_____________________________________

    Napels en Zuid-ItaliŰ  

_____________________________________

Napels / Vesuvius / Pompe´ / Amalfikust / Trani en Castel del Monte / Matera / Alberobello  / Lecce / Kust van Puglia / Bari

 

Van 27 april t/m 5 mei ging ik met SRC naar ItaliŰ. Het voorjaar is een prima jaargetijde om naar het zuiden van ItaliŰ af te reizen. In de zomer is het er veel te warm om er een actieve rondreis te maken. In die periode worden er ook aanzienlijk minder reizen aangeboden door de verschillende reisaanbieders. Ook het najaar is een geschikt seizoen om Zuid-ItaliŰ te bezoeken. We vlogen aan het begin van de middag van Schiphol naar Napels, waar we na ruim twee uren vliegen aankwamen. We werden hier opgewacht door reisleidster Arianne Swier en chauffeur Franco. Zij brachten ons in een kleine bus, geschikt voor 30 personen, in ruim een uur naar Meta op het schiereiland Sorrento. Onderweg passeerden we de Vesuvius die met zijn top in een kleine wolk stond. Voor Pompe´, dat door deze nog steeds werkende vulkaan verwoest werd, was ik naar ItaliŰ gekomen. In Meta overnachtten we 4 nachten in hotel GiosuŔ a Mare. Dit hotel ligt prachtig gelegen aan zee, aan de Golf van Napels. De stranden waren hier pas geopend voor het komende zomerseizoen. Er was een stevige golfslag en de golven sloegen hard tegen de rotsen. Italianen die op hun scooter of met de auto naar de pier waren gekomen lagen te zonnebaden of waren aan het vissen. Het was er nog niet erg druk. Een heerlijke plek om aan het eind van de middag bij te komen van de vlucht.

     

Napels

De volgende ochtend reden we vroeg naar de stad Napels, Napels is een chaotische stad. Het is er erg druk in de smalle straatjes, die slechts op sommige plekken afgesloten zijn van verkeer. De straten zijn niet schoon, er ligt overal vuil op straat en je ziet ook overal graffiti. We reden een klein stukje door de stad met de bus, o.a. langs Castel Nuovo en maakten daarna een wandeling door Spaccanapoli. Spaccanapoli betekent 'doorgesneden Napels'. Deze straat (die steeds een andere naam heeft) snijdt het oude stadscentrum doormidden.

De eerste stop die we maakten was bij Piazza Bellini. Hier zie je archeologische opgravingen van de muren van de oude Griekse stad Neapolis (470 tot 327 v. Chr.). Door de eeuwen heen is er meerdere malen over de oude fundamenten van de stad van de voorgaande beschaving heen gebouwd. De stad Napels bestaat dus uit verschillende lagen. Je kunt een bezoek brengen aan de overblijfselen van oude steden onder de grond, maar dat zat niet in onze tour. Wij liepen verder door de Via dei Tribunali. In deze smalle straat zijn verschillende winkeltjes die hun waar aan de straat uitstallen. Je ziet hier veel bakkerijtjes met zoete lekkernijen en slagers. Er lopen ontzettend veel mensen en daar tussendoor rijdt af en toe een scooter of auto.

Ook staan er kraampjes waar men souvenirs verkoopt. Een souvenir wat je hier veel ziet is Il Corno. Deze hoorntjes van rode peper zouden je beschermen tegen het kwaad van het boze oog, il malocchio, en je geluk brengen. Dit werkt alleen wanneer je Il Corno als geschenk hebt gekregen. Je moet het dus niet voor jezelf kopen. Waarschijnlijk zijn de rode pepers, nadat zij in Europa werden ingevoerd, zo populair geworden doordat zij leken op bloedkoraal. Het bloedkoraal zou door de kracht van Medusa zijn ontstaan uit zeewiertakken en stond symbool voor leven en wedergeboorte en als amulet tegen kwade krachten. Iedereen uit de groep kreeg van Arianne een klein hangertje met rode pepers, zodat we tijdens de reis voorspoed en geluk zouden hebben.

We maakten een kleine stop bij Cappella Pontano (1492), een kleine kapel met een mooie moza´ekvloer. Hierna liepen we langs een straatje waarin een bronzen beeld stond van Pulcinella (kuiken). Een komische figuur uit commedia dell'arte (improvisatietheater). Onze eigen Jan Klaassen is gebaseerd op deze Pulcinella. Pulcinella heeft een wit kostuum, een puntmuts en een zwart halfmasker met een snavel. Pulcinella zou uit een ei gekropen zijn dat door een kalkoen is uitgebroed. De snavelneus van het bronzen beeld is glimmend brons in tegenstelling tot de rest van het beeld. De reden daarvoor is dat met je hand over de neus van Pulcinella wrijven je geluk bezorgt. Natuurlijk heb ik zelf ook even over de neus van deze Pulcinella gewreven.

  Hierna vervolgden we onze weg via het kerststallenstraatje Via San Gregorio Armeno (of Via dei Presepi Napoletani). In dit straatje zijn kleine ateliertjes en winkeltjes die kerststallen, kerstgroepen en heel veel losse kerststal figuren verkopen. Er zijn ook figuurtjes te koop van bekende Italianen en bekende voetbalspelers. Er staan her en der enorme kerststallen met soms wel meer dan 100 verschillende figuren uit het Napolitaanse leven met hun koopwaar en accessoires. Als verzamelaar van bijzondere kerststallen en kerstgroepen keek ik hier mijn ogen uit. De mooiste figuurtjes zijn behoorlijk prijzig, maar een simpel kerststalletje onder een glazen stolp is best betaalbaar. Napolitaanse gezinnen kopen vaak elk jaar een figuurtje voor hun kerststal erbij. De kerststal stamt uit december 1223 toen Sint Franciscus van Assisi de mis hield terwijl hij voor de gebeeldhouwde figuren van de Heilige Familie, een os en een ezel stond. Ook was er sinds 1025 een kerk in Napels, waar mensen een kersttafereel aanbaden. Dat tafereel werd presepio (praesepe=kribbe) genoemd. In de 17e eeuw werden de kerststallen heel populair en elke kunstenaar probeerde de mooiste, grappigste of ontroerendste te maken. pas eind 19e eeuw werd het erkend als kunstvorm op zich.

Net als Pulcinella zomaar ineens in een straatje staat, staat er op een heel klein pleintje (Piazetta Nilo), la statua del dio Nilo. Dit marmeren Romeinse beeld dateert uit de 2e of 3e eeuw na Chr. Het stelt de God van de Nijl voor, die de Hoorn des Overvloed vasthoudt. Het werd in 1476 gevonden zonder hoofd en werd op een sokkel gezet. In 1657 werd er een hoofd op gemaakt. In latere jaren werd het beeld nog een keer geroofd, maar gelukkig ook weer teruggevonden.

Op Piazza San Domenico Maggiore staat een van de drie pestzuilen die Napels heeft, de San Domenico obelisk. De zuil werd na de pestepidemie van 1656, die aan 200.000 inwoners (meer dan 60% van de bevolking) het leven kostte, gebouwd en pas in 1737 voltooid. Ook op het Piazza del Ges¨ Nuovo staat een pestzuil. Naast dit plein ligt het klooster van Santa Chiara. Dit klooster heeft een zeer bijzondere kloostertuin, maar deze hebben wij niet gezien. Wij hebben wel de kerk van het klooster gezien, die gebouwd werd in 1310. Achter het altaar zie je de graftombe van Roberto d'Angi˛ (Robert van Anjou, 1275 ľ 20 januari 1343), koning van Napels.

 

 

Aan het plein, schuin tegenover Santa Chiara, staat Chiesa di Ges¨ Nuovo, de kerk die oorspronkelijk als paleis werd gebouwd in de 15e eeuw. De kerk heeft een bijzondere voorgevel, waar piramidevormige punten uitsteken. Pas aan het eind van 16e eeuw maakten de Jezu´eten er een rijk versierde kerk van.

Na het bezoek aan deze kerk lunchten we met een pizza aan dit plein. De Italianen nuttigen doorgaans een stevige lunch (il pranzo) en dineren (la cena) laat. Rond lunchtijd nemen de Italianen rust. Veel gebouwen en kerken zijn van een uur of twaalf tot halverwege de middag gesloten. Wij bezochten aan het einde van de middag het Museo Archeologico Nazionale. In dit museum, waar je veel opgegraven stukken uit Pompe´ en Herculaneum ziet, kregen we een rondleiding van de daar werkzame Nederlandse Mariet.

  Een van de bijzonderste tentoongestelde stukken was het vloermoza´ek uit het huis van de Faun in Pompe´, het Alexandermoza´ek. Hier hangt het aan de wand, in Pompeii ligt een replica op de oorspronkelijke plek in de vloer. Met ongeveer 1,5 miljoen steentjes werd deze 5,82 bij 3,13 meter grote voorstelling van een gevecht tussen de legers van Alexander de Grote en Darius III gemaakt. Alexander de Grote (links) en Darius III (rechts) zijn ondanks de beschadigingen nog goed te zien. Het moza´ek is heel gedetailleerd. De paardenhoofden worden levensecht afgebeeld. Het moza´ek werd in 1831 ontdekt in Pompe´.

 

 

 

In het museum vind je ook een grote kaart en maquette van de archeologische opgravingen in Pompe´. Hier krijg je een goed beeld van hoe groot en welvarend de stad moet zijn geweest, voordat de stad verwoest werd door de uitbarsting van de vulkaan de Vesuvius in 79 na Christus en bedekt werd onder een 6 meter dikke laag van as en puimsteen. Na het bezoek aan het museum werden we door Franco weer keurig bij het hotel in Meta afgezet, waar we na het bezoek aan het drukke en chaotische Napels even tot rust konden komen bij het geluid van de op de rotsen slaande golven en een mooie zonsondergang boven zee.

Vesuvius

De volgende ochtend reden we al vroeg naar de voet van de slapende vulkaan de Vesuvius (1281 m.). Het was erg bewolkt weer en nadat we eerst kort een beetje uitzicht hadden over de stad Napels reden we al door de mist. We zagen op de hellingen nog wat afgebrande bomen door bosbrand. Zelfs hier in het Nationale Park zag je veel vuil in de bermen liggen. Met onze bus mochten we tot het begin van het voetpad naar de top van de Vesuvius rijden. Grotere bussen parkeren op een lager gelegen parkeerterrein en de passagiers kunnen dan met pendelbussen verder. Het was er nu echter niet druk. Ten eerste omdat wij vroeg waren en ten tweede vanwege het weer. De Vesuvius lag geheel gehuld in de mist en het begon toen wij te voet aan de klim naar boven begonnen ook nog eens hard te regenen. Het pad naar de kraterrand is slechts 860 meter lang, maar heeft op sommige stukken een stijgingspercentage van wel 14%. Het hoogteverschil dat je aflegt is 134 m. Als je boven bent kun je een stukje over de kraterrand lopen. Hier konden wij wat zwavelgeuren ruiken. De enige activiteit die de vulkaan momenteel laat zien is dat er wat rookpluimen uit de bodem komen. Vanaf de kraterrand kun je bij helder weer in de krater kijken en heb je een uitzicht op de stad Napels en op de opgravingen van Pompe´. Wij zagen helaas alleen maar grijze mist en de grond waar we op liepen.  

De Vesuvius is een stratovulkaan. Tijdens de eruptie van 79 na Chr., die o.a. Pompe´ en Herculaneum verwoestte stortte de top van de Monte Somma vulkaan die ongeveer 17000 jaar geleden is ontstaan in. In de caldera van deze vulkaan ontstond de Vesuvius. De eruptie die de grote aswolken en de lavastromen die PompŰ´ en Herculaneum verwoestten kwam uit deze net nieuw gevormde Vesuvius. De laatste eruptie van de Vesuvius was in 1944. De Vesuvius staat bekend om zijn zeer explosieve uitbarstingen. Men verwacht dat ook bij een volgende uitbarsting, omdat de krater volledig dicht is, op wat stoomgaten na, bouwen zich grote krachten op in de vulkaan, krachten die nu niet kunnen ontsnappen. De vulkaan heeft eerder lange tijd geslapen van het eind van de 13e eeuw tot 1631. De omgeving van de Vesuvius is het dichtsbevolkte vulkanische gebied ter wereld. Het noodplan gaat er vanuit dat 14 tot 20 dagen voordat de vulkaan zal uitbarsten bekend is dat dat zal gebeuren en voorziet een evacuatie van 600.000 mensen. Deze evacuatie zal tot 7 dagen tijd in beslag nemen. Toch blijven mensen door de eeuwen heen ervoor kiezen om in de vruchtbare omgeving van deze levensgevaarlijke vulkaan te gaan wonen.

   

   

Na de beklimming van de Vesuvius daalden we weer af met de bus en was het tijd voor de lunch. Na de lunch reden we naar Pompe´. Terwijl de Vesuvius nog gehuld was in de wolken scheen hier beneden een waterig zonnetje. Het regende nog een klein beetje toen onze rondleding door gids Mariet door Pompe´ startte, maar gelukkig werd het al snel droog.

Pompe´

Pompe´ ligt 10 km ten zuidoosten van de Vesuvius. Ten tijde van de uitbarsting in 79 na Chr. lag de stad op 500 m. van de zee en had de stad een haven. Sinds de uitbarsting ligt de stad op 2 km van zee. Aan het einde van de zestiende eeuw werd het herontdekt toen men het Sarnokanaal ging aanleggen en sinds het begin van de 18e eeuw vinden er archeologische opgravingen plaats. Serieuze opgravingen worden er gedaan sinds archeoloog Giuseppe Fiorelli er begon in 1860. Giuseppe Fiorelli bedacht een manier om gipsen afgietsels te maken van de slachtoffers die werden gevonden. Pompe´ is een van de best bewaarde Romeinse steden. De stad werd gesticht in 700 v. Chr. en was op het moment dat het bedolven werd een welvarende Romeinse stad met ongeveer 20.000 inwoners.

 

Het eerste gebouw dat we bezochten was de Quadriporticus, een soort foyer voor de bezoekers van het daarachter gelegen theater. De bezoekers konden zich hier in de zuilengalerijen met 74 zuilen ophouden om te schuilen voor regen en zon en konden er bij de stalletjes die er gevestigd waren versnaperingen kopen. Na de vulkaanuitbarsting in 62 na Chr. werd het gebouw verbouwd en werden het de barakken van de gladiatoren. In de muren zie je nog de gaten waar de houten balken van het plafond van de eerste verdieping in moeten hebben gezeten. In Pompe´ dat door as bedolven werd zijn geen houten resten bewaard gebleven in tegenstelling tot in Herculaneum, dat bedolven werd door hete lavastromen. In Herculaneum kun je nog huizen uit 79 na Chr. met een houten verdieping aanschouwen.

We liepen door smalle geplaveide straten met hoge stoepen en stapstenen. Deze stapstenen dienden om met droge voeten van de ene stoep naar de andere stoep te kunnen lopen, want als het regende stonden de straten van Pompe´ al snel blank. De wielsporen van de houten karren die destijds door de straten reden zie je nog in de straten. Ook zie je dat de karren precies over de stapstenen heen konden rijden. De maten werden op elkaar aangepast. We liepen langs het Odeion, een halfrond theater voor muziek- en zangvoorstellingen dat destijds rijkelijk versierd moet zijn geweest met allerlei kleuren en compleet overdekt was. Dit kwam de akoestiek in het theater ten goede. Er waren in het Odeion zo'n 1000 zitplaatsen.

Ook zagen we het grote theater dat verdeeld is in vijf secties. Er was plaats voor ongeveer 5000 bezoekers. Dit theater had een groot toneel met een achterwand van 3 verdiepingen met voor het toneel een ronde orchestra. We liepen verder langs de tempel van Isis en het Driehoekige Forum, waar nog mooie hoge zuilen staan, in deze Palaestra werd getraind door mannen en jongens. In een van de straten zagen we in de straat een niet mis te vatten wegwijzer naar het bordeel. Zelfs in die tijd waren er dus al wegwijzers. Ook gaven mensen wijken aan door te vermelden bij welke fontein men in de buurt woonde. Wij zagen de fontein van de stier. Hier kon je heel goed zien hoeveel de mensen over de rand van de fontein gehangen hadden, omdat de rand helemaal uitgesleten was. De linkerkant was meer uitgesleten dan de rechterkant, waarschijnlijk omdat ook in die tijd al meer mensen rechtshandig waren dan linkshandig.  

 

   

 

   

We kwamen na wat straten te hebben gevolgd uit op het grote Forum (32 x 142 m.), het centrale marktplein. Zoals ook toen het geval geweest moet zijn wemelde het hier van de mensen. Aan de noordkant van dit Forum staat de tempel van Jupiter met daarnaast de triomfbogen. Aan de westkant vind je het heiligdom van Apollo. Aan de oostkant vind je het Macellum waar kleine winkeltjes (tabernae) waren gevestigd.

