_______________________________________

    IJsland   

_______________________________________

Algemene informatie / Autorijden in IJsland / Schiereiland Reykjanes / Van Keflavík naar Vík / Van Vík naar Skaftafell NP / Skaftafell NP en Jökullsárlón / Van Skaftafell naar Egilsstađir / Van Egilsstađir naar Reikjahlíđ (Mývatn) / Húsavík en omgeving Mývatn / Van Reikjahlíđ naar Akureyri / De Kjölurroute van Akureyri naar Reykjavik via de Golden Circle / Reykjavik

 

Deze reis naar IJsland maakte ik samen met mijn zusje. We boekten een 11-daagse autorondreis bij IJsland Tours. De week voordat we vertrokken kregen we keurig de routebeschrijving en tickets opgestuurd. Natuurlijk hadden we ons zelf al helemaal ingelezen en wisten we al precies wat we wilden gaan zien en gaan doen. Deze voorpret was erg leuk en ook leerzaam.

Algemene informatie

IJsland is een land dat met weinig landen op de wereld kan worden vergeleken. Het is een erg jong land. Als je de vorming van de aarde op een 24-uurs schaal zou zetten, is IJsland pas 4 minuten voor middernacht ontstaan. Het ligt op een warme plek op de aarde en de aardkost is er ongeveer 5 tot 10 km dik (dit in tegenstelling tot de rest van Europa, waar de aardkorst gemiddeld 35 tot 40 km dik is).

  IJsland ligt ook nog eens op de breuklijn van de Eurazische en Noord-Atlantische tektonische plaat. Dit zijn de twee oorzaken van alle geothermische activiteit die hier op verschillende plaatsen door de aardkorst heendringt en het ontstaan van de kloven en vulkanen. Bovendien ligt het eiland IJsland in de warme golfstroom waardoor  de temperatuur gezien de geografische ligging (tegen de poolcirkel aan) best aangenaam is.

De stroom in IJsland wordt opgewekt uit waterkracht en uit geothermische warmte. Op verschillende plaatsen vind je dan ook centrales die deze stroom opwekken.

De IJslandse taal is voor ons Nederlanders een moeilijke, met veel bijzondere tekens en klanken. De taal is sinds de tijd van de Vikingen nauwelijks gewijzigd en oude manuscripten kan men in IJsland zonder al te veel moeite nog prima lezen. De IJslanders proberen deze taal zo gaaf mogelijk te houden en nemen dan ook niet klakkeloos woorden over uit het Engels. Zo hebben ze bijv. hun eigen woorden voor de computer en de tv. 

Oorspronkelijk stamt men af van de Vikingen, de Noormannen dus. Bij hun komst hadden die echter vrouwen bij zich die ze hadden geroofd in andere landen, als Ierland, Schotland en Engeland. Er is bewezen dat 70% van de mannen Noorse genen heeft en dat 30 % van de vrouwen Ierse genen heeft.

Achternamen kennen de IJslanders niet. Ze gebruiken de naam van de vader, met dottír (dochter) of son (zoon) er achter. Als de vader geen deel neemt in de opvoeding kan er bij uitzondering ook de naam van de moeder gebruikt worden.

Toerisme is naast de visserij en de zware industrie een van de belangrijkste inkomstbronnen in IJsland. Het land wordt dan ook steeds verder klaar gemaakt voor dit oprukkende toerisme. In IJsland, voert men echter wel al tijden de discussie of men het binnenland toegankelijker moet maken voor het toerisme of juist niet......

We vertrokken om 14.20u. vanaf Schiphol en kwamen om 15.00u. aan. Het is in IJsland in de zomer twee uren vroeger dan in Nederland. Het laatste stukje vlogen we boven IJsland en hier zagen we een landschap dat in onze ogen leek op de maan (hoewel we daar niet echt over kunnen oordelen, want op de maan zijn we nog nooit geweest). Op het vliegveld konden we bij autoverhuurbedrijf Hertz de sleutel van onze Toyota Yaris (5-deurs) ophalen.

Autorijden in IJsland

Het autorijden in IJsland vonden wij goed te doen. Het grootste gedeelte van de ringweg is geasfalteerd. Wegen buiten de ringweg kennen nauwelijks asfalt, maar zijn goed te begaan. Het is soms wel wat slalommen om grote stenen en kuilen heen, maar doordat er verder bijna niemand op die wegen rijdt goed mogelijk. Op de ringweg geldt een maximum snelheid van 90 km/u waar bijna niemand zich aan houdt, hoewel bijna niemand harder rijdt dan 100 km/u. Op de ongeasfalteerde wegen is soms 70 km/u een andere keer 80km/u de limiet.  

Het autorijden in IJsland is afwisselend. De ene keer kaarsrechte wegen, een andere keer haarspeldbochten. Het uitzicht vanaf de ringweg is vaak prachtig en gelegenheid om te stoppen is er veel. Als er geen parkeerplaats is is het soms mogelijk om gewoon even stil te staan op de weg om te fotograferen of filmen, omdat er toch in de verste verten niemand aan komt rijden.

Wees niet bang dat het té eenzaam is. Van tijd tot tijd kom je echt wel weer iemand tegen. Bij pech onderweg dus geen paniek. Rond de ringweg zijn alle wegen begaanbaar voor een niet vierwiel aangestuurde auto. de binnenlanden zijn alleen met een 4WD auto te bereiken.

  Langs de ringweg staan bordjes bij uitkijkpunten of bezienswaardigheden. Als er zo'n bordje staat is het ook echt de moeite waard, is onze ervaring. De meeste bezienswaardigheden liggen niet ver van de ringweg of zelfs pal aan de ringweg. Eigenlijk is de hele ringweg één lange toeristische route en verveelt het uitzicht nooit.

We hadden wel een lekke band en vonden dat niet verwonderlijk met de vele ongeasfalteerde wegen waar we over zijn gereden, maar er zijn gelukkig ook genoeg mensen die zonder lekke band te hebben gehad de auto weer bij het verhuurbedrijf afleveren. De banden van de huurauto's zijn niet altijd de beste, hebben wij ons bij de garage laten vertellen. Het was een voordeel dat de garage weekenddiensten draaide voor toeristen met autopech, anders hadden we toch mooi enig oponthoud gehad.

De slechtste wegen die we voor ons gevoel hebben bereden waren de eerste ongeasfalteerde wegen op het schiereiland Reykjanes.

Schiereiland Reykjanes

De internationale luchthaven van IJsland ligt bij Keflavík op het schiereiland Reykjanes. Het ligt op zo'n 40 km afstand van de hoofdstad Reykjavik. Wij zouden de eerst nacht overnachten in Keflavík en hadden omdat het nog maar 15.00u. was nog tijd genoeg om alvast wat van het schiereiland te gaan zien.

  Het eerste wat wij gingen doen was lekker ontspannen in het gezonde verwarmde mineraal- (zwavel en mangaan) en zeewierhoudende water van The Blue Lagoon (Bláa Lóníđ).  Dit water, dat door de Svartsengi centrale in een lavaveld wordt geleid (en verwarmd), is melkachtig van kleur.

 

De witte kleiachtige bodem kun je gebruiken als masker op je huid. Ook kun je er gratis gebruik maken van een steamroom. Nadat we ons heerlijk hadden ontspannen was het tijd om in het restaurant van The Blue Lagoon een hapje te eten en hierna verder te rijden. Aangezien de dagen hier in de zomer erg lang zijn hadden we ruimschoots de tijd om wat meer van de omgeving te zien. De zon gaat hier in IJsland wel onder, maar komt niet lang daarna alweer op en het wordt dus nauwelijks donker, hooguit schemerig.  Over een ongeasfalteerde weg reden we naar de punt van het schiereiland, Reykjanestá, dit is tevens de meest zuidwestelijke punt van het vaste land van IJsland. Op deze punt staat een mooie vuurtoren. Vlak voordat we bij deze punt kwamen reden we langs het eerste solfatorenveld (Gunnuhver) dat we deze vakantie tegen kwamen. Warme naar zwavel ruikende stoom kwam hier uit gaten in de grond naar boven. In de buurt van deze warme bronnen zat een hele kolonie meeuwen die alarmerend reageerde op deze eenzame bezoekers. Langs de kust reden we vervolgens terug naar Keflavík waar we ons guesthouse opzochten. De volgende dag zouden we op weg naar Vík nog meer van het schiereiland gaan zien.

 

Van Keflavík naar Vík

We volgden de hoofdweg naar Hafnarfjörđur, waar we van de weg afslagen en verder reden over een ongeasfalteerde weg naar het zuiden. Door een stukje onherbergzaam landschap reden we richting het meertje Kleifarvatn (met zwart zandstrand). Even voorbij het meer ligt het solfatorenveld Seltún.

 

Prachtig, maar het regende pijpenstelen, dus erg lang zijn we hier niet gebleven. Verder via Krýsuvík, nog steeds over dezelfde ongeasfalteerde eenzame weg. Vlak voor Hveragerđi kwamen we weer op een geasfalteerde weg. Volgens de Dominicus reisgids zouden ten noorden van dit dorpje veel hete bronnen liggen, waaronder de geiser Grýla. Deze spuit niet regelmatig. Men laat daarom deze geiser wel eens spuiten door zeep in het water te gooien. Helaas konden wij deze geiser niet vinden, er stonden nergens bordjes en dus besloten we op een parkeerterreintje onze lunch op te eten. Ineens zagen we in de achteruitkijkspiegel een stoomwolkje wat we eerder niet hadden gezien en wat schetste onze verbazing; niet lange tijd daarna zagen we een straal water omhoog spuiten. We liepen er naartoe en wachtten met fototoestel in de aanslag af of de geiser misschien weer zou gaan spuiten. Er spoten helaas alleen maar  kleine straaltjes water omhoog. Na een flink aantal minuten besloten we dat het genoeg was geweest, misschien spoot de geiser wel wekenlang niet meer.

We hadden pech, toen we weer bijna bij de auto waren bleek de Grýla ineens weer te spuiten. Wij achtten de kans groot dat de Grýla voor ons dan misschien toch nog wel één keertje wilde spuiten en ja hoor, ons zoeken en wachten werd beloond. Wij hadden in the middle of nowhere de geiser gevonden en hadden 'm nog zien spuiten ook. (Helaas zullen we ons echter wel altijd blijven afvragen of er misschien iemand vlak voor onze komst zeep in had gegooid....)  

 

 

  Het was erg regenachtig op het volgende traject, maar we troffen het, toen we stopten bij de Seljalandsfoss was het namelijk droog. Deze 60m hoge, maar smalle waterval is mooi omdat je er achterlangs kunt lopen en de waterval dus van alle kanten kunt bekijken. Ondanks dat het niet regende werden we hier toch behoorlijk nat door stuifregen. De volgende stop (het was nog steeds droog) was bij de Skógafoss. Deze is ook 60m hoog, maar veel groter dan de Seljalandsfoss en behoort daardoor tot een van de grootste van IJsland.
Wij vonden deze waterval ook behoorlijk indrukwekkend omdat je vlak bij de plek kon komen waar het water neerdenderde. Dit niet zonder een nat pak te krijgen natuurlijk. Je voelt er de enorme kracht van de waterval en voelt jezelf vreselijk nietig naast die enorme hoeveelheid water.  

Toen we weer goed en wel op de ringweg waren begon het weer te regenen, het waaide enorm en er hingen hele donkere wolken in de lucht. Niet echt de moeite waard om vlak voor Vík nog af te slaan naar de rots Dyrhólaey. In Vík hebben we ansichtkaarten gekocht bij een souvenirshop en bij de benzinepomp gegeten. We konden hier heerlijk eten (plateservice) voor een aantrekkelijke prijs. Onze guestfarm lag een stukje terug aan de ringweg bij Sólheimahjáleiga, met uitzicht op de Sólheimajökull, een uitloper van de Mýrdalsjökull gletsjer.

Van Vík naar Skaftafell NP

  Deze ochtend was het stralend mooi weer en de wind was gelukkig gaan liggen, want wij moesten vandaag over de Mýrdalssandur, een grote zandvlakte, waar zandstormen kunnen heersen. We besloten om eerst nog langs Dyrhólaey te gaan.
Het ongeasfalteerde weggetje er naartoe was alleen al de moeite waard. De rust en sereniteit op de vroege ochtend waren een extraatje. Boven op de 120m hoge kaap hadden we een goed uitzicht op de rotspunten van Reynisdrangar.
Op de wanden van de kaap vonden wij de papegaaiduikers (puffins). Grappige zwart-witte vogeltjes met een snavel als een papegaai. De branding sloeg tegen de rotsen aan en het zonnetje scheen. Hier, op het zuidelijkste puntje van IJsland, konden wij heerlijk genieten. We hadden er de hele dag wel kunnen blijven zitten als we niet verder moesten richting Skaftafell.  

Eerst door de Mýrdalssandur. Aan het einde van de Mýrdalssandur ligt een laag heuveltje, Laufskálafjörđur, dat vroeger in het vlakke landschap als baken diende voor de reizigers. Het is de traditie dat je er een steentje legt op een van de vele steenmannetjes om gevrijwaard te blijven van pech onderweg. Het was even zoeken naar een steen die nog niet ergens op een hoopje lag, maar uiteindelijk hebben we er eentje gevonden en op het hoogste steenmannetje gelegd.

  Het volgende gebied waar we doorreden was Eldhraun, de grootste lavavlakte van IJsland, die grotendeels bedekt is met heldergroen mos. Iets verderop passeerden we de kleine maar mooie waterval Foss á Sidu, voordat we verder reden over de Skeiđarársandur, opnieuw een spoelzandvlakte, waar talloze gletsjerrivieren doorheen lopen. Vanaf de weg had je hier uitzicht op de eerste uitlopers van de Vatnajökull.

De Vatnajökull is de grootste gletsjer van de wereld buiten die op de polen. Hij is groter dan alle andere gletsjers van Europa bij elkaar. Het gebied onderaan de gletsjer bij Skaftafell, Orćfi (land zonder haven), was tot 1967 bijna onbewoond. Dit doordat het erg afgelegen lag, door de zandvlaktes die zich 100 km naar het oosten en 300 km naar het westen uitstrekken. Deze spoelzandvlaktes zijn gevormd door het smeltwater van de gletsjers. Er lopen verschillende smeltwaterbeken door deze vlaktes naar de zee. Vroeger stroomden deze beekjes via een willekeurige weg naar zee. Nu moet men de loop van de beekjes regelen, omdat ze onder de bruggen, die zijn gebouwd, door moeten stromen. Met de komst van de bruggen en de ringweg is dit gebied minder afgelegen geworden en iets meer bewoond. In 1996 barstte de vulkaan onder de gletsjer uit. Door het water dat smolt raakte het meer, dat onder de gletsjer lag, overstroomd. De grote hoeveelheid water zorgde ervoor dat de gletsjerkap meters omhoog werd gedrukt. Een grote hoeveelheid water stroomde onder de gletsjer door, nam grote ijsblokken mee en overstroomde het hele gebied aan de voet van de gletsjer bij Skaftafell. Het water sleurde bruggen, elektriciteitsmasten en een gedeelte ringweg mee. Een grote brug die er was gebouwd werd totaal verwoest. De overblijfselen van de brug zijn nog langs de ringweg te zien.

Vroeger waren de spoelzandvlaktes vaak de oorzaak van schipbreuk. Vooral bij een lage mist zag men vaak de heuvels verder landinwaarts als kust aan. De spoelzandvlakte bij Skaftafell is 35 km breed. Men dacht dus nog ver verwijderd te zijn van de kust en voer dan zo boven op de landstrook.

   
 
  Aangekomen bij Skaftafell NP boekten we eerst voor de volgende dag een wandeling op de gletsjer en liepen daarna in 40 minuten naar de Svartifoss.Deze waterval zelf is niet zo indrukwekkend. Het is maar een klein stroompje. Het bijzondere van deze waterval is dat hij neervalt over een rotswand met basaltzuilen. Die van het geheel een mooi plaatje maken.

We besloten om ook nog even naar het gletsjermeer Jökullsárlón te rijden. Toen we daar aankwamen was het er erg mistig en konden we maar een paar ijsschotsen zien. We hoopten daar een hapje te kunnen eten, want het gebied is nog steeds niet erg dichtbevolkt en veel eetgelegenheden waren er niet in deze omgeving. We moesten het doen met een lauwe pizzapunt, maar ach: Beter iets dan niets.....

Ons guesthouse van Icelandic Farm Holidays lag in Litla-Hof, een piepklein dorpje tussen Skaftafell en Jökullsárlón.

Skaftafell NP en Jökullsárlón

Omdat we twee nachten op dezelfde plek logeerden hadden we een hele dag de tijd om excursies te maken. Om tien uur meldden we ons bij de tent van de Mountain Guides bij Skaftafell NP.
Van hieruit vertrokken we met een aantal anderen en een gids met een terreinwagen naar de Svínafellsjökull, een gletsjertong van de Vatnajökull. Hier deden we onze stijgijzers (crampons) aan en oefenden we het lopen op een gletsjer. Hoe gebruik je je ijsbijl, hoe loop je omhoog en hoe loop je naar beneden?  

 Na deze spoedcursus liepen we achter elkaar de gletsjer op. De 2˝ uur durende tocht was adembenemend. We liepen langs spleten en watergaten. Hadden een prachtig uitzicht over de in de zon liggende gletsjer en hadden een mooi vergezicht over de spoelzandvlakte. Het wandelen over de gletsjer op deze plek was niet gevaarlijk. Onderaan de gletsjertong was de gletsjer niet bedekt met sneeuw en kon je dus goed zien waar de spleten in het ijs zaten. What you see is what there is.

 

Na deze prachtige wandeltocht reden we opnieuw richting Jökullsárlón. Het was nu prachtig weer, de zon scheen aan een helderblauwe hemel. We stopten eerst nog bij Fjallsárlón, een gletsjermeer aan de voet van de Fjallsjökull (Vatnajökull).

In dit meer dreven weinig ijsschotsen, maar nadat we langs het meer een heuveltje op waren gelopen hadden we een prachtig uitzicht op de gletsjer die het meer in liep. Hier waren we helemaal alleen en voelden we ons helemaal één met de natuur.   

Jökullsárlón aan de voet van de Breiđamerkurjökull (Vatnajökull), was voor ons een nieuwe ervaring. Dit keer zagen we het hele meer met de talloze ijsschotsen en de gletsjer waar ze vanaf waren gebrokkeld. Door het prachtige weer waren de kleuren extra mooi.

  Langs de weg kun je stoppen en een heuveltje oplopen waar het meer achter ligt. Vanaf deze plek heb je een prachtig uitzicht en kun je het hele meer overzien. Voor de brug is een parkeerterrein vanwaar je ook een heel mooi overzicht hebt.

Na de brug is het parkeerterrein vanwaar de boten die over het meer varen vertrekken. Wij besloten niet met een bootje te gaan, maar langs de zuidkant van het meer langs de ijsschotsen te wandelen. We liepen hier langer dan een uur heerlijk in het zonnetje langs de schotsen waarvan de een nog mooier was dan de ander.

 

 

Na deze wandeling besloten we nog even uit te gaan waaien aan het zwarte strand aan de overkant van de weg, waar we nog een zeehond met zijn kopje boven het water uit zagen komen, om daarna weer terug te keren naar Litla-Hof.

 

 

Van Skaftafell naar Egilsstađir

We vertrokken vroeg op onze vijfde reisdag, omdat we een sneeuwscooter tocht vanaf de Smýrla-krachtcentrale hadden geboekt. We zouden daar om 10.00 u. worden opgepikt door een bus voor een tocht van vijf uren. We zouden met de bus naar de Vatnajökull worden gebracht om daar een tocht op een sneeuwscooter te maken.

De bus, die te laat aankwam, deed er meer dan een uur over om boven te komen. Bij de gletsjer aangekomen kregen we pakken en laarzen om aan te trekken voor de sneeuwscootertocht. Met een rupsvoertuig werden we over de sneeuw naar de scooters gebracht. We konden niet vanaf het restaurantje starten omdat de sneeuw de eerste 1˝ km te zacht was. De instructies waren simpel. Gas geven met rechts, remmen met je linkerhand en allemaal achter elkaar in het spoor blijven.  

We wisten toen nog niet dat de rit maar 6km lang zou zijn. Els reed heen en ik reed 3 km terug. En dat was wat er aan scooteren over bleef van een zeer dure tocht van vijf uren. De busrit was erg mooi, langs steile afgronden, maar we waren toch voor het sneeuwscooteren gekomen en dat stelde niet zo veel voor op deze manier.

Vanuit Smýrla vervolgden we onze rit naar Egilsstađir. In Höfn nog even aan om te tanken en te pinnen (wat alleen in de wat grotere plaatsen kan) en daarna snel verder. We waren pas om half drie beneden bij Smýrla en hadden nog een heel traject te gaan. 's Ochtends tijdens de gletsjertour was het nog droog geweest, maar de rest van de route heeft het bijna onophoudelijk geregend. De route die we deze dag reden was prachtig. Langs de kust, met hele steile kliffen en zonder vangrail. Langs twee van de vele fjorden in het oosten. En iets minder mooi, maar wel avontuurlijk, in een opeens opgekomen dichte mist over een hoge bergpas. Bij Egilsstađir overnachtten we in Fellabćr in een huisje met uitzicht over de brede rivier de Lagarfljót.

Van Egilsstađir naar Reikjahlíđ (Mývatn)

  Voordat we vanaf Egilsstađir naar Mývatn vertrokken besloten we eerst nog even op aanraden van de Dominicus reisgids richting Seyđisfjörđur te rijden. Hier lag namelijk het riviertje de Fjarđará, waarin verschillende mooie watervallen lagen. Al waren het niet de grootste watervallen die we in IJsland hadden gezien of nog zouden gaan zien, het was het ritje van zo'n 25 km heen en 25 km terug zeker waard.

Ook deze dag startten we met regen, wat niet heel erg was, omdat we het eerste gedeelte van de dag toch in de auto zouden moeten doorbrengen. Het eerst gedeelte van de rit richting Mývatn liep door het dal Jökuldalur, waar de Jökulsá-rivier doorheen stroomt. Ook hier stroomden aan de noordkant van het dal verscheidene mooie watervallen. Door alweer een grote woestijn (zandvlakte) ging de tocht verder. Hier was de ongeasfalteerde weg niet zwart, maar rood van kleur. Al ver voordat we in de omgeving van Lake Mývatn kwamen zagen we de stoom van het solfatorenveld Hverarönd in het Námaskarđ gebied al aan de horizon. De regen was gestopt en het zonnetje scheen lichtelijk.

  Als eerste reden we langs de grote Krafla-krachtcentrale naar het solfatorengebied en de lavavelden bij de berg Leirhnjúkur. Het was hier door de wind die er waaide koud genoeg om de meegebrachte handschoenen aan te trekken.
Voorbij het solfatorengebied, waar we weer vele vormen van geothermische activiteit hadden kunnen waarnemen lag een heel groot zwart lavaveld. Over de paden kon je hier over de lava lopen. Op verschillende plekken kwam hete stoom door de lava heen uit de grond. Bij de grotere gaten vormde de gele zwavel die omhoog was gekomen een sterk contrast met de zwart gekleurde lava.  

  Even verder dan Leirhnjúkur ligt de krater Víti. Omdat er ineens een dichte mist was komen opzetten konden wij de krater niet goed zien en besloten we er de dag erna nog eens terug te komen. We reden terug naar de ringweg naar het Námaskarđ gebied. Ook de mooie pas over de Námafjall hoort bij dit gebied. Bij het solfatorengebied, dat ook wel Hverarönd wordt genoemd even staan kijken bij de borrelende modderpoelen.

We hadden nog een heleboel tijd over en besloten terug te rijden langs de ringweg en daarna over een ongeasfalteerde weg naar de 12 m hoge en 100 m brede Dettifoss te rijden. Met een 4WD kun je deze waterval ook vanaf de westkant bereiken. Wij hadden geen keus en bekeken deze krachtigste waterval van Europa (193 m3 water per seconde) vanaf de oostkant. Wat een geweld aan water komt hier naar beneden gestort. Het gaf een oorverdovend lawaai.

 

 

Uren hadden we wel naar deze waterval kunnen kijken, als het er niet zo verschrikkelijk koud was geweest.... Dus na een half uurtje toch maar de terugtocht naar Mývatn aanvaard, waar we zouden overnachten in het plaatsje Reikjahlíđ. Voordat onze avondrust kon beginnen hadden we echter nog wat pech. Nadat we hadden gegeten in het restaurant bij de benzinepomp kwamen we bij een auto terug die een beetje scheef stond, de rechterachterband was lek. Bij de informatiebalie in het gebouw van de benzinepomp wisten ze ons echter te vertellen dat er op zaterdagavond, om half zeven, nog iemand in een garage aan het werk was (er worden speciaal weekenddiensten gedraaid voor toeristen met autopech werd ons later verteld). Er werd voor ons een telefoontje gepleegd, we werden verwacht. Snel wat lucht in de band gepompt en op naar de garage, waar een vriendelijke monteur de band binnen drie kwartier plakte en onze auto weer rijklaar maakte. Dit was natuurlijk helemaal geweldig, zo konden we de volgende ochtend weer mooi vroeg op pad, om mooie dingen te gaan bekijken.

Húsavík en omgeving Mývatn

Na het ontbijt gingen we meteen op pad naar Húsavík.

  De ongeasfalteerde weg nr. 87 die ernaar toe leidt vanaf Reikjahlíđ was prachtig. De mooie veelal kaarsrechte weg was erg hobbelig (en dan bedoel ik met veel kleine heuveltjes erin) en liep door een prachtig landschap.

 We waren net op tijd om nog met de boot van kwart voor tien mee te kunnen op walvissafari. Het duurde een uur voordat we iets zagen. We zagen eerder al veel vogels op één plek en dat duidt op een walvis (de vogels voeden zich met de vis die overblijft als een walvis aan het jagen is). Ook papegaaiduikers hadden we al wel gezien, maar na een uur zagen we pas onze eerste walvis en dan ook nog in de verte. Het was een dwergvinvis, die hier heel veel voorkomt.

   We zagen er nog meer en daarna zagen we een groepje witsnuitdolfijnen. Hier zaten ook twee jongen bij. Ze weigerden heel dicht bij de boor te komen, maar we hebben ze een aardige tijd gade kunnen slaan.
Hierna nog weer even op jacht naar walvissen en inderdaad nog een paar keer een dwergvinvis met een rugvin boven het water uit zien komen Ook nu steeds in de verte.  

Hierna zat onze tijd erop, de vaart duurde drie uren en we moesten dus weer terug naar de haven. De Orka of de blauwe vinvis die hier ook voorkomen helaas dus niet gezien, maar we mogen geloof ik niet klagen over wat we wel hebben gezien. De lunch nuttigden we in Húsavík met uitzicht op de haven en daarna reden we over weg nr. 87 weer terug naar Lake Mývatn.

Lake Mývatn betekent muggenmeer, ligt op 277 meter boven zeeniveau en is het op drie na grootste meer van IJsland. In de zomer komen hier hele grote zwermen mugjes voor, die overal in kruipen. Wij hebben van deze mugjes helemaal geen last gehad en waren daar erg blij mee. Omdat het nu helder weer was besloten we eerst terug te rijden naar de bijna 3000 jaar oude Víti krater. Dit keer konden we wel het helderblauwe kratermeer zien.

  Rond Mývatn liggen een heleboel bijzondere stukjes natuur. Als eerste beklommen wij de ongeveer 2500 jaar oude explosiekrater Hverfjall. De diameter van de krater is ruim een kilometer en de krater is zo'n 140 meter diep.

In het midden van de geheel van zwart steen gevormde krater zie je nog een klein heuveltje dat nog over is van de laatste uitbarsting. Jammer dat vele mensen die in de krater zijn afgedaald dat graag aan ons wilden laten weten door hun naam op de bodem van de krater te schrijven. Dimmuborgir was onze volgende stop. Op dit gedeelte van een groot lavaveld, dat ongeveer 2000 jaar geleden is ontstaan, staan grillige rotsformaties, waartussen de enige inheemse boomsoort die IJsland rijk is, de IJslandse berk, veelvuldig groeit. We hebben hier een korte wandeling gemaakt. De bekendste formatie is het gat.

 

We maakten ons rondje om het meer af en reden nog langs de pseudo-kraters bij Skútustađir, die ongeveer 2300 jaar oud zijn en reden langs de westkant van het meer terug naar Reikjahlíđ.

Van Reikjahlíđ naar Akureyri

Via de mooie en slechts 12 m hoge Gođafoss reden we een enigszins saai traject naar Akureyri. We maakten een kleine omweg via de oude turfboerderij in Laufas, dat iets noordelijker dan Akureyri aan het fjord Eyjafjörđur ligt. Via een brug over het fjord reden we de hoofdstad van het noorden binnen.

 

Voor het eerst sinds onze reis ondervonden we wat meer drukte in het verkeer. Voor ons was dit het eindpunt van onze eigen rit.

  We leverden nadat we hadden ingecheckt in het Edda-hotel, de auto af bij het kantoortje van Hertz bij het vliegveld. Al wandelend verkenden we het kleine stadje. Voor het eerst hadden we een keus in restaurants. Het voelde een beetje als een einde van onze reis, vanaf hier begon de terugreis.

 

De Kjölurroute van Akureyri naar Reykjavik via de Golden Circle

Met een vierwiel aangedreven busje, met enorme banden, reisden we in één dag over de Kjölur hooglandroute terug naar Reykjavik. Er gingen nog drie andere passagiers mee, waaronder twee Nederlanders. Onze chauffeur was tevens gids. De hooglanden van IJsland zijn onbewoond, de routes die er overheen lopen zijn alleen geschikt voor auto's met 4WD. De route die wij deden wordt ook wel met gewone personenauto's gereden.

  Verhuurmaatschappijen erkennen de weg echter nog niet als een weg die geschikt is voor alle soorten auto's en vergoeden schade opgelopen op dit traject dus niet. Wij waren erg blij met het feit dat wij in een goed uitgeruste auto zaten en genoten van het uitzicht. De kale vlaktes  en de vergezichten. Het uitzicht op de gletsjers Langjökull en Hofsjökull, waar we tussendoor reden. Kjölur is de vlakte die tussen deze twee gletsjers ligt.

Aan de noordzijde van de Kjölur ligt op 650 m hoogte het solfatorenveld Hveravellir, dat letterlijk 'veld van hete bronnen' betekent. Hier zagen we weer andere vormen van geothermische activiteit dan op de andere solfatorenvelden die we deze reis al waren tegengekomen.

Spuitend en kokend water, uit gaten omhoog springend water, borrelend water. Op deze hoge vlakte waaide het hard en was het erg koud. Het was mogelijk om een duik te nemen in een warme bron, maar wij lieten die kans voorbij gaan.  

Aan het einde van de Kjölur reden we nog langs de Golden Circle en gingen dus langs de Gullfoss, Geysir en Ţingvellir. De Gullfoss is de grootste waterval van Europa. Bijna was deze waterval er niet meer geweest, omdat de regering een dam in de rivier voor de Gullfoss wilde leggen. De dochter van de boer die het stuk grond waarop de Gullfoss lag had verkocht aan de regering is vanaf Gullfoss naar Reykjavik gelopen en heeft de regering op andere gedachten gebracht. Ze dreigde in de waterval te springen als het plan door zou gaan. het was niet nodig, de regering wijzigde de plannen en de waterval bestaat nog steeds. Haar naam was Sigríđur Tómasdottír en er staat een steen met een reliëf van haar gezicht bij de waterval. 

  De waterval is slechts 32 m hoog wat voor IJslandse begrippen niet heel hoog is. Het water valt in twee hoofdtrappen naar beneden. In deze waterval zit als het ware een bocht van 90°. De regenboog die zich bij goed weer vormt zich door de nevel die er hangt vaak een regenboog boven de waterval, waar de waterval de naam gouden waterval aan heeft te danken.

Geysir is de geiser waarnaar alle geisers op de wereld zijn genoemd. Het betekent spuiten. De Geysir spoot in hoogtij dagen 200 m hoog, maar die tijd is al lang voorbij. Doordat men er veel zeep in heeft gegooid om hem te laten spuiten ging de Geysir als het ware dood. Na twee grote aardbevingen in 2000 spuit de grote Geysir gelukkig weer gemiddeld 1 ŕ 2 keer per dag.

De geiser Strokkur, die ernaast ligt is actiever. Deze spuit gemiddeld 1 keer in de acht minuten zo'n 15 m hoog en hier kun je dus op wachten. Onder het gat van een geiser zit een holle ruimte. Als het water in die ruimte gaat koken wordt het water damp en heeft het meer ruimte nodig. De enige uitweg is door het gat, dat gevuld is met water. Het water in het gat gaat dreigend op en neer, totdat de geiser gaat spuiten.  

 

 

  Als de geiser gaat spuiten zie je een enorme blauwe bel (lucht onder het water) die doorbreekt en het water ongeveer 15 meter omhoog gooit. Deze blauwe bel is zeer indrukwekkend.

Langs het meer Laugarvatn reden we naar Ţingvellir. Ţingvellir ligt boven op de Midden-Atlantische rug. Het is het gebied tussen de Noord-Atlantische en de Eurazische tektonische platen. Deze platen schuiven per jaar 1 tot 2 cm verder uit elkaar. De kloof in de aardkost wordt opgevuld met lava. Op de plek waar Ţingvellir ligt is de verzakking 6 km breed.

Ţingvellir werd niet om deze redenen door het oude Alţing (volksvertegenwoordiging) gekozen als plek om van 930 tot 1798 jaarlijks te vergaderen. De reden daarvoor was dat het centraal gelegen was, vlak bij de weg van het noorden naar het zuiden en vlak bij de hoofdweg van het westen naar het oosten.  

Langs het grootste meer van IJsland, het Ţingvallavatn reden we naar Reykjavik, waar we voor het eerst een vierbaansweg zagen en waar we voor ons hotel/guesthouse werden afgezet.

Reykjavik

 

In Reykjavik hadden we geen auto meer tot onze beschikking en dat was ook niet echt nodig omdat alle bezienswaardigheden op loopafstand van ons hotel lagen. Langs de kust liepen we in het zonnetje naar het historische Höfdi-house, het gebouw waar de eerst ontmoeting tussen de presidenten Reagan en Gorbatsjov in 1986 heeft plaatsgevonden.

Over een leuke winkelstraat met veel souvenirwinkeltjes liepen we naar het centrum. In het centrum ligt het piepkleine meertje Tjörnin waaraan het Raadhuis ligt. In het raadhuis was een hele grote reliëf plattegrond van IJsland te vinden. Verder liepen we nog langs het parlementsgebouw en het gemeentehuis.  

 

Op de terugweg naar ons hotel deden we nog de bekende Hallgrímskirkja aan. Deze is ontworpen door de architect Guđjón Samúelsson, die ook de kerk in Akureyri ontwierp. Zijn ontwerpen zijn gebaseerd op basaltkolommen, zoals die achter de Svartifoss te zien zijn. de kerk is modern ingericht. In de kerk vind je een prachtig orgel dat 15 m hoog is.

Op het einde van de middag liepen we nog naar het grootste overdekte winkelcentrum dat IJsland rijk is. Het Kringlan. Dit ligt een eindje buiten de stad.

De volgende ochtend zaten we om vijf uur voor ons hotel in een heerlijk ochtendzonnetje te wachten op de eerste fly-bus van die ochtend, die ons naar het vliegveld zou brengen. We werden opgehaald met een klein busje en reden daarmee naar een soort busstation, waar verschillende kleine busje bijeenkwamen en ons afzetten bij grotere bussen waarin we moesten overstappen. Deze bus reed de laatste veertig km naar Keflavík waar we om zes uur aankwamen. Er stonden toen al lange rijen en even vreesden we het ergste, want ons vliegtuig zou om kwart over zeven vertrekken. De mensen achter de balie waren echter erg kundig en snel en om half zeven hadden we ingecheckt en konden we onze tax-free refund van de souvenirs bij de bank gaan ophalen en de IJslandse kronen die we over hadden omwisselen voor euro's. Een paar uur later kwamen we met enkele minuten vertraging na een rustige vlucht en een bijzondere reis op Schiphol aan.

 

[Start] [Australië] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje Scandinavië (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [Jordanië] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]