______________________________________

      Maleis Borneo   

______________________________________

Kuching deel I / Bako NP / Kuching deel II / Iban (longhouse) / Sibu / Simalajau NP / Niah Caves / Gunung Mulu NPKinabalu NP en Mount kinabalu / Sukau / Sepilok / Kota Kinabalu

Kuching deel I

Na een lange reis met Malaysia Airlines (prima service) met een tussenstop in Kuala Lumpur kwamen we in het hete Kuching aan. Kuala Lumpur Airport is een van de mooiste vliegvelden waar ik ooit ben geweest. Strak, schoon, maar ook gezellig. In Kuching (de hoofdstad van Sarawak), wat letterlijk vertaald Kat betekent, merk je direkt dat je het rustig aan moet doen. Het is er erg vochtig warm. Na tien minuten lopen ben je doorweekt van het zweet. Met een kaartje in de hand gingen wij op zoek naar het Sarawak Museum. De afstanden op de kaart lijken echter veel langer dan zij in werkelijkheid zijn, waardoor wij vreselijk verdwaalden. Uiteindelijk kwamen wij uit bij de Sarawak rivier, waardoor wij weer een mooi oriŽntatiepunt hadden. Deze bruine rivier vormt het centrum van de stad. Langs deze rivier liggen de meeste bezienswaardigheden en valt het meeste te beleven. Dit gebied wordt Waterfront genoemd. Ondanks dat je er weinig toeristen ziet kun je hier als toerist prima rondlopen zonder lastig gevallen te worden en zonder dat er erg op je gelet wordt. Heerlijk.

Als je de reisgidsen leest dan moet het Sarawak Museum wel heel erg bijzonder zijn. In sommige reisgidsen zijn er pagina's vol geschreven over dit museum. Helaas was alleen het oude gebouw van het museum open toen wij er waren. Hier vonden we (opgezet) bijna alle dieren die in Sarawak voorkomen. Op de bovenverdieping zagen we veel kunst en gebruiksvoorwerpen van de stammen van Sarawak en kon je iets leren over hun geschiedenis.

Na een half uurtje hadden wij het museum, waarvan de toegang gratis was, wel helemaal gezien. Zoals ik al zei was het nieuwe gedeelte gesloten, dus daarover kan ik niks vertellen. We zijn nog wel even naar het aangrenzende, en ook gratis, Islam Museum geweest. Leuk, maar ook niet al te groot en uitgebreid.

De avond brachten we door in het Seafood BBQ Centre (in de buurt van de Holiday Inn). Hier kon je allerlei seafood, verschillende soorten wokgroenten en andere bekende en onbekende lekkernijen op een bord scheppen, waarna het voor je gewokt werd. Ik heb me o.a. gewaagd aan het eitje van de red coasted dove, zeekomkommer, inktvis, een weekdiertje uit een scheermesje (ging levend de pan in), de bloesem van de durianplant, eetbare varens en verschillende soorten paddestoelen. Dit alles moest gegeten worden met stokjes natuurlijk.                      

Bako NP

We moesten de volgende dag al vroeg opstaan om te vertrekken naar het startpunt van onze boottocht naar Bako NP. We moesten namelijk rekening houden met het getij. Toen we de stad uit reden werd de vegetatie al snel anders en waren de huisjes die we zagen meer van hout. Een half uurtje buiten Kuching gingen we aan boord en na zo'n 20 minuten varen werden we afgezet bij Bako NP.

  We kwamen aan bij een mangrovebos. Met onze spullen liepen we naar de huisjes waarin we zouden verblijven in dit nationale park, dat aan de Zuid-Chinese Zee lag. We deden nog voor de lunch twee korte wandelingen door het regenwoud. De eerste stukken van de wandelingen waren van houten vlonders, maar daarna liep je echt over de boomstronken klauterend door het woud. Loop nooit alleen en volg altijd de paden! Veel dieren kwamen we niet tegen, dat viel wel wat tegen, alleen wat slakken en kleine krabbetjes.
Er zijn in dit park dieren genoeg hoor, maar de meeste kom je gewoon bij Park Headquarters tegen, soms zelfs bijna in je kamer. Makaken, eekhoorns, monitor lizzards, vogeltjes en baardzwijnen kun je hier vinden.  In onze zomer is het in MaleisiŽ geen kwallentijd, waardoor ik de hele middag aan het strand kon liggen en heerlijk in zee kon zwemmen.

Aan het eind van de middag zag ik een zeer donkere wolk met een flink vaart over zee aankomen. Niet veel later volgde onze eerste tropische regenbui, die gelukkig niet langer dan een half uurtje duurde. Vroeg in de avond werd het tijd je te beschermen tegen de muggen, met lange kleren en deet. Op de kamers, waarin per kamer alleen vier bedden met een matras stonden, was het meegebrachte muskietennet erg handig.

Op de tweede dag in Bako NP stonden we om half acht op om ons klaar te maken voor de acht kilometer lange Lintang Trail. Tegen de klok in lopend zou de route het minst zwaar zijn. Vooral de eerste klim was erg zwaar, maar het uitzicht op de zee was een prachtige beloning. We kwamen langs smalle paadjes, over veel boomstronken, over een lavavlakte (met weer een hele nieuwe vegetatie), langs bekerplanten en veel mooie, soms stekelige, planten, struiken en bomen. De vermoeidheid en het vele zweet waren we gauw vergeten, want we eindigden onze route bij het strand van Paku. Een bounty-achtig strand. Het laatste stukje hoefden we na een heerlijk verkoelend bad in de zee niet eens meer terug te lopen, want we hadden afgesproken dat een paar bootjes ons voor maar een paar ringgit zouden komen halen.

Op de laatste ochtend in Baku liep ik al vroeg in alle stilte naar het nog bijna verlaten mangrovebos, om misschien toch nog een neusaap te kunnen zien, die in dit gebied veelvuldig voorkomen, maar die ik nog niet had mogen aanschouwen. Ik had geluk. Een nog jong mannetje (te herkennen aan de nog niet zo heel erg grote neus) kwam vanuit het bos naar de mangrovebomen, waar hij op een afstandje bleef zitten. De neusaap, die ook wel Hollandse aap, of Proboscis monkey genoemd wordt, en alleen op Borneo voorkomt, dankt zijn naam aan de altijd doorgroeiende en soms immense neus van de mannetjes, die met hun neus indruk proberen te maken op de vrouwtjes.

Kuching deel II

Vanuit Bako NP gingen we weer terug naar Kuching. Het was duidelijk dat we al wat aan de hitte en het vochtige weer waren gewend, want we konden nu veel beter tegen de warmte. We liepen langs Waterfront naar de vis- en fruitmarkt aan het einde van Waterfront. Het was niet de beste tijd voor vruchten, maar enkele vreemde vruchten en groenten konden we toch wel ontdekken. Vooral de rambutans (grote lychee-achtige vrucht) waren erg lekker en door het hele land heen te koop. In de buurt van de markt lag een wijkje (achter de souvenirszaakjes) met allerlei nijverheidzaakjes. Erg leuk om iets verder van Waterfront af te gaan en het echte Maleise leven te aanschouwen. De zool van mijn bergschoen liet los en voor maar een paar ringgit kon ik mijn zool daar laten lijmen. Prima vakwerk! Deze middag werden we opnieuw getroffen door een tropische regenbui. Een mooie gelegenheid om onder het genot van een drankje te gaan schuilen in een barretje aan Waterfront. Na nog wat te hebben gewinkeld in het Sarawak Plaza (mooie boekwinkel) was het alweer bijna avond. Tijd om Rijst te gaan eten.

Iban (longhouse)

Via de plaatsen Serian en Lachau reden we naar de plek aan de bruine Lemanak rivier waar de longboats op ons lagen te wachten. Deze ondiepe, houten, door motortjes aangedreven kleine bootjes zouden ons naar een longhouse van de Iban-stam brengen. De Iban spreken nauwelijks Engels. Een gesprek met de schipper was dus niet mogelijk. We voeren een heel eind stroomopwaarts, langs plantages en door de jungle. Heel af en toe kwamen we een andere longboat tegen. Wat mij opviel was dat je hier, zelfs aan het water, maar weinig vogels hoort en ziet.

Vlak voordat we bij het longhouse waren hield de motor van onze longboat er mee op, zodat we uit moesten stappen en geleid door een Iban-vrouw, te voet naar het longhouse verder gingen. Al snel zagen we dat we niet alleen bij een traditioneel longhouse waren. We liepen langs een betonnen ziekenhuis, een school en een tweede longhouse. Verder stonden er nog een aantal houten woninkjes. Het was een heel dorp. Voor ons was er een speciaal guesthouse gebouwd aan de rivier, waar we twee nachten zouden overnachten.

In een soort bedstee sliepen we in tweetallen op dunne matrassen. De klamboes die er hingen waren zo lek als een vergiet. Het water uit de douches kwam volgens ons rechtstreeks uit de rivier. Voor mij een reden om hier maar niet te douchen en maar meteen een bad te nemen in de rivier. Er waren hier geen bloedzuigers gelukkig. De rivier was er diep genoeg om ons een aantal malen stroomafwaarts te laten drijven, waarna we weer stroomopwaarts moesten lopen over de keien. Het was een leuke bezigheid, die in ieder geval heerlijk verkoelend was. Na het diner (met natuurlijk als hoofdgerecht wokgroenten en rijst) waren we uitgenodigd bij de Iban in het longhouse. Met een handdruk en het Maleise Salamat Malam (goedenavond) werden we welkom geheten. Voordat je naar binnen gaat de schoenen uit!

Een longhouse is een langgerekt houten gebouw op palen. Er is ťťn grote gemeenschappelijke ruimte, waaraan verschillende kleine kamertjes grenzen, waar verschillende families in wonen. In de gemeenschappelijke ruimte vind je alleen maar matten die op de vloer liggen en waar je op kunt zitten en aan het plafond hangen een paar schedels. De Iban staan namelijk bekend om het koppensnellen. Het koppensnellen is nu verboden, maar de schedels hangen er nog wel. Voor elke kop die gesneld was kreeg een man een tatoeage. In het longhouse waar wij waren was nog maar ťťn man die ooit koppen had gesneld. De andere mannen hadden hun tatoeages gekregen na andere heldendaden.

  Met de tuak (rijstwijn) werd drie keer getoast alvorens we naar de traditionele Iban-dansen, die in traditionele kleding werden uitgevoerd, konden gaan kijken. Het was een traag ritmisch voortbewegen met daarbij kronkelige bewegingen van de voeten, draaien met de heupen en sierlijke bewegingen van de armen. Na elke dans gaven de dansers elke toerist een hand. Nadat wij ook hadden meegedanst en met de Iban dansers op de foto waren geweest werden de cadeaus die toeristen geacht worden mee te nemen verdeeld.
Klaarblijkelijk was dit al zo vaak gebeurd dat men hiervoor een heel systeem had. Uit elk gezin kwam een kind met een plastic mandje of plastic tas. Door een aantal wat oudere kinderen werden de zeepjes, potloden, schriften, snoep en andere cadeautjes over de mandjes verdeeld (vreemd als je bedenkt dat een andere reiziger een jongetje in het dorp met een gameboy had zien spelen en er een grote televisie in de kamer van de hoofdman stond).

Hierna kwamen uit grote tassen veel souvenirs tevoorschijn die werden uitgestald. Zorg dat je genoeg kleingeld meeneemt naar een longhouse, want ze hebben mooie souvenirs, maar kunnen niet wisselen en je kunt dus alleen gepast betalen. Ik kocht hier een houten poppetje met een blaaspijp en tatoeages. Toen we terug waren in het guesthouse konden we nog maar kort genieten van het licht, want al snel ging de generator uit en moesten we wel op bed gaan.

In de ochtend konden we na het ontbijt (rijst, heerlijk voor overdag, maar nu gelukkig ook toast) gaan kijken naar twee Iban-mannen die een blaaspijp demonstratie gaven. Het vervaardigen van een blaaspijp kost vele weken tijd. Met de blaaspijp die het traditionele jachtvoorwerp van de Iban is, werd met uiterste precisie op een stuk piepschuim met daarop een groen blaadje geschoten. Hierna mochten ook de toeristen het proberen. Het was natuurlijk moeilijker dan het op het eerste gezicht leek, maar velen raakten toch, soms tijdens een tweede poging, het piepschuim. Hierna volgde nog een hanengevecht, maar dat duurde niet lang, want een van de hanen ging er vandoor.

Met de longboats werden we vervolgens naar de overkant van de rivier gebracht waar we onder leiding van een Iban een wandeling gingen maken. We kwamen langs een peperplantage met zwarte peper, chilipeper en cayennepeper. Langs rubber- en cacaobomen. Een boom met jackfruit (grootste fruit ter wereld) vruchten, een valstrik voor dieren, oude Iban-graven, ananas planten en verschillende soorten bamboe.

  Na een wandeling van ongeveer anderhalf uur kwamen we bij een plateau van kiezels in de rivier, waarop de Iban voor ons boontjes in bamboe pijpen aan het koken waren, de rijst in bananenbladeren aan het stomen waren en op een van takken gevlochten barbecue de vis aan het roosteren waren boven een zelf aangelegd vuur.
 Eerst dronken we nog thee (het water kwam natuurlijk uit de rivier) uit bamboebekertjes en daarna genoten we van een heerlijke verse op natuurlijk wijze bereidde lunch, met watermeloen als toetje. Na de lunch lieten we ons in de longboats nog verder stroomopwaarts varen, waar een plek was waar we nog wat konden zwemmen en ons konden laten meevoeren door de rivier.

Later op de middag gingen we te voet het dorp verkennen. De mensen waren gewend aan toeristen. Zelfs de kinderen reageerden nauwelijks op onze aanwezigheid in het dorp. Voordat de avond viel konden we nog net even een duik nemen in de rivier en onze haren met shampoo wassen. Waarom douchen????

Sibu

Met de longboats stroomafwaarts terug naar de bus ging natuurlijk sneller dan de heenreis tegen de stroom in. Na een lange reisdag en een oversteek met een pont over een rivier bij Sibu kwamen we in de middag in Sibu aan. Ik vond Sibu een triest uitziend havenstadje.

In Sibu staat echter wel een hele mooie Chinese pagode. De pagode is te bezichtigen en de  Chinese 'meester' is maar wat graag bereid om je van alles te vertellen over het confuscionalisme. Je krijgt een heleboel soevenirs mee in de vorm van een boekje en rijstpapieren met tekening uit de leer van Confuscius. Van boven uit de pagode hadden we een prachtig uitzicht over de stad.

  Toen we aan het water op het terras aan een koel drankje zaten kwam er een vrouwtje langs, met aan haar fiets vier durians. Een mooie kans op die bijzondere vrucht, waarover ik later meer vertel te fotograferen. Na een heerlijk diner in het hotel nog even over de markt gelopen. Ook hier valt te dineren, door gewoon wat te bestellen bij een van de snackkraampjes. Wij hadden echter gekozen voor een heerlijke Westerse maaltijd.

Similajau NP

Na weer een reisdag met een lunchstop in het stadje Bintulu kwamen we in het nog vrij onbekende Similajau NP aan. Dit park dat net als Bako NP aan de Zuid-Chinese Zee ligt had echter veel betere voorzieningen. We sliepen in zeer nette kamers in een groot gebouw, waar nauwelijks muggen waren en een klamboe niet nodig was.

Het gastengebouw lag aan het strand en we namen dus ook snel een frisse duik. Het strand bij Similajau is langer en er zijn meer golven dan bij Bako. Ook heb je hier meer last van stromingen. Dus maar niet te ver de zee in. Het eten in de kantine was lekker en al met al hadden we in Similajau een prima verblijf.

Na en nachtje slapen zouden we een flinke wandeling gaan maken en naar Turtle Beach lopen (Turtle Beach I: 7 km, Turtle Beach II: 9 km). Helaas konden we ons dit keer niet door een bootje laten ophalen, omdat de zee te wild was. Dus een lunchpakketje mee en wandelen maar. Dwars door de jungle liep het pad, waarbij we weer af en toe moesten klauteren over boomstronken. Als je door de jungle op Borneo loopt zijn er eigenlijk nauwelijks stukken pad die goed begaanbaar zijn. Bij elke pas die je doet moet je eigenlijk goed naar de grond kijken om te voorkomen dat struikelt, of iets breekt breekt over een boomwortel. Vlak na het begin van de route kon je nog even afslaan naar een uitkijkpunt met uitzicht op het strand. Na de op bordjes aangegeven 7 km bereikten we Turtle Beach I. Ik vond de inspanning al groot genoeg, was bekaf en moest natuurlijk hetzelfde stuk nog terug en besloot dus niet door te lopen naar het mooiere Turtle Beach II. Helaas was de stroming te sterk om alle vermoeidheid eruit te kunnen zwemmen in zee. Het moest bij pootjebaden blijven, maar dat was ook op Turtle Beach II het geval geweest en ik was dus blij dat ik besloten had niet nog dat extra stuk te lopen. Deze zware dag werd beloond met een rustig tochtje op een bootje over de rivier op zoek naar de zoutwater krokodil (die we niet zagen, we zagen nog wel een vliegende hond o.i.d.) en met een barbecue. De barbecue was een mooie gelegenheid om eens de durian te gaan proeven. Deze geliefde Maleise vrucht, die je niet mee mag nemen in een bus of een hotel, omdat de vrucht zo stinkt konden we op deze manier buiten openmaken en nuttigen. Binnen de schil zitten allemaal losse stukken vruchtvlees om meerder pitten. De smaak van het kleverige vruchtvlees kan ik niet omschrijven. Ik zou zelfs niet kunnen zeggen of ik het nu vies of lekker vond. Vreemd was het in ieder geval wel. De geur viel zo in de buitenlucht best mee, maar ik kan me het durianverbod in de hotels wel voorstellen.

Niah Caves

Bij Niah Caves hadden we kamers met toilet en douche. Het werd steeds beter. Na het inchecken werden we met een bootje naar de overkant van de rivier gebracht, waar we naar de Niah Caves zouden wandelen. In het kleine museum bij de ingang van het park zagen we verschillende vogelnestjes van zwaluwen, een reconstructie van de schilderingen in de Painted Cave en een 40.000 jaar oude schedel die in de grotten was gevonden.

De tocht langs de grotten was geheel over houten vlonders. Eerst kwamen we bij Traders Cave, waar nog het geraamte van een voormalig longhouse in de grot stond. Er hadden zo'n 25 gezinnen in het longhouse gewoond.

  Onze weg vervolgend kwamen we bij de Great Cave. Hierin hingen constructies (soort ladders) aan het plafond waarin vogelnestjesplukkers klimmen om de vogelnestje van de zwaluwen te plukken. Na de eerste leg worden de vogelnestjes, die als delicatesse dienen in de bekende vogelnestjessoep, van het plafond geplukt.
De zwaluwen bouwen dan opnieuw nesten en leggen opnieuw eieren, deze nestjes laat men zitten om de zwaluwenpopulatie op peil te houden. Hoe de constructies ooit aan het plafond van de grot zijn bevestigd is een raadsel, waarop niemand het antwoord wist. Elk jaar vallen er plukkers te pletter tijdens het uitoefenen van dit gevaarlijke beroep.

De grot lag bezaaid met zwaluwpoep en poep van vleermuizen. Deze guano wordt als mest verkocht. Wij daalden met onze zaklampen over de glibberige met guano besmeurde paden af in de grot. Aan de andere kant van de grot was er nog een uitgang. Hier liep een pad verder naar de Painted Cave. In deze grot waren een aantal onduidelijke rotsschilderingen te zien. Via een kortere weg door de Great Cave liepen we weer terug naar de ingang van het park.

Gunung Mulu NP

 
We moesten de volgende ochtend al om half vier 's ochtends opstaan, omdat onze twinotter (vliegtuigje voor 20 personen) om 8 uur vanaf het vliegveld in de stad Miri zou vertrekken. Na zo'n 35 minuten vliegen boven de jungle kwamen we op het vliegveld van Mulu aan. Met busjes werden we naar onze lodge aan de rivier gebracht.
In de middag reden we met de busjes naar de ingang van het Nationale Park en deden daar een wandeling met een gids naar de grotten van Mulu. Dit grottenstelsel is een van de grootste van de wereld. Men beweert dat er slechts 1/3 deel van is ontdekt. Ook deze wandeling was weer geheel over een van planken aangelegd pad. Laat niet je handen over de leuning glijden, want er zitten regelmatig giftige rupsen op de leuning. Na ongeveer 3 km wandelen kwamen we bij de grotten aan. De Skeleton Cave, waar we niet in konden gaan, maar waarin de Penan (een semi-nomaden stam) hun doden begroeven.
  De Lang Cave (genoemd naar de ontdekker van de grot). In deze grot, die verlicht was, zagen we prachtige stalactieten, heliactieten en stalagmieten. Zeer indrukwekkend mooi.
En als laatste de Deer Cave. In deze grot hangen naar schatting tussen de 1 en 3 miljoen vleermuizen (kan ook 5 miljoen zijn) aan het 120 meter hoge plafond. Ook hier weer een  centimeters dikke laag guano. Om 17.00 u. snel de grot uit, om op een soort tribune te wachten tot de vleermuizen in grote zwermen de grot uit zouden vliegen. Dit gebeurt meestal tussen 17.00 u. en 18.00 u., maar dit keer lieten ze tot 18.30 u. op zich wachten. Zwarte slierten met vleermuizen tekenden zich af tegen de blauwe lucht. Een enkele keer komen alle vleermuizen gelijktijdig naar buiten, waardoor de lucht dan helemaal zwart ziet, maar doorgaans komen ze in kleine groepen naar buiten, zoals ook die keer dat wij er waren. Op de terugtocht werd het verbazingwekkend snel donker in de jungle. Gelukkig waren wij voorzien van een zaklamp en was het houten vlonderpad goed te volgen.Terug in de lodge werden we getrakteerd op patat als diner en een avondje vermaak met een blaaspijp die we naar hartelust uit mochten proberen.

Op de tweede dag in Mulu gingen we met de longboats over de rivier nog een paar grotten bezoeken. Onderweg stopten we in een Penan-dorp, om het dorp te bekijken, maar ook om natuurlijk souvenirs te kopen. Ik had ballonnen meegenomen voor de kinderen en al gauw zagen we zo'n beetje alle kinderen in het dorp. De school kwam namelijk net uit en het ballonnennieuws ging als een lopend vuurtje.

Vanuit de longboat stapten we aan wal en liepen naar de Wind Cave. In de grot voel je een flinke wind op een plek waar je die niet verwacht. In de Wind Cave ligt de Kings Chamber. Iets verderop, aan het einde van de rivier lag de Clearwater Cave. Eerst liepen we nog even door de Lady's Cave, waarna we de Clearwater Cave ingingen. Door de grot stroomt inderdaad een zeer heldere rivier. Een mooi gezicht. Door het water voelde het fris aan in de grot. Vanuit de Clearwater Cave gingen we caven. Met alleen onze zaklampen daalden we door nauwe spleten en wadend door het water in de grot af. Dit keer dus niet over speciaal voor toeristen aangelegde paden. Na ongeveer een uurtje kwamen we ergens in de jungle uit.  

Na een paar minuten lopen waren we weer terug bij de rivier en hadden we een heerlijke lunch. Eerst moesten we echter in de rivier de modder van ons afspoelen, want we waren wel erg smerig uit de grot gekomen. Op deze manier heb ik niet alleen de grot gezien, maar ook echt beleefd. 

Bij de lodge kon er nog gekanood worden. In de kano's gingen we de rivier op. Dit keer, waarschijnlijk doordat we geen motor hadden die de rust verstoorde, zagen we wel een paar vogels. De dag erop besloten we weer te gaan kanoŽn, maar de kano's bleken allemaal te zijn verhuurd. We konden nog wel mountainbikes krijgen. Dus dat maar gedaan. langs een smal paadje fietsten we naar een natuurlijke bron, waar je ook in kon baden. Bij een hek stond dat we entree moesten betalen. Er stond niet bij waar we dat moesten doen. Al gauw kwam er een oud vrouwtje aanlopen, ik moest mee naar haar huis en daar was haar dochter die een beetje Engels sprak. Ik legde haar uit dat ik de entree wilde betalen voor de bron. Bij de bron aangekomen, die niet meer was dan een getimmerd houten badje in een blubberige rivier, kwamen de zwaveldampen ons al snel tegemoet. Hoewel het water in het houten bad helder was lokte het ons niet om erin te gaan zitten, om er vervolgens geurend naar rotte eieren weer uit te komen. Het water was trouwens ook wel erg heet. Leuk om even gezien te hebben, maar na er vijf minuten te zijn geweest vertrokken we weer. Over de in de zon blakerende weg fietsten we naar het vliegveld, waar we een verkoelend ijsje kochten en daarna brachten we de fietsen weer terug. In de middag vertrokken we weer vanuit Mulu met de twinotter naar Miri. Dit verblijf hier in Mulu was voor mij het hoogtepunt van deze reis.

Kinabalu NP en Mount Kinabalu

Vanuit Miri vlogen we met een iets groter vliegtuig direkt door naar de hoofdstad van Sabah, Kota Kinabalu, waar we in een vrij luxe hotel overnachtten om de volgende dag door te reizen naar een hotel in de buurt van Kota Kinabalu NP. Onderweg hadden we een paar keer een mooi uitzicht op de in de wolken gehulde Mount Kinabalu. Deze berg is 4101m hoog en de hoogste berg van Zuidoost-AziŽ en kan zelfs door niet ervaren klimmers worden beklommen.

Na het inchecken reden we door naar Poring, bekend om de Poring Hotsprings, waar we een korte Canopy Tour deden. Er hingen ongeveer drie hangbruggen in de boomtoppen, op zo'n 40 meter hoogte. Daar wandelden wij overheen. Het weer hier hoog in de bergen was bewolkt en een stuk kouder dan in de rest van het land. Door het bewolkte weer was het erg donker tussen de boomtoppen. We wilden ook nog naar de vlindertuin die er was, maar vroegen eerst of er met het slechte weer wel vlinders te zien zouden zijn. Het antwoord was nee, dus gingen we de tuin maar niet in.

Na een nachtje uitrusten in het hotel deed de rest van de groep een poging om de berg te beklimmen. Ik bleef de hele dag in het troosteloze hotel, waar de mensen die er werkten trouwens bijzonder vriendelijk waren. De ploeg vertrok met alleen de nodige dagbagage en een dikke trui met de bus naar het Nationale Park. Ze zouden de eerste dag wandelen/klimmen tot de overnachtingsplaats Laban Rata. Daar zouden ze de nacht doorbrengen om zeer vroeg in de ochtend de top te gaan bedwingen. Wat heb ik vaak aan hen gedacht toen ik het de hele nacht hoorde regenen en stormen. Voor een aantal was Laban Rata het eindpunt van tocht. Een paar echte kanjers trotseerden wind, regen en kou om de laatste 600 meter, die boven de boomgrens lagen te beklimmen en bereikten in het donker de top. Nog diezelfde ochtend moesten ze de hele weg naar weer naar beneden afleggen. Ik maakte diezelfde ochtend een korte wandeling met een parkranger door het Nationale Park aan de voet van de berg. Wie entree betaald voor het park kan gratis een rondwandeling met een gids maken. De tocht eindigde in een orchideeŽntuin. Waar grote, maar ook hele kleine orchideeŽn te zien waren, ook al was het er niet echt het seizoen voor. Hierna wandelde ik naar de ingang van het park om de klimmers op te gaan wachten. Ik was de eerstvolgende dagen de enige die geen spierpijn had!!!

Mount Kinabalu vanuit het vliegtuig van Sandakan naar Kota Kinabalu.

Sukau

  Met de bus reisden we naar Sukau. Bij Sukau is geen nationaal park, maar de omgeving heeft wel een hele rijke flora en fauna en is zeker de moeite van een bezoekje waard. De weg er naartoe ging eerst door de bergen en daarna langs talloze oliepalmplantages. Ergens bij een huis zagen we in een bananenplant nog een aantal neushoornvogels zitten. Het was mazzel om deze schuchtere vogels van zo dichtbij te kunnen zien.
Het laatste stukje naar de lodge moest vanuit Sukau met een bootje over de Menuggul rivier afgelegd worden. Bij de Sukau Proboscis Lodge logeerden we in kleine houten huisjes met een veranda, met uitzicht op de rivier. Met een bootje gingen we tegen zonsondergang een zij-arm van de rivier op en zagen eindelijk waar ik de hele reis al op zat te wachten een aantal dieren. Een netpython die opgekruld in een boom lag, slangehalsvogels, ijsvogels, makaken en heel veel neusapen. Bij de apen hebben we heel lang liggen dobberen. Ze sprongen van tak naar tak, zaten achter elkaar aan en hielden ons net zo in de gaten als wij hen.
  De volgende ochtend, vlak na zonsopkomst vertrokken we alweer met de boot over de rivier. Weer zagen we makaken, neusapen, zilverreigers, witte reigers, slangehalsvogels en ijsvogels. Via een andere zij-arm van de rivier kwamen we op het Oxbow Lake. Hier dreven heel veel waterhyacinten en was het water heel vlak en stil. Ook hier waren veel vogels te zien. Wel steeds dezelfde soorten overigens. Op het terrein van de logde zagen we nog een grote havik, een monitor lizzard en een klein gestreept slangetje met felle kleuren.
In de middag gingen we opnieuw met de boot op zoek naar wildlife. We verwachtten niet echt dat we de Aziatische olifant zouden gaan zien, wat volgens de gids mogelijk was, omdat ze al in de omgeving van de rivier gesignaleerd waren (meestal zijn er tussen augustus en oktober veel groepen olifanten rond de rivier te vinden), maar op de boot was het een stuk koeler dan op de wal en het bood mooie uitzichten vanaf de rivier. Onze gids zag onderweg allemaal sporen van olifanten en plekken waar ze de rivier waren overgestoken. Door aan de poep op de wal te voelen wist hij precies hoelang het geleden was dat ze waren overgestoken. Wij waren al zeer tevreden met de neusapen, makaken en neushoornvogels die we tijdens deze bootocht zagen, maar onze gids wilde ons de olifanten laten zien.
En dat is gelukt! Na bijna anderhalf uur op de boot zagen we aan de kant opeens een aantal andere bootjes met toeristen. Zij beweerden al twee olifanten te hebben gezien en wij hoorden ook duidelijk de geluiden verderop in de bosjes. Na een stukje varen gingen de gidsen aan wal en kwamen later vertellen dat we ook aan wal konden gaan. We moesten een gepaste afstand bewaren en konden de groep olifanten zien. Toen de olifanten onze aanwezigheid eenmaal hadden geaccepteerd was het mogelijk om ze tot heel dichtbij te naderen. Het was een groep wijfjes met jongen.
De olifanten waren duidelijk veel minder agressief en minder groot dan in Afrika. Ik bleef op een ruime afstand van deze olifanten, het waren toch wilde beesten en nog wel met jongen die beschermd moesten worden. In Afrika is het ondenkbaar dat je olifanten tot op zo'n kleine afstand kan naderen. Dit was voor mij een geweldige ervaring die ik niet snel zal vergeten.

Sepilok

Vanuit Sukau reden we langs vele oliepalmplantages naar het Orang Oetan Rehabilitatie Centrum 'Sepilok'. Dit centrum ligt in de buurt van de door veel Dajaks bewoonde stad Sandakan. In het opvang centrum worden Orang Oetans die wees zijn geworden, o.a. door de houtkap voor de aanleg van diezelfde oliepalmplantages die we de hele ochtend voorbij waren gekomen, opgevangen en grootgebracht, totdat ze zichzelf kunnen redden in het reservaat van Sepilok.

Sommige apen leven nog in het centrum, maar de meeste apen leven gewoon in de natuur. De meeste apen laten zich nooit aan de mensen zien, maar sommige apen die nog maar net in het wild leven komen nog af en toe naar het voederplatform om zich te laten bijvoederen.
 

Het is altijd afwachten of je er daadwerkelijk een Orang Oetan, die alleen nog op Borneo, in Kalimantan (Indonesisch Borneo) en op Sumatra in het wild voorkomen, zult tegenkomen. Wij hadden geluk. In de vochtige hitte en in de blakende zon stonden we bij het voederplatform op het voederen te wachten toen er een moeder met een jong aankwam. Verder waren er veel makaken, die hoopten dat er ook iets te snacken voor hen over zou blijven. Ze hadden geluk. Er kwam tijdens het voederen nog maar 1 andere Orang Oetanen er waren genoeg banaantjes om beide Orang Oetans en de makaken tegelijk te voederen.

Het is een aanrader om na het voederen ook de film die ze in het centrum vertonen te gaan bekijken. In de film zie je hoe verschrikkelijk belangrijk het werk is wat de mensen hier doen en hoe verschrikkelijk de gevolgen van het aanleggen van plantages voor het dierenleven op Borneo is. Wie meer tijd te besteden heeft kan nog een wandeling door het park maken, om zo nog meer apen tegen te kunnen komen. Deze wandelingen zijn aan strenge regels gebonden. Men wil absoluut niet dat de dieren in het park de hele dag door toeristen worden gestoord. Je kunt dus alleen aansluitend aan het voederen de wandeling door het park gaan maken.
Wij hadden hier geen tijd voor, want wij moesten door naar het vliegveld van Sandakan, om daar vandaan opnieuw naar Kota Kinabalu te vliegen.

Kota Kinabalu

Als je van Sandakan naar Kota Kinabalu vliegt, ga dan als je de kans krijgt aan de rechterkant van het vliegtuig zitten, want dan zie je bij helder weer door het raam aan de rechterkant Mount Kinabalu.

De middag hebben we gespendeerd aan het zwembad van het hotel. Vanaf het terras van het luxe hotel kon je een kampong zien en hoewel MaleisiŽ niet echt en arm land is kon je hier de schrijnende verschillen toch wel erg goed zien.

In Kota Kinabalu heb je veel winkels, waaronder een aantal grote winkelcentra. In het winkelcentrum probeerden wij 's avonds nog een paar souvenirs op de kop te tikken, maar echt hele mooie souvenirs waren er niet en als ze er al waren, dan waren ze in het winkelcentrum veel te duur, dus ik heb er niks gekocht.

  De volgende dag hadden we een volle dag te besteden in Kota Kinabalu. Aan de kust van Kota Kinabalu ligt het Tenka Abdul Rahman Nationaal Park. Dit uit diverse eilandjes betaande park is een schitterende plek om met de boot naartoe te gaan. Wij kozen ervoor om te gaan duiken. Ik had dit nog nooit eerder gedaan, maar we zouden begeleid worden door een ervaren duikinstructeur en zouden niet dieper gaan dan 12 meter. Als je niet dieper gaat dan 12 meter bestaat er als je in paniek te snel naar het wateroppervlak zwemt geen kans Caisson ziekte.
Nadat we onze duikuitrusting bij elkaar hadden gingen we in het ondiepe met drie personen per instructeur de beginselen van het duiken leren. De duiksignalen voor onderwater: omhoog, omlaag, het gaat goed, probleem, angst, klaren, langzaam etc. Het clearen, het klaren, je vest luchtledig maken zodat je dieper kunt duiken, hoe je moet handelen als het mondstuk uit je mond vliegt. Na dit te hebben geoefend hebben we twee duiken gemaakt. De eerste duurde 22 minuten en we doken tot 10 meter diepte. De tweede 20 minuten en toen bereikten we een diepte van 12 meter.
  Onder water zagen we mooi koraal, mooie gekleurde en gestreepte visjes, een zeekomkommer, een zee-anemoon en nog veel meer moois. Ik wil niet beweren dat je tijdens een duik meer zult zien dan tijdens een snorkelsessie, maar het duiken was wel een zeer bijzondere ervaring. Ik heb een duiklogboek aangeschaft, want dit is zeker iets wat ik weer zal gaan doen als ik de kans krijg.

Na het duiken lieten we ons naar het eilandje Sapi brengen en genoten daar de lunch en brachten de middag aan het strand van het eilandje door. Toen ik aan wal ging voelde ik me erg draaierig en zelfs een beetje misselijk. Ik vroeg me af of dat van het ademen door een zuurstafmasker kwam, maar de instructeur vertelde dat het waarschijnlijk een klein beetje zeeziekte was, omdat de zee best onrustig was geweest op het moment dat we doken. Van de golven onder water kun je best zeeziek worden, ook al merk je ze bijna niet als je aan het duiken bent.

Onze laatste avond in MaleisiŽ brachten we door in het Beef Cafe. Heel erg leuk. Een uitgaanscomplex in de buitenlucht, met verschillende eetgelegenheden. Ik schrok wel wat van de prijs van de drankjes. Voor de maaltijd betaalde ik 15 RM en voor een jus d'orange meer dan 9 RM. In totaal betaalde ik voor de drankjes meer dan voor het eten. De wijn was goedkoper. Tijdens dit etentje namen we ook afscheid van onze reisbegeleidster.

De dag erna was de dag van vertrek. We vertrokken pas in de middag dus maakte ik nog even gebruik van de dag en ging naar de Fillipijnse markt. Daar voor het laatst lekkere rambutans gekocht en natuurlijk de laatste souvenirs. Dit is de plek waar je wat leuks op de kop kunt tikken. Hout, riet, stof, leer, muziekinstrumenten, beeldjes, mandjes, speelgoedjes. Noem maar op. Daarna nog wat verder door het stadje gelopen, waar verder niet zoveel te doen was. Bij het zwembad nog wat gerelaxed en daarna was het toch echt tijd om via Kuala Lumpur weer naar Amsterdam te vliegen. Na de vlucht, met nog flink wat turbulentie op een bepaald moment, was er echt en einde gekomen aan deze (voor mij) eerste AziŽ reis.  

 

[Start] [AustraliŽ] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje ScandinaviŽ (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [JordaniŽ] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]