme, maar ook nieuwe huizen, kantoorgebouwen en wolkenkrabbers met billboards en lichtreclame. Kantoorgebouwen kan men van woonhuizen onderscheiden, door te kijken naar de grootte van de ramen. Grote ramen betekenen veel stookkosten in de winter en die stookkosten kunnen alleen de grote bedrijven betalen. De gewone burger woont dus in huizen met kleine ramen, kantoorpanden hebben grotere ramen.

Buiten het oude centrum van de stad ligt zelfs een winkelcentrum, gebouwd in opdracht van Nationale Nederlanden, waarvan het dak geheel van glas is en golvend is. Dit moet het golvende water van de rivier de Wisła voorstellen. De Wisła heeft, zelfs in het centrum van de stad, nog natuurlijke oevers, men heeft er nog geen grote betonnen oevers van gemaakt, al denkt men er wel over na om dat te doen. Nu heeft de Wisła nog de natuurlijke oevers en de vegetatie is belangrijk voor de dieren, vooral de vogels. Het nadeel is, dat het bij hoog water nogal eens problemen wil geven. Er zijn nog weleens overstromingen in de stad. De Sirene, waarvan een standbeeld op de Oude Markt staat zal de stad echter beschermen tegen het water. Zij is het symbool van de stad Warschau. Het symbool van het land Polen is de witte adelaar, absoluut niet te verwarren met de zwarte van Duitsland. Duitsland heeft er namelijk in WO II voor gezorgd dat 85% van de stad Warschau werd verwoest. De Joodse getto, waar alle Joden bij elkaar dienden te wonen, maar ook de historische binnenstad. De film The Pianist vertelt dit verhaal. De stad is na de oorlog grotendeels weer opgebouwd zoals de stad er voordien uitzag. Men deed dat vooral naar een voorbeeld van de schilderijen van de schilder Bernardo Bellotto, die heel gedetailleerde schilderijen van de binnenstad had gemaakt. Op de Koninklijke Route in de buurt van de Sint-Annakerk staat een voorbeeld van een van deze schilderijen.

   

   
  De Sint-Annakerk is een kerk waar nu vooral studenten komen. Het is een grote kerk. Op de prachtige gevel van de kerk hangt nu een hele grote foto van de voormalige Paus, Paus Johannes Paulus II, de paus waar de Polen erg trots op zijn, omdat het een Pool was. Een andere bekende Pool was Madame Marie Skłodowska-Curie, de enige vrouw die 2X de Nobelprijs won voor haar ontdekkingen van de elementen radium en polonium. Haar werkplek, totdat zij naar Frankrijk vertrok, was het aan de rechterzijde van de Sint-Annakerk grenzende gebouw.

Met onze gids liepen wij verder naar een plein waarop de 22 meter hoge Koninklijke Zuil ter ere van Koning Sigismund III staat. Aan de ene kant van de zuil zie je de oude stadsmuur en aan de andere kant het Koninklijk paleis. Koning Sigismund III was er verantwoordelijk voor dat de hoofdstad van Polen tussen 1569 en 1600 “verhuisde” van Krakau naar Warschau, hij was de eerste die het gebouw als Koninklijke residentie gebruikte. Ook hadden we van hieruit een mooi uitzicht op het nieuwe, voor het EK voetbal in 2012 gebouwde voetbalstadion, dat aan de andere kant van de Wisła staat.

Het Koninklijk paleis werd pas dertig jaar geleden herbouwd. Na de oorlog wilden de Russen niks weten van Poolse koningen en zij hielden de wederopbouw van het paleis lange tijd tegen. Nu staat het er weer. In dit paleis woonden dus sinds eind 16e eeuw de Poolse koningen. Vroeger erfden de koningen hun titel, maar de koningen die in dit Koninklijk paleis woonden waren koning in de tijd dat de koning door het volk werd gekozen. Het paleis was van de staat en dus geen eigendom van de koning zelf. Veel koningen lieten daarom nog een andere residentie bouwen. Op het plein stonden verder ook nog allemaal andere mooie oude (nieuw opgebouwde) panden.  

Via een smal straatje kwamen we bij de St.-Johannes kathedraal. Deze kathedraal werd tijdens de opstand in WO II gebruikt als toevluchtsoord door vele mensen. Men dacht dat men in een huis van God wellicht veilig was. De Duitsers durfden inderdaad de kathedraal niet binnen te vallen, maar ze hadden wel een radiografisch bestuurbare tank met explosieven die ze door de muur van de kathedraal lieten rijden. De hele kathedraal, met vluchtelingen, werd op deze manier opgeblazen. In de muur aan de zijkant is een gedenkplaat en een stuk rupsband van de tank gemetseld, opdat de slachtoffers nooit vergeten zullen worden.

 

  Via een poortje kwamen we op een klein pleintje dat uitzicht bood op de Wisła. We stonden op een heuvel, op een plek waar vroeger een vuilnisbelt was. De tuinen van het Koninklijk paleis lagen onderaan deze vuilnisbelt en dat gaf vaak nogal een onaangename geur in de paleistuin. Hierna liepen we nog langs een bronzen bel, die nooit in een toren heeft gehangen omdat de bel al gebroken was voordat deze uit de mal werd gehaald. Als je de bel aanraakte mocht je een wens doen.

Hierna kwamen we op het marktplein waar het standbeeld van de Sirene staat en waar oude gildegebouwen stonden (ook weer nieuw gebouwd natuurlijk).

Via een wat bredere straat liepen we naar de plek waar het Monument van de Opstand stond. Een monument ter nagedachtenis aan de 63 dagen durende opstand van het Poolse verzetsleger tegen de Duitsers. Voor de zuilen van het paleis van justitie stond een enorm beeld. Het monument bestaat uit dit grote beeld en een wat kleiner beeld wat links op het plein staat. Het grote beeld, mannen met geweren in opmars, laat het begin van de opstand zien. Het geeft echter een klein beetje een vertekend beeld, want slechts 1 op de 10 mannen die aan de opstand deelnamen had een wapen en in de meeste gevallen was er te weinig munitie voor deze wapens beschikbaar.  

Het kleinere beeld laat zien hoe mensen via de rioolputten de stad wilden ontvluchten. Dat lijkt gemakkelijk, maar was het niet. De opstand vond plaats in het najaar van 1944 en in die tijd van het jaar stonden de riolen helemaal vol met ijskoud water. Echter, de meeste mensen bereikten het riool niet eens, omdat Duitse scherpschutters de mensen die naar de rioolputten renden, die midden op straat lagen, neerschoten. Dit was het eindpunt van onze stadswandeling. We eindigden deze dag met nog een klein stukje rondrit door de stad, voordat we vrij laat in het Desilva hotel aankwamen, waar we die avond bietensoep en andere Poolse gerechten aten.

Vilnius

Om acht uur ’s ochtends vertrokken we richting Vilnius. We hadden weer een lange reisdag voor de boeg.  We reden nog een stukje over de snelweg en hadden onze koffiestop bij een tankstation. Later op de dag reden we meer op secundaire wegen en in een klein dorpje hadden we onze lunchstop. In het parkje aten we onze al bij het tankstation ingeslagen lunch op. In het dorpje waren wel een aantal hele kleine winkeltjes, maar er was geen grote supermarkt o.i.d. We konden het toilet van het Raadhuis gebruiken. We reden door een gebied dat de Mazuren heet, een gebied dat bekend staat om de vele meren en vennetjes. We kwamen onder andere door een heel leuk dorpje waar een aantal sluizen waren. In de weilanden zagen we wederom veel hertjes en ooievaars en nu zelfs ook een vosje.

Vroeg in de middag reden we Litouwen binnen, waar het een uur later was dan in Polen, deze tijd zouden we tot Rusland aanhouden. Het landschap in Litouwen verschilde niet veel van het Poolse landschap, wellicht was het gebied waar we doorheen kwamen iets bosrijker. De wegen in Litouwen waren goed, maar ook hier kun je nog niet de hele route over snelwegen rijden. Langs de stad Kaunas reden we richting Vilnius waar we om 19.15 u aankwamen.

Litouwen is de grootste van de Baltische Staten, Estland de kleinste. Met elkaar hebben de Baltische Staten zo´n 6,2 miljoen inwoners. Zo´n 3 miljoen in Litouwen, 2 miljoen in Letland en 1 miljoen in Estland. De munteenheid in Litouwen is de Lita. Litouwen hoorde lange tijd bij Polen, Letland bij Duitsland en Estland bij Finland. Hierdoor zijn de landen toch heel verschillend van elkaar.

Tijdens het communisme waren de Russen er natuurlijk vooral de baas. In de tijd dat Gorbatsjov aan de macht was, de tijd van de glasnost, besloot Gorbatsjov dat de grote televisiezendmast (326 m hoog) die in Vilnius staat in handen van de Russen moest blijven toen de  inwoners van Vilnius deze in bezit wilden nemen, want de zendmast was voor iedereen erg belangrijk. De Russen grepen in en kwamen op 13 januari 1991 met tanks op de betogers af, waarbij 14 mensen door tanks overreden werden. Kort daarna moesten de Russen zich terugtrekken uit Vilnius en hier is de strijd voor onafhankelijkheid van de drie Baltische Staten, de Wende, begonnen. Ons hotel stond op een paar honderd meter afstand van deze televisiezendmast, op een vrij historische plek dus.

 

Kaartje van Vilnius

 

De volgende ochtend vertrokken we om 9 uur met de bus voor een stadsrondrit en wandeling door Vilnius. Gids Olga, uit Vilnius, stapte al bij het hotel bij ons in de bus. We reden eerst met de bus een rondje door de stad, langs het parlementsgebouw, langs de rivier de Neris. Langs de Witte Brug over de Neris, waar jongeren als het mooi weer is bij elkaar komen, omdat er beachvolleybalvelden zijn en terrasjes. Over de Groene Brug, waar vanaf je een mooi uitzicht had op de ruïnes van het Hooggelegen kasteel op de heuvel, ook wel Gediminas kasteel genoemd. In Litouwen hebben ze maar 1 woord voor heuvel en berg, alle verhogingen van het landschap noemen ze berg, dus eigenlijk moet ik zeggen het kasteel op de berg. Op de toren wapperde de Litouwse vlag. Geel, groen en rood. De gele kleur staat voor de amber/barnsteen waar Litouwen bekend om is, en voor de zon, die je in Litouwen maar 1800 uren per jaar ziet, de rest van het jaar regent of sneeuw het (50%). De kleur groen staat voor de natuur, die in Litouwen nog veel aanwezig is. De kleur rood staat voor het bloed dat werd vergoten in de strijd om de onafhankelijkheid.

 We reden naar de Petrus en Paulus kerk, deze kerk in barok stijl gingen we niet alleen van buiten, maar ook van binnen bekijken. De kerk die in 1685 klaar was is van binnen versierd met prachtig beeldhouwwerk. In totaal zouden er ongeveer 2000 beelden/gezichten van mensen te vinden zijn in de kerk. Onder de drempel van de kerk ligt Michael Casimir Pac begraven, zodat hij vanuit zijn graf onder de rokken van de dames die over de drempel stappen kan kijken, zegt men. Op zijn grafsteen staat de tekst “Een zondaar rust hier”.  Aan de binnenkant van de deur staat aan de rechterkant een beeld van Sint Christopher die baby’s op zijn arm over de rivier tilde en die over baby Jezus zei dat hij zo zwaar was, dat hij ooit de last van de wereld op zijn schouders zou kunnen dragen (dit beeld is het symbool van het leven) en aan de linkerkant een beeld van de dood. In het midden van de kerk hangt recht onder de koepel waarin een beeld van God te zien is een prachtige kroonluchter, in de vorm van een schip, die in 1905 in Letland is gemaakt.

 

 

 

We reden hierna weer een stukje verder met de bus. We zagen naast de oude Russische appartementenblokken, die grijs en grauw zijn/waren (en met slecht materiaal waren gebouwd omdat dat lekker goedkoop was) en waar nog steeds een groot deel van de Litouwse bevolking in woont ook een heleboel grote nieuwe panden en kantoren. Litouwen komt inmiddels de economische crisis wat te boven, maar het gemiddelde inkomen is nog steeds erg laag en de pensioenen des te lager. Het werkeloosheidspercentage is 17,5%. Om deze reden gaat de Litouwse jeugd na de studie vaak in andere landen werken, of zelfs al in een ander land studeren. In Vilnius wonen ongeveer 540.000 mensen, maar met de buitenwijken meegeteld zo’n 1,5 miljoen.

  We reden naar het kathedraalplein, waar we onze rondleiding te voet voortzetten. Voor de mooie witte kathedraal die meer op een tempel lijkt staat een mooie witte klokkentoren. De klokkentoren is in delen gebouwd en is 57 meter hoog. Het onderste deel werd gebouwd in de 14e eeuw, de klok is 17e eeuws, het bovenste stuk werd gebouwd in 1803 en het koepeldak werd er in 1893 opgezet. We liepen verder naar het presidentiële paleis. Aan de vlag die op het dak wapperde konden we zien dat de Presidente er op dat moment aan het werk was. Het paleis is slechts haar werkplek. Ze woont elders in de stad. Vroeger werd het gebouw bewoond door de bisschoppen van de stad, totdat het in 1795 in Poolse handen viel, waarna het de residentie werd van de Russische gouverneur-generaal. In 1812 hebben Tsaar Alexander I en Napoleon er overnacht.

Via de universiteit liepen we naar een gebouw waar de onafhankelijkheidsverklaring was getekend. Daarna kwamen we nog langs een bijzondere amber of barnsteen galerie. Het was ook een klein museum. Van amber worden mooie sieraden gemaakt. Amber heb je in kleuren van donkerbruin tot melkgeel en zelfs een paar blauw/groene varianten. Het is een soort steen die komt van het hars van de bomen, dat jaren in de grond bewaard is gebleven en vaak gevonden wordt op de stranden aan de Oostzee. Soms zitten er nog insecten in opgesloten, zulke stukken barnsteen zijn erg bijzonder en erg duur. Echt barnsteen is van nep te onderscheiden door erover te wrijven, echt barnsteen geeft een lekker aroma af. Ook blijft echt barnsteen drijven in zout water, terwijl plastic zal zinken. In deze galerie, tevens museum lieten ze al deze dingen zien. In de kelder is het museum, je loopt daar over glasplaten waaronder stukken strand van de Oostzee, met barnsteen te zien zijn.

Toen we weer verder liepen kwamen we al snel bij de gotische Sint-Annekerk. De kerk werd gebouwd tussen 1495 en 1500 met 33 verschillende soorten bakstenen. Napoleon vond de kerk zo mooi dat hij de kerk graag in zijn handpalm mee had willen nemen naar Frankrijk. Samen met de Bernardus kerk die achter de Sint-Annekerk werd gebouwd vormt de kerk nu één geheel. We stapten hier weer in de bus om naar de Poort van de Dageraad te rijden. Deze goedbewaarde stadspoort van 7 bij 7 meter kwamen we vanaf de zuidzijde door. Aan de kant van de nieuwe stad. Aan die kant zie je aan de bovenkant het wapen van Litouwen afgebeeld met in het midden de Vytis, een ridder, en aan beide zijkanten een griffioen. Daaronder is een heel klein gebeeldhouwd gezicht van Hermes, de beschermer van de kooplieden, te vinden. Aan de andere kant in een kleine kapel in de poort hangt een gouden schildering van de maagd Maria.  

  De kapel is een bedevaartsplek voor vele gelovigen geworden en zeker voor de Polen, sinds de Paus hier in 1993 was. We liepen verder langs de St-Theresa kerk, waar een gouden engel op de koepel op het dak staat, en de Casimirkerk, een mooie roze barokkerk, die door de eeuwen voor allerlei doeleinden is gebruikt en zelfs een tijd als atheïstisch museum werd gebruikt. Op het raadhuisplein hebben we een kopje thee gedronken op een overdekt terrasje, omdat het helaas even was begonnen met regenen. Bij een supermarkt aan het plein hebben we heerlijke zoete broodjes gehaald. Bij de meeste supermarkten, maar ook bij restaurants kun je gewoon pinnen met je bankpas. Dat is erg handig als je net als wij maar één dag in zo’n land verblijft. In Litouwen, maar ook in Letland accepteren ze op veel plaatsen ook de euro. Als je met kleingeld betaalt krijg je vaak je wisselgeld ook gewoon in euro’s. Als je met wat groter geld betaalt krijg je je wisselgeld al snel in de lokale valuta. Soms wordt alleen papiergeld in euro’s geaccepteerd.

Vanaf de Poort van de Dageraad stapten we weer in de bus om nog een klein stukje door de stad te rijden. O.a. langs de enige synagoge (van de meer dan 50 kerken) in Vilnius. Het is de enige van de 100 synagogen die WO II heeft doorstaan. 200.000 Litouwse slachtoffers zijn er in de oorlog gevallen, waaronder natuurlijk veel Joden. Hierna reden we de stad uit naar het op 28 km buiten de stad gelegen Trakai. Dit dorp op een schiereiland ligt omringd door vijf meren in het Trakai Historical NP. Het regende toen we daar aankwamen, maar het fort aan het water bleef prachtig om te zien. Via twee bruggen liepen we naar de Middeleeuwse burcht toe. De burcht werd in de 15e eeuw gebouwd en in 1655 door de Russen verwoest. Mede met de hulp van de Russen is het in de 20e eeuw weer gerestaureerd. Van buiten ziet de burcht er nog wel oud uit, maar van binnen zijn de kamers te mooi gemaakt om oud te lijken. Het is nu een museum en in elke kamer staat wel iets tentoongesteld. We kregen er weer een rondleiding en konden daarna nog vlug zelf wat zalen bekijken. Daarna was het weer tijd om terug te keren naar het hotel.

