____________________________________

     Oeganda    

____________________________________

Entebbe / Buggala Island (Ssese Islands) / Jinja / Murchison Falls / Kibale Forest / Fort Portal / Queen Elizabeth NP / Kabale / Pygmeeënstam (Batwa) / Kisoro/Nkuringo /

Bwindi NP (Gorilla Tracking) / Lake Bunyoni /Lake Mburo NP en Mabamba Bay / Kampala / Entebbe

 

Al jaren wilde ik naar Oeganda. Maar was het er wel veilig? Natuurlijk werden er al een aantal jaren avontuurlijke rondreizen georganiseerd, maar toch hoorde je regelmatig de berichten over het LRA. Het Lord's Resistance Army van Joseph Kony, dat in het Noorden van Oeganda nog steeds actief bezig was met het ronselen van kindsoldaten. In april heeft Kony echter een verdrag ondertekend en inmiddels kunnen de mensen uit het Noorden van Oeganda weer terug naar hun huizen. Na de schrikbewinden van Obote en Idi Amin en na de ellende die Joseph Kony heeft aangericht kunnen de Oegandezen misschien eindelijk met een gerust hart kijken naar de toekomst (kijk voor meer informatie op de pagina leestips bij Leesboeken>Afrika>Ontberingen).

   

 

 

In 2007 had ik een Oeganda reis bij Koning Aap geboekt, maar deze werd zeven weken voor vertrek gecancelled vanwege een gebrek aan deelnemers. Nu, in 2008 was het dan eindelijk zover. Ik had de reis geboekt bij Matoke Tours. Een kleine organisatie uit Den Bosch die gespecialiseerd is in Oeganda reizen. Ze hebben een heel lief klein reisgidsje met de routebeschrijving erin. Toen ik dit reisgidsje kreeg had ik het gevoel dat het een organisatie was met hart voor het land en voor haar klanten en dat bleek ook zo te zijn.

Entebbe

Op vrijdag 4 juli 2008 vertrok ik 's ochtends vanaf Schiphol met een rechtstreekse vlucht van de KLM naar Entebbe. Bij de paspoortcontrole draaide Radio Schiphol leuke plaatjes. De reizigers moesten raden welke plaat het was. Degene die het raadde kreeg een leuk presentje mee voor op reis. Het was de eerste keer dat ik dit op Schiphol meemaakte. Het maakte het wachten op het vliegveld een stukje aangenamer, wat ongetwijfeld ook het doel was. Een visum voor Oeganda had ik nog niet. Na aankomst op de luchthaven in Entebbe konden we dat voor $50 bij de douane halen. De rij voor dit loket was korter dan de rij waar de mensen stonden die in Nederland al een visum hadden gehaald. Dit was dus prima geregeld.

  Op het vliegveld stond onze stagiaire reisleidster met een chauffeur op ons Nederlanders te wachten. We werden met een minibusje naar ons hotel gebracht. In de tuin van het Neul Tourist Hotel zaten de reisleider en onze Belgische groepsgenoten die iets eerder met een vlucht vanuit Brussel waren aangekomen al op ons te wachten en kregen we een welkomstdrankje. Daarna konden we gaan slapen op een donkere kamer.

In de goedkopere hotels in Oeganda is er 's nachts vaak geen stroom. Soms omdat de stroom gewoon uitvalt, maar vaak omdat er een generator is die 's nachts wordt uitgezet. Een zaklamp meenemen naar Oeganda is dus geen overbodige luxe.

De volgende ochtend nam ik een heerlijke Afrikaanse douche. Het water was warm, maar spoot alle kanten op. Door inventief te zijn kon ik uiteindelijk toch douchen. Schoon en wel vertrokken we na een heerlijk ontbijt met twee minibusjes (waar we de hele reis mee zouden reizen) naar de botanische tuin van Entebbe. In deze botanische tuin zagen we zowel inheemse als uitheemse planten. We maakten er een wandeling met een gids die ons het een en ander vertelde. Ons de Canon Ball Tree en de Jackfruit liet zien. Ons wees op de verschillende soorten vogels: IJsvogels, visarend, open billed stork, hammerkop, ibissen, witte reiger, de zwarte wauw etc.  

  We zagen ook nog een black and white colobus monkey. Een spin in een web. Een spoor van mieren, waarlangs de mierensoldaten rechtop op wacht stonden (een prachtig gezicht) en aan het eind van de wandeling nog een hele groep, bijna tamme, meerkatten of vervet monkeys. Hier leerde ik dat wanneer een meerkat jong op de rug van de moeder wordt gedragen het een meisje is en wanneer het op de buik wordt gedragen een jongetje. Een jongetje moet door de moeder beschermd worden tegen de volwassen mannetjes in de groep. Een meisje is voor de volwassen mannetjes geen bedreiging, waardoor het vrij op de rug van de moeder kan klauteren.

In het luxe Lake Windsor Hotel lunchten we en daarna reden we naar de plek aan Lake Victoria waar de ferry naar Buggala Island vertrok.

Buggala Island (Ssese eilandengroep)

We hadden plaatsen in de eerste klas, waardoor we tijdens de overtocht ruim en redelijk koel konden zitten. Buggala Island is de grootste van de 84 Ssese Eilanden. De naam Ssese Islands komt volgens de legende van de Buganda koning. De Buganda Koning is in Oeganda een zeer geliefd man. Hij wordt erg gerespecteerd en het spreekt voor zich dat je in het bijzijn van een koning geen wind laat. Toch overkwam het een bewoner van het eiland tijdens een bezoek van de Buganda koning aan Buggala Islands. Deze man wist dat er op het laten van een wind in nabijheid van de koning de doodstraf stond. Een man in nood maakt gekke sprongen. Deze man begon op zijn eigen billen te slaan en zijn billen te straffen voor het doorlaten van het windje. De koning moest hartelijk lachen om de vreemde bokkensprongen van deze man die humor had en sprak hem vrij van de doodstraf. De mensen op het eiland noemde hij Kasese, mensen die graag lachen. Kasese werd later verbasterd tot Ssese. De eilanden van de mensen die graag lachen dus.

Na ongeveer drie uren varen kwamen we op het eiland aan en gingen we lopend naar het Ssese Island Beach Hotel. Onze bagage werd daar met een busje naartoe gebracht. Volgens de reisgidsen is dit strand bilharzia vrij, maar op het strand lagen wel veel slakkenhuisjes waardoor onze reisleider twijfelde aan dit verhaal en ons aanraadde niet te gaan zwemmen. Bilharzia is een ziekte die wordt veroorzaakt door larfjes van slakken, die hun eitjes in het gras langs het strand leggen en die via je huid je lichaam binnenkruipen en zich daar in je urinewegen of darmen nestelen.  

We konden wel heerlijk van het uitzicht genieten vanaf de veranda van de aan het strand gelegen banda's. Het diner was een grote barbecue aan het strand met een heel groot kampvuur.De volgende ochtend om 9.00 uur vertrokken we met een gids voor een wