_____________________________________

     Costa Rica / Panama   

_____________________________________

San José / Manuel Antonio NP / Monteverde NP / Rincón de la Vieja NP /  /  Fortuna (Arenal, Rio Peñas Blancas en El Tabacón) / Puerto Viejo de Sarapiqui / Tortuguero NP / Cahuita / Bocas del Toro / Boquete

Costa Rica

San José

Door een vertraging van vier uren op Schiphol kwamen we een halve dag later in Costa Rica aan dan gepland. Gelukkig had Continental Airlines voor ons een kamer geboekt in een hotel in Newark (Amerika, voorstad van New York). Een heel avontuur op zich. We hadden toen we aankwamen in Costa Rica geen tijd om de stad te leren kennen, maar voordat we weer naar Nederland vlogen hadden we nog tijd genoeg.

San José is de hoofdstad van Costa Rica. Hier heb je een winkelcentrum waar men zo'n beetje alles kan kopen wat er bij ons ook valt te kopen. Wat me opviel was dat de Costaricanen of Tico's in soms zeer nieuwe auto's rijden. Soms ook in hele oude. Het verkeer in de stad was chaotisch en de uitlaatgassen stonken behoorlijk.

 

Al wandelend gingen we de stad verkennen. Eerst wat winkelen en daarna op de culturele tour. Het mooiste wat we hebben gezien was het oude Theatro National. Hier zag je luxe en rijkdom. We mochten een kijkje nemen in de hal van het theater, maar de zaal was voor ons verboden terrein.

In La Casona gaven we ons laatste geld uit aan souvenirs. In deze grote hal zitten tal van souvenir verkopers. Elke verkoper heeft een eigen plekje. Veel dingen kun je bij elk kraampje krijgen, maar de kunst is om datgene wat je hebben wilt zo goedkoop mogelijk te krijgen door af te dingen en de verkopers tegen elkaar uit te spelen. Echt hele mooie souvenirs vind je in Costa Rica niet veel. Het meeste is erg kitscherig, maar er zat voor mij toch wel wat leuks bij.

We dineerden in het oudste restaurant van San José, waar allerlei foto's, platen en spreuken aan de muren hingen en het eten goed te eten was.    

Manuel Antonio NP

Over de slechte Costaricaanse wegen reden we naar Quepos, waar we overnachtten. De wegen zijn hier niet beter, omdat men bang is dat er dan veel meer toeristen zullen komen die minder gesteld zijn op de mooie natuur dan de mensen die het er nu voor over hebben om op slechte wegen te rijden. We moesten veel bruggetjes oversteken. Als het zou gaan regen zouden we misschien moeite krijgen om er weer vandaan te komen, want we moesten na ons bezoek aan Manuel Antonio NP over dezelfde weg terug. 

Vanuit Quepos maakten we een dagtrip naar Manuel Antonio NP. We moesten daar eerst een geul oversteken en daarna kwamen we in het tot op het strand gelegen regenwoud. In het park waren verschillende wandelingen aangegeven. Ik koos voor een korte wandeling naar een waterval, zodat ik daarna lekker kon zwemmen en op het strand kon gaan liggen.
Al wandelend tussen de prachtige vegetatie door zag ik drie luiaarden, een agouti, een palm met olienoten, mooie vogels, veel hagedissen, leguanen en op het eind van de route een kleine waterval. Vooral de luiaard was mooi om naar te kijken met z'n trage bewegingen.

Aan het eind van de dag begon het te regenen. Ik was er in de regentijd, dus het viel te verwachten. Ik had echter verwacht dat het korte en hevige buien zouden zijn, maar regentijd betekent hier gewoon regen, soms uren achter elkaar, de ene keer hevig, de andere keer miezerig. Als het niet regent is het lekker warm en dat was overdag meestal het geval. De regen begon vaak 's avonds. Echt veel last hebben we op onze reis niet van de regen gehad.