   

   

Kruisberg

  Vanuit Vilnius maakten we een kleine omweg die nog niet in het programma van Kras stond, maar nu wel in het programma was verwerkt. We gingen namelijk langs de Kruisberg. We vertrokken om 8 uur. Rond een uur of 11 waren we bij Šiauliai, waar de Kruisberg zich bevindt. De Kruisberg ontstond op een plek waar de Litouwers ooit een fort hadden gebouwd dat hen moest beschermen in hun strijd tegen de zwaardridders. Men plaatste er in de 14e eeuw al kruisen ter herinnering aan deze succesvolle strijd. Na de twee grote opstanden in 1881 en 1863 tegen de Russen werden er in het geheim opstandelingen begraven en werden er kruisen neergezet.
Begin 20e eeuw stonden er al meer dan honderd kruisen.  De heuvel groeide uit tot een symbool van nationaal verzet tegen de Russen. Men plaatste er kruisen omwille van het geloof, uit verzet tegen de Russen of om doden te herdenken, waaronder veel doden (vermisten) die naar Siberië waren getransporteerd. De Russen probeerden vanaf 1961 twee decennia lang keer op keer de kruisen te verwoesten, maar er kwamen steeds weer nieuwe kruisen bij. Door het bezoek van Paus Johannes Paulus II op 7 september 1993 kreeg de Kruisberg internationale aandacht en werd het een bedevaartsoord. Door de zege die hij over de berg uitsprak is de berg eigendom van de hele wereld geworden. Voor de Kruisberg staat een beeld van de kruisiging van Jezus dat in 1994 door de Paus geschonken is. Via een betonnen pad loop je vanaf de parkeerplaats naar de Kruisberg toe. Al van ver zie je de bruingrijze (van al het hout van de kruisen) heuvel liggen.  

Het is heel indrukwekkend om tussen deze miljoenen kruisen door te lopen. Grote en kleine kruisen van allerlei materialen en verscheidene heilige beelden zijn op de heuvel geplaatst, overal waar je loopt en kijkt vind je kruisen, ze hangen zelfs in de bomen. Als je geen kruis(je) hebt meegenomen kun je bij de kiosk bij de parkeerplaats nog een kruis kopen, maar er zijn ook mensen die kiezeltjes zoeken en daarvan een kruisje maken en het ergens op de heuvel neerleggen. Ik had de dag ervoor in Vilnius al een kruisje gekocht en dat hangt nu ergens op de Kruisberg.

 

 

 

Riga

Die middag passeerden we de grens met Letland. Het regende inmiddels pijpenstelen. Toen we in Riga aankwamen was dat nog steeds zo. We kregen een uurtje om te lunchen en deden dat bij het eerste geschikte koffiecafé dat we zagen. Het was zwaar bewolkt en de regen kwam met bakken uit de lucht, ook op het moment dat onze stadswandeling met de lokale Engelstalige gids Eva begon. De bus stond op een parkeerterrein langs de rivier Daugave naast een standbeeld voor de Letse schutters wat een eerbetoon is aan de Letse beschermers van Lenin die een belangrijke rol speelden tijdens de Russische revolutie. Vanwege de Daugave rivier en de ligging aan de Oostzee werd Riga op deze plek gebouwd. In de 12e eeuw maakte de stad een flinke groei door en in 1282 werd de stad lid van de Hanze. Vele jaren is Letland onder andere invloeden geweest, Duitsers, Polen, Zweden en natuurlijk de Russen hebben het land lange tijd bezet. Een korte periode van vrijheid kende het land tussen 1918 en WO II, waarna het tot de Wende weer bezet werd door de Russen.

De stad Riga is ongeveer 300 km² groot. Er wonen ongeveer 700.000 mensen, waarvan slechts de helft Let is. Er wonen veel Russisch sprekenden en voor hen zijn er Russische scholen en zijn er o.a. een Russisch theater en een Russische tv-zender. Ook Letland heeft veel last van de economische crisis gehad, maar komt er nu weer wat bovenop. Het werkeloosheidspercentage is van 13% naar 12% gegaan. Toch trekken ook veel jonge Letten weg uit het land om hun geluk elders te beproeven. Het toerisme behelst slechts 3% van de economie. Er komen veel Scandivaviërs en in de zomer komen er ook mensen uit woestijnlanden, zoals Israël die de hitte in hun eigen land ontvluchten en hier in Riga soms tijdelijk een appartement huren en te overzomeren.

  Door de regen liepen we met Eva langs het bezettingsmuseum naar het Raadhuisplein waar natuurlijk het Raadhuis staat, wat uit 2001 dateert en waar ook het Huis van de Zwarthoofden te vinden is. Ook dit gebouw is niet authentiek, maar na WO II weer helemaal opnieuw opgebouwd. De architecten die daar opdracht toe hadden gekregen hebben het huis rijkelijk versierd en het is dus niet helemaal naar het oorspronkelijke gebouw opgebouwd. Desalniettemin blijft het een prachtig gebouw, met een hele Hollandse gevel. De Compagnie van Zwarthoofden was een genootschap waar alleen ongehuwde handelaren van buitenlandse afkomst lid van mochten worden, in wezen een opstapje voor het Grote Gilde. De naam van het broederschap verwijst naar de Afrikaan Sint-Mauritius die als beschermheilige voor de broederschap was gekozen.

We liepen door naar de Sint-Pieterskerk met zijn 124 m lange toren die je overal in de binnenstad boven de gebouwen ziet uitsteken. Er is nu een museum in gevestigd en sinds kort worden er ook weer diensten in gehouden. Achter de kerk staat een standbeeld van de Bremer Stadsmuzikanten, dat door de stad Bremen aan Riga werd geschonken. We liepen verder door de regen naar een plein met allemaal terrasjes en gildehuizen. De gids vertelde wel het een en ander, maar de groep was zo groot en het regende zo hard dat wij tijdens het lopen niet meekregen waar welk gebouw stond. Zo hebben wij door de regenachtige omstandigheden de Drie Broeders (pakhuizen uit de Middeleeuwen) en het Kattenhuis gemist. Ook zijn we niet naar het Vrijheidsbeeld geweest, een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de deportaties tijdens de Russische bezetting. We reden er later nog wel met de bus langs. Eva liet ons nog wel de Dom op het Domplein zien. Bisschop Albert legde in 1211 de eerste steen van deze Dom, die bekend staat om zijn orgel dat meer dan 7000 pijpen telt. De Dom werd helaas net gerestaureerd en stond toen wij er waren in de steigers.

   

 

 

Hierna reden we met de bus naar een Art Nouveau of Jugendstil wijk waar mooi versierde huizen uit eind 19e eeuw, begin 20e eeuw stonden. Hier woonden de rijke mensen op stand. In de huizen waren vaak al een badkamer en centrale verwarming aanwezig, wat een enorme luxe was in die tijd. Veel van de huizen die wij hebben gezien waren ontworpen door de Russische architect Michael Eizenstein. Er waren echt prachtige huizen bij. Na het bezoek aan deze wijk reed de buschauffeur ons naar Hotel Baltpark in een wat minder rijke wijk van de stad, waar we om ongeveer om half zes aankwamen. Riga is een mooie stad, maar door de omstandigheden en de korte duur van ons bezoek heb ik er naar mijn gevoel te weinig van gezien. Vooral bij goed weer lijkt het me heerlijk om langs de oude gebouwen te slenteren en lijkt  het me een gezellige stad met alle mooie terrasjes aan het plein met gildehuizen. Maar wie weet kom ik ooit nog weleens voor een stedentrip naar deze stad terug!

Tallinn

Het weer was een beetje opgeklaard toen we om half negen vertrokken. We passeerden al snel de grens met Estland. Het landschap van de verschillende Baltische Staten verschilt onderling niet zoveel. We kwamen om 11 uur in het stadje Pärnu aan. Pärnu is een door de Esten geliefd badplaatsje aan de Finse Golf. Hier hadden we even tijd om wat rond te wandelen en eventueel wat te eten of te drinken. We keken even bij de souvenirshops en liepen even naar de Elizabethkerk. Deze barokkerk uit 1747 zag er erg oud en vervallen uit. Veel mooier was de Russisch Orthodoxe Katharinakerk (1768) die gefinancierd werd door keizerin Katharina de Grote en de rijkste en ook een van de mooiere orthodoxe kerken van Estland is. Al rijdend door Pärnu op weg naar Tallinn passeerden we heel veel verschillende gekleurde houten huizen. Ik vond het mooi om te zien hoeveel verschillende soorten huizen er hier gebouwd waren.  

Het was deze dag prachtig weer. Een mooie dag voor een rondleiding in Tallinn. We kwamen om ongeveer half twee bij het Go Hotel Shnelli aan en om drie uur zouden we met de bus vertrekken. De meeste kamers waren al klaar, maar die van ons helaas nog niet. Op een bankje aten wij onze in Pärnu gekochte broodje op en wachtten tot het weer tijd was om bij de bus te verzamelen. Om drie uur vertrokken we met de Engelstalige gids Karin in de bus voor een rondrit door en buiten de stad. Tallinn is een ongeveer 1000 jaar oude stad, terwijl Estland al ongeveer 11000 jaar bewoond wordt,  sinds 5000 jaar door de Esten. In Estland wonen 1,34 miljoen mensen, de meeste daarvan wonen in de stad. Tweederde deel van de bevolking is Est en een derde is Russisch sprekend, net als in Letland. Het Ests lijkt op het Fins, maar niet op het Russisch, waardoor men elkaar moeilijk kan verstaan. Tot het begin van de d 13e eeuw waren de Esten een vrij volk. Toen kwamen de Deense veroveraars die in 1219 een fort lieten bouwen op een heuvel aan de Finse Golf, die sindsdien Toompea heet, Domberg. Al sinds de 11e eeuw was er op de heuvel een Estse nederzetting. De Esten noemden de Domberg Taani Linn, waar dus de naam Tallinn vandaan komt. Het Toompea kasteel dat er nu staat is gebouwd in 1227 door de Duitse kruisridders en door de jaren heen meerdere malen overgenomen en verbouwd, maar altijd werd het Estse grondgebied vanaf deze plek bestuurd. Op de Lange Herman (burchttoren) wappert nu de Estse vlag. Het parlement zetelt in het barokke paleis dat er neer werd gezet in opdracht van Katharina de Grote, zij liet daarvoor een deel van de oude burcht slopen. Het Estse parlement bestaat uit 1 kamer en de minister-president heeft er meer macht dan de president. Tallinn is samen met de Finse stad Turku, waar wij later op de reis op de veerboot zouden stappen, uitgeroepen tot culturele hoofdstad van Europa van dit jaar.

Nadat de Denen Estland hadden veroverd kwamen de Duitse kruisridders. Er volgde een jarenlange strijd tussen de Esten, Denen en Duitsers, totdat de Denen de strijd opgaven en Estland verkochten aan Duitsland. Vanaf de 16e eeuw was Estland in handen van de Zweden, tot de 18e eeuw. Toen kwam Tsaar Peter de Eerste, of Peter de Grote. Die wilde naast St. Petersburg nog een belangrijke haven en hij veroverde Tallinn in 1710. In 1721 werd Estland van de Russen en dat bleef zo tot 1920. Tot 1940 waren de Esten even een vrij volk, totdat in 1940 de Russen weer opnieuw kwamen. Zij werden in WO II verjaagd door de Duitsers, maar kwamen na WO II weer terug, tot de Wende. Sinds 20 jaar zijn de Esten nu eindelijk vrij en ze hopen dat dat zo zal blijven. Dat Estland een nieuwe natie is kon gids Karin nog vaak merken, want op veel plaatsen en zelfs tijdens belangrijke internationale gebeurtenissen wordt de Estse vlag nog vaak ondersteboven opgehangen. De Estse vlag heeft drie kleuren. Het blauw van de lucht, die kleur hoort bovenaan, want de lucht is ook blauw. Het zwart van de aarde en het wit van het pure en alles wat rein en mooi is zitten daaronder. Ons hotel lag aan het Toompark en in dat park lag een vijver, de Shnellitiik. Daar kwam de naam van het hotel dan ook vandaan. Achter het Toompark ligt de Toompea en daar zouden we dus later naar toe gaan. We reden nu eerst langs het Toompark, de Lutherse kerk en de nationale bibliotheek (een zeer bijzonder gebouw van kalksteen) om de Toomberg heen. We passeerden Freedom Square, een belangrijk plein voor de lokale bevolking, waar vaak veel mensen bijeen komen, en we kwamen langs het opera en ballet theater. Daarna reden we richting de buitenwijken van de stad. We kwamen langs een wijk met allemaal grote Russische appartementenblokken. De meeste van deze betonnen blokken waren al gerestaureerd en zagen er al een stuk vrolijker uit dan vroeger.

  Toen reden we naar Kadriorg Park waar we gingen kijken bij een enorm podium voor de zangfestivals. Op de tribune en de heuvel kunnen meer dan 300.000 mensen naar de liederen luisteren. Estland streed tegen de Russsen d.m.v. muziek. Zij uitten zich in hun liederen en men noemde het de zingende revolutie. Het laatste lied van alle zangfestivals die er worden gehouden is altijd hetzelfde lied dat de gevoelens van de Esten tijdens de Russische onderdrukking goed verwoordde en werd geschreven door de man, die nu als standbeeld een vaste plek op de tribune heeft. We reden door naar de kustplaats Pirita, genoemd naar Sint Birgitta naar wie het klooster, waar zowel nonnen als monniken woonden werd genoemd. De muren en gevel van het klooster staan nog overeind.

Ook is het stadje bekend door de Regatta zeilrace van de Russische Olympische Spelen van 1980. In Rusland was geen geschikte plek om de zeilraces te houden en dus werd uitgeweken naar Estland (op dat moment van de Russen) en werd er een gigantisch Olympisch zeilcentrum gebouwd. Op de terugweg passeerden we een zeer groot Russisch monument, het Russalka monument, voor de 177 bemanningsleden van het oorlogsschip Russalka dat in een storm in 1893 tussen Tallinn en Helsinki was gezonken. We reden om de oude stad langs de Dikke Margareta (bastion) en de oude stadsmuur weer naar de Toomberg waar we aan de voet werden afgezet door onze chauffeur. We gingen te voet verder en liepen bij het Toompea kasteel omhoog.

 

 

Tegenover het kasteel en het Estse parlementsgebouw staat de prachtige Russisch-orthodoxe Alexander Nevski kathedraal die in de 19e eeuw werd gebouwd. Nevski was een Russische krijgsheer die in de 13e eeuw grote delen van Estland had veroverd. We konden de kathedraal ook van binnen bekijken, maar mochten er geen foto’s nemen. Wat opviel was het vele bladgoud en de verschillende kleine altaartjes. Iets verderop lag de Domkerk (Toomkirik) die er al staat sinds 1219. In deze kerk hangen heel veel houten familiewapens aan de muren. En dat doet erg triestig aan als je in de kerk staat. Heel sober lijkt het. De kerk is een van de oudste kerken van Estland. Op de Toompea is ook de residentie van de Nederlandse ambassadeur in Tallinn te vinden en Karin liet ons het mooie gebouw natuurlijk even zien. Ook zijn er verschillende uitkijkpunten op de Toompea te vinden.

  Wij liepen met z’n allen naar een van die uitzichtpunten en hadden vanaf daar een prachtig uitzicht over de benedenstad. Via Pikk Jalg (Lange Been) liepen wij over kasseien en tussen twee muren door naar deze benedenstad. Aan het einde van Pikk Jalg was een poort waarmee de bovenstad afgesloten kon worden van de benedenstad. De stadsdelen hadden in de 14e eeuw regelmatig ruzie met elkaar. In 1454 werd er daarom zelfs een muur tussen beide delen gezet, de Muur van Haat. De Muur van Haat is nu een mooie plek voor artiesten om hun schilderijtjes aan te hangen die ze aan de toeristen willen verkopen. Aan het einde van Pikk Jalg kwamen we op Pikk, waar de oude gildehuizen aan werden gebouwd.
Tussen de Grote Gilde en de Heilige Geestkerk bleven we even staan. Vanaf hier kon je verschillende prachtige oude straatjes in kijken. De houten klok (1684) die aan de muur van de kerk hangt is authentiek en doet het nog steeds. Via het Raadhuisplein en de Apteegi liepen we naar een heel klein steegje, Katariina Käik. In deze steeg was vroeger een klooster. Het gebouw staat er nog wel, maar wordt niet meer als klooster gebruikt. Het steegje zelf is, met mooie bogen tussen de muren, heel pittoresk. Hierna was onze wandeling ten einde en via Vene, het Raadhuisplein en Nunne liepen we in een paar minuten weer terug naar ons hotel waar we die avond om zeven uur konden dineren in de stationshal.  

  Het hotel en het spoorwegennet zijn van hetzelfde bedrijf (Go) en via een passage vanaf de derde verdieping van hotel konden we in het restaurant komen. ’s Avonds keken we vanuit het raam van onze hotelkamer uit op de Domkerk, de vlamdaken van de Alexander Nevski en de oude stadsmuur op de Toompea! Een prima plek om te overnachten.

De dag erna hadden we een vrije dag die we konden besteden in Tallinn. Het was die dag prachtig mooi weer en we konden lekker zonder jas door de stad wandelen. We hadden het tot nu toe alleen in Riga nog maar slecht getroffen met het weer. Het regende weleens, maar dan meestal als wij in de bus zaten. Op de momenten dat wij buiten waren was het vaak droog, of zelfs mooi weer. We sliepen een beetje uit en vertrokken om 10 uur richting de stad. Vanaf Nunne sloegen we meteen linksaf richting de oude stadspoort. De avond ervoor hadden we op de stadsplattegrond die we gratis bij de receptie van het hotel konden krijgen een hele route langs bijna alle bezienswaardigheden van de oude stad uitgestippeld.

   
 

 

Kaartjes van Tallinn  

We hadden ook naar de haven kunnen gaan, of naar de markt achter het station, maar wij wilden graag de oude stad zien. Eenmaal door de oude stadsmuur, waarvan nog driekwart bewaard is gebleven, liepen we door allemaal kleine Middeleeuwse steegjes. We volgden de oude stadsmuur tot we bij een andere poort kwamen. In het parkje net buiten die poort konden we een mooie foto nemen van de oude stadsmuur met vier nog overeind staande torens. Via de St.-Olafkerk met de 159 m hoge toren, die in de 16e eeuw de hoogste van Europa was en die je kunt beklimmen (wat wij niet deden) liepen we naar de Grote Kustpoort. In de kerk was een dienst aan de gang, het was zondag, dus konden we de kerk niet van binnen bekijken.

 

 

 

De Grote Kustpoort was de poort die het dichtst bij de kust lag. Men verwachtte het grootste gevaar ook vanaf die kant van de stad en daarom bouwde men er in de 16e eeuw een sterk bastion. Deze ronde toren met wel 4 m dikke muren werd de Dikke Margareta genoemd. We liepen om de Dikke Margareta heen en liepen zo weer de stad in. Via Sulevemägi en Vene liepen we naar de Russisch-orthodoxe St.-Nicolaaskerk, niet te verwarren met de andere St.-Nikolaaskerk die ook wel de Nigulistekerk wordt genoemd. Ook hier was een dienst aan de gang en konden wij dus niet even binnen kijken. Vanaf Vene kwamen we even later opnieuw bij de mooie steeg de Katariina Käik waar we nu even rustig naar de ruïnes van het oude Dominicanen Klooster uit 1246 (het oudste gebouw van Tallinn) konden kijken. Via Apteegi liepen we weer naar het pleintje voor de Heilige Geestkerk. In de Apteegi staat het smalste huisje van de stad. Er is een klein winkeltje in gevestigd.

   

   

Vanaf het huis van de Grote Gilde liepen we nog wat verder naar rechts op Pikk, zodat we nog wat meer gildehuizen zagen. Vooral de huizen van het Olaf Gilde en Kanut Gilde waren mooi. Even verderop was ook nog het gildehuis van het Zwarthoofdengilde. Dit huis stond helaas in de steigers en was helemaal verpakt. De bijzondere houten deur die gemaakt is door de Nederlandse architect Arend Passer, was speciaal voor de toeristen vrij gehouden en die konden we dus wel van dichtbij bewonderen.

     

In een souvenirs zaakje op Pikk kocht ik een mooie Babushka, zo'n typisch Russisch poppetje van hout, waarin weer een kleiner poppetje zit, waarin dan weer een kleiner poppetje zit. Eigenlijk heten deze poppetjes niet babushka, maar matryoshka. Babushka betekent oud vrouwtje of oma in het Russisch. De poppetjes hebben waarschijnlijk ook de naam babushka gekregen omdat het vaak oude vrouwtjes waren die de poppetjes verkochten en oma's die de poppetjes kochten voor hun kleinkinderen. Ik kocht de matryoshka hier in Tallinn, omdat ik het vermoeden had dat ik in St.Petersburg weinig tijd zou krijgen om daar een poppetje te kopen en omdat de munteenheid van Estland de euro is en ik hier dus mooi in euro's kon betalen. In de Baltische Staten worden de matryoshka's ook overal verkocht.

Over de Rataskaevu liepen we naar de St.-Nicolaaskerk of Nigulistekerk. We twijfelden of we de kerk van binnen zouden gaan bekijken, omdat er enkele mooie altaarstukken zouden zijn, maar besloten uiteindelijk geen ticket te kopen. Het was buiten veel te lekker weer en we wilden liever gewoon nog wat door de stad wandelen. De kerk zag er van de zijkant niet zo mooi uit, de bijgebouwtjes zagen er slordig uit. Vanaf de achterkant, waar we later liepen, zag de kerk er veel mooier uit. Via Harju liepen we langs de oude muur over de Müürivahe naar Viru, waar je de Viru poorten kunt vinden. Twee mooie torens naast de poorten en een idyllisch en druk straatje (Viru). Vlak bij Viru aan de Müürivahe kun je de Hellemann toren beklimmen en een stukje over de stadsmuur lopen. Wij vonden dit wel leuk om te doen en kochten een ticket. Om de prijs van een ticket hoef je het niet te laten, zowel voor de kerken als deze poort ligt de prijs onder de €5. Vanaf de stadsmuur en vanuit de toren hadden we een mooi uitzicht over de stad.

   

   

Via Viru liepen we terug naar Raekoja Plats, het Raadhuisplein, waar het gezellig druk was, live muziek werd gespeeld en wij op een terrasje onze lunch gebruikten. Wat heerlijk was het om deze vrije dag zo te kunnen genieten van de mooie stad en het mooie weer.

  Na de lunch liepen we langs de Nigulistekerk over Lühike Jalg naar de bovenstad. Vanuit de benedenstad zijn er twee manieren om in de bovenstad te komen, de eerste is over Pikk Jalg en de andere is over Lühike Jalg. De Lühike Jalg bestaat bijna geheel uit trappen. Vlak voordat je de poort door gaat kun je nog even iets verder doorlopen en de oude stadsmuur en de oude toren die Kiek in de Kök genoemd werd, omdat je vanuit de toren recht bij andere in de keuken kon kijken,van de buitenkant bekijken. Daar kun je ook door de stadspoort gaan, maar het is leuker om terug te lopen naar Lühike Jalg. Daar ga je namelijk door een poort waar nog een oude deur in zit. Zo kon men vroeger de benedenstad van de bovenstad afsluiten.
Als je de poort door bent kom je achter de Alexander Nevski Kathedraal de Domberg op. Als ik me beter had ingelezen van tevoren waren wij ook zeker de toren Kiek in de Kök van binnen gaan bekijken. Er is namelijk binnenin de toren een mooi museum, en als je nog meer wilt zien kun je ook nog een ticket kopen voor de bastiontunnels. Het had mij wel leuk geleken om een rondleiding door die tunnels te krijgen. We wisten dit echter niet en zijn de ingang misgelopen. We zijn nog wel even langs het parlementsgebouw gelopen en zijn aan de linkerkant ervan nog even het parkje in gelopen naar Pikk Hermann (lange Hermann), een mooie hoge hoektoren. Ook zijn we nog even de Domkerk ingegaan, omdat we daar de dag ervoor nauwelijks tijd voor hadden. Daarna gingen we naar een uitzichtpunt aan het eind van Rahukohtu, waar vandaan we een mooi uitzicht hadden over het Toompark, de Finse Golf en ook op het hotel en waar vandaan we een trap naar beneden namen die uitkwam in het Toompark, vlak bij ons hotel.  

We hadden die middag ook nog tijd over die we tot het diner op de hotelkamer doorbrachten, met natuurlijk ons uitzicht op Toompea.

St. Petersburg

Op de ochtend van het vertrek uit Tallinn regende het een beetje. wat hadden we het de dagen ervoor goed getroffen. We vertrokken om 8 uur richting Rusland. Voor het stadje Narva moest onze chauffeur eerst op een speciaal terrein een papiertje halen om de grens over te mogen. Dit stond nergens aangegeven en als je het niet weet, dan rijd je eerst naar de grens om dan te horen dat je weer terug moet. Onze chauffeur wist dit dus wel en nadat we een half uur hadden moeten wachten op dit papiertje reden we naar Narva en stopten bij de grens. Er stonden al vier bussen voor ons, dus het zou wel lang gaan duren voordat wij aan de beurt waren en voordat we de grens gepasseerd zouden zijn. Als je geluk hebt duurt het een uurtje, als je pech hebt meer dan vier uren. We mochten de bus even verlaten om iets voor de lunch te gaan halen. Bij een klein kioskje kochten we lekkere warme broodjes met vlees. Na een half uurtje moesten we de bus weer in. Iemand in legerkleding van de Estse douane kwam door de bus lopen om alle paspoorten te controleren.

  Daarna mochten we de brug over de Narva rivier over om bij de Russische grenspost te komen. Op deze brug stonden we ook nog een tijdje stil en hier moesten we een migratieformulier invullen. Daarna moesten we nog een hele tijd wachten tot de bussen voor ons gecontroleerd waren voordat wij de bus uit mochten. We moesten allemaal onze handbagage in de bus laten liggen en onze grote bagage uit de bus halen en zelf meenemen door de douane. Daar werd ons visum gecontroleerd en kregen we nog een extra stempel in ons paspoort en daarna konden we de bagage weer in de bus zetten.

We waren inderdaad vier uren bezig geweest om de grens over te komen. In Rusland was het ook nog eens een uur later dan in Estland, dus we waren inmiddels vijf uren verder. Buschauffeur Hans moest net over de grens ook nog verzekeringspapieren halen, maar dat was vlot geregeld en die papieren werden even later bij een politiepost aan de weg nog eens gecontroleerd. Daarna konden we dan eindelijk de 115 km doorrijden naar St. Petersburg. Het landschap in dit stuk van Rusland verschilde niet echt met dat van de Baltische Staten, maar voor de rest kon je toch wel merken dat je in Rusland was. Het schrift op de borden was anders, volgens het Cyrillisch alfabet. Gelukkig stonden de plaatsnamen vaak ook in ons eigen alfabet op de borden.