   

   
 

   

 

 

   

 

 

   

We liepen naar de bakkerij van Popidius Priscus. Hier vind je 5 grote maalstenen en een grote oven. Hierna liepen we naar het Huis van de Faun. Dit grote huis beslaat een heel blok van 3000 m2. Als je binnenkomt door de bijzonder mooie ingang zie je meteen de gekleurde moza´ek vloer waar de ongeveer 1 m. hoge bronzen Faun op staat. Het is een replica, de echte Faun staat in het museum in Napels. Daarachter vind je een tweede moza´ek vloer en ook aan de zijkanten van het huis vind je mooi gekleurde moza´ek vloeren. Het huis heeft twee atria en tussen het kleine en het grote peristylium (rechthoekige binnenplaats met zuilengalerijen rondom) ligt in het Exedra de replica van de eerder genoemde Alexandermoza´ek. Hier in de vloer is het nog veel indrukwekkender dan in het museum. Wanneer je over de vloer door het grote peristylium kijkt zie je daarachter de Vesuvius liggen. Het Huis van de Faun is een van de grootste huizen in Pompe´.

 

 

 

Via het Huis van de Tragische Dichter. Bij de ingang van dit huis ligt een moza´ek van een hond met de tekst CAVE CANUM. Pas op voor de hond! Dit origineel wordt beschermd door glas. Via de pakhuizen aan het Forum, waar nu allerlei archeologische vondsten uit het dagelijks leven van Pompe´ bewaard en tentoongesteld worden, zoals potten, vazen, schalen, kruiken, karren etc. Ook staan/liggen hier een aantal gipsen afgietsels van de slachtoffers van de vulkaanuitbarsting. Binnen deze afgietsels zitten de botten van deze slachtoffers. Er is ook een afgietsel van een hond te zien.

Daarna was ons bezoek aan Pompe´ ten einde. Voor mij duurde het bezoek veel te kort. We hadden slechts een klein deel van de hele stad gezien, wat vrij normaal is tijdens een tour. Ik had hier echter nog wel uren in mijn eentje kunnen rondwandelen om de sfeer van de stad op te snuiven. Misschien kom ik nog weleens terug.

Amalfikust

De volgende dag was gereserveerd voor een tocht langs de Amalfi kust. La Costiera Amalfitana. De Amalfikust loopt van Positano tot Vietri sul Mare, maar tot zover reden wij niet. Wij reden tot Amalfi en daarna reden we over de SS366 terug in de richting van Napels. Vanuit Meta staken we het schiereiland Sorrento over en kwamen in de buurt van Positano aan de kust. Het was schitterend weer, de lucht was blauw en daardoor leek ook het water prachtig blauw. Deze kust die bestaat uit steile rotswanden waartegen pittoreske dorpjes zijn gebouwd  en waarlangs een smalle kronkelweg loopt staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Met onze niet al te grote bus mochten we deze route rijden. Langere bussen mogen hier niet rijden. Dat kan ook niet met de smalle wegen en scherpe bochten, dan zou het helemaal vast komen te staan.

 

 

 
 

In de zomer komen de Italianen hier naar hun vakantiewoningen en wemelt het er van de toeristen. Van de huizen en hotels die lang niet allemaal aan het water liggen, maar vaak hoger tegen de rotsen, lopen smalle trappen naar beneden, naar de kleine stranden. Bezoekers die naar de stranden willen parkeren dan hun auto langs deze weg, dan wordt het dus nog lastiger om elkaar te passeren. Bij sommige huizen heeft de eigenaar een lift langs de rotsen naar beneden laten bouwen. Vanuit Amalfi maakten we een klein boottochtje langs de kust, zodat we goed konden zien hoe de huizen tegen de rotswand aan waren gebouwd.

   

   

Daarna bezochten we de kathedraal van Amalfi. De Amalfikust dankt niet alleen haar naam aan dit stadje Amalfi, maar het was ook de eerste stad die hier aan de kust gevestigd werd. Het was een van de meest gevreesde zeerepublieken van ItaliŰ toen de Amalfitaanse vloten het in de 10e eeuw op de Middellandse Zee opnamen tegen die van bijvoorbeeld Pisa, VenetiŰ en Genua. waarschijnlijk werd Flavio Gioia, die het kompas uitvond, hier geboren. De Amalfitanen waren in elk geval de eerste gebruikers van het kompas. Amalfi moest het hebben van de visserij en de zeehandel. Er werd veel gehandeld met grote steden als Constantinopel, AlexandriŰ en Jeruzalem. Vandaar dat je in het uiterlijk van de Cattedrale di Sant'Andrea of Duomo di Amalfi en het naastgelegen Paradijsklooster de Oosterse invloeden herkent.

 

 

 

Om de kloostertuin staan 120 smalle zuilen met daartussen met elkaar verweven oriŰntaalse bogen. Vanuit deze tuin kun je de mooie klokkentoren met moorse koepel goed bekijken. Je kunt in de zuilengangen ook een aantal goed bewaarde fresco's uit de 13e eeuw vinden. In de basiliek van het kruis zijn de versieringen sober, heel anders dan in de crypte en de naastgelegen kathedraal die rijkelijk versierd zijn. De kathedraal is gewijd aan de apostel Andreas, die hier, weliswaar zonder hoofd, want dat ligt in de St. Pieter, in de crypte begraven is.

Na dit bezoek lunchten we in het Amalfi Terminal restaurant, wat in de rotsen uitgehakt is. En daarna reden we via de SS366 terug richting Napels. Deze weg kronkelt eerst een heel stuk omhoog vanaf de kustweg SS163, de Amalfikustweg. Vanaf het uitzichtpunt, waar ook een monument ter ere van de legendarische Italiaanse wielrenner Fausto Coppi staat, heb je een mooi uitzicht over lager gelegen dorpjes en de Tyrreense Zee. Waarom het monument hier staat is niet duidelijk, er staat alleen dat hij een groot renner was, een groot kampioen.

Trani en Castel del Monte

De dag na de Amalfikust was een lange reisdag. We doorkruisten ItaliŰ van Campania naar Puglia, van de Tyrreense kust naar de Adriatische kust. Na een hele ochtend rijden, eerst door een bergachtig en later een veel vlakker gebied, kwamen we aan in Trani. Hier heerste veel meer rust dan in de drukke stad Napels. De gebouwen zijn er veel lichter van kleur. Ondanks dat het 1 mei was, een nationale feestdag in ItaliŰ en er veel Italianen op de been waren, heerste er een ontspannen sfeer. Trani staat bekend om de kathedraal, een 12e eeuwse Romaanse kerk, die prachtig gesitueerd aan het water staat. Na het bezoek aan de kathedraal kregen we tijd om te lunchen op de promenade aan de haven. Het was er druk en bij elk restaurant werd een speciaal menu aangeboden vanwege de dag van de arbeid. Er heerste een gezellige sfeer.

   

 

 

Na de lunch vervolgden we onze weg via Castel del Monte naar Alberobello, waar we twee nachten zouden verblijven. Castel del Monte is, zoals de naam al zegt, een kasteel op een berg. Het heeft een bijzondere achthoekige vorm en heeft, zowel op de begane grond als op de bovenverdieping, acht vertrekken. Tegen de acht buitenhoeken van het kasteel zijn achthoekige torens geplaatst. Waarom het kasteel hier op deze heuvel gebouwd is weet men niet precies. Men vermoedt dat het in 1240 in opdracht van keizer Frederik II is gebouwd als jachtslot voor de valkenjacht.

 

 

 

Aan het einde van de middag kwamen we in Alberobello aan. Hier hadden we een hotel vlakbij het centrum en na het diner, toen het donker was, liepen we nog even naar het centrum om de bekende trulli te zien. Deze worden 's avonds mooi verlicht. Het is net alsof je door een sprookjesdorp wandelt. Zelfs op avond was het hier erg druk met toeristen, al is het er overdag nog drukker. Verderop in dit verslag staat meer informatie over de trulli.

   

   

Matera

De volgende ochtend reden we naar Matera. Matera is een stad die bekend staat om haar grotwoningen, de Sassi. Matera is gebouwd op een kalkplateau, de murge en bestaat uit twee delen, Sasso Barisano en Sasso Caveoso. Het ligt half in een ravijn, waardoor een klein riviertje loopt, de Gravina. De grotten en holen die door de erosie in het ravijn ontstonden, werden al in de prehistorie door mensen gebruikt als schuilplaats. Later hakte men grotwoningen uit het zachte kalksteen. In de Middeleeuwen waren er zoveel grotwoningen dat het een stadje begon te worden.

 

 

De woningen liepen steeds dieper de grot in, er werden steeds meer vertrekken uitgehakt en er ontstonden ook kerken in de rotswanden. Er liggen op sommige plekken wel meer dan 10 woningen boven elkaar in de rotswand. Met het gesteente uit de grot bouwde men soms een huisje voor de grot, een lamione. Van de 7e tot de 13e eeuw na Christus werd Matera een toevluchtsoord voor Grieks-Byzantijnse monniken die op de vlucht waren voor de Saracenen en de oprukkende Islam. Zij stichtten er 130 rotskerken, waar je nog goed bewaarde fresco's kunt zien. Waar het noorden van ItaliŰ daarna een bloeiperiode beleefde, bleef deze bloei in het zuiden van ItaliŰ uit. Toen de schrijver Carlo Levi  in 1945 in zijn boek Cristo si Ŕ fermato a Eboli (Christus kwam niet verder dan Eboli) de erbarmelijke toestanden van het leven in de Sassi omschreef en zo de omstandigheden in het armoedige zuiden onder de aandacht bracht van de heersende klasse in het noorden, kwam er aandacht voor de stad Matera. Op dat moment waren de inwoners vooral boeren (met of zonder land). Ongeveer de helft van de 30.000 inwoners die de stad in 1950 kende, woonde in de Sassi. Er was in de Sassi weinig frisse lucht, er was geen riolering en slechts 105 van alle woningen hadden in die tijd stromend water. In de jaren '50 werd er overgegaan tot evacuatie van alle bewoners van de Sassi, omdat de regering het niet verantwoord vond om mensen in zulke erbarmelijke, middeleeuwse omstandigheden te laten leven. Begin jaren '60 waren de Sassi's verlaten. Een deel van de stad werd gerestaureerd en vanaf 1986 mogen er weer mensen in de Sassi wonen, mits zij deze met financiŰle steun van de overheid laten restaureren. De vroegere bewoners zijn nauwelijks teruggekeerd. In de stad wonen nu veel jongeren. De stad trekt veel toeristen aan en in de Sassi zijn nu b&b's, galerieŰn, souvenirwinkels en eettentjes gevestigd. Sinds 1993 staan de Sassi op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

 

 

 

 

Wij kregen eerst een rondleiding door een Engelssprekende lokale gids, vanaf de Piazza Vittorio Veneto. Via een doorkijkje hadden we hier al een mooi zicht op de Sassi op de rotswanden in de kloof. Hij leidde ons door de smalle straatjes vele trappen op en af langs de Sassi. Eerst kwamen we langs de kathedraal van Matera, die in de 13e eeuw precies op het hoogste punt tussen de twee Sassi wijken in is gebouwd. Deze kathedraal bekeken we ook van binnen. Daarna gingen we een grotwoning van binnen bekijken, die hersteld was in de oude stijl. Zo kon je zien hoe de mensen hier halverwege de vorige eeuw geleefd moeten hebben. Ook bezochten we een kerk in de rotsen, de Santa Lucia kerk uit de 8e eeuw. Hier mocht je geen foto's nemen, maar hier waren nog wel een aantal hele mooie fresco's. Daarna liepen we naar een plateau in Sasso Caveoso, de begraafplaats Barberico. Hier zie je graven, waarbij de tombes uit de stenen vloer zijn gehakt en de graven later weer zijn belegd met kleine kiezels. De graven lijken klein voor volwassen mensen, maar in die tijd waren de mensen veel kleiner.  

Hierna liepen we langs de kerk van Franciscus van Assisi nog langs een mooi uitkijkpunt en daarna kregen we nog wat tijd om te lunchen of om zelf nog wat door de stad te dwalen. Tijdens het wandelen door deze zeer bijzondere, maar ook erg toeristische stad, hebben we geprobeerd de wat minder drukke straatjes door te wandelen, waardoor je de sfeer van de stad beter kunt voelen. Op onze wandeling kwamen we langs verlaten woningen die compleet vervallen waren. Achter de hekken die voor de ingangen zaten lag heel veel straatvuil. Ook liepen we door een straatje waar het afwaswater gewoon over de straat wegliep. Zelfs in de kleinste straatjes stonden her en der nog auto's. Het is moeilijk om je hier te oriŰnteren, want je kunt doordat je steeds vele trappen moet nemen niet in een rechte lijn van A naar B lopen. Alle straatjes en trappen lijken op elkaar en je kunt hier dus gemakkelijk verdwalen. Op de afgesproken tijd verzamelden we ons weer op het Vittoria Veneto plein, waarna we weer terug reden naar Alberobello.

 

 

 

Langs de wegen in Puglia zie je allemaal zieke olijfbomen. Het gebied wat het van de olijfbomenteelt moet hebben wordt momenteel getroffen door een ziekte die vooral de olijfbomen aantast. Heel veel olijfboomgaarden zien er erg slecht uit en de ziekte verspreid zich snel. Men heeft de bestrijding van de ziekte nog niet bepaald. Men weet niet wat het beste middel van bestrijding is. Het geeft een trieste aanblik en is economisch een enorme strop voor toch al zo arme deel van ItaliŰ.

Alberobello

In Alberobello kregen we van Arianne nog een kleine rondleiding langs een aantal van de trulli die er staan. Trulli staan niet alleen in Alberobello, maar in dit hele gebied van de Valle d'Itria. Het zijn ronde huisjes die volgens prehistorische bouwtechnieken van kalkstenen keien gebouwd worden, zonder dat daarbij cement gebruikt wordt. De keien worden gewoon in het  omliggende landschap gevonden. Deze huisjes hebben een kegelvormig dak waar vaak een mythologisch of religieus symbool op gekalkt staat, een teken dat ertoe dient het kwaad buiten de deur te houden. Veel buitenmuren van de trulli zijn ook witgekalkt, waardoor de huisjes er schilderachtig mooi uitzien. En de trulli hebben een mooi gevormde schoorsteen.

  De trulli werden oorspronkelijk gebruikt als opslagplaatsen, maar omdat men over deze opslagplaatsen geen belastingen hoefde te betalen gingen mensen steeds vaker in een trullo wonen. Het waren boeren die in de trulli bescherming zochten tijdens het bewerken van het land. Het feit dat trulli, die zonder cement gebouwd werden, snel afgebroken konden worden was waarschijnlijk de reden dat ze niet als permanente woningen werden beschouwd en er geen belasting over hoefde te worden betaald. De eerste trulli zijn rond halverwege de 15e eeuw ontstaan, pas vanaf 1620 bestond er een eerste nederzetting. Later werden de trulli steeds groter. Er werden gewoon extra ronde kamers met kegelvormig dak aan de originele trulli vastgebouwd. Zowel de muren als het dak zijn dubbelwandig, waardoor het binnen droog en koel blijft. Alberobello is het stadje waar de meeste trulli staan. Meer dan 1500. Het is er dan ook erg toeristisch. Hier kun je ook in een trullo overnachten als je dat wilt. De souvenirshops en restaurantjes zijn hier ook gevestigd in de trulli. Ook de trulli van Alberobello staan sinds 1996 op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

We liepen eerst naar het uitkijkplatform bij de Santa Lucia kerk. Vanaf het platform heb je een heel mooi uitzicht over de vele trulli en de mooie daken aan de andere kant van de Via Independenza. Daarna gingen wij trulli bekijken in het minder toeristische deel van Alberobello, het gebied achter de kerk. Hier staan ook trulli, maar in deze trulli wordt meer gewoond, in eentje zit zelfs een fysiotherapie praktijk. Deze trulli maken dus minder deel uit van het toeristische gebied, daar zijn in de trulli vooral horeca en souvenir zaken gevestigd. Het was hier ook veel rustiger. Hier konden we ook een trullo van binnen bekijken. Twee dochters en hun moeder waren aanwezig voor de toeristen. De moeder woonde nog in de trullo. Natuurlijk gingen we toen de rondleiding van Arianne afgelopen was toch ook nog even in het toeristische deel kijken, waar we de avond ervoor ook al waren geweest. Je hebt het gevoel alsof je door een attractiepark loopt, terwijl dit toch echt niet het geval is. Het is hier dan wel erg toeristisch, maar de trulli zijn oorspronkelijk niet gebouwd als attractie. Hier staat een echt stukje Italiaans leven, een stukje geschiedenis.

 

 

 

 

Lecce

De volgende dag was het maar kort rijden naar Lecce. We hoefden dus niet heel erg vroeg te vertrekken. Bij aankomst in Lecce werden we afgezet bij het centrum. Door de Porta Napoli, een van de drie overgebleven poorten van de oude stad, liepen we het oude centrum in. De stad heeft een duidelijke barokke stijl uit de 16e en 17e eeuw. En wordt ook wel het Florence van het zuiden genoemd. De stad was toen, in die tijd, een centrum van cultuur, letteren en beeldende kunsten. Nu staat de hoofdstad van ApulliŰ vooral bekend om de figuren die van papier-machÚ worden gemaakt. De zogeheten cartapesta.  

Arianne leidde ons door de smalle straatjes naar de Piazza del Duomo. Op dit plein vind je de Cattedrale Metropolitana di Santa Maria Assunta, met een mooie hoge klokkentoren ernaast. Ook vind je er het Episcopio (Bisschoppelijk Paleis) en het Palazzo Seminario. De kathedraal werd in 1659 gebouwd door Guiseppe Zimbalo op de plek waar een 12e eeuwse kerk stond. We konden door de hoofdingang aan de westzijde van de kathedraal naar binnen, omdat deze geopend was voor een bruidspaar dat ging trouwen. Terwijl er heel veel toeristen in de kathedraal aanwezig waren, kwam het bruidspaar binnen. Er was wel een deel van de kerk afgezet voor deze bruiloft, maar de kerk bleef tijdens de hele ceremonie open voor bezoekers. Op het plein, waar het erg druk was, zagen we na ons bezoek aan de kathedraal nog hoe de cartapesta van papier-machÚ werden gemaakt. Een zeer bijzondere techniek. De vorm wordt gemaakt van ijzerdraad. Daaromheen wordt hooi gebonden, zodat de figuur een vorm krijgt. Met klei worden er details aan gemaakt en daarna worden de kleren gemaakt van verschillende lagen gebrand papier-machÚ. Het geheel wordt heel erg stevig en hard.

 

 

 

Hierna brachten we een bezoek aan de Chiesa di Sant'Irene. Deze werd gebouwd tussen 1591 en 1639. Deze kerk is in de barokke stijl gebouwd. Ook de Sante Croce Basiliek, uit de 17e eeuw, waar we daarna heen gingen, is in de barokke stijl gebouwd. De gevel van de Santa Croce Basiliek wordt momenteel gerestaureerd. Met een heel groot canvas doek, waar een grote afbeelding van de gevel op staat, wordt aangegeven hoe de gevel daarachter er uitziet. De laatste stop was het Piazza Sant'Oronzo. Op dit plein staat de Colonna di Sant'Oronzo. Deze zuil is een van de zuilen die het einde van de Via Appia in Brindisi aangaven. Toen de zuil begon af te brokkelen, werd een deel ervan in 1582 aan Lecce geschonken. De oude zuil werd in 1666 herbouwd en de beschermheilige van de stad Lecce, Sant'Oronzo, werd er bovenop gezet. Ook deze zuil was bijna niet te zien, omdat deze gerestaureerd wordt. Wat we wel goed konden zien waren de opgravingen van het Romeinse amfitheater uit de 2e eeuw op het plein. Hier werden in die tijd gladiatorengevechten en theatervoorstellingen gehouden. Het was waarschijnlijk groot genoeg voor zo'n 25000 toeschouwers. Het grootste deel van dit oude amfitheater ligt nog verborgen onder het plein. Het werd ontdekt tijdens bouwwerkzaamheden in de 20e eeuw.

   

 

Hierna kregen we nog even de tijd voor onszelf om te lunchen of wat te shoppen. Op het Piazza del Duomo was het nu, rond mezzogiorno, een stuk rustiger. Na twee uurtjes nog zelf te hebben rondgekeken in Lecce, bracht de bus ons naar het hotel. Een hotel dat op loopafstand van het centrum lag, waardoor we 's avonds nog gezellig in de stad konden gaan dineren.

Kust van Puglia

     

Het was een regenachtige dag toen we een rondje langs de kust van Puglia reden. We reden door het zuidelijke deel van het schiereiland Salento, de hak van de laars van ItaliŰ, langs de kust. Het eerste stadje wat we aandeden was Otranto. Otranto ligt mooi aan zee, maar door het bewolkte weer kleurde het water niet zo mooi blauw als het kan zijn rond Otranto. We liepen langs de Largo Porta Alfonsina, de belangrijkste oude stadspoort, naar de kathedraal, de Santa Maria Annunziata kathedraal. De kathedraal werd vanaf 1068 gebouwd op de resten van een Romeins huis en een Christelijk heiligdom. De kathedraal werd pas 20 jaar later voltooid en ingewijd. Tussen 1163 en 1165 werd er in de kathedraal in opdracht van de aartsbisschop een vloermoza´ek gelegd onder leiding van de monnik Pantaleone.

   

   

Het vloermoza´ek beslaat de hele vloer van de kerk en is 54m x 28m groot. Er liggen ongeveer 600.000 tegels in het moza´ek. Het moza´ek laat o.a. beelden zien van legenden, beelden uit de Bijbel en beelden uit het dagelijks leven van heiligen. Je ziet bijvoorbeeld Adam en Eva uit het paradijs vluchten. Je ziet de Ark van Noach, een levensboom en je ziet de twaalf maanden (in twaalf cirkels) uitgebeeld. De crypte van de kerk is ook hier weer bijzonder mooi, met 42 zuilen. Zeer indrukwekkend in deze kathedraal is ook de kapel, de Capella dei Martiri, waar in zeven glazen kasten de schedels en botten bewaard worden van 800 martelaren. In 1480 werd Otranto na een belegering van 15 dagen ingenomen door de Turkse bezetter, die met een vloot naar Otranto was gekomen. Alle mannen in de stad Otranto werden door de bezetter gedood en de vrouwen en kinderen werden als slaaf verscheept. In de kerk hielden zich 800 mensen schuil. Zij werden bevolen zich te bekeren tot de Islam. Na een nacht bedenktijd weigerden alle 800 Christenen zich te bekeren. Alle gevangenen werden geketend en twee dagen later werden deze martelaren op een heuvel buiten de stad onthoofd. Het hakblok waarop de martelaren onthoofd werden (een grote steen) is ook in de kapel te vinden. Je kunt het aanraken, voor veel Italianen is dit een bijzondere eer. In de regen was het geen geschikt weer om op een van de vele terrassen te genieten van Otranto. Wat souvenirwinkeltjes bekijken en een kijkje nemen bij het kasteel, il Castello Aragonese, restte voor de vrije tijd die we in Otranto nog kregen, alvorens we langs de kust verder reden naar Santa Maria de Leuca.