Monteverde Cloud Forest NP

Op weg naar Monte Verde Cloud Forest National Park moesten we de weg over de bruggetjes terug. Het had die nacht veel geregend en het water stond aanzienlijk hoger dan op de heenweg, maar gelukkig waren de riviertjes nog niet over de bruggen gestroomd. Ook kwamen we langs grote plantages met olienootpalmen en teakbomen en langs bananen-, maïs- en rijstplantages.

We hielden een lunchstop in Jacó, een echt surfersparadise voor de Tico's. En we reden nog een stuk over de Pan American Highway die van Canada naar Argentinië loopt. Bij Monte Verde sliepen we in lodges vlak buiten het park in El Bosque.

De volgende dag gingen we wandelen in het Monte Verde Cloud Forest NP. Hier hangt heel vaak mist. Het was er dan ook erg vochtig. Heel stil liepen we door het park, want er was een kans dat we de quetzal zouden zien als die niet van ons zou schrikken en weg zou vliegen. Na elke bocht veranderde de vegetatie. Werkelijk alles was begroeid. Je zag hier vele bij ons bekende kamerplanten. Varens , bromelia's, tirlantia, ficussen etc. 
We liepen over aangelegde paden. Soms was het pad weggespoeld en liepen we door de modder. We zagen niet veel bijzondere vogels ook al deden we nog zo stil. Wel liepen we langs een beekje met een watervalletje. We kwamen ook nog een coati of neusbeertje tegen en later zag ik nog een vos. 

Bij de ingang van het park had men bakjes met suikerwater opgehangen waar kolibries op afkwamen. Hier zagen we wel meer dan tien soorten kolibries af en aan vliegen.

De middag erna ging ik paardrijden over plantages in de buurt van Monte Verde. We gingen over mooie maar glibberige paden, over een bananenplantage en langs boerderijtjes. 

Na het paardrijden maakten we nog een uitstapje naar het slangenhuis. Hier zagen we welke slangen we tegen zouden kunnen komen. We kregen een heel klein slangetje (niet giftig) die we op onze arm mochten houden. Daar waar het slangetje kroop voelde ik het  licht vibreren. Een heel apart gevoel.  

Een van de grootste avonturen op deze reis was de skytrek of canopy tour. In een tuigje met een katrol gingen we aan een stuk of tien kabels door en over de boomtoppen. Het ging superhard en het was net alsof je vloog. De hoogste kabel was 400 ft hoog en 400 ft lang en door de nevel was het einde van de kabel niet te zien. Je dook dus zo de wolken in.

Rincón de la Vieja NP

We gingen op weg naar Liberia. Daar logeerden we in een luxe drie sterren hotel met een groot zwembad. Aan de bar van het zwembad kon je de lekkerste fruitcocktails, met of zonder alcohol krijgen. Costa Rica is sowieso een land van fruit. Je kunt hier de heerlijkste fruitontbijten krijgen, met ananas, bananen, meloen en mango. 's Avonds gingen we eten in het centrum van Liberia, waar op dat moment een of ander festival aan de gang was met veel muziek en dans en het dus heel gezellig was.

Vanuit Liberia gingen we naar het vulkanische Nationale Park Rincón de la Vieja. Hier zag je verschillende vormen van vulkanische activiteit. We zagen verwarmd borrelend water, een meer waarvan het water een vreemde melkachtige kleur had, zwaveldampen die tussen stenen doorkwamen en borrelende modderpoelen. De kleuren van de met zwavel gevulde aardbodem waren op sommige plaatsen prachtig.

Niet alleen de plekken waar we vulkanische activiteit zagen waren mooi, maar ook de rest van het park. We zagen felgekleurde hagedissen, een paddestoel met een netje om z'n hoed, kruidje-roer-me-niet, bamboe etc. Er liepen ook veel parasolmieren. Deze mieren knippen stukjes van bladeren af die vele malen groter zijn dan de mieren zelf en die stukjes sjouwen ze dan naar hun mierenhoop. Het is net of je stukjes blad ziet lopen. 