Verder zag je bij de huizen heel andere erven dan in de Baltische Staten. Op deze erven lag vaak van alles, er stonden bijv. hele oude auto's, er lag brandhout en ander sloophout, de tuin stond bijvoorbeeld vol met fruitbomen. Wij zouden het maar een rommeltje vinden, maar hier hoort het er klaarblijkelijk allemaal bij. Voor St. Petersburg kwamen we al in een korte file te staan, vanwege een ongeluk en een omleiding. Daarna stonden we nog een tijd stil omdat men de weg aan het asfalteren was. En daarna kwamen we tijdens de spits in St. Petersburg aan en duurde het nog heel lang voordat we de hele stad door waren richting ons hotel.  
  Op de wegen veel oude auto's en bussen. Toen bleek de brug over de Neva rivier die het dichtst bij het hotel lag ook nog eens afgesloten te zijn. Er zijn niet zo heel veel bruggen over de Neva, dus we moesten nog een heel eind omrijden om bij het hotel te komen. Ons hotel stond aan de rivier met aan de overkant van de rivier de mooie Smolny kathedraal, die nu alleen nog als concert zaal wordt gebruikt en waar we overigens op onze stadstour niet langskwamen. Vanuit het Smolny institute werd de Oktoberrevolutie van 1917 beraamd, Lenin hield er een belangrijke speech.

Toen we door de stad reden zagen we veel van de typisch Russische grijze betonnen appartementen blokken. Na WOII hadden veel mensen geen woonruimte meer, toen zijn er heel veel van die blokken neergezet, maar ook later nog wel. Je ziet inmiddels ook al wel de Westerse kantoorpanden met veel glas, maar nog niet zoveel als in de hoofdsteden van de Baltische Staten en Warschau. In WO II is de stad bijna 900 dagen lang omsingeld geweest door de Duitsers, die ervoor zorgden dat er geen voedselvoorraden meer naar de stad gebracht konden worden. De bevolking van St. Petersburg kreeg geen voedsel meer en verzwakte. 200.000 Mensen stierven, de meeste een hongersdood of door ziekte door te zijn verzwakt. De redding kwam tijdens een hele sterke winter toen men via het ijs de stad kon verlaten. De mensen die toen nog in leven waren dan. De film (Attack on) Leningrad vertelt dit verhaal.

  We reden ook nog langs het standbeeld van Lenin, op het plein voor het Finse spoorweggebouw, waar hij zijn eerste stappen op Russisch grondgebied zette na zijn terugkeer uit ballingschap in 1917 vlak voor de Oktoberrevolutie. En we reden vlak langs de Moskou-triomfboog, die was neergezet ter nagedachtenis aan de overwinning van de Russen tijdens de Turks-Russische oorlog in 1828 en later werd verplaatst naar deze locatie.

In het hotel aangekomen hadden we slechts kort de tijd om van het dinerbuffet met de heerlijke zoete gebakjes als toetje te genieten, want om half tien gingen we nog weer terug naar de binnenstad voor een rondvaart over de grachten. De grachten zijn er gekomen naar Amsterdams model. Tsaar Alexander de Grote, de stichter van de stad, hield erg van reizen. Op zijn reizen deed hij allerlei indrukken op, die hij wilde verwerken in zijn stad. Hij vond de Nederlandse grachten zo mooi en dat hij ervoor zorgde dat er in St. Petersburg ook grachten kwamen. De stad wordt ook weleens 'het Venetië van het Noorden' genoemd. Gids Natalia ,die ook de volgende dag onze gids zou zijn, ging met ons mee.

Vanaf het St. Isaakplein, waar het 's avonds heel rustig was zagen we de St-Isaakkathedraal en het Mariensky paleis, terwijl we naast het Monument voor Tsaar Nicholas I stonden. We zouden daar de dag erna weer terug komen. We liepen naar onze rondvaartboot die in het Moijka kanaal lag. Daarna voeren we o.a. onder de Red Bridge en de Green Bridge door en onder de brug van de Oude Hermitage. We voeren ook langs allemaal mooie paleizen, waaronder het Stroganov paleis, waar voor het eerst de beroemde beef Stroganov werd geserveerd. We voeren een klein stukje over de grote rivier de Neva, langs het Peter en Paul Fortress met de Peter en Paul kathedraal, die op dat moment nog net niet verlicht waren.  

We voeren onder de Trinity Bridge door en toen we even later achterom keken, nadat de verlichting was aangegaan zagen we dat de hele brug verlicht was met twinkelende lichtjes. Ook het Peter en Paul Fortress in de verte achter ons was toen verlicht en alle andere paleizen en gebouwen waar we verder nog langs voeren. We kwamen nog langs de Summer Gardens die aan het Zomerpaleis van Tsaar Peter de Grote grenzen. We voeren langs Mikhailovsky Castle oftewel St. Michael's Castle. Het kasteel heeft een opvallende terra kleur, dat was de kleur van de lievelingshandschoenen van keizer Paul I die hier woonde.

 

Toen we weer terug waren na een mooie verlichte rondvaart door de grachten reden we weer naar het hotel. de volgende dag hoefden we pas om negen uur te vertrekken en dat betekende dus een beetje uitslapen. Natalia ging al vanaf het hotel mee in de bus en liet ons zo'n beetje alle grote bezienswaardigheden van de stad zien. We moesten eerst weer over de brug over de Neva. De dichtstbijzijnde brug bij het hotel was nu wel open en dat was een geluk. Er zijn in totaal in St. Petersburg 21 bruggen over de Neva. 's Nachts zijn ze om een bepaalde tijd gesloten voor verkeer, omdat ze dan open staan voor de scheepvaart. Grote schepen kunnen op dat tijdstip langs/door de stad varen.

  We reden langs het oude KGB kantoor, langs het Stroganov paleis, langs Mikhailovsky Castle en we reden over Anichkov Bridge waarop vier beelden staan van paardentemmers. Het is een van de oudste en beroemdste bruggen van de stad. Over Nevsky Prospekt, de grote en luxe winkelstraat van St. Petersburg reden we langs het standbeeld van Katharina de Grote, die wordt omringd door haar belangrijkste raadgevers en haar meest geliefde personen. We reden langs de grote Kazan kathedraal die voor een groot deel in de steigers stond en kwamen daarna weer bij het St. Isaakplein, waar we nu een korte fotostop hielden om het standbeeld van Tsaar Nicholas I, met zijn vrouw en drie dochters, het Mariensky paleis en de Isaak kathedraal bij daglicht op de foto te kunnen zetten.

Er was helaas geen tijd om de kathedraal van binnen te bekijken. De kathedraal was een van de weinige gebouwen die in WO II bewust niet door de Duitsers werd verwoest. Vanuit de heuvels vanwaar de Duitsers de stad in de gaten hielden was de gouden koepel van de kathedraal altijd goed te zien. De kathedraal diende voor de Duitsers als een navigatiepunt en zij lieten de kathedraal dus intact. Mensen verstopten bijzondere kunstwerken in de kathedraal, zodat deze de oorlog doorstonden. Veel van die kunstwerken zijn nu in de Hermitage te vinden. De gouden koepel kostte ondanks dat toch verscheidene mensenlevens, het goud is een mengsel van goud en kwik, dat goed wilde smeren. Bijna alle mensen die mee hebben geholpen het uiterst giftige mengsel op de koepel te smeren zijn naderhand overleden. Schoonheid kent zijn prijs!

Langs de Hermitage reden we over een brug weer naar de andere kant van de Neva, waar we langs Hare Island reden, waar het Peter en Paul Fortress op staat. Ik vond het erg jammer dat we niet naar het Fortress en de kathedraal toegingen en er slechts langs reden. De gouden toren van de Peter en Paul kathedraal is 125 m hoog en geen enkel gebouw in de stad mag hoger worden dan deze toren. In 1703 legde Tsaar Peter de Grote er de eerste steen van en de bouw van het Fortress duurde 20 jaar. Toen het af was waren alle vijanden allang verdwenen en het Fortress is dus nooit als zodanig gebruikt, tot de revolutie in 1917. Peter de Grote reisde veel en liet uit allerlei landen architecten komen die mee moesten helpen aan de bouw van het Fortress, al het overleg kostte veel tijd en zo kwam het dat de bouw ervan zo lang heeft geduurd. Met dit Fortress had de tsaar zowel de sleutel als het slot tot de Oostzee in handen. Peter de Grote noemde het Fortress naar Petrus en Paulus. Vooral Petrus was belangrijk voor de tsaar, want Petrus had immers de sleutel tot de hemel. Het Fortress en de stad zijn dus niet genoemd naar Tsaar Peter de Grote, maar naar Petrus, die de sleutel tot de hemel had. Van 1914 tot 1924 had de stad de meer Russische naam Petrograd. In 1924 veranderde de naam in Leningrad en in 1991 kreeg de stad haar originele naam St. Petersburg weer terug. Vanaf begin 18e eeuw tot 1918 was St. Petersburg de hoofdstad van Rusland. In WO I verhuisde de hoofdstad naar Moskou, omdat die stad niet aan het water lag, minder dicht bij het Duitse rijk lag en dus beter te verdedigen was.

We reden over de brug met de Rostral zuilen naar het Vasilievsky eiland, waarop het tempelgebouw van het Russische beursgebouw staat. De Rostral zuilen werden gebouwd voor navigatiedoeleinden. Een olievlam brandde vroeger bovenop de zuilen. We maakten een koffiestop in een souvenirshop tegenover de Cabin van Tsaar Peter de Grote. Het was de eerste nederzetting van de stad en de tsaar woonde er van 1703 tot 1708. De grote ramen getuigen van Nederlandse invloeden. De tsaar wilde het eigenlijk van steen bouwen, maar had daar toen nog geen geld voor, daarom bouwde hij het van hout en schilderde het alsof het van steen was. Het huisje was maar erg klein, maar ondanks zijn naam was de tsaar ook maar een klein persoon. de cabin lag vlak bij de plek waar het Peter en Paul Fortress werd gebouwd en de tsaar kon de bouw op deze manier goed in de gaten houden.  

