____________________________________

   Ierland en Noord-Ierland  

____________________________________

Omgeving Cork / van Cork naar Dublin / Dublin / van Dublin naar Belfast / Belfast / Causeway Coastal Route  en Londonderry / Donegal / Van Letterkenny naar Ballina (met o.a. Slieve League)  / Mayo en Galway (met o.a. Kylemore Abbey en Galway Horse Race) / omgeving Galway (met o.a. een hawkwalk en The Burren) / Clare (o.a. Cliffs of Moher) / Dingle Peninsula / Ring of Kerry / Ring of Beara en Mizen Head Peninsula / terug naar Cork

 

Samen met een vriendin had ik een 15-daagse autorondreis door Ierland en Noord-Ierland geboekt bij Kras. We hadden een ochtendvlucht en kwamen al om 10:00 u in Ierland aan op het vliegveld van Cork. Het is een klein vliegveld, waardoor de rij bij de autoverhuurmaatschappij niet zo lang was. Bij de boeking van de reis hoorde een standaard huurauto en wij werden over gehaald om van een benzine auto een upgrade te doen naar een diesel auto, want dat zou veel goedkoper zijn. De kosten van de upgrade zouden we er makkelijk uit krijgen. We hoorden dat mensen naast ons speciaal vroegen naar een Nissan Qashqai en dat vonden wij ook wel een mooie auto om in te rijden en gaven dat aan. Er werd ons verteld dat als we de upgrade naar een diesel deden (€5,- per dag), we er voor €2,- per dag een upgrade naar een hogere auto zoals bijv. een Nissan Qashqai bij konden doen, wat ook werd aangeraden, zodat je makkelijker over muurtjes, of struiken langs de weg kon kijken. Wij besloten hier voor te gaan, maar kwamen er al snel achter dat we de kosten van de upgrade naar de diesel er waarschijnlijk niet uit zouden halen, want het scheelde maar 20 eurocent per liter en op een tank van 65 liter scheelde dit dus maar €12,50. We moesten dus al zes keer tanken om de €75,- upgrade eruit te halen. Wij hebben met bijna 3300 km veel kilometers gemaakt (waarschijnlijk meer dan de gemiddelde Ierland reiziger) waardoor we er ook weer niet heel erg bij in schoten, maar de info van de autoverhuurmaatschappij klopte duidelijk niet. Van de upgrade naar de hogere Qashqai hebben we geen spijt gehad, het was een hele fijne auto om mee te rijden en in een hoge auto rijdt het heel lekker, maar ook hier hadden we niet het idee dat we veel meer konden zien dan we vanuit de standaard (lagere) huurauto hadden gekund.

Omgeving Cork

  We kwamen vroeg op de dag aan in Cork en hadden de rest van de dag om in de omgeving van Cork te besteden. We hadden onze eigen navigatie meegenomen en reden rechtstreeks naar Cobh. Cobh, wat vroeger Queenstown heette, was de laatste opstapplaats van reizigers die met de Titanic de overstap waagden naar VS. Hier gingen we dan ook naar The Titanic Experience. Het gebouw waarin de Experience is gehuisvest stond er toen ook al. Alleen  de first class reizigers mochten hier binnen wachten op het vertrek, de second en third class reizigers deden dat buiten op de kade.
De steiger aan de kade was vervallen en was dezelfde steiger van waar de Titanic reizigers vertrokken. Hier lag echter de Titanic niet. De reizigers stapten hier op kleine boten die hen vervoerden naar de Titanic die verderop in een dieper gelegen deel van de baai lag. Je ticket voor de Experience was meteen je reisticket voor de Titanic. Het simuleerde dat je een van de reizigers van de Titanic was. Er stond een naam op en in welke klasse je reisde. Elke bezoeker kreeg een ander ticket, waardoor je de Experience beleefde vanuit een bepaald perspectief, wat het wel extra interessant maakte. De rondleiding duurde niet lang en de expositie was niet uitgebreid, maar het was wel een interessant bezoek. In Cobh stond ook nog een mooie kathedraal, The St. Coleman's Cathedral, die we kort bezochten en daarna reden we naar The Blarney Castle.  

The Blarney Castle is het derde gebouw wat op deze plek werd gebouwd in 1446. Het was heerlijk zomerweer en heerlijk om een beetje te wandelen door de tuinen richting het kasteel. Het kasteel is bekend vanwege de bekende Blarney Stone, die in de afgelopen 200 jaar door vele pelgrims werd gekust. Want wie de steen kust wordt beloond met de gave welbespraaktheid. Vele bekende personen kusten hier ooit de steen. En elke bezoeker kan hier de steen kussen. Volgens de overlevering zou de steen ooit een kussen zijn geweest van de Bijbelse figuur Jacob, een orakel voor de Ierse Koningen, het kussen op het sterfbed van Sint Columba, een Stone of Destiny in Schotland, totdat Cormac McCarthy de steen kreeg en deze plaatste op een plek bovenin zijn Blarney Castle. Een heks die van de verdrinkingsdood werd gered zou de huidige krachten van de steen hebben onthuld en sindsdien wilden vele leiders de steen kussen.

De steen werd onder meer gekust door Laurel & Hardy, Mick Jagger en Winston Churchill. Vroeger werden de pelgrims over de kantelen gehangen en werden zij bij hun enkels vastgehouden, terwijl zij ondersteboven hangend de steen kusten. Tegenwoordig is er een stukje uit de borstwering van het kasteel weggekapt en kun je op je rug liggend, met je hoofd hangend boven de afgrond en onder de steen hangend terwijl je door een medewerker van het kasteel wordt vastgehouden, de steen kussen. Wij bezochten het kasteel, wat zeker een bezoek waard was, want het is een erg mooi, goed bewaard gebleven kasteel,  maar ik besloot na het zien van het kussen van de steen om dit zelf niet te doen. De steen wordt tussen het kussen door niet schoongeveegd en was kleddernat van het kussen..... Dan maar iets minder welbespraakt.  

Van Cork naar Dublin

  Na een overnachting in de omgeving van Cork vertrokken wij de volgende ochtend richting Cahir Castle. We kochten geen ticket om het kasteel te bekijken, maar wandelden wel even door het park rondom het kasteel en door het pittoreske dorpje Cahir. We reden daarna door naar The Rock of Cashel.

Vanaf deze rots heersten de koningen van Munster tussen ongeveer 370 en 1100 na Christus. Het is ook de plek waar Aenghus, de koning van Munster, zich rond 450 na Christus bekeerde tot het Christendom en gedoopt werd door de heilige Saint Patrick. Deze St. Patrick is een hele belangrijke figuur in de  historie van Ierland. De kalkstenen rots is volgens de legende ontstaan doordat de duivel over de plek vloog met een grote steen in zijn mond, toen hij St. Patrick zag die een nieuwe kerk wilde stichten op die plek. De duivel schrok en liet de grote steen vallen en sindsdien is er een grote rots, The Rock of Cashel.

   

 

De bouwwerken op de Rock of Cashel stonden voor een groot deel in de steigers wat natuurlijk erg jammer was, want het ziet er imposant uit, de oude ruïnes op de heuvel. Er staan o.a. een roundtower, The Cormac's Chapel, de Saint Patricks Cathedral, die gebouwd werden tussen de 12e en 13e eeuw na Christus. Vanaf deze tijd was het een belangrijke plek voor de kerk. Op het terrein staat een replica van Saint Patrick's Cross, waar het echte kruis tot in de jaren 70 heeft gestaan. Het echte zandstenen kruis uit de 12e eeuw vind je in het museum in The Vicars Choral, het gebouw waar ook de ingang tot de rots is. Op het kerkhof vind je een aantal Keltische High Crosses, waarvan de Scully's Cross de grootste is. Toen we verder reden naar Kilkenny konden we vanaf de weg nog een mooie foto maken van de Rock of Cashel in de verte. Hier kon je goed zien hoe hoog de rots was ten opzichte van de omgeving.

Kilkenny heeft een oud Middeleeuws centrum in een Iers jasje. Hier kun je de Medieval Mile lopen. Wij liepen naar Kilkenny Castle. Kilkenny Castle heeft een mooie tuin aan de voorzijde van het gebouw en een heel groot park met groot grasveld aan de achterzijde, waar ook de ingang is. Het was heerlijk zomerweer en er waren veel mensen aan het wandelen, relaxen of aan het spelen in dit park. Het was er gezellig druk.  

Wij hadden bij de Rock of Cashel een Heritage Card gekocht. Deze kaart kost €25 per persoon en je krijgt er gratis toegang mee tot alle OPW Heritage Sites, waaronder dus de Rock of Cashel en Kilkenny Castle. Bij elke plek waar we onze kaart konden gebruiken werd er in een boek bijgehouden welk pasnummer er was gebruikt en de naam van de pashouder en daarbij moesten we dan tekenen. Er werd niks bijgehouden in een computer, het gebeurde allemaal nog schriftelijk.

Na ons bezoek aan Kilkenny reden we door de mooie Wicklow Mountains en de prachtige Wicklow Gap naar Glendalough waar we de Roundtower bij de oude kloosternederzetting van St. Kevin uit de 6e eeuw, wilden zien. Bij de Roundtower van Glendalough vind je ook een ruïne van een kapel en een kerkhof met veel Keltische High Crosses.

       

We overnachtten in Liffey Valley, een buitenwijk van Dublin.

Dublin

Op een paar minuten lopen van het hotel konden we de bus nemen naar het centrum van de stad. We gaven aan dat we in Dublin graag wilden uitstappen bij Trinity College en het laatste deel van de rit, door het centrum van de stad raakte ik gezellig in gesprek met de zeer vriendelijke en hulpvaardige buschauffeur. Hij vertelde ons precies waar we de bus moesten verlaten en toen stonden we aan de zijkant van Trinity College. We zagen toen we het terrein op kwamen al direct de bekende bibliotheek waar The Book of Kells ligt.

  De Trinity College Library heeft meer dan 4,5 miljoen boeken die verspreid zijn over vijf bibliotheken, waarvan er vier op het terrein van Trinity College zijn. We gingen vroeg in de ochtend naar The Book of Kells, omdat we lange wachtrijen wilden voorkomen en dat was een goede keus, want er stond nu geen lange rij en toen we de bibliotheek uit kwamen wel. In de eerste vertrekken van de bibliotheek werden hele oude manuscripten tentoongesteld, waaronder The Book of Kells. Dit werd waarschijnlijk geschreven rond 800 na Christus door Keltische monniken (al is er nog steeds discussie over de plaats en tijd waarin het geschreven is) en bevat 4 evangeliën uit het Nieuwe Testament.

Het is het oudst geschreven boek dat ooit gevonden is in Ierland. Het boek is nooit helemaal afgemaakt. Er werden in latere jaren nog wel aanvullingen in geschreven. Het wordt gezien als een meesterwerk van die tijd, vanwege de prachtige kalligrafie, de meerdere pagina's grote gekleurde illustraties en rijkelijk versierde hoofdletters. In deze expositie wordt ook uitgelegd hoe in die tijd gekleurde inkt werd gemaakt, welk schrijfgerei de monniken gebruikten, hoe zij elk stukje van het in die tijd dure papier gebruikten en hoe zij fouten d.m.v. het plaatsten van een kruisje boven een verkeerde letter corrigeerden.

Het boek bestaat uit 340 perkamentbladen. Er waren ooit nog een paar meer, die door de eeuwen zijn kwijtgeraakt, dit weet men doordat er gaten zitten in de tekst en er in 1621 nog 344 pagina's werden geteld. Perkament is gladder dan  papier, waardoor de illustraties een prachtige glans hebben. In de expositieruimtes mocht je geen foto's maken, dus geen foto's van The Book of Kells, maar in de bibliotheek die we daarna binnengingen wel en daar lagen ook nog een paar zeer oude manuscripten.  

In deze zaal stonden duizenden hele oude boeken. De boeken staan slechts geordend op grootte en het is dus heel erg moeilijk om in deze bibliotheek een bepaald werk te vinden. Toch is het een nog steeds werkende bibliotheek. Mensen die onderzoek doen en een goede reden hebben om een boek in te zien kunnen in een digitale lijst een bepaald werk opzoeken en kunnen het dan gebruiken, als ze het kunnen vinden, iets wat soms vele uren tijd kost. Veel boeken zijn in leer gebonden en op de titel na zien ze hele series boeken er hetzelfde uit.

Na ons bezoek aan de bibliotheek kochten we een ticket voor een rondleiding, over het universiteitsterrein van Trinity College, door een student(e) van de universiteit. Je kunt deze tour ook eerst doen, dan kun je hierbij meteen een ticket voor de bibliotheek erbij kopen, maar moet je alsnog in de rij staan om de bibliotheek binnen te kunnen gaan (er kunnen maar een bepaald aantal mensen tegelijk in het gebouw.

  Een studente filosofie en politiek leidde ons rond over de campus, gehuld in een traditionele Trinity toga. Ze vertelde ons over het studentenleven op de campus. Je mocht alleen op de campus wonen als je cijfers uitstekend waren. Dat betekent dat sommige studenten nooit of slechts een paar maanden op de campus kunnen wonen tijdens hun studie. Het oude theater wordt tegenwoordig gebruikt als theaterzaal en aan het eind van het jaar worden hier ten overstaan van alle ouders de cijfers van de studenten bekend gemaakt. Tegenover het theater staat een zelfde gebouw, dit is de kapel. Oud-studenten mogen hier trouwen, mits ze binnen vijf jaar na het afstuderen trouwen, want daarna vervalt het voorrecht.

Ze vertelde nog veel over de andere gebouwen op de campus, over de auteur van Dracula, Bram Stoker, die hier ooit studeerde (maar de studie niet hier afmaakte) en over het studenten leven. Het was een leuke tour, die niet heel erg lang duurde, waardoor er voor ons nog genoeg tijd was om de rest van de stad te zien. Via Grafton Street liepen we naar het standbeeld van Molly Malone, een bekend karakter uit het Ierse lied Molly Malone, ook wel bekend als In Dublin's Fair City of Cockles and Mussels.

Het standbeeld stond tot 2014 in Grafton Street, maar ze hebben het verhuisd naar Suffolk Street. Dit stond bij ons nog verkeerd op de kaart in onze reisgids, waardoor wij even moesten zoeken. Na een klein stukje lopen kwamen we al in het bekende Temple Bar District. Dit is het uitgaansgebied van Dublin en is erg in trek bij toeristen. In de jaren '70 en '80 lag de wijk er vervallen bij en kwam er steeds meer criminaliteit. De wijk is in de jaren '90 helemaal opgeknapt en een toeristische trekpleister geworden vanwege de vele pubs en natuurlijk de Temple Bar.  

De wijk die vroeger Temple Barr heette is ontstaan nadat de provoost van Trinity College uit 1609, Sir William Temple hier een huis liet bouwen op de hoek waar nu de Temple Bar staat. In 1656 kocht zijn zoon een groot stuk land om het huis heen dat was vrijgekomen, doordat er een nieuwe dam was gebouwd. Barr betekende in die tijd, een zandbank in de riviermonding om over te wandelen. Het gebied werd Temple Barr genoemd. Het gebied groeide uit en de laatste r verdween uit de naam. In 1840 werd de beroemde Temple Bar gebouwd. Nadat we mooie foto's hadden genomen van het mooie fotogenieke gebouw gingen we hier lunchen (tegen heel betaalbare prijzen) in The Beer Garden, met live muziek op de achtergrond. de sfeer was er goed en de aankleding heel erg gezellig.

 

 

We liepen hierna door naar Dublin Castle, dat in de 13e eeuw werd gebouwd door de Normandiërs, die de stad hadden veroverd en hadden overgenomen van de Vikingen. Het heeft dienst gedaan als verdedigingswerk, schatkamer, gevangenis, gerechtsgebouw en meer dan 7 uren lang als zetel voor de Engelse bestuurders van Ierland. Wij wandelden verder naar de rivier de Liffey naar de Ha'Penny Bridge. Deze mooie gietijzeren brug werd in 1816 door William Walsh gebouwd, omdat de 7 veerboten die in die tijd over de Liffey voeren in slechte staat verkeerden. De brug werd oorspronkelijk Wellington Bridge genoemd, naar de Duke of Wellington, maar werd in de volksmond al gauw Ha'Penny Bridge genoemd, naar de halve penny tol die men moest betalen om de brug over te mogen steken. We liepen ook langs het beroemde Clarence Hotel, eigendom van Bono en The Edge van de Ierse rockband U2. Aan de overkant van de Liffey namen we The Lewis, een tram, richting The Kilmainham Goal. In de tram allemaal kinderen in zwemkleding. Toen we in de buitenwijk uit de tram stapten zagen we waar deze kinderen gingen zwemmen. Er was een kleine sluis waar deze kinderen en ook volwassenen in zwommen. We liepen naar de Kilmainham Goal, waar we te horen kregen dat de eerstvolgende tour waarop nog twee plekjes vrij waren pas drie uur later zou zijn. Dat was erg jammer, want die tijd hadden we niet, aangezien we slechts 1 dag in Dublin hadden en nog meer wilden zien. Jammer dat we dus niet van tevoren geboekt hadden.

We wandelden rustig naar The Guiness Storehouse bij de grootste en eerste brouwerij van Guiness, the St. James's Gate Brewery. De St. James's Gate was de westelijke toegangspoort van de stad in de Middeleeuwen. De brouwerij werd in 1759 gesticht door Arthur Guiness in een gebied waar in die tijd meerdere brouwerijen stonden vanwege de goede toevoer van water, wat gebruikt werd bij het brouwen. In het logo staat een harp, het symbool van Ierland. De harp in het logo is echter gespiegeld aan de harp als landswapen. Guinness, een stout beer, is donkerbruin bier, wat gebrouwen wordt met slechts vier ingrediënten, water, gerst, hop en gist.  

Het water dat in deze brouwerij gebruikt wordt komt uit een bron in The Wicklow Mountains en alleen dit zuivere water mag als bestanddeel van de Guinness gebruikt worden en het is een heel belangrijk bestanddeel. De naam van water dat gebruikt wordt voor het brouwen is 'liquor', de naam die tegenwoordig wordt gegeven aan alcoholische dranken. Het bestanddeel hop groeit op de wereld alleen tussen 35 en 55 graden ten noorden van de evenaar en tussen 35 en 55 graden ten zuiden van de evenaar, zo werd de bezoeker met kleine weetjes en teksten een beetje geleerd hoe Guinness bier tot stand komt.

  In The Guinness Storehouse werd op een interactieve manier o.a. nog meer verteld over de geschiedenis van Guinness, het brouwproces en de handel rondom Guinness. In een speciale ruimte kon je een klein glaasje Guinness proeven. Ik ben geen bierdrinker, dus dit was voor mij genoeg. In het entreeticket zit ook een Guinness of glas frisdrank inbegrepen,  wat je kunt halen in een van de bars in het gebouw. De mooiste bar is The Gravity Bar, op de bovenste en 7e verdieping van het storehouse. In deze ronde bar heb je aan alle kanten door grote ramen uitzicht over de stad. We bekeken hier hoe een Guinness getapt wordt. Het Guinness laat men heel langzaam in het glas stromen totdat het ongeveer driekwart gevuld is. Hierna moet het even bekomen en daarna tapt men de rest erbij, totdat het glas helemaal gevuld is. Guinness wordt getapt zonder schuimkraag, iets wat verschilt met ons Nederlandse bier.

Hierna namen we de Lewis weer terug naar het centrum van de stad en dineerden in Buskers Bar in Temple Bar District waar een Ierse show opgevoerd werd. De show bestond uit Ierse muziek (Molly Malone, Wild Rover, Whiskey in a Jar) en wat Ierse dans op een heel klein podium en was niet wat de flyer, die we die ochtend op straat hadden gekregen, deed vermoeden, maar was desondanks toch wel leuk. Na een prachtige zomerse dag in het gezellige, sfeervolle, gemoedelijke Dublin namen we de bus terug naar het hotel.

Van Dublin naar Belfast

Op weg naar Belfast hadden we veel dingen die we wilden zien en dus gingen we vroeg uit de veren. We reden als eerste naar Trim Castle, wat een bekende filmlocatie uit de film Braveheart met Mel Gibson was. Een film die zich niet in Ierland, maar in Schotland afspeelt, maar wel grotendeels in Ierland is opgenomen. Rondom Trim Castle vind je nog meer oude gebouwen en je kunt er een korte wandeling langs maken.  

  Via een mooi bruggetje kom je bij een hoge ruïne van een 14e eeuwse klokkentoren, The Yellow Steeple. Tegen de tijd dat we onze wandeling in de omgeving van Trim Castle hadden afgerond was het kasteel inmiddels geopend voor bezoekers en konden wij op vertoon van onze Heritage Card gratis naar binnen. We hadden een kaartje gekozen zonder een tour, omdat tours vaak lang duren en we deze informatie vaak ook wel konden vinden op internet, maar beseften niet dat we zonder die tour het kasteel (bestaande uit een grote vierkante toren) dan ook niet binnen mochten. We hadden dus alleen een kaartje voor de tuin binnen de muren om het kasteel, de rondleiding ging net van start en wij konden het gebouw dus niet in, maar wilden ook niet wachten op de volgende tour en besloten door te rijden naar Newgrange.

Daar wilden we ook niet te laat aankomen, omdat we gelezen hadden dat het daar erg druk kan zijn. Bij het Brú na Bóinne visitor centre kun je tickets kopen voor een tour naar het ganggraf Newgrange, of een tour naar de ganggraven van Newgrange, Knowth en Dowth. Deze drie ganggraven worden de 'paleizen van de Boyne' (rivier/vallei) genoemd, de 'Brú na Bóinne'. Wij kozen voor alleen een tour naar Newgrange en kregen toen een oranje sticker opgeplakt. Op de sticker stond welke tour je geboekt had en je vertrektijd voor de bus die van een plek een paar 100 m vanaf het visitor centre vertrok. In de tijd die we moesten wachten op onze tour bezochten we de expositie over de Brú na Bóinne, bekeken een informatieve film en lunchten in het restaurant.

De ganggraven werden rond 3200 v. Chr. gebouwd, ze zijn hiermee nog ouder dan de Egyptische piramiden en staan op de UNESCO werelderfgoedlijst. Newgrange is het bekendste ganggraf en staat boven op een kleine heuvel. Het ganggraf bestaat uit een koepel van zeer nauwkeurig op elkaar gestapelde stenen. In het midden van de koepel is een grafkamer en er loopt een zeer smalle 19 m lange gang naar deze grafkamer. Zelfs na vijfduizend jaar is deze koepel nog geheel waterdicht, in tegenstelling tot de ganggraven van Knowth en Dowth waar soms als het regent water door de stenen komt. De afdeksteen van de koepel moet rond de 2 ton wegen en daarop ligt nog een laag van wel 3 meter aarde, gebouwd zonder machines en het staat al 5000 jaar overeind. Dit is wel heel erg indrukwekkend als je in de grafkamer staat en je op een plaats staat die er, op het kunstlicht in de ruimte na, nog hetzelfde uitziet als meer dan 5000 jaar geleden.

   

 

 

Slechts zo'n 5 dagen per jaar, de dagen rond de zonnewende op 21 december, schijnt de zon er in de ochtend ongeveer een kwartier lang een paar stralen zon naar binnen (mits de zon op die dagen flink schijnt en het niet bewolkt weer is). Een dunne straal licht bereikt dan de grafkamer. In deze grafkamer passen ongeveer 20 mensen en wij konden in twee groepen (elk 10 minuten) met een gids deze grafkamer bezoeken. De gang naar de grafkamer is zo smal en laag dat je een eventuele rug of schoudertas die je bij je hebt op je buik moet dragen als je er naar binnen gaat. Aan de zijkanten van de grafkamer vond je drie nissen  met offerstenen en stenen die versierd waren met cirkels, spiralen en andere geometrische figuren. In deze ruimte werden ceremonieën gehouden waarbij men as en verkoolde resten van overledenen eerden. Er werden geen lichamen begraven en de lichamen werden ook niet in deze grafkamer verbrand, want daar heeft men geen resten van gevonden. Samen met de gang naar de grafkamer vormen deze drie nissen een kruis. Dit kruis heeft niks te maken met de overlevering van Christus, die toen nog niet geboren was, maar heeft wel dezelfde vorm. De gids liet ons een simulatie van de lichtstraal zien. Daarvoor moest het in de grafkamer eerst compleet donker worden en het kunstlicht gedimd worden. De gids noemde de gang naar het graf de gang naar de oudheid en dat was ook zo, want toen het licht uit was en de gesimuleerde straal licht naar binnen scheen kon je je een beetje voorstellen hoe het 5000 jaar geleden moest zijn geweest. Wat bijzonder is, is dat er ook namen en woorden met gewone letters in de stenen in de nissen gekerfd zijn. Er stond duidelijk ergens 1881. In deze tijd wist men waarschijnlijk niet hoe oud en bijzonder het graf was. In 1967 werd het opnieuw ontdekt door professor Michael J. O'Kelly en werden er grote reconstructies aan de buitenkant van het ganggraf gedaan en werd de aarde er omheen weggehaald, waardoor het er nu prachtig uitziet bovenop de heuvel. Ook op de stenen aan de buitenkant en vooral de grote steen voor de ingang van het graf zijn mooie tekens gekerfd. Je kunt er helemaal omheen lopen en in de omgeving zijn nog meer megalithische stenen te vinden. In de verte in een weiland zie je nog een kleiner ganggraf, wat niet open is voor publiek. Er staan in deze hele omgeving veel megalithische monumenten, waarvan de grootste de drie bekende gangraven zijn.