Op de terugweg naar het hotel stopten we in een klein dorpje bij een huisje van een bekende familie van onze chauffeur. We moesten allemaal even gedag gaan zeggen. In het huisje woonde een oude mevrouw van 102 jaar oud met haar zoon, schoondochter en kleinkinderen. Ze was nog heel fit en wilde wel met ons op de foto. Ze ging er zelfs haar haar goed voor doen.

Fortuna (Arenal, Rio Peñas Blancas en El Tabacón)

Voordat we naar La Fortuna reden gingen we eerst nog even langs een opvanghuis voor zieke en/of verwaarloosde dieren. Deze dieren kunnen niet meet terug de natuur in en zijn dus gedoemd om hunhele leven in kooien te blijven. Heel zielig, maar het had nog erger gekund. 

Het was 2 augustus, in Costa Rica een heilige feestdag. Het was de dag van de Heilige Maagd van Los Angeles. Onderweg zagen we een optocht van ossenwagens.

Later reden we langs Lake Arenal en langs Vulcano Arenal. De vulkaan was toen helaas nog niet te zien want die lag gehuld in een dik wolkendek. Door Midden-Amerika loopt een hele keten van vulkanen en daarvan is de Arenal een van de actiefsten. Wij gingen die avond vanaf een afstand kijken naar de Arenal in de hoop een eruptie te zien. In de regentijd is die kans kleiner dan in de andere perioden. We stonden vanaf een weg in de buurt van de Arenal te kijken naar de vulkaan. Het wolkendek was inmiddels verdwenen. Na een tijdje gebeurde het. We zagen enkele kleine erupties. We zagen de lava uit de krater spuiten. Geweldig. 

De dag erna zagen we de Arenal bijna in z'n geheel. Er lag nog maar een heel klein wolkje omheen. De kratergaten zaten niet aan de kant van La Fortuna, dus het dorp ligt veilig. In 1518 was er een hele grote uitbarsting geweest. De laatste wat grotere uitbarsting was in 1986 geweest.
Vanuit La Fortuna gingen we met rubberboten een boottocht maken over Rio Peñas Blancas. We reden met de rubberboten op het dak naar de rivier. Daar gingen we een stuk varen. We hoefden niet veel te doen want we dreven langzaam stroomafwaarts. Vanuit de boot zagen we prachtige vegetatie en veel mooie vogels. We zagen ijsvogels, een tijgerreiger, pijlgifkikkers, vleermuizen, een JesusChrist hagedis, brulapen en een luiaard. 

Onderweg stopten we voor een fruitlunch die inbegrepen was en om te zwemmen. Er zaten wel krokodillen in de rivier, maar volgens de gids was de uitgekozen plek een veilige om te zwemmen. Ik heb de gok niet gewaagd en liet het bij pootjebaden. Toen we verder gingen na de lunch schrokken we ons dood toen er opeens vlak voor onze boot een grote tak uit de boom viel. Volgens onze gids was het echter geen tak maar een leguaan. Leguanen lieten zich wel vaker in het water vallen als er bijv. brulapen achter hen aanzaten. Toen we nog maar net van de schrik waren bekomen dook er een ottertje naast onze boot op. Deze liet zich helaas maar heel even zien. 

Omdat we van de tocht op de rivier niet moe waren geworden hadden we nog genoeg energie over om naar El Tabacón te gaan. Dit is een warmwaterparadijs. Het water van de beek, waarin allemaal poelen en watervallen zijn gemaakt waarin je kunt poedelen, wordt verwarmd door de Arenal. Op sommige plekken was de temperatuur van het water wel 40°C. Er waren ook nog een paar grote zwembaden en in één ervan was een bar waaraan je dus vanuit het water een fruitcocktail kon bestellen.

 

Toen we naar El Tabacón reden zagen we rookpluimpjes van de helling van de Arenal opstijgen. De Arenal was dus actief, maar omdat het licht was kon je de rode kleur van de lava niet zien. Toen we die avond dineerden in een restaurant met uitzicht op de Arenal werd de Arenal opnieuw actief en dat nog wel in de regentijd. Wat een geluk hadden wij. We zagen hele rode stromen lava van de helling glijden. Het eten lieten we koud worden. Wie kon nou z'n ogen afhouden van zo'n natuurlijk schouwspel.

Puerto Viejo de Sarapiqui 

Voordat we naar Tortuguero gingen overnachtten we nog in een hotel in Puerto Viejo de Sarapiqui. Bij dit afgelegen hotel lag een hele mooie tuin waarin prachtige struiken en bloemen bloeiden. We gingen hier nog op zoek naar pijlgifkikkertjes langs de rivier die in de buurt lag. We liepen tot onze enkels in de modder. Dat had de gids van tevoren niet vertelt. Het gif van de pijlgifkikkers gebruiken Indianenstammen voor hun pijlen, vandaar de naam pijlgifkikker.

Tortuguero NP

Tortuguero NP is een gebied dat je alleen per boot kunt bereiken. We lieten onze bus en chauffeur dus achter en stapten met onze bagage in een klein open bootje. Via smalle en bredere riviertjes voeren we naar Tortuguero. Onderweg zagen we armoedige hutjes, kaaimannen en lepelaars. 
Het bootje zette ons af bij de Jungle Lodge. Deze lodge lag op een eiland aan de rivier. De huisjes waren simpel ingericht maar lagen in een prachtig natuurlijke omgeving. We genoten van de zon bij het zwembad. Over de rivier zagen we een mooie zonsondergang. 's Ochtends tijdens zonsopgang werden we wakker gebruld door de brulapen.

's Avonds gingen we met een bootje en een gids naar de andere kant van de rivier. Dit stuk land lag aan de Caribische Zee. Op het strand zagen we een groene karetschildpad eitjes leggen, haar nest bedekken en weer terug de zee in kruipen. We moesten heel stil zijn en alleen de gids mocht met een zaklamp schijnen. Dit om de schildpad niet af te schrikken. Zeeschildpadden worden erg bedreigd en hier deed men hun uiterste best om de dieren zoveel mogelijk te beschermen. Om de dieren te kunnen volgen krijgen alle dieren die op het legstrand bij Tortuguero leggen  een merkje in de poot op het moment dat ze het veilige water ingaan. Een karetschildpad legt tussen de 80 en 120 uitjes per nest en per nest zou het mooi zijn als er minstens een schildpadje volwassen werd. Een volwassen schildpadvrouwtje komt na ongeveer 25 tot 30 jaar op haar geboortestrand terug om haar eieren te leggen, daarom is het zo belangrijk dat er legstranden voor de schildpadden blijven.

De volgende dag gingen we al om kwart over vijf op een bootsafari door Tortuguero. We zagen mooie bloemen en bomen, een slangehalsvogel, toekans, een tijgerreiger, kaaimannen, brulapen en nog een ander apensoort. Het leek erg op de boottocht op Rio Peñas Blancas en ik vond het achteraf het vroege opstaan niet waard. We lieten ons afzetten op het stuk land tegenover de Jungle Lodge, waar we in het dorp een stevig ontbijt bestelden. Daarna maakten we een wandeling over het strand, maar de onderstroom in de zee was te sterk om erin te kunnen zwemmen.

We namen een bootje naar de Jungle Lodge en verbleven de rest van onze dag bij het zwembad. 's Avonds hebben we nog staan dansen op de steiger, daar konden we de muziek uit de bar namelijk gemakkelijk horen.   