De cabin stond vroeger niet op deze plek, de cabin werd er in 1711 vanaf de kade van de Neva naartoe verhuisd. De Tsaar liet er toen ook een stenen omhulsel omheen bouwen, zodat de cabin bewaard zou blijven. Zijn bezittingen zijn nog steeds in de drie kamers te vinden en de cabin is als museum te bezichtigen. Wij gingen het museum niet in, maar brachten onze tijd door in de souvenirshop. Ik kocht er nog een mooie matryoshka in kerstsfeer. Je kon hier met roebels, dollars en euro's betalen. We maakten toen we weer verder reden nog een stop bij de Aurora Cruiser, een oorlogsschip dat een grote rol speelde in de oorlog tegen Japan in 1904/1905 en van waaraf tijdens de Oktoberrevolutie in 1917 het Winterpaleis werd beschoten, het enige gebouw dat toen nog niet in handen was genomen door de Bolsjewieken, de beschieting die de start was van de bestorming van het Winterpaleis. In WO II kwam het schip voor het laatst in actie. Tegenover het schip staat het mooie gebouw van de Maritieme Academy.

       

Over de Trinity brug die de avond ervoor zo mooi verlicht was reden we weer naar de andere kant van de Neva. We zouden onze lunchstop maken bij de Church of Our Savior on the Spilled Blood, de opstandingskerk. We zagen de mooie kerk al van veraf. We parkeerden naast de Marsvelden en liepen het laatste stukje naar de kerk toe. Gelukkig hadden wij de dag ervoor al een paar extra broodjes en drinken gekocht, zodat we hier niet meer op zoek hoefden te gaan naar een plek om de lunch te kopen.

  Wij konden het uurtje dat we maar te besteden hadden dus volledig besteden aan het bekijken van de kerk. Eerst bekeken we de prachtige kerk, die tussen 1883 en 1907, bewust werd gebouwd op de plek waar keizer Alexander II in 1861 werd vermoord. Het was dus zijn bloed dat werd vergoten, waar de kerk naar werd genoemd, een opstandingskerk in opstand tegen de moord op de keizer. De kerk werd gebouwd naar de beroemde Vasiliuskerk in Moskou. De mooie gouden en gekleurde vlamdaken op de torens waren prachtig. Tegen een mooie blauwe lucht zouden ze op de foto beter zijn uitgekomen, maar tijdens ons bezoek was de lucht helaas grijs. Het was gelukkig wel droog weer. We bekeken de kerk van de buitenkant van alle kanten. Echt elk hoekje van de kerk is interessant. Maar ook de binnenkant van de kerk is zeer bijzonder.

Voor 250 roebels mag je binnen een kijkje nemen (€1 is ongeveer 42 roebels waard). Alle muren, zuilen, het hele plafond en een deel van de vloer zijn belegd met mozaïek. De prachtige mozaïeken in mooie heldere kleuren bedekken de hele binnenkant van de kerk. Er is een prachtig altaar. Het is echt de moeite waard om de kerk ook van binnen te bezichtigen.

   

 

   

Na een uurtje moesten we weer terug naar de bus, want wij zouden een rondleiding gaan krijgen in de Hermitage. De Hermitage is een immens groot museum met heel veel bijzondere pronkstukken. Het is een van de belangrijkste musea ter wereld. Een deel van de Hermitage is gevestigd in het oude Winterpaleis van de Russische tsaren. De andere delen van het museum zijn de Oude Hermitage, de Nieuwe Hermitage en de Kleine Hermitage. Al deze gebouwen zijn aan elkaar gekoppeld en ze vormen zo een immens museum. Niet alleen de kunstwerken die er tentoongesteld zijn, zijn de moeite van het bekijken waard, maar de zalen op zich zijn ook al de moeite waard om een bezoekje aan de Hermitage te brengen. Bijna elke toerist die in St. Petersburg komt doet dat dan ook en het was er dan ook ontzettend druk.

Dit was de enige keer dat onze groep werd opgesplitst in twee groepen en dat we dus met twee gidsen op pad gingen. We kregen allemaal een ontvanger en een koptelefoon, zodat we onze gids in de mensenmenigte goed konden verstaan. Het was belangrijk om dicht bij de gids in de buurt te blijven, want de Hermitage is zo groot dat je er gemakkelijk in kunt verdwalen. En als je je gids kwijtraakt, dan vind je die niet snel weer terug. In de Hermitage mag je gewoon fotograferen, zolang je je flitser maar uitzet. De hermitage wordt als museum beschouwd sinds Katharina II in 1764 een collectie van 225 bijzondere doeken kocht. Tijdens WO II werden veel kunstwerken elders in Rusland, of verder in Centraal-Azië opgeborgen en beschermd. de Jordan Staircase, de bijzondere statietrap is de enige ruimte die na de brand in 1837 weer in originele staat is gerestaureerd.  
    De inrichtingen van de andere zalen dateren van na de brand. Dit is de plek waar de Bolsjewieken in 1917 het Winterpaleis binnenvielen. Wij gingen als eerste naar de Paviljoenzaal, met prachtige kroonluchters, gouden balkonnetjes, een bijzondere gouden Pauwklok, een replica van een Romeinse mozaïekvloer met Medusa in het midden afgebeeld en een bijzondere fontein. In de Oude Hermitage zagen we de werken van Leonardo DaVinci, waaronder de Madonna Benois en de Madonna Litta, die zo'n beetje iedereen wilde zien. We zagen een sculptuur van Michelangelo, een gang beschilderd door Raphael, maar ook ander werk van Raphael bij de Italiaanse kunstcollectie. We zagen werken van Nederlandse kunstenaars, zoals Rembrandts Saskia en zijn Terugkeer van de Verloren Zoon. We gingen nog naar de Vlaamse zaal waar we een aantal werken van Rubens bekeken.

Daarna gingen we nog naar de zalen met de Franse kunst uit de verschillende kunstperioden. Zo zagen we o.a. werken van Matisse, Cézanne, Monet en Renoir. Ook zagen we nog de weken van Picasso.Na twee uren slenteren door de Hermitage was de tour ten einde. Ik vond het toen ook wel genoeg geweest. Warm, zere voeten en een zere rug en zoveel nieuwe informatie en indrukken, dat het niet meer mogelijk was om nog veel meer in me op te nemen. Ik liep buiten nog even naar de andere kant van het Paleisplein, zodat ik het hele Winterpaleis even op de foto kon zetten. Het was buiten inmiddels behoorlijk warm geworden. Een echt zomers temperatuurtje. Op het paleisplein staat ook de grote Alexanderzuil, voor Alexander I, voor zijn rol in de overwinning tegen Napoleon. Het weegt 600 ton en is het grootste vrijstaande monument ter wereld. Tegenover het Winterpaleis staat het gebouw van de Generale Staf, wat ook een mooi gebouw is. Om half zes arriveerden we weer bij ons hotel, waar we tot zeven uur even voor onszelf hadden.

Om zeven uur was het diner en na het diner gingen een aantal van de groep naar een optionele Russische Kozakken show in het Nikolayevsky theater, Feel yourself Russian. Het was een zeer professionele show, met mooie zang, dans, muziek en een flinke dosis humor, in een heel mooi theater. Je mocht er wel fotograferen, maar niet filmen. Je kunt er wel een DVD van de show kopen, maar de DVD die ik heb gekocht was al een aantal jaren oud en was dus niet helemaal een exacte weergave van de show. Niet iedereen houdt zich klaarblijkelijk aan het níet filmen, want op Youtube zijn verscheidene filmpjes van de show te vinden. Het bezoeken van de show vond ik zeer de moeite waard.

   

   

We lagen die avond echter pas om 12 uur op bed terwijl we de volgende ochtend al om zes uur zouden vertrekken. Een kort nachtje dus, na een zeer intensieve maar mooie dag.

Helsinki

Om kwart voor zes deze ochtend konden we een ontbijtpakketje halen en onze tas/koffer bij de bus brengen. Om zes uur vertrokken we richting de grens tussen Rusland en Finland. Het regende een beetje. St. Petersburg kent maar 60 zon dagen en daar hadden wij er gisteren dus eentje van. We hadden het weer getroffen.  We maakten ons op voor weer een hele tijd wachten. Er stond dit keer maar 1 bus in de rij te wachten, dus we hoopten wat sneller over de grens te kunnen, maar dat gebeurde niet. We moesten lang wachten voordat we aan de beurt waren. Onze paspoorten werden weer in de bus gecontroleerd door een dame die geen woord Engels sprak of verstond. Of dat veinsde... Toen we dan eindelijk aan de beurt waren hoefde onze bagage dit keer niet uit de bus. Wel moest chauffeur Hans alle luikjes en deurtjes in de bus openen, zodat de bus volledig geïnspecteerd kon worden. Er kon zelfs onder de bus worden gekeken. Wij moesten zelf met onze paspoorten door de douane. Dit gebeurt bus voor bus, dus groep voor groep. Pas als de ene groep weg is kan de volgende in de rij gaan staan. Dit was de reden waarom het zo lang duurde dat wij aan de beurt waren. Het duurde nogal lang voordat de vorige groep weg was. Hierna reden we door naar de Finse grenspost, waar we snel over waren. Wat een verschil tussen beide grensposten. Bij de Russische grens oude apparatuur en gammele hokjes voor de douanebeambten, aan de Finse grens veel meer luxe en veel nieuwere apparatuur. Het had ons in totaal weer vier uren gekost om de grens over te komen, maar dit keer kregen we er als beloning weer een uurtje bij, omdat de klok een uur achteruit ging.

 

  We lunchten nog even voordat we op weg gingen naar Helsinki. De kleine 200 km naar Helsinki waren wat landschap betreft veel enerverender dan het landschap in de landen waar we al doorheen waren gereisd. Het deed meteen al Scandinavisch aan. We hadden anderhalf uur in Helsinki te besteden. Het was inmiddels weer helemaal opgeklaard, de zon scheen en het was lekker warm.

We werden afgezet op het Senaatplein waar we meteen de mooie Lutherse Kerk die bovenaan een grote trap op een heuvel staat. Een erg mooie kerk, gebouwd tussen 1930 en 1952, die vroeger de naam Nikolaaskerk had naar tsaar Nikolaas I, wat volgens de Finnen een goede tsaar was. De kathedraal is ontworpen door de Duitse architect Engel die de voltooiing ervan nooit heeft mogen meemaken, omdat hij tien jaar daarvoor al stierf. Op het plein staat nog een standbeeld van tsaar Alexander II, die uitkijkt over de haven.

De haven is vanaf het plein nu niet meer te zien, maar ligt er nog wel vlakbij. Bij de haven was een kleine gezellige markt, waar de passagiers van de Cruiseschepen allerlei snuisterijen en souvenirs komen kopen. Even verderop staat de mooie Uspenski kathedraal, een Russisch-orthodoxe kerk van rode bakstenen. Ook deze kerk staat op een heuvel en is een opvallend gebouw in de stad. Het was heerlijk om even langs de haven te lopen. Een prima moment om op een bankje heerlijk van een ijsje te genieten.  

 

Toen we later met de bus op weg naar Turku nog een stukje door de stad reden kwamen we nog langs de Temppeliaukio kerk, die in een rots is gebouwd. Slechts de koepel van de kerk steekt boven de grond uit. Ik had er graag een kijkje van binnen willen nemen, maar we stopten er helaas niet. We hadden een overtocht te halen. Om 17.00 u reden we weer op de snelweg richting Turku, waar we om kwart voor zeven aankwamen.

  We gingen met de Silja Europa van SiljaLine naar Stockholm en zouden aan boord overnachten. We kregen kaarten voor het ontbijt en het diner en onze hutkaarten en moesten toen allemaal naar de terminal, want we moesten lopend aan boord gaan. We konden onze grote bagage niet meenemen aan boord en hadden voor de nacht een extra handbagage tasje meegenomen. Om acht uur konden we aan boord gaan en om kwart over acht vertrok de boot al. We zochten onze hut op, op dek 11, een prima hut met een stapelbed en gingen meteen daarna naar de eetzaal voor ons diner. Hans had mooie tafels voor ons geregeld, zodat we lekker naar buiten konden kijken, terwijl we langs de scherenkust voeren en de zon langzaam onderging. Het buffet was zeer uitgebreid. Het eten erg lekker.

 Dit was genieten. Toen we het eten op hadden zijn we nog even naar het buitendek gegaan. Het was inmiddels al bijna donker, dus er viel niet veel meer te zien, maar het was wel lekker om nog even uit te waaien voordat we gingen slapen.

Stockholm

De wekker stond op kwart voor vijf, want het ontbijt was om 5 uur. Ook weer een heerlijk buffet. Om zes uur moesten we klaar staan, zodat we als de boot aankwam snel van boord konden. Hans zou ons dan met de bus weer oppikken bij de terminal van Stockholm. Vanwege dit vroege tijdstip konden we geen stadstour door Stockholm maken met een gids, maar Hans reed nog wel een klein rondje door de stad, zodat wij er nog iets van zouden meekrijgen.

We reden langs de oude Middeleeuwse wijk Gramla Stan en stopten nog even bij het begin 20e eeuwse Stadhuis dat aan het water ligt en waar elk jaar de Nobelprijzen worden uitgereikt. Toen we daar waren geweest gingen we rijden richting Malmö. Het was inmiddels weer een uur vroeger, want tijdens het varen die nacht waren we de grens met Zweden gepasseerd. Om half 11 maakten we een koffiestop, waar we zowel met de pinpas als in euro's konden betalen. In euro's alleen met papiergeld en je kreeg dan Zweedse Kronen terug.  Wij smulden van een heerlijk stukje worteltjestaart om de verjaardag van mijn moeder te vieren. Dit was ook een van de weinige keren dat we tijdens een stop uitgebreid de tijd kregen om even rustig te zitten. We hadden deze dag sowieso veel tijd omdat we pas 's avonds met de boot uit Malmö zouden vertrekken.  

Tijdens de lunch hadden we ook even de tijd om lekker te eten en daarna reden we door naar Malmö, langs het Vättern meer en het plaatsje Gränna, wat bekend staat om haar zuurstokken. Meer informatie daarover staat op mijn pagina Rondje Scandinavië.

Malmö

    In Malmö hadden we ongeveer twee uur de tijd om de stad te bekijken. Het was heerlijk weer om een beetje door de stad te slenteren, waar men allerlei podia aan het opbouwen was voor het grote Malmöfestival. Een groot muziek- en entertainmentfestival waar zo'n anderhalf miljoen mensen jaarlijks op af komen. Er was ook een kermis. Het festival zou de dag nadat wij er waren van start gaan en een week gaan duren. Zo kregen we een heel ander beeld van de stad dan wanneer de pleinen leeg zouden zijn geweest. we konden wel zien dat er mooie oude gebouwen aan de pleinen stonden. Vooral het Raadhuis moet er mooi uit hebben gezien, maar het stond helaas in de steigers. We zijn nog even langs de Sankt Petri Kirka gelopen en zijn daarna heerlijk op een bankje aan het water gaan zitten in het zonnetje.

Later zochten we nog een terrasje op, op het Raadhuisplein, om daarna weer naar de bus te gaan. We reden een klein stukje naar de haven, waar we aan boord gingen. We legden met Finnlines het traject van Malmö naar Travemünde in Duitsland af. Op deze boot gaat vooral vrachtverkeer mee en het was lang niet zo massaal als op de Silja Europa. Wij waren hier volgens mij de enige groep aan boord. Dit keer gingen we met de bus aan boord en konden daar uitstappen met onze handbagage voor 1 nacht en naar onze hut gaan. Verscheidene mensen uit onze groep hadden een prachtige buitenhut, die bijna net zo groot was als een kleine hotelkamer en met heel veel luxe, wij en een paar andere 'pechvogels' hadden een kleine binnenhut met stapelbed. Niet veel groter dan de hut van de nacht ervoor.

We konden al tegen achten aan boord, terwijl we pas om tien uur die avond zouden vertrekken. Nadat wij onze hut hadden gevonden en in gebruik hadden genomen liepen we nog even naar het buitendek, vanwaar we een mooi zicht hadden op de skyline van Malmö met de bijzondere 190 m hoge wolkenkrabber de Turning Torso. Daarna gingen we dineren. Hier een wat kleiner, maar ook erg lekker buffet. Toen we het eten bijna op hadden vertrokken we. We zouden niet lang na het vertrek onder de brug tussen Zweden en Denemarken door varen, maar daar hebben wij niet meer op gewacht. Wij zochten onze hut op, want ook de laatste dag moesten we weer vroeg opstaan. Om zes uur was het ontbijt in de vorm van een buffet en om zeven uur moesten we weer in de bus zitten, want dan zouden we aan komen.  

We reden het laatste stuk door Duitsland naar een restaurant in Vechta, niet ver van de grens met Nederland, waar we nog een vroege lunch geboekt hadden. Hier kwam ook de andere groep van Kras, die deze nacht een andere overnachting op een andere veerboot hadden gehad. We hadden onderweg hier naartoe als groep onze chauffeur Hans al bedankt, want we zouden hier opsplitsen in de twee bussen met verschillende uitstapplekken in Nederland. We moesten hier dus afscheid nemen van de groepsleden die de andere route door Nederland zouden volgen. Wij stapten in de bus van Goed Idee die ons naar Hengelo zou brengen. Helaas stond er voor Oberhausen nog een file. We reden een stuk binnendoor, maar kwamen helaas toch nog ver na de verwachte aankomsttijd van 14.00 u in Hengelo aan, na een mooie en ondanks het vele zitten in de bus toch intensieve vakantie. Veel steden en landen in vogelvlucht, maar overal genoeg van meegepikt om dit een mooie reis te kunnen noemen.

 

[Start] [Australië] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje Scandinavië (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [Jordanië] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]