  Na terugkomst met de bus stapten we weer in de auto om door te rijden naar Slane Castle. Het in 1785 gebouwde Slane Castle is bekend omdat U2 er het album The Unforgettable Fire heeft genomen terwijl de bandleden daar een tijd in het kasteel verbleven. Het kasteel wat op de albumhoes staat afgebeeld is echter niet Slane Castle. Het kasteel staat ook bekend om de concerten die er in de maand augustus soms worden gegeven op een iets lager gelegen terrein naast het kasteel. Grote namen, waaronder Queen, The Rolling Stones, Bruce Springsteen, David Bowie, Guns N' Roses, Bryan Adams, U2  en Madonna traden hier in het verleden op.

Hierna moesten we nog ongeveer twee uren rijden naar Dunadry, een dorpje in de buurt van Belfast. Ergens halverwege passeerden we de grens met Noord-Ierland. Er stond slechts een simpel bord om de grensovergang te markeren, maar de kleur van de bewegwijzeringborden veranderde en afstanden en snelheidslimieten werden hier aangegeven in mijlen i.p.v. kilometers.

Belfast

In Belfast wilden we heel graag een Black Cab tour doen, een tour langs de Peacewall en de Murals (muurschilderingen) met een taxichauffeur die ook informatie over de geschiedenis geeft. We vroegen aan de mensen van de receptie van ons hotel wat een geschikte plek zou zijn om ons in Belfast door de taxichauffeur te laten oppikken en hoe we het best in Belfast konden komen de volgende dag. De mensen waren heel behulpzaam en namen het op zich om de tour op het door ons gewenste tijdstip voor ons te boeken, we zouden opgehaald worden voor The Jurys Inn, die vlak bij de bus terminal lag waar wij met de bus vanuit Dunadry naartoe konden. In Dunadry konden we op vijf minuten rijden vanaf het hotel bij de bushalte parkeren en met de bus, in ongeveer een half uur, naar Europe Station in het centrum van Belfast reizen.

Tegenover Europe Station staat de Crown Liquor Saloon uit 1826, die helaas nog niet open was, anders hadden we daar graag een kopje thee willen drinken, of willen lunchen. In tegenstelling tot de Temple Bar pubs in Dublin ging deze pub pas laat in de middag open. We liepen rustig naar de City Hall, een mooi gebouw, met aan de ene zijde The Garden of Remembrance, met een monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van de WO I en WO II. Aan de andere kant The Titanic Memorial, een beeldhouwwerk ter nagedachtenis van de slachtoffers van de ramp met de Titanic, die in Belfast werd gebouwd en vanuit Belfast was vertrokken.  

Hierna liepen we naar de Jurys Inn, waar we werden opgehaald door een taxichauffeur met een grijs taxibusje. Geen Black Cab dus. Taxichauffeur Joe vertelde dat alle Black Cabs al op pad waren en dat hij af en toe ook voor de Black Cab Tour Company reed. Ik wilde nog wel even verifiëren of het daadwerkelijk klopte en vroeg naar de namen van de personen die hij moest ophalen en dat bleken inderdaad onze namen te zijn. Dus stapten wij bij Joe voorin de bus en hij reed ons naar de eerste Mural die we op deze Black Cab Citytour gingen zien. Murals zijn politieke schilderingen die geschilderd zijn tijdens en/of na The Troubles, de strijd in de laatste decennia van de 20e eeuw tussen de republikeinse Katholieke Noord-Ieren, die een minderheid vormden en zich graag bij Ierland wilden aansluiten en de Protestantse loyalisten die loyaal waren aan het Britse koningshuis en bij Groot-Brittannië wilden blijven horen. En die vooral te vinden zijn in de Katholieke arbeiderswijk Falls  en de Protestantse arbeiderswijk Shankhill. Tussen deze twee wijken werd een grote muur gebouwd ten tijde van The Troubles die beide wijken van elkaar scheidde. Men kon wel door de andere wijk naar bijv. school of werk reizen, maar men moest dan door poorten in de muur die bewaakt werden en 's nachts gesloten waren naar de andere wijk.

  Er zijn in totaal 42 stukken Peaceline aangelegd met een totale lengte van ongeveer 4 km. Deze Peacewall bestaat uit muren met daarboven nog hoge hekken die soms wel tot 8 m. hoog konden zijn. De strijd was vooral een politieke strijd, al denkt men vaak dat het een strijd was tussen de Protestanten en Katholieken. Dat de Katholieke Noord-Ieren zich als minderheid voelden in het door Protestanten geleidde Noord-Ierland heeft een oorsprong van een eeuwenoude geschiedenis. In de 18e eeuw was Belfast een bloeiende stad door de rijke linnenindustrie. 

Dit zorgde ervoor dat er ook andere grote industrieën kwamen in Belfast. De scheepsbouw werd belangrijk nadat Harland & Wolff er begin 19e eeuw hun scheepswerf stichtten die vele schepen bouwden waaronder de grote schepen voor de White Star Line, de Olympic, Brittanic en Titanic. Toen de stad na WO I nog verder bloeide door investeringen van rijke Protestantse Britten gingen ook de betere banen naar de Protestanten en bleven er voor de Katholieke Ieren de minst betaalde ongeschoolde banen over. In WO II werd de stad voor een deel verwoest tijdens de Belfast Blitz en na WO II raakten de textiel industrie en scheepsbouw in verval. Er was veel werkeloosheid in de stad en de Katholieke Noord-Ieren voelden dit als eerste. Nog steeds hadden de republikeinen de beste banen, de mooiste huizen, en bestond het politiekorps vooral uit republikeinen. Ook mochten Noord-Ieren pas stemmen als ze huiseigenaar waren, terwijl in de rest van Groot-Brittannië alle meerderjarigen mochten stemmen. De onvrede werd steeds groter en in de jaren '60 van de vorige eeuw kwam het tot opstanden van verschillende paramilitaire groepen, zoals de verschillende milities van de IRA (Irish Republican Army), de INLA (Irish National Liberation Army), de UVF (Ulster Volunteer Force) en de UDA (Ulster Defence Association).

De strijd werd gewelddadig en door de jaren heen waren er meer dan 3500 dodelijke slachtoffers, waarvan meer dan de helft gewone burgers waren en geen activisten. Van 12 tot 17 augustus 1969 waren er enorme rellen in Noord-Ierland, waaronder de Battle of the Bogside in Londonderry. In Belfast kwam het op 15 augustus rond het Clonard klooster tot rellen tussen beide groepen in de wijken Falls en Shankhill, toen grote groepen loyalisten de Katholieke wijken binnenvielen en verwoestten.. De RUC (Royal Ulster Constabulary), het politiekorps, deed niets. Huizen, vooral in de Katholieke wijken werden in brand gestoken en duizenden families moesten vluchten uit hun huizen. Het Britse leger kwam, maar deed eerst ook nog niks. Uiteindelijk werden de loyalisten met traangas uit de Katholieke wijken verdreven door het leger. Er waren meerdere schietpartijen geweest tussen beide groeperingen en er waren mensen gesneuveld.  

Onder andere Bombay Street was totaal verwoest door brand en de rellen. 8 Mensen kwamen tijdens deze rellen in augustus om, ruim 750 mensen waren gewond geraakt, meer dan 150 Katholieke huizen en meer dan 275 bedrijven gingen in vlammen op, 83% van de gebouwen ware eigendom van Katholieken. Meer dan 1500 Katholieke families en meer dan 300 Protestantse families moesten hun huizen noodgedwongen verlaten. In de jaren '70 kwam het ook meerdere malen tot gewelddadige conflicten. Tijdens Bloody Sunday (30 januari 1972) werden er in Londonderry 14 burgers doodgeschoten. Mensen sneuvelden tijdens bombardementen. Er werden veel aanslagen gepleegd door de IRA, niet alleen in Noord-Ierland, maar ook in andere delen van Groot-Brittannië.

  In 1981 gingen republikeinse gevangenen van de IRA en INLA in de Maze-gevangenis in hongerstaking tegen de Britse premier Margareth Thatcher, omdat hen de status krijgsgevangene was afgenomen, waardoor zij bepaalde privileges moesten missen waar zij als krijgsgevangene recht op hadden. Bobby Sands was de eerste die daardoor overleed en is een held geworden voor de republikeinse Ieren. Het verhaal van deze hongerstaking is tweemaal verfilmd. Meer dan 100.000 mensen gingen naar zijn begrafenis en duizenden mensen deden mee met de 9 overgebleven hongerstakers die nog in de gevangenis zaten. Nadat 10 hongerstakers de hongersdood waren gestorven werd de staking beëindigd.

Tijdens de hongerstaking werd Bobby Sands gekozen als Brits parlementslid, waardoor deze hongerstaking, want er waren veel meer hongerstakingen gehouden in het verleden, veel internationale bekendheid kreeg. De IRA werd in de jaren '80 gesteund en gefinancierd door de Libische leider Khadaffi, wat de internationale betrekkingen niet ten goede kwam.

In 1994 kwam het tot een wapenstilstand die in 1996 door de IRA werd geschonden door een bombardement in Londen. In 1997 kwam het weer tot een wapenstilstand die opnieuw door de IRA werd geschonden in augustus 1998. In 1998 werd The Good Friday Agreement getekend en sindsdien is het geweld in deze strijd weggebleven. De RUC werd nu Police Service of Northern Ireland genoemd en er moesten voor minstens 10 jaar 50% Katholieken in zitten. Bewakingsposten aan de grens werden gesloten en/of afgebroken en er werden meer politieke beslissingen genomen om de Katholieke minderheid in Noord-Ierland tegemoet te komen. Het zien en horen van de gevolgen van deze geschiedenis, waarvan ik me de beelden nog uit de nieuwsbulletins uit mijn jeugd kan herinneren, was de voornaamste reden waarom wij gekozen hadden voor een Ierland reis die ook Noord-Ierland en vooral Belfast aandeed.  

De Murals die Joe ons liet zien vertelden dit verhaal in beeld. De schilderingen dateren soms uit de tijd dat de strijd nog in alle hevigheid gaande was, maar er komen soms ook plekken vrij. Kunstenaars geven soms een plekje op en dan mag een andere schilder op die plek een nieuwe mural maken. We reden langs een hele belangrijke mural met een portret van Bobby Sands en reden verder door de wijk Falls naar de Clonard Martyrs Memorial Garden in Bombay Street, waar alle gesneuvelde Katholieken in The Clonard Area vanaf 1916 herdacht worden, zowel de strijders als de burgers. Dit monument is gemaakt tegen de Peacewall aan. Joe vertelde dat er een jongen op het bord stond waarmee hij op school had gezeten.

  Deze onschuldige jongen werd gedood tijdens een bombardement in de buurt van de pub waar hij werkte. Wij stonden daar in Bombay Street en ik vroeg me af hoe het moet zijn geweest om op te groeien in Belfast in deze tumultueuze tijd. We konden aan de verhalen van Joe, die Katholiek was, goed horen dat de gevoelens nog heel diep zitten, al probeerde hij ook zo goed mogelijk als hij kon de kant van de Protestanten te belichten. In Bombay Street hebben de huizen die met hun achtertuin tegen de Peacewall staan grote kooien op de omheining van de tuin, zodat kinderen veilig buiten konden spelen in hun achtertuin tijdens The Troubles, want er werden nogal eens voorwerpen of stenen  over de muur geworpen.

We reden ook naar de andere kant van de muur door de wijk Shankhill, de Protestantse wijk, waar ook Murals te vinden zijn, maar die natuurlijk met een hele andere politieke instelling zijn getekend. Hier zie je de Britse vlag in de schilderingen of The Red Hand of Ulster, een symbool van de Ulster loyalisten. Hier mochten wij met een permanent marker onze naam ook op de muur schrijven, dat hoorde bij de tour. Hierna reden we naar een mural van Koning Willem III, Willem III was getrouwd met Mary Stuart. Haar Katholieke vader Jacob II werd in 1685 koning van Engeland. Mary Stuart die Protestants was zou hem opvolgen, maar toen kreeg Jacob II in 1688 nog een zoon die Katholiek werd opgevoed. De Engelse tegenstanders van James II vroegen aan Willem III om James II van de troon te stoten. Hij vertrok met grote vloot richting Engeland en in 1690 kwam het tot een confrontatie in The Battle of the Boyne in Ierland. De Noord-Ierse Protestanten vieren dit nog elk jaar op 12 juli met grote oranjemarsen en 11th Night Bonfires (vreugdevuren) in de nacht voor 12 juli. Tijdens Willems tocht navigeerden vuren, aangelegd door zijn Protestantse medestanders zijn schepen door Belfast Lough, de vreugdevuren zijn een symbool van deze vuren. De Bonfires zijn brandstapels, soms wel 30 meter hoog, gemaakt van opgestapelde pallets en soms ook autobanden. Bij zulke enorme branden gaat er soms wel eens iets mis. Zo ook in Shankhill een week voordat wij er waren. Op de plek waar de resten van the Bonfire nog lagen te smeulen stopten wij met de taxi. Aan de overkant van het vuur zagen wij dat een aantal huizen door het vuur waren verwoest.

 

 

 

Joe liet ons een foto zien van zichzelf bij de stapel pallets, die inderdaad heel hoog was. In Nederland zou je echt nooit een vergunning krijgen om in een woonwijk zo'n groot vuur te mogen aanleggen. Dat Joe als katholiek bij de brandstapel was gaan kijken en er zelfs mee op de foto was gegaan was opmerkelijk. Iets wat 20 jaar geleden echt niet had gekund. Nog steeds leven de Protestantse loyalisten en de Katholieke republikeinen in Belfast (en de rest van Noord-Ierland) gescheiden. Volgens Joe kon je aan geen enkel mens zien bij welke groep iemand hoorde maar zodra je wat langer met iemand sprak wist je het vaak wel. Als je wist in welke wijk iemand woonde, naar welke school iemand ging, of voor welke voetbalclub iemand was, wist je al snel bij welke groepering diegene hoorde. Je gaat als Protestant niet naar een Katholieke school, je gaat als Katholiek niet wonen in een wijk als Shankhill, etc. Er zijn slechts 2 decennia verstreken sinds The Troubles. Vooral de oudere mensen zijn The Troubles nog niet vergeten. Hebben daarbij soms persoonlijke verliezen geleden. Joe zal niet door zijn Katholieke omgeving veroordeeld worden, omdat hij bij een Bonfire is geweest, maar normaal is het ook nog steeds niet.

  De Black Cab tour was een zeer interessante tour en het is bijzonder om de verhalen te horen van iemand die de geschiedenis zelf geleefd heeft en het niet te lezen in een boek, een website of een reisgids. We vroegen Joe of hij ons na de tour af kon zetten bij The Titanic Belfast in de wijk Titanic Quarter. Dat was geen probleem. We namen daar afscheid van Joe en konden dus meteen door met ons volgende bezoek. In The Titanic Belfast leer je op de plek waar vroeger de werf van Harland and Wolff was en waar de Titanic gebouwd werd alles over het bekende schip. De scheepswerf van Harland and Wolff is inmiddels veel kleiner en de wijk Titanic Quarter werd in de afgelopen jaren vernieuwd. In 2012 opende The Titanic Belfast haar deuren voor het publiek. Ook dit was weer een interessant bezoek.

In dit grote museum leerde je hoe het leven in Belfast was aan het begin van de 20e eeuw, hoe een scheepswerf werkte, hoe de Titanic gebouwd werd, hoe de Titanic op 31 mei 1911 te water werd gelaten, hoe de White Star Line reclame maakte voor haar maiden voyage, hoe de Titanic van binnen was aangekleed, hoe het de passagiers aan boord van het schip verging, hoe de laatste uren van de Titanic zijn verlopen en hoe het daarna met de Titanic, die nog steeds bijna geheel op de bodem van de zee ligt, is gegaan. Het is een mooi opgezet museum. D.m.v. een audiotour wordt je door het museum geleid. Het indrukwekkendst vond ik de borden met daarop de laatste berichten tussen de marconist van de Titanic en andere schepen in haar omgeving, in dezelfde ruimte hoor je overlevenden vertellen over hun reis met de Titanic.

Ook erg bijzonder vond ik de foto's die gemaakt waren op het zinkende schip, die op een of andere wijze dus bewaard zijn gebleven. Op de kade achter Titanic Belfast zie je lijnen die exact op maat aangaven waar de Titanic en de Olympic ooit stonden toen ze gemaakt werden. Vanuit de Titanic Belfast zie je ze een beetje van boven en wat dan opvalt is dat het geen enorme schepen waren als je vanuit deze eeuw denkt. Zeker als je over de lijnen loopt ervaar je dit. Op de Titanic zijn  de vormen van de stoompijpen goed te zien en je ziet de reddingssloepen die naast het schip hingen op maat. Aan boord van de Titanic op haar maiden voyage waren waarschijnlijk 2344 passagiers, waarvan 1305 reizigers. Iets meer dan 300 mensen reisden eersteklas, waaronder de miljonair Gugenheim, iets minder dan 300 reisden 2e klas en de rest van de reizigers reisde 3e klas. De Titanic is nooit geborgen en er zijn zelfs geen attributen uit de Titanic uit zee gehaald, dus die zul je in de expositie niet zien. In een grote filmzaal zie je wel een film met onderwater beelden van de Titanic. Vanaf Titanic Belfast namen we een taxi naar Europe Station, ditmaal was het wel een Black Cab. Vanaf Europe Station namen we de bus terug naar Templeton, waar de auto stond en reden daarna in een paar minuten terug naar het hotel.  

Causeway Coastal Route en Londonderry

Na een vroeg ontbijt stapten we in de auto om een deel van The Causeway Coastal Route te rijden. Deze route is 190 km lang en gaat in Ierland over in The Wild Atlantic Way. De route loopt zoals de naam al zegt langs de kust van Noord-Ierland, van Belfast naar Londonderry, of andersom. Het was in 1 dag niet mogelijk om de hele route te rijden en alle bezienswaardigheden te zien, dus sloegen we het eerste stuk over en reden van Belfast via de snelste route naar het plaatsje Carnlough.

  Vanaf Carnlough reden we een mooi stukje langs de kust over de Causeway Coastal Route richting Cushendall en vanuit Cushendall reden we naar Cushendun. In het kleine vissersdorpje Cushendun gingen we op zoek naar de Cushendun Caves. We hadden hier onze navigatie voor nodig, want in het hele dorp stond geen enkel bord wat ons naar de grotten die bekend zijn als filmlocatie uit de HBO hitserie Game of Thrones leidde. Het was nog vroeg, het dorp leek uitgestorven, en uiteindelijk vonden wij het pad naar de grotten. Het was hier heel erg rustig, er waren geen toeristen, slechts twee mensen die er hun hond uit lieten. Grotten is een groot woord. Het zijn een paar kleine inhammen in de rotsen aan de kust, die meer dan 400 jaar geleden gevormd werden.

Hierna reden we verder richting Carrick-a-Rede a Rope Bridge. Deze touwbrug verbindt Carrick Island, een klein eilandje, met het vaste land. Zalmvissers maakten hier zo'n drie eeuwen geleden de eerste brug, om op de beste plek te kunnen komen om de jaarlijks migrerende zalmen te kunnen vangen. Nu is de brug, die ongeveer 20 m lang is en 30 m boven het water hangt een toeristische trekpleister.

De brug werd daarvoor in het jaar 2000 extra verstevigd. Van november tot ongeveer maart wordt de brug weggehaald. In de zomer zijn er soms lange wachtrijen voor de brug. Je hebt een ticket nodig om de brug te kunnen zien en over te kunnen steken. Het pad naar de brug loopt over mooie kalksteenkliffen. Hier heb je een mooi uitzicht over de zee. Voor de touwbrug moesten we even wachten, omdat er eerst weer een hele groep mensen in onze richting over de touwbrug terug kwam van het eiland. Er zijn verhalen bekend van mensen die eenmaal op het eiland de weg over de touwbrug terug niet meer durfden af te leggen en met een bootje van het eiland moesten worden gehaald. Als je hoogtevrees hebt is de oversteek niet aan te raden. Wij vonden het echter wel de moeite waard om de oversteek te maken. Het is ten slotte een van de bekendste attracties in dit deel van Noord-Ierland.  

Het eiland is klein en hier kun je niet zoveel tijd besteden. Wij gingen vrijwel meteen weer over de brug terug. We konden wel merken dat dit deel, van de Causeway Coastal Route, vanaf Ballycastle, een stuk toeristischer was dan het eerste stuk dat we reden. Hier was de weg ook een stuk breder en zag je veel bussen met toeristen. Na ons bezoek aan de beroemde touwbrug reden we door naar Ballintoy Harbour.

  Ballintoy Harbour is een klein vissershaventje wat ook weer bekend is als filmlocatie voor Game of Thrones. Of je nu een fan bent van de serie of niet, het is een mooie serene plek om even te stoppen. Wij vonden het een mooie plek om onze meegenomen lunch te nuttigen op een van de bankjes aan de baai en zagen hoe er een busje met Game of Thrones fans aankwam. Deze mensen trokken Middeleeuwse kledij aan en liepen daarna na de haven. Je kunt speciale Game of Thrones tours boeken die je langs alle filmlocaties brengen die in dit deel van Noord-Ierland gelegen zijn en de kledij hoort er dan klaarblijkelijk bij.

Hierna gingen we op weg naar The Giant's Causeway. Dit was duidelijk de grootste trekpleister aan de Causeway Coastal Route. Er was een enorm parkeerterrein en een heel groot visitor centre. Voor de prijs van £9 pp had je een parkeerticket, een entreeticket en een audiotour. We liepen over een pad, samen met vele andere toeristen richting de basaltzuilen. Deze, rond de 40.000, basaltzuilen zouden zo'n 60 miljoen jaar geleden zijn ontstaan tijdens een vulkaanuitbarsting. De audiotour heb ik uiteindelijk niet beluisterd. Ik vond het zonde om in de natuur te wandelen en dan steeds en koptelefoon op te hebben en te moeten luisteren. Ik vond het veel fijner om gewoon de omgeving te bekijken.

   

 

 

Het was aan de ene kant leuk om over de basaltzuilen te mogen lopen, klauteren en klimmen, zodat je de structuur en de kleuren ervan van dichtbij kon bekijken. Aan de andere kant was het er zo druk met mensen, dat je geen mooi uitzicht over slechts de basaltzuilen had. Het was niet mogelijk om een mooie overzichtsfoto te maken zonder dat er heel veel mensen op stonden. Iets wat ik persoonlijk erg jammer vond. Via een wandelpad kon je nog bij grotere basaltzuilen tegen een rotswand komen, maar wij moesten nog best wel een eind rijden naar ons hotel, dus wij namen een pendelbusje terug naar het visitor centre en reden hierna weer verder.

Onze laatste stop aan de Causeway Coastal Route was Dunluce Castle. Deze kasteelruïne staat op het randje van een rotspartij aan zee. Het kasteel werd rond 1500 gebouwd en de ruïne is te bezichtigen. Vanaf de parkeerplaats heb je echter al een mooi uitzicht over het kasteel en het strand en de zee op de achtergrond. Helaas stond het toen wij er waren in de steigers, waardoor het uitzicht iets minder mooi was. We kochten geen ticket, maar reden door naar Londonderry. Op Belfast na de grootste stad van Noord-Ierland. Hier vonden de Battle of the Bogside (1969) en Bloody Sunday (1972) plaats. De (Noord-)Ierse nationalisten noemen de stad om voor de hand liggende reden liever Derry. Ook wordt de stad The Walled City genoemd. De stadsmuur van Londonderry is een van de best bewaarde stadsmuren van Europa en nog helemaal intact. De stadsmuur, die gebouwd is tussen 1613 en 1619, is ongeveer 1 mile (1,6 km) lang en heeft meerdere stadspoorten.

 

 

De stadspoort varieert in hoogte en in breedte en je kunt over de gehele stadsmuur wandelen. Op de stadsmuur staan nog een aantal kanonnen. Vanaf de stadsmuur zie je delen van de oude stad van de binnenkant van de muur en heb je een mooi uitzicht op de rest van Londonderry. Wij zagen vanaf de muur aan een zwartgeblakerde plek op de grond dat men in een duidelijk Protestantse loyalisten wijk ook een Bonfire had gehouden. Aan de huizen hingen nog slingers met Britse vlaggen. Ook zagen we in een andere wijk Murals en heel groot het woord IRA op een dak geschilderd. We liepen de muur half rond. We beklommen de muur bij Ferryquay Gate en liepen door tot Butcher's Gate. Halverwege kwamen we nog even van de muur af om ook de Bishop's Gate, waar we overheen liepen, te bekijken. Hierna was het tijd om door te rijden naar ons hotel in Letterkenny, Ierland.

Donegal

Vanuit Letterkenny hadden we een hele dag vrij te besteden in County Donegal. We besloten om eerst richting Grianán of Aileagh te rijden, een grotendeels in tact gebleven ringfort. Het laatste stukje naar het fort was een heel smal steil weggetje. Het fort staat op een heuvel van 244 m. hoog, maar je ziet het nog niet liggen als je er naartoe rijdt. Pas als je op de parkeerplaats aankomt zie je het fort liggen.

 

 

Het fort is gebouwd rond 1700 voor Christus en erg goed bewaard gebleven. Men heeft het gebouwd door slechts stenen in allerlei vormen en maten perfect op elkaar te stapelen. Vanaf het fort heb je een prachtig uitzicht over Lough Folyle en Lough Swilly en het Inishowen schiereiland. Hierna reden we weer terug naar Letterkenny en meteen door naar Glenveagh NP. De route naar het visitor centre door het heuvelachtige gebied was prachtig. In het visitor centre informeerden we naar een bezoek aan Glenveagh Castle. Er zijn vanuit het visitor centre twee manieren om bij het kasteel te komen. Met de bus, of te voet. De afstand is ongeveer 4 km.

Op vertoon van onze heritage card was de bustocht voor ons gratis. Entree tot het kasteel zou ook gratis zijn geweest, maar wij vonden het voldoende om het kasteel van de buitenkant te hebben bekeken. De busrit van en naar het kasteel langs Lough Beagh was ook al erg mooi. Het kasteel werd gebouwd tussen 1870 en 1873 door Captain John George Adair. Van 1937 tot 1981 was het in bezit van Plumer McIlhenny Toen het in bezit was van McIlhenny kreeg hij beroemde gasten, o.a. Marilyn Monroe, Clark Gable, Charlie Chaplin en Greta Garbo vierden er hun vakantie. McIlhenny liet het kasteel na aan de staat en het is nu Iers nationaal bezit.  

  Terug in het visitor centre genoten we een heerlijke en goedkope lunch en daarna wilden we eigenlijk nog naar de kliffen van Slieve League, maar dat was nog te ver rijden. Over de smalle Ierse wegen rijdt het lang niet zo snel als in Nederland en we zouden er de dag erna ook nog langs kunnen gaan. Dus besloten we naar Fanad Head schiereiland te rijden. Hier reden we een deel van de Wild Atlantic Way. De Wild Atlantic Way is met haar 2600 km in lengte de langste omschreven kustroute ter wereld en loopt van het Inishowen schiereiland in het noorden via de kust helemaal tot in het county Cork.

Delen van deze Wild Atlantic Way zijn de beroemde  Ring of Kerry en de iets minder bekende Ring of Beara. Wij hebben lange stukken van deze Wild Atlantic Way gevolgd, maar ook delen overgeslagen. In de tijd die wij hadden was het gewoonweg onmogelijk om de hele Wild Atlantic Way te volgen. De bewegwijzering van deze route is heel duidelijk, bruingekleurde borden wijzen je naar de zuidelijke of noordelijke richting. We reden langs de westkant van het schiereiland naar het noorden waar de witte vuurtoren op de punt van het schiereiland een mooie blikvanger is. De vuurtoren is ongeveer 200 jaar geleden gebouwd. We reden langs mooie meren en zeearmen, we reden langs prachtig goudgeel gekleurde stranden, we reden over wegen met prachtige vergezichten, we reden over haarspeldbochten over een pas en vonden het een hele mooie route. We overnachtten in hetzelfde hotel in Letterkenny.

       

Van Letterkenny naar Ballina (Donegal en Sligo)

Vroeg in de ochtend reden we naar de kliffen van Slieve League. Het laatste stukje weg liep steil langs de rotsen omhoog. Je had toen al een mooi uitzicht over de zee. Deze 600 m. hoge kliffen zijn bijna drie keer zo hoog als de kliffen van Moher, maar een stuk minder toeristisch en minstens net zo mooi. Tijdens de ochtenduren liggen ze in de zon en dat leverde mooie plaatjes op. Ook het plateau waar je op parkeert en vanwaar je de kliffen ziet is erg mooi. Hierna reden we naar Bundoran waar echte surfstranden zijn. de golven zijn hier soms erg hoog.

       

Toen wij er waren was het nog mooi weer en er lagen erg veel surfers in het water. De golven waren nu niet hoog genoeg voor spectaculaire surfacties, maar het was wel een mooie stop. In de buurt van het parkeerterrein kon je goed van bovenaf naar het strand en de zee kijken. We wilden ook naar een surfstrand bij Mullaghmore, maar toen we in Mullaghmore waren regende het pijpenstelen, dus lieten we het strand links liggen. We reden nog wel even langs Mullaghmore Head, waar we nog snel in de regen wat foto's maakten, maar reden daarna meteen door naar Drumcliff. Vanaf Drumcliff kun je een mooi uitzicht hebben op de tafelberg Ben Bulben, maar door de dikke grijze bewolking zagen we de hele berg niet, ook al zijn we er vlak langs gereden. Het was wel net even droog toen we bij de begraafplaats bij het oude klooster van Drumcliff aankwamen, waar de dichter W.B. Yates begraven licht. Hij is een van de grootste dichters in de Engelse taal en kreeg in 1923 de Nobelprijs voor de literatuur. Hij leefde van 1865 tot 1939. Zijn graf ligt links van de ingang van de St. Columba's Church. Van het oude klooster zijn alleen nog een High Cross uit de 9e eeuw en de ruïnes van een Round Tower over.

  Hierna reden we naar Carrowmore Megalithic Cemetery. Hier vind je graven en dolmen van meer dan 5000 jaar oud. Om vele dolmen zie je steencirkels. Om een van de dolmen heeft men een ganggraf geherconstrueerd. Het is het vermoeden dat er vroeger een ganggraf omheen heeft gestaan, maar dat weet men eigenlijk niet helemaal zeker. Het ziet er ook veel nieuwer uit dan de overige stenen cirkels en dolmen en wordt met gaas en palen overeind gehouden, wat het naar mijn idee een beetje nep maakt. Persoonlijk vind ik het jammer dat men het niet heeft gelaten, zoals men het heeft gevonden. Aan de overkant van de weg waar het Visitor Centre aan ligt zijn nog meer steencirkels en dolmen te vinden. Deze liggen in een weiland, waar gewoon koeien lopen.
Tegen de tijd dat we ons hotel in Ballina bereikten was het weer helemaal opgeknapt en was de lucht weer blauw en helder. Op een half uur rijden van het hotel lag nog de mooie rotsformatie Downpatrick Head en we besloten, nadat we hadden ingecheckt, nog even daar heen te rijden, want je weet nooit wat het weer doet in Ierland. St. Patrick liet hier ooit een kerk bouwen, waarvan je de overblijfselen nog kunt zien. Hier vind je mooi gelaagde kliffen van ruim 40 meter hoog en een losstaande rotspunt in de zee, Dun Briste, die in 1393 losgeraakt is van het vaste land. Je kunt hier tot de rand van de kliffen lopen en dan de 40 meter de diepte inkijken. Wel op gepaste afstand natuurlijk. Er staan hier namelijk geen hekken.  

 

Mayo en Galway

Vanuit Ballina reden we de volgende ochtend vroeg in de richting van Connemara NP. We reden langs de heilige berg de Croagh Patrick. Al sinds 5000 jaar geleden is deze plek een bijzondere plek voor de Ieren. Vroeger zou men er het begin van het oogstseizoen hebben gevierd, tegenwoordig vindt er elke laatste zondag van juli een pelgrimstocht plaats, waarbij zo´n 25000 mensen de top lopend proberen te bereiken. Op deze top heeft St. Patrick in 441 na Chr. 40 dagen gevast. Zijn voorbeeld werd door de eeuwen heen door vele mensen gevolgd. Ook op andere dagen in het jaar worden er pelgrimstochten gehouden. Wij konden weinig van de berg zien, doordat het weer enorm bewolkt en grijs was om ons heen. We reden via een prachtige, mooie, smalle weg, de N335, over open vlaktes, door de heuvels en langs meren naar de Aasleagh waterval en reden daarna door naar de Kylemore Abbey, die prachtig aan het Pollacappal meer ligt.

  Van over het meer heb je het mooiste uitzicht op de abdij. Tussen 1867 en 1871 lieten Mitchell en Margareth Henry hier een kasteel bouwen, met maar liefst 33 slaapkamers, een balzaal, een studeerkamer en een enorme trappenhal, voor hun grote gezin, met maar liefst 9 kinderen. Tijdens hun huwelijksreis naar Connemara waren zij verliefd geworden op de omgeving. De Henry´s zorgden voor werkgelegenheid en voor educatie van de lokale bevolking, die erg arm was en aan het bijkomen van de grote Ierse hongersnood. Hij bewerkte het land, legde prachtige tuinen aan en zat voor Galway in the House of Commons.

In 1875 bezoekt het gezin Egypte en daar wordt Margareth Henry ziek. Ze bezwijkt aan dysenterie en Mitchell Henry begint het huis te mijden. Wel laat hij nog voor Margareth een kerk bouwen, die er nog steeds staat. Niet ver daar vandaan staat het mausoleum, wat haar laatste rustplaats wordt. In 1903 verkoopt Mitchell Henry Kylemore Castle aan de Duke en Dutchess of Manchester en het kasteel onderging een grote verbouwing. In 1914 verlieten zij het kasteel, waarna het nauwelijks werd onderhouden en in verval raakte, wat de lokale bevolking zeer betreurde. De Benedictijner nonnen uit Ieper vluchtten uit België, nadat hun klooster in WO I was verwoest. In 1920 kochten zij Kylemore Castle, nu Kylemore Abbey. Ze hadden er een internationale kostschool en een dagschool voor meisjes en hadden er een boerderij en gasthuis. Het gasthuis werd in 1959 gesloten, nadat het verwoest werd door een uitslaande brand. In 2010 werd ook de kostschool gesloten, maar er vinden nog steeds educatieve activiteiten plaats. Wie Kylemore Abbey van binnen wil bekijken ziet maar en aantal vertrekken. De nonnen wonen er nog steeds en er is maar een klein deel van het huis opengesteld voor het publiek. We bekeken in de Kylemore Abbey ook de film over de geschiedenis van het gebouw. Via een deel van de Wild Atlantic Way en later de N59 reden we naar het centrum van Galway. Hier hebben we kort gewinkeld. Het centrum zag er leuk en gezellig uit en was ook erg geschikt om te shoppen, maar wij wilden door naar de Galway Races.

Deze paardenraces werden toevallig de week die wij in Galway waren gehouden en er komen mensen uit het hele land op af. Het is een groots festival wat elk jaar in de zomer plaatsvindt. De Galway Races, eigenlijk staat de racebaan in Ballybrit vlakbij Galway, vinden al plaats sinds 1869. Jockeys van over de hele wereld komen hier naartoe om te racen op een van de meest bekende races ter wereld. En daar wilden wij natuurlijk wel bij zijn. Paardenraces en paardenfokken is echt iets waar Ierland bekend om staat. Zo konden we sfeer proeven tijdens een lokaal festival.  