 

 

 

Helaas deden we op deze ronde geen mooie natuurverschijnselen aan, zoals de Grotta della Poesia bij Roca Vecchia, de witte kliffen bij Torre Sant' Andrea of de Cava di Bauxite. Dat zou een mooie afwisseling geweest zijn met de vele kerken, stadjes en souvenirwinkeltjes op deze reis. En zeker op een regenachtige dag als deze was dat naar mijn idee veel interessanter geweest dan wat rondhangen in op elkaar lijkende stadjes. Ook waren we redelijk op tijd weer terug in het hotel en was er naar mijn idee in het programma wel tijd geweest voor een uitstapje naar minstens een van deze plekken.

Wij reden echter na Otranto door naar Santa Maria di Leuca. In dit zuidelijkste stadje van Salento genoten we van een heerlijke lunch en keken we uit over de zee op de plek waar de Ionische Zee en de Adriatische Zee bij elkaar komen.

Hierna reden we door naar het laatste stadje op onze route. De uitzichten vanuit de bus waren triest door het slechte weer. Bij mooi zonnig weer is deze route waarschijnlijk zeer de moeite waard. Nu viel deze route echter in het niet bij de Capri Kust, wat heel jammer was. We stopten nog in Gallipoli. Ook dit stadje is waarschijnlijk bij mooi weer, wanneer er veel toeristen zijn, de terrassen open zijn en vol zitten en de zee helder blauw kleurt vele malen aantrekkelijker dan op het moment dat wij er waren. Het kasteel van Gallipoli, dat uit de 14e eeuw dateert, ligt mooi aan zee. Pas in de 16e eeuw werd pas de vijfde toren eraan gebouwd. We hadden eventueel tijd om dit kasteel te bezoeken, maar besloten lekker te gaan genieten in een koffiebarretje.

 

Bari

  Op weg naar het vliegveld van Bari bezochten we op onze laatste dag in ItaliŰ nog het oude centrum (Bari Vecchia) van de kuststad Bari. In Bari staat de Basilica di San Nicola. Op het plein voor de basiliek staat een standbeeld van deze Sint Nicolaas, die wij kennen als Sinterklaas. Sint Nicolaas was bisschop van de Turkse stad Myra in de 3e en 4e eeuw na Christus en stierf daar op 6 december 342. Toen de stad in de 11e eeuw een Islamitisch bolwerk werd, werden in 1087 de stoffelijke resten van Sint Nicolaas door zeelui meegenomen naar Bari. Kort daarna liet de Benedictijner abt Elia de basiliek bouwen om er de relieken van Sint Nicolaas in de crypte te begraven. Paus Urbanus II wijdde de crypte in 1089 in, de basiliek werd pas in 1197 ingewijd. Sint Nicolaas is de beschermheilige van de stad Bari. De basiliek van Bari werd een bedevaartsoord voor pelgrims die op weg waren van Rome naar het Heilige Land. Het was zondag en we zagen nog een stukje van de mis.

 

 

 

 

Daarna liepen we door naar de Bari Kathedraal, de Cattedrale di San Sabino. Dit is de belangrijkste kerk voor de mensen van de stad. Bijzonder is het mooie roosvenster in de gevel. We liepen daarna langs Il Castello Normanno-Svevo naar het straatje Arco Basso. Hier zitten vrouwen aan grote tafels voor hun huizen de hele dag met hun blote handen orecchiette pasta te maken van deeg. De pasta wordt daar aan toeristen verkocht. De gemiddelde leeftijd van deze vrouwen is hoog. Ook vind je in dit straatje groentestalletjes waar o.a. tomaten worden verkocht, tomaten zijn natuurlijk een belangrijk ingrediŰnt voor de pastasauzen.

Op Piazza Ferrarese zie je nog de opgravingen van de oude Via Appia Traiana. De Via Appia Traiana werd aangelegd tussen 108 en 110 na Christus en werd tot in de Middeleeuwen gebruikt. Op het plein stonden grote witte moderne bogen met heel veel lampjes die een schril contrast vormden met deze opgravingen. Het plein was op deze manier versierd vanwege de jaarlijkse feesten om de heilige San Nicola te eren die de week na ons vertrek zouden worden gehouden. In onze contreien eren we Sint Nicolaas op 5 of 6 december, hier doen ze dat op 7, 8 en 9 mei. Na ons bezoek aan Bari zat onze reis, door dit mooie deel van ItaliŰ erop.

 

 

 

 

In de bus naar het vliegveld gaf reisleidster Arianne ons nog een wijsheid van Horatius mee. Memento Mori, herinner je je sterfelijkheid. En Carpe Diem, pluk de dag!

Tu ne quaesieris, scire nefas, quem mihi, quem tibi
finem di dederint, Leuconoe, nec Babylonios
temptaris numeros. ut melius, quidquid erit, pati.
seu pluris hiemes seu tribuit Iuppiter ultimam,
quae nunc oppositis debilitat pumicibus mare
Tyrrhenum. Sapias, vina liques et spatio brevi
spem longam reseces. dum loquimur, fugerit invida
aetas: carpe diem, quam minimum credula postero.

Vertaling van Arianne: Zoek niet uit ('t is hoogst ongepast) welk einde de goden voor jou, dwaze meid, welk voor mij, hebben voorbestemd. En zoek geen antwoord in oosterse horoscopen. Veel beter is het al wat komt te aanvaarden! Of Jupiter ons nog meer winters gunt of als de laatste winter die nu de Tyrrheense Zee te pletter laat slaan op de klippen: Wees wijs, drink een wijntje en weet dat je tijd hier beperkt is; zet in je plannen voor later het mes. Wij praten en weg vlucht afgunstig de tijd: Pluk de dag, vertrouw zo min mogelijk op die van morgen!

 

[Start] [AustraliŰ] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje ScandinaviŰ (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [JordaniŰ] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Napels en Zuid-ItaliŰ] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]