Cahuita

Met de boot gingen we via dezelfde route terug naar het punt waar onze chauffeur ons op de heenweg had afgezet en waar hij ons nu weer op zou halen. Het punt lag precies tegenover een bananenplantage van Delmonte en daar zijn we kort een kijkje gaan nemen.

Op weg naar Cahuita stopten we nog in de grote stad Puerto Limon. In deze chaotische stad, die bekend staat als crimineel konden we lunchen en geld wisselen.

Cahuita is een klein dorpje waar een echte Caribische sfeer heerst. Ons hotel lag vlak bij de zee en er hingen heerlijke hangmatten, maar vlak bij de matten zat een slang. Toen ons verzekerd was dat het geen giftige slang was werd er veelvuldig van de hangmatten gebruik gemaakt. Ook zagen we grote maar mooie sprinkhanen en hele grote kevers

We aten die avond in een restaurantje waar de vloer bestond uit wit zand en een bandje reggae speelde. Na het eten gingen we reggae dansen in de Cocosbar, de plaatselijke discotheek.

De dag erop plensde het bijna de hele dag. Er was een optie om door Cahuita NP te wandelen, maar ik hield het bij souvenirshoppen en warme chocolademelk drinken. Van onder het afdak van de bar van de chocolademelk konden we  de regen in de zee zien vallen.

Op weg naar de grens met Panama kregen we een lekke band met de bus. Het was wel een erg slechte weg, maar eigenlijk was het verwonderlijk dat we nog niet eerder een lekke band hadden gehad. Gelukkig werden we geholpen door een aantal voorbijgangers en waren we binnen een half uur alweer op weg.  

Panama

Onze chauffeur en de bus lieten we achter in Costa Rica. In Panama stond een nieuwe chauffeur met een bus op ons te wachten. We moesten dus lopend de grens over, maar eerst moesten we allemaal papieren invullen. We waren vrij snel over de grens, soms kan het namelijk uren duren. In Panama was het een uur later. De sfeer in Panama is heel anders dan in Costa Rica, dat merk je meteen. Kun je in Costa Rica in de winkels, hotels en restaurants met Engels nog een heel eind komen, in Panama is dat wel anders. De wegen in Panama zijn beter dan in Costa Rica, maar het verkeer was er naar mijn gevoel veel chaotischer. 

Bocas del Toro

De chauffeur bracht ons naar het dorpje Almirante vanwaar we naar de eilandengroep Bocas del Toro voeren. Wij zouden twee nachten op het eiland Isla Colón overnachten. Het was eigenlijk te warm om iets te ondernemen, dus wachtte ik tot de zon wat minder fel werd en ging daarna nog even langs een paar souvenirwinkels. We dineerden die avond in een Italiaans restaurant. De eigenaresse van het restaurant was van Italiaanse afkomst en woonde al jaren op het eiland.

De dag erop gingen we op een dolfijn- en snorkelsafari. Er was geen garantie dat we dolfijnen zouden zien, we moesten geluk hebben. Met een catamaran zonder zeilen en een bootje gingen we op weg naar een plek waar regelmatig dolfijnen waren. We waren er nog maar net of we zagen er een paar met hun ruggen en snuitjes boven water komen.
Na het zien van de dolfijnen kon mijn dag eigenlijk al niet meer stuk, maar we gingen ook nog op twee plaatsen snorkelen en zagen koraal en mooi gekleurde waterplanten. We zagen ook een aantal vissen maar er waren maar een paar echt mooie bij.

De gids adviseerde ons het restaurant tegenover het hotel voor het diner van die avond. Daar kon je eten op een balkon aan de hoofdstraat en het was volgens de gids het beste restaurant van Colón. Zo zag het er aan de buitenkant niet uit, maar het eten was er inderdaad best lekker.

Boquete

Met de boot voeren we wee terug naar Almirante waar de chauffeur ons weer kwam ophalen. Over een bochtige weg door een heuvellandschap bracht hij ons naar het op ongeveer 1000 m hoogte gelegen Boquete. Boquete ligt in een streek met vele koffieplantages.