En we waren ook wel nieuwsgierig naar hoe het er tijdens paardenraces aan toe zou gaan. Volgens de website was er geen bepaalde dresscode, maar er liepen, ondanks dat het best koud was, toch wel heel erg veel vrouwen in korte kurkjes of rokjes en een heel aantal daarvan droeg ook een hoedje, dat is wel een beetje traditie. Ook veel (jonge) mannen waren netjes gekleed. Overhemd, colbert. In Ierland dragen mensen volgens mij sowieso meer nette kleding dan in Nederland, misschien komt het doordat het nog gebruikelijk is dat kinderen uniformen dragen op school. In een hotel waar tijdens ons verblijf ook een bruiloft was, zagen we alle bruiloftsgasten in zeer nette kledij. Er was geen man bij die een spijkerbroek droeg en alle vrouwen droegen een jurk of rok. Tijdens het stappen zijn meisjes ook bijna allemaal gekleed in jurkjes en de jongens zijn tijdens het stappen ook netter gekleed dan in Nederland gebruikelijk is. We stonden in de file richting de parkeerplaatsen op grote weilanden. Het was er ontzettend druk, terwijl het pas de tweede avond van de races was en nog geeneens weekend.

  We merkten wel dat dit een grootse happening was voor de mensen hier. Je zag mensen van alle leeftijden. Het was voor sommigen een gezinsuitje. Een kaartje kostte slechts €25. Tribunekaarten waren iets duurder. Op het terrein was het een drukte van belang. We besloten eerst naar de racebaan te lopen en daar begon net de eerste race. Nu heb ik geen verstand van paardenraces en ik had dus geen idee wie favoriet was, maar wat me direct opviel was, dat het een race was met hindernissen. Ik dacht altijd dat paardenraces gewoon om snelheid gingen, rondjes draven, maar er bleken dus duidelijk meerdere disciplines te zijn.
Er zijn ook verschillen tussen het aantal deelnemers per race. Om het half uur werd er een race gehouden, maar tussen de races door hoefde je je zeker niet te vervelen.Er was erg veel te zien. Zo was er de grote hal met snackcorners, de grote rij met loketten waar je een gokje kon wagen door op een paard te wedden, de hoek waar bookmakers met computers stonden onder grote paraplu's, hier werd gewed met grotere bedragen, je had er de winners circle, waar de paarden voor de race werden voorgesteld en waar na de race de winnaars onthaald en gehuldigd werden en er speelde een Ierse band op een podium.  

We zagen een paar races, aten er een hapje in het buffetrestaurant en liepen daarna weer terug naar de auto. Taxi's stonden buiten de drafbaan in lange rijen opgesteld en reden af en aan om bezoekers te brengen of op te halen. We reden over de snelweg naar ons hotel in Loughrea, waar we te horen kregen dat we het water uit de kraan niet konden drinken. Sinds februari, al een half jaar, was er een Boil Water Notice. Dat betekende dat al het water wat van het Loughrea Public Water Supply, voordat het gedronken kon worden gekookt moest worden, of dat men flessenwater moest gebruiken. Wij kregen waterflesjes mee naar onze hotelkamer en op de hotelkamer stonden ook al flesjes met water. Voor ons was dit even wat behelpen, maar dat was niet zo erg, als je beseft dat alle mensen in de omgeving al maanden hun water moeten koken en het niet zo uit de kraan kunnen drinken, dan besef je hoe fijn het is dat we dat thuis wel kunnen.

Omgeving Galway, Hawkwalk

Vanuit Loughrea reden we de volgende dag weer noordwaarts, want we hadden een hawkwalk geboekt bij The Irish School of Falconry die op het landgoed van het Ashford Castle Hotel in Cong gevestigd was. Bij de poort naar Ashford Castle stond een portier in een pandjesjas, wat meteen aangaf hoe luxe dit hotel was. Voor de goedkoopste kamers in dit 5-sterren hotel betaal je rond €600 per nacht, voor de Presedential Suite €3000. Gasten komen hier soms met een helikopter aan. Voor het hotel staan de meest luxe auto's. En wij reden hier dus ook gewoon over het terrein. We wisten niet helemaal waar The Irish School of Falconry was, maar nadat we gevraagd hadden kregen we een kaartje mee en reden we er zo naartoe. De deur zat er dicht, maar er hing wel een klopper. Toen we daar mee klopten werd de deur voor ons open gedaan. Het is niet een plek/tour, waar veel toeristen van op de hoogte zijn, maar wij vonden het absoluut de moeite waard. Wij hadden de Extended Hawkwalk geboekt. Dat betekende dat we een hawkwalk gingen maken van anderhalf uur, voor €90.

     

 

Bij de Irish School of Falconry trainen ze valken, haviken en een uil om mee te gaan jagen. De valken vliegen alleen met de valkeniers, maar de haviken worden getraind om met bezoekers te gaan vliegen. Joe was de valkenier die ons begeleidde en hij vertelde het een en ander over de vogels en het vliegen en jagen met hen. Daarna haalde hij Samhradh (een 5-jarig mannetje) en Inca (een 5-jarig vrouwtje) voor ons. We kregen een grote leren handschoen aan en daarna kwamen de vogels daar op zitten. Ik zou gaan vliegen met Inca, een Peruaanse Harris Havik. In eerste instantie zat Inca nog aan een koord, wat ik beet moest houden. Op het moment dat we de deur van de Falconry uit gingen, de natuur in, moesten we langzaam doorlopen. Wanneer we plots zouden stoppen, zouden Inca en Samhradh daar van schrikken. We kwamen een groepje mensen tegen en moesten daar ook rustig langs lopen. Toen we in het park op een open vlakte kwamen werden Samhradh en Inca losgemaakt en mochten ze vrij door de natuur vliegen. We mochten de vogels niet aaien, daar houden ze niet van. Volgens Joe hadden ze ook niet echt plezier in het jagen. een hond kan zich heel erg uitgelaten gedragen als hij/zij uitgelaten wordt op een mooie plek en vrij rond mag rennen, maar dat geldt niet voor roofvogels.

  Roofvogels jagen puur vanwege instinct. De vogels van de Falconry worden daarom ook elke dag gewogen en op een bepaald gewicht gehouden, zodat de vogel trek heeft in een prooi, maar niet agressief hongerig wordt, of teveel verzadigd. De grootte van de stukjes vlees tijdens een hawkwalk hangt ook af van het gewicht van de havik op die dag. De haviken zijn wel vrij om te vliegen, maar voordat ze te ver weg vliegen worden ze weer teruggelokt met kleine stukjes vlees. De valkeniers nemen de haviken en valken soms mee uit jagen en dan mogen ze zelf hun prooi zoeken in het wild. Inca en Samhradh vlogen dus van ons naar boomtoppen en weer terug. Als we vlees kregen van Joe moesten we de arm uitstrekken, zodat de haviken daar op konden landen als ze kwamen aanvliegen.

Als ze weg waren gevlogen moesten we de arm naar beneden doen. Zo liepen we eerst door een park en daarna door het bos. Ondertussen vertelde Joe ons het een en ander over Inca en Samhradh. Inca is snel op haar teentjes getrapt, wat een kort lontje, Samhradh is wat rustiger. Inca en Samhradh konden heel goed samen vliegen. Sommige combinaties van haviken konden wel, andere niet, dan vlogen ze elkaar aan. Sommige haviken kunnen goed met kinderen vliegen, andere niet. Er is 1 havik die bang is voor rolstoelen. Soms wordt er met hele grote groepen mensen gevlogen, dan kan men niet het bos in en wisselt men steeds van handschoen. Wij hadden met ons tweeën geboekt en dan ben je veel meer in contact met de natuur.

De haviken konden prima door het bos vliegen, ze vliegen dus niet alleen over open velden. Toen we na een mooie wandeling van een uurtje weer terug kwamen bij de Irish School of Falconry hoorden we in de verte paarden lopen. Er kwamen ruiters aan en de haviken waren bang voor de paarden. Ze werden wat onrustig, maar we moesten van Joe blijven staan totdat de paarden voorbij waren. Het was een training voor de haviken, om aan de paarden te wennen. De haviken werden weer in de kooi terug gezet. Elke havik heeft een eigen plekje op een gebogen stang. Elke havik zit vast aan een ketting aan deze stang. Ze hebben ook allemaal een badje waar ze omheen kunnen lopen en in kunnen badderen. Het lijkt niet zo fraai, die haviken allemaal aan een ketting, maar volgens Joe is dit voor hun eigen rust en hebben ze hier geen last van. Als ze allemaal los door het hok zouden kunnen lopen, dan zouden ze elkaar constant aanvallen en constant bezig zijn met het verdedigen van het eigen territorium. Haviken willen ook het liefst lekker de hele dag op hun stang zitten en niks doen. Als ze niet aan het jagen zijn doen ze de hele dag eigenlijk bijna niks, net als leeuwen, die 20 uur per dag rusten.

Omdat wij de Extended Hawkwalk hadden geboekt konden we daarna ook met Dingle de Europese Oehoe vliegen. Dingle vliegt maar 1 keer per dag met bezoekers en alleen als het humeur van Dingle goed genoeg is. Dingle vliegt ook niet met groepen met kinderen. Wij hadden dus geluk. We gingen naar een veldje en moesten daar om beurten op een plek staan. Dan liet Joe Dingle vanaf de andere kant van het veldje naar ons toe vliegen. Dingle vloog twee keer naar ons toe. Joe vond dat heel knap, want op het veldje ernaast reed een grasmaaier heen en weer. Dingle was wel wat schichtig door het geluid, maar vloog ondanks dat toch naar ons toe.  

  Het had ook zo gekund dat Dingle dan niet durfde. Na het vliegen met Dingle was deze tour ten einde. Via Cong, waar we nog even doorheen wandelden, reden we richting NP The Burren. Een groot gebied met allemaal kalkstenen plateaus. De naam Burren komt van het "Ierse "Boíreann" wat rotsachtige omgeving betekent. We stopten onderweg nog even bij Dunguaire Castle, een mooi kasteel op heel kleine landtong in een meer, om er foto's van te nemen. Daarna reden we door de Burren over allerlei mooie kleine smalle weggetjes. De weggetjes zijn zo smal dat je eigenlijk altijd op het midden van de weg rijdt, waardoor er precies in het midden gras en mos op straat groeit, omdat daar nooit autobanden overheen rijden.

We reden langs een parfumerie, waar allemaal geurige producten gemaakt werden van natuurlijke ingrediënten die afkomstig zijn uit de Burren. Hier kun je ook zien hoe deze producten gemaakt worden en er is een winkeltje bij. We reden hierna naar de Poulnabrone Dolmen. We stopten eerst op de verkeerde plek. We zagen een groot parkeerterrein met allemaal vlaggenmasten met veel vlaggen en dachten dat het daar moest zijn. Toen we bij de kassa kwamen zagen we dat het niet ging om de Dolmen, maar om een hondenshow met schaapherders.

Dus reden we nog even verder naar de parkeerplaats die wel bij de Dolmen lag. De Dolmen bleken ook gratis te bezoeken. Via een kort wandelpad kwam je op een kalksteen plateau, waar de Dolmen gebouwd werden. De Dolmen zijn een portaal graf. Het is hier ergens tussen 4200 en 2900 voor Christus gebouwd. De Dolmen heeft een ongeveer 4 meter lange, dunne steenplaat die rust op staande stenen die ongeveer 180 cm hoog zijn en vormt zo een kleine grafkamer. Even verderop op het stenen plateau staan een aantal steenmannetjes opgestapeld, van oudsher brengen deze steenmannetjes reizigers geluk.  

Hierna reden we weer terug naar Loughrea en vanuit Loughrea reden we nog een paar km noordelijk op zoek naar de Turoe Stone. Deze steen dateert van rond het jaar 0 en is ingekerfd met allemaal Keltische tekens. We konden de steen echter niet goed vinden. We kwamen uit bij de Turoe Farm, een soort kinderboerderij en zagen op de navigatie dat de steen in het weiland er tegenover moest liggen, maar vanuit de auto zagen we niks in het weiland en we zagen ook geen pad ergens naartoe. Het regende en we waren na een lange dag te moe en verzadigd om nog in de regen de auto uit te gaan om te zoeken. De Turoe Stone hebben wij dus niet gezien. We reden vlug terug naar het hotel in Loughrea.

Cliffs of Moher, Loop Head en Bunratty Castle (Clare)

De volgende ochtend reden we naar de Cliffs of Moher. We reden een heel stuk over dezelfde route die we de dag eerder door de Burren gereden hadden. We kwamen vroeg aan bij de Cliffs of Moher, maar het was er flink druk. Er waren grote parkeerterreinen, die aardig vol raakten. De kliffen liggen tussen Doolin en Liscannor en strekken zich uit over een lengte van 8 kilometer. Ze zijn tussen 120 en 214 m hoog. Naar de kliffen was een mooi pad aan gelegd. De kliffen aan de linkerkant waren de kliffen die je altijd ziet op de foto en die lagen helaas aan de schaduwkant in de ochtend Wij liepen eerst naar rechts en klommen over een brede trap naar O'Brien's Tower, een uitkijktoren uit 1835 bovenop de kliffen, die je tegen betaling kunt beklimmen. Daarna liepen we weer terug en liepen nog naar links over een pad dat langs de rand van de kliffen liep.

     

Er lopen twee paden. Het ene pad loopt ver van de rand, tussen stenen muurtjes, het andere pad loopt dichter langs de rand en daar is geen hek of afrastering, dus is het zaak om op veilige afstand te blijven om niet naar beneden te vallen. Het is een van de meest toeristische trekpleisters van Ierland en de kliffen zijn inderdaad prachtig, maar voor mij persoonlijk niet mooier of minder mooi dan alle andere mooie kliffen die we op deze reis hebben gezien. We wilden vanuit Doolin eigenlijk nog een boottocht langs de Cliffs of Moher maken, maar we besloten dit te laat en waren dus helaas net een paar minuten te laat om de boot van 12:00 u. te halen. Alle maatschappijen voeren op dezelfde tijd en de volgende boottocht langs de Cliffs of Moher ging pas om 15:00 u.

 

 

 

 

  We vonden het zonde van de tijd om drie uren op de boot te gaan wachten en besloten nog richting Loop Head te rijden. We reden voorbij Ennis, waar ons hotel voor de nacht stond. Loop Head is een smal schiereiland, op de punt van Loop Head vindt je kliffen die lijken op de kliffen van Moher, maar die wat kleiner zijn en een witte 219 m hoge vuurtoren. We beklommen deze vuurtoren en hadden een mooi uitzicht over Loop Head. je zag hoe smal het schiereiland was en zag aan beide kanten het water. Je zag aan de overkant Dingle Peninsula liggen en we hadden een mooi uitzicht over de Oceaan.

Hierna reden we naar ons hotel in Ennis, waar we incheckten en ons klaarmaakten voor een Middeleeuws banket in het nabij gelegen Bunratty Castle. Het was een klein half uur rijden naar Bunratty Castle, waar ook een folklore park bij is. We hadden het diner van tevoren geboekt. Vanuit het hotel ging er ook een bus naar het banket, maar omdat wij op eigen houtje hadden geboekt gingen wij dus met de eigen auto. Onze naam was bekend bij de ingang en we liepen door het folklore park naar het kasteel. Er stonden oude hutjes en er liepen wat dieren rond. Er stond hier al sinds 1251 een houten toren, maar het huidige kasteel is gebouwd in 1425 in opdracht van de familie MacNamara. Daarna was het een hele lange tijd in bezit van de familie O'Brien en de zetel van de Earls Of Thomond.

Er waren twee banketten achter elkaar en wij hadden gekozen voor de vroege shift. De ingang van het kasteel lag hoog en via een houten trap konden wij het kasteel in. Daar werden we opgewacht door mensen in Middeleeuwse kledij die ons welkom heetten in het kasteel. Na het beklimmen van een aantal steile ronde trappen, kwamen we in een grote hal, waar een violist Ierse muziek zat te spelen. Er liepen allemaal dames van het hof rond in prachtige jurken en de butler deelde glaasjes meade uit.  

  Meade is een honingwijn die oorspronkelijk gemaakt werd door monniken van water en honing. Het werd al snel op elk Middeleeuws banket geschonken en wordt tegenwoordig gemaakt van witte wijn, honing en kruiden. Er werd gezegd dat het drinken ervan goed was voor de viriliteit en de vruchtbaarheid. Het werd een gewoonte voor pasgetrouwde stellen om de periode van alle maanfasen (een maand dus) meade te drinken. Hier komt het woord honeymoon vandaan.

Er werd prachtig gezongen en daarna gingen we naar de eetzaal waar we werden ontvangen door de Earl van Thomond en zijn vrouw (dinergasten die deze rol kregen). We moesten plaatsnemen op lange houten banken aan lange houten tafels. Er was van tevoren al een hele tafelschikking gemaakt. We kregen vier gangen, gebonden groentesoep met brood, spareribs, gebraden kip met gepofte aardappel, raap en wortel en een appel kaneel toetje. De Earl werd elke keer door de butler gevraagd of het eten wel goed was. Ook werd er een oplichter gevonden onder de gasten, deze dinergast werd in de kerker gegooid. Voorafgaand aan het diner en aan elke gang was er een stukje entertainment. Het koor zong prachtig, er werd een heel gevoelig stuk op de Ierse harp gespeeld, er werden grappen gemaakt en er werden verhalen verteld over vroeger tijden in en om het kasteel. Het eten was heerlijk en het entertainment hoogstaand. Het was een heerlijke avond. Na het diner konden we beneden in de kelder nog een kopje koffie of thee drinken en eventueel een cd kopen. Bij de uitgang stond een doedelzakspeler te spelen. Een compleet verzorgde avond uit.

Dingle Peninsula

Via Adare, waar een aantal pittoreske Ierse cottages staan reden we naar Dingle Peninsula. Op Dingle reden we eerst naar Rough Point. We reden hier langs mooie stranden en door een duinachtig landschap met helmgras. Dit stukje Ierland was heel anders dan de rest van Ierland wat we tot nu toe hadden gezien. Hier waren veel campings en het was duidelijk dat hier veel Ieren op vakantie naartoe gingen. Er waren hier vooral veel windsurfers. Daarna reden we naar Brandon Head, toen we daar kwamen regende het. We liepen nog wel even een stukje boven de kliffen naar boven. Deze kliffen waren minder spectaculair als de kliffen die we al eerder hadden gezien, maar het ruige Ierse landschap blijft mooi. Hierna reden we over de Connor Pass naar Slea Head, de uiterste punt van Dingle Peninsula. Bij goed weer heb je vanaf de Connor Pass prachtige uitzichten, maar helaas was het bij ons erg grijs en bewolkt en hadden wij die uitzichten niet. Toch was het een erg mooie route over een smalle kronkelende weg, waar passeren alleen kon op de bredere stukken. Bij Slea Head waren de wegen ook erg smal, bussen konden personenauto's alleen op uitwijkplaatsen passeren. Je kunt bij Slea Head de loop rijden, maar wij keerden er om en stopten even bij het kruis wat er tegen de bergwand staat. Vanaf dit punt kun je de Blasket eilanden zien liggen. Op het kruis is Jezus afgebeeld, daarnaast zie je Maria en nog twee figuren.

   

 

 

Iets eerder dan Slea Head op de zuidkant vind je de beehive huts of clocháns die behoren tot de Fahan Group die zich uitstrekt over Dingle. Een klein bord langs de kant van de weg geeft aan waar ze te vinden zijn. Je kunt vanaf de parkeerplaats al een clochán zien, maar het is aan te raden om er even naartoe te lopen, want dan is er nog veel meer te zien. De entree tot het terrein kost slechts €3. En dat geld kan de eigenaar van het terrein goed gebruiken. Wij zagen hier ook een handgeschreven bordje staan, er stond dat er koffie en thee te krijgen was, maar toen we naar de huisjes die er stonden toeliepen zagen we nergens een bordje wat aangaf waar we de koffie of thee dan konden krijgen. Een jonge Ier liep over het terrein, zag ons zoeken en vroeg of we op bezoek wilden komen in het huis. Wij vroegen of we bij hem een bakje thee konden krijgen en dat bleek inderdaad het geval.

We kwamen binnen in de huiskamer van een 200 jaar oude cottage. De jongen zette een bakje thee voor ons en bleef even bij ons zitten kletsen. Het terrein was van zijn ouders en ook de schapen die over het terrein liepen waren van zijn vader. In de zomer hielp hij zijn vader altijd met het runnen van de zaken. Het verhuren van de bed & breakfast,  bezoekers van de beehive hutten ontvangen en koffie en thee verkopen aan bezoekers, maar in de winter was hij genoodzaakt om geld te verdienen op de grote vaart. Hij wilde zich eigenlijk, na 10 jaar varen, wel graag settelen op Slea Head, maar dan konden ze gewoon niet rondkomen. In de winter kwamen er geen toeristen en met de inkomsten van het zomerseizoen verdienden ze gewoon niet genoeg. Hij was ook bezig om te trainen met zijn hond, zodat hij volgend seizoen een  hondenshow kon geven met de schapen, dat was waar toeristen op af kwamen vertelde hij.  

  Ik had sterk het idee dat de cottage waar we zaten ook dienst deed als bed & breakfast en dat er alleen koffie en thee was als er geen gasten in de bed & breakfast waren. Kinderen konden hier ook tegen betaling met een lammetje op de foto. Zo probeerden ze op allerlei manieren geld te verdienen. Terwijl wij er zaten kwamen er wel mensen naar boven lopen, probeerden een foto te maken van de beehive huts, maar als de jongen dan naar buiten liep om hen te begroeten en vroeg of ze de hutten wilden gaan bekijken voor €3 dan gingen ze weer weg. Zo verdiende je natuurlijk ook niet zoveel.

Het hield me nog een hele tijd bezig. Dan heb je beehive hutten op je land, die waarschijnlijk ergens tussen de 12e en 19e eeuw gebouwd zijn en dan kun je daar niet van rondkomen. Ik denk dat het te maken heeft met de manier van aankondiging van de hutten. Er staat maar 1 simpel bord, wat er een beetje kneuterig uitziet. Wanneer er een kilometer daarvoor al een bord zou staan met een mooie foto van de hutten en wanneer de parkeerplaats duidelijk zou worden aangegeven met vlaggen ofzo, zodat bezoekers weten dat er daar iets bijzonders is, dan zou dat vast meer bezoekers trekken. En ik zou zorgen dat je de hutten vanaf de weg niet kon zien, zodat je wel entreegeld moest betalen om ze te kunnen zien, maar ik zou bezoekers wel nieuwsgierig maken met foto's van de gebouwen. En als je koffie en thee verkoopt dan zou ik ook bij de ingang van het huis nog eens duidelijk een bord neerzetten, zodat je weet waar je moet zijn. Nadat wij onze thee op hadden betaalden we nog de €3 en liepen langs de clocháns en de andere gebouwen over het terrein. Op het terrein was ook alles niet netjes opgeruimd, er stond een oude betonmolen en er stonden bakken. In de hutten zijn de stenen perfect opgestapeld, ze hebben wel ondersteunende balken, ik weet niet of die origineel waren, of dat die er later in zijn gezet. Toen we alle hutten hadden bekeken en mooie foto's hadden gemaakt vertrokken we weer.

Na dit bijzondere bezoek was het weer iets opgeklaard, het was iets lichter geworden en de bewolking was iets minder dik en af en toe kwam er een waterig zonnetje tevoorschijn. We reden op de terugweg ook weer over de Connor Pass en hadden geluk, want toen we boven stonden trok het een paar keer helemaal open en konden we het dal zien. We overnachtten in een hotel in Tralee, wat onze uitvalsbasis voor de Ring of Kerry zou zijn, voor de meeste toeristen is dat Killarney. Tralee is een gezellig stadje, met een gezellig centrum.  

Ring of Kerry

Het was mooi weer op de dag dat we de Ring of Kerry zouden rijden. De Ring of Kerry is een van de best bezochte plaatsen door toeristen die naar Ierland komen. Dit is het meest populaire stuk van de Wild Atlantic Way. Voor ons zou een voorafgeboekte boottocht naar de Skellig Islands met een bezoek aan Skellig Michael het hoogtepunt van de dag worden. We moesten daarvoor al om 9:00 u. in Portmagee zijn. We moesten dus vroeg vertrekken en over het eerste deel van de Ring of Kerry flink doorrijden en konden we helaas niet stoppen bij Ballycarbery Castle.. Portmagee ligt aan de Skellig Ring, een kleine extra ring aan de Ring of Kerry.

  We konden ons melden in hotel de Moorings en konden daar nog even naar het toilet, want de tocht zou vijf uren duren. Wij hadden wel speciaal een bootje geboekt met een toilet aan boord, want sommige bootjes hebben geen toilet en op het eiland is ook geen toilet. Wij hadden telefonisch geboekt bij schipper Mikey-Joe. Mikey-Joe was al redelijk oud en niet heel erg goed te verstaan, waarschijnlijk ook omdat hij oorspronkelijk Gaelic sprak. Hij leidde ons naar zijn bootje en daar zaten al wat meer mensen op, een Nederlands gezin, een Japans stel, een Zwitsers stel en er ging nog een man met ons mee wiens gezin op een ander bootje meeging. Er waren allemaal verschillende bootjes. Op sommige bootjes kregen de mensen zwemvesten aan. Wij niet, maar er lagen voor de zekerheid wel zwemvesten in het ruim.
Toen we met het kleine bootje vertrokken trok een scheepsjongen die met Mikey-Joe mee voer een oud canvas spandoek om ons heen, wat opspattend water tegen zou houden. Het water was nog heel erg kalm, want we voeren toen nog in de baai. We voeren langs mooie kliffen en glooiende hellingen en we zagen ook nog een paar zeehonden zwemmen. Daarna kwamen we op open zee terecht en daar waren de golven aanzienlijk hoger. Op zich was de zee niet wild, maar de golven waren wel zo hoog dat we flink schommelden. Aan de kant waar de wind op stond spatte het water behoorlijk over de boot. Wij zaten aan de andere kant en hielden het nog aardig droog. Ik had een pilletje tegen zeeziekte genomen en dat was maar goed ook, want een aantal anderen op de boot waren behoorlijk zeeziek. Volgens Mikey-Joe was de zee een beetje woelig, maar het kon nog wel erger.  

Het was bijna anderhalf uur varen naar Skellig Michael. De Skelligs liggen ongeveer 12 km uit de kust. We voeren op de heenweg langs het eiland Little Skellig. Little Skellig is eigenlijk een hele grote rots die in zee staat. Op Little Skellig leeft een kolonie van rond de 60.000 Jan van Genten. De rots ziet op sommige plekken helemaal grauw van de vogelpoep. We voeren een beetje rond het eiland en voeren daarna verder naar Skellig Michael. Bij Skellig Michael moesten we wachten tot de bootjes die voor ons waren vertrokken hun passagiers op het eiland hadden afgezet. We kregen ongeveer twee en een half uur de tijd om het eiland te bekijken en de ongeveer 600 traptreden te beklimmen naar het oude klooster op de top. Voordat we aan de klim mochten beginnen kregen we nog een waarschuwend praatje van een gids, je mocht niet eerder naar boven dan dat je deze waarschuwingen gehoord had.

     

De trappen hebben geen leuningen en in het verleden zijn er mensen die onvoorzichtig waren naar beneden gevallen en overleden. Mensen die dus aan hoogtevrees leden, last van duizeligheid hadden, zwakke knieën of andere gebreken werden verzocht om daarom dus ook niet naar boven te klimmen. Voorzichtigheid was geboden. Het was gelukkig droog en de stenen van de trappen waren niet glad, maar toch liep ik de eerste trap zeer voorzichtig naar boven, toch een beetje gespannen door het beangstigende praatje. Na verloop van tijd begon het lopen wat meer ontspannend te gaan. We zagen veel papegaaiduikers langs het pad, die hun nesten maken in de bodembedekkende planten die er groeien. Het eiland, eigenlijk meer de rots met begroeiing, zag er prachtig uit in het zonnetje en met een blauwe lucht op de achtergrond. Het was flink warm om naar boven te lopen, maar op zich was het goed te doen. de trappen waren op sommige plekken redelijk smal, op andere plekken een stuk breder. Ook was de afgrond naast de ene trap steiler dan naast de andere. Hoe hoger je klom, hoe mooier het uitzicht werd over zee en op Little Skellig. We liepen langzaam omhoog en omdat wij in een van de laatste bootjes zaten ook als een van de laatsten bij het oude klooster, The Monastery, dat op ongeveer 180 m boven de zee is gebouwd.

  De clocháns of beehive hutten staan hier al sinds ergens tussen de 6e en 8e eeuw. De monniken verbleven hier en leden hier een vredig bestaan, alleen met de natuur en de weersomstandigheden, totdat deze weersomstandigheden door een veranderend klimaat steeds zwaarder werden en de monniken aan het eind van de 13e eeuw het eiland verlieten. Het eiland viel nog weleens ten prooi aan de aanvallende Vikingen, maar er hebben constant monniken gewoond. Er zouden hier slechts 12 monniken en een abt tegelijkertijd hebben gewoond. Het klooster werd gebouwd binnen een stenen omheining op een aantal terrassen. Er stonden 6 clocháns, twee oratoriums, de St. Michaels Church (gebouwd in de 12e eeuw), een kerkhof en een groot kruis.  Dit werd allemaal gebouwd door stenen op te stapelen.
Toen wij bij The Monastery aankwamen was er een andere gids die daar net wat ging vertellen over The Monastery. Wij wilden liever onze tijd besteden aan het maken van mooie foto's, dan aan luisteren naar de gids, het stond je ook vrij om te luisteren of niet, maar het was wel erg jammer dat de informatie gegeven werd op een plek midden in The Monastery en dat de mensen die om de gids heen stonden wel erg in de weg stonden. Het was niet mogelijk om het hele klooster te zien zonder deze luisterende mensen te storen door er tussendoor te lopen, ook voor het nemen van foto's was het vervelend dat je dan steeds een hele grote groep mensen op de foto had. Jammer dat ze de informatie niet net buiten het klooster geven, zodat men na de tijd kan gaan kijken en zodat mensen die op eigen houtje het klooster willen bekijken de kans krijgen om overal te kijken. We durfden het niet aan om te wachten tot de gids klaar was met het verhaal om nog alle plekjes binnen de omheining van het klooster te zien, want we wilden ons bij het dalen niet hoeven haasten om op tijd bij de bootjes te komen. We wilden ook niet storend tussen de luisterende mensen door lopen.  

Dus hielden we het bij een globale overzichtsblik en het nemen van foto's van de delen waar we wel goed langs konden lopen en liepen daarna weer naar beneden. Het was hoe dan ook een zeer bijzondere plek. Het afdalen van de trappen was iets spectaculairder dan het klimmen, omdat je nu kon zien hoe steil deze trappen naar beneden liepen de diepte in. Je had zo een heel mooi uitzicht over de zee. Er werd iedereen aangeraden om een meegebracht lunchpakket op het eiland te nuttigen (de meeste mensen hadden wel een lunchpakketje mee) sommige mensen deden dat boven, sommige mensen halverwege en wij deden dat toen we weer beneden waren. De enige plek waar je niet mag eten is binnen de muren van The Monastery. Hierna was het tijd om te verzamelen bij de steiger.

   

 

 

We hadden nog wel wat extra tijd kunnen nemen op de top, want alle bootjes vertrokken weer in dezelfde volgorde als de volgorde van aankomst, waardoor wij weer als laatste aan de beurt waren om in te stappen. Ook op de terugweg was de zee choppy (woelig), wij zaten nu vol in de wind en de golven die wel hoger dan een meter, misschien wel twee meter hoog, waren deden het water flink bij de boot opspatten. Ondanks onze regenkleding, waar we op dat moment heel blij mee waren, en het spandoek, om ons te beschermen tegen de regen, waren we toch nog nat. Het water was bij onze kraag en mouwen gewoon bij de regenkleding in gelopen. We waren blij dat we de dag ervoor zo helder waren om geld op te nemen, want bij Mikey-Joe kon je alleen contant betalen. Terug in Portmagee trokken we bij de auto eerst droge kleren aan en dronken daarna nog een lekker bakje thee in de pub. Hierna vervolgden we snel onze weg over de Ring of Kerry, want we hadden nog een flink stuk te gaan.

       

We maakten eerst de Skellig Ring af, de Skellig Ring was wel een van de mooiste stukjes van de route van vandaag. We stopten regelmatig om mooie foto's te maken van het uitzicht op de route. We hadden vaak een mooi uitzicht en door de blauwe luchten en de zon die scheen was bijna elk uitzicht mooi. We stopten wat langer bij Staigue Fort. Een ringfort als Grianán of Aileagh. Er hing een houten kistje aan het toegangshek, waar je de euro voor de entree in kon stoppen. Ook dit fort lag weer op iemands erf. Het lag in een dal. Daarna stopten we nog bij de Torc Waterfall, een mooie waterval in een bos. Op een paar honderd meter lopen van het parkeerterrein. We kwamen die avond pas vrij laat in het hotel in Tralee aan. Het was een lange, maar zeer mooie dag.

Ring of Beara en Mizen Head Peninsula

Op de laatste volle dag in Ierland reden we de Ring Of Beara. De ring of Beara doet niet onder voor de Ring of Kerry, maar is een stuk minder toeristisch. Halverwege de ring staken we Beara Peninsula over, door over de Healy Pass te rijden. Deze route was echt schitterend, een hele mooie weg over de pas. Wielrenners die de pas al in alle vroegte hadden beklommen kwamen met een flinke vaart naar beneden suizen. We reden naar de uiterste punt van Beara, waar een kabelbaan over het water mensen al sinds 1969 naar Dursey Island brengt, dat vlak voor de kust ligt. Er kunnen 6 mensen per kwartier mee vervoerd worden. Via Bantry, waar we die nacht zouden overnachten, reden we in de middag naar Mizen Head Peninsula.

   

 

Mizen Head zou de meest Zuid-Westelijke punt van het Ierse vaste land zijn. We reden langs een heel mooi water rijk gebied met hele mooie stranden, waar ook weer veel campings waren en waar veel Ieren vakantie vierden. Bij Mizen Head loopt er een mooie boogbrug naar een vuurtoren en signaal- en weerstation op een klif. Hier is een museum gemaakt over hoe het leven hier was toen het station permanent bemand werd. Via een kleine zijroute kom je op een platform waar vandaan je een geweldig uitzicht hebt over de prachtige kliffen. Het is een heel ruig stuk natuur en het waait er zelfs bij rustig weer behoorlijk hard.

   

 

Hierna reden we terug naar Bantry waar we het hotel opzochten.

Terug naar Cork

De volgende dag was de laatste dag van onze reis. We namen nog even een duik in het zwembad van het hotel en reden daarna richting Cork waar we aan het eind van de middag het vliegtuig huiswaarts zouden nemen.

  Er was teveel tijd om na het uitchecken rechtstreeks naar het vliegveld te rijden en te weinig tijd in Cork nog uitgebreid de stad te gaan verkennen. Dus checkten we laat uit en reden toen via de kustroute langzaam richting Cork. We reden langs de dorpjes Skibbereen en Kinsale en hielden ondertussen nog even een stop bij de Drombeg Stone Circle. De stone circle bestaat uit 17 stenen, die in een perfecte ronde cirkel geplaatst zijn. Er zijn overblijfselen gevonden die dateren uit de laatste twee eeuwen v. Chr. Je vindt er ook ruïnes van hutten en een oude kookplaats.

We kwamen veel te vroeg bij het vliegveld aan, waar we de sleutels van de auto weer inleverden en onze tijd doorbrachten met internetten op de smartphone. We lazen dat er verscherpt toezicht was op Schiphol en dat de marechaussee extra controles uitoefende. Het verkeer richting Schiphol werd extra gecontroleerd vanwege extra dreiging. Dat hoort helaas bij het reizen na 9-11. Die avond kwamen we op Schiphol aan en merkten daar niks van de extra controles. Na een mooie vakantie door het land van kliffen, schapen, pubs, smalle wegen zonder bermen, stenen muurtjes, kastelen, megalithische overblijfselen,  the Wild Atlantic Way en in elk dorpje een loterij met jackpot, reden we voldaan naar huis.

 

[Start] [Australië] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje Scandinavië (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [Jordanië] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]