Met onze eigen bus met een gids gingen we een koffietour maken door Boquete. De gids nam ons eerst mee naar een koffieplantage, waar we zagen hoe de koffiestekjes verzorgd werden en hoe de koffiebonen aan de struiken groeiden. De bonen waren nog helemaal groen toen wij er waren, het was nog lang geen oogsttijd. 

Nadat we op de plantage waren geweest gingen we naar een koffiebonendrogerij. Daar worden de bonen alleen gedroogd. 

Als de bonen droog zijn gaan ze naar de koffiebranderij, waar de bonen gebrand worden. De beste bonen worden door een machine gesorteerd, waarna ze naar Europa gaan. Als de bonen gebrand zijn worden ze verpakt en verscheept. Sommige bonen worden voordat ze verpakt worden eerst nog gemalen.

Pakjes koffie van de fabriek die we net hadden gezien vonden we een leuk souvenir voor thuis. De producten lagen uitgestald in een hal, omdat een erg onvoorzichtige automobilist de week ervoor het winkeltje in was gereden en het totaal had verwoest.

Nadat we de koffietour hadden afgesloten nam de gids ons nog mee naar een tuin van twee bejaarde mensen, die van het aanleggen van de tuin hun levenswerk hadden gemaakt en graag hadden dat mensen hun tuin kwamen bezichtigen. Mi Jardin es Su Jardin. In de tuin stonden veel kitscherige voorwerpen, maar de tuin zelf was schitterend aangelegd en er viel veel in te zien.

Hierna nam de gids ons mee voor een ritje langs de Baru vulkaan. De Baru vulkaan was al 700 jaar niet meer actief. Uit de rotswanden groeiden bomen en in het dal stonden bomen van 800 jaar oud. Dezen moesten dus de laatste uitbarsting van de vulkaan hebben overleefd. De bomen zorgden ervoor dat Boquete veelvuldig door biologen en geologen werd bezocht.

We reden ook nog langs een watervalletje dat er prachtig bij lag in de zon en langs een kasteeltje waar een man al dertig jaar mee aan het bouwen was, omdat hij zijn vrouw beloofd had dat hij een kasteel voor haar zou bouwen. Ons hotel leek van de voorkant ook meer op een kasteel dan op een hotel.

Die middag gingen een reisgenote en ik naar het parkje in Boquete. Het was zaterdag en de mensen uit het dorp waren ook met hun gezinnen naar het park gekomen om er van hun vrije dag te genieten. Er kwam een oud Panamees mannetje aan ons vragen of hij een polaroid foto van ons moest maken. We moesten er wel voor betalen natuurlijk, maar het was zo'n leuk mannetje dat we hem toch een foto lieten maken. Moeizaam schreef hij op de witte strook voor ons nog de datum en de naam Boquete op.

Van Boquete (Panama) naar San José (Costa Rica)

Over de Pan American Highway reed de Panamese chauffeur ons naar de grens met Costa Rica. We moesten ook hier weer papieren invullen, maar waren ondanks een bagagecheck toch snel de grens over. Soms moet men tijdens een bagagecheck de hele inhoud van de tas eruit halen, bij ons bleef het beperkt tot het openen van een paar tassen.

We begroetten onze Costaricaanse chauffeur die we aan het begin van de reis ook hadden gehad en ons over de Pan American Highway naar San José zou rijden. Op weg naar San Isidro de el General kwamen we langs allerlei ananasplantages. Het laatste stuk van de route ging gepaard met een tropische stortbui. Langs de weg stroomden grote stromen modder en water naar beneden de heuvels  af.

Op de route van San Isidro naar San José reden we nog over een pas die met 3491 meter het hoogste punt van Midden-Amerika was.


 

[Start] [Australië] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje Scandinavië (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [Jordanië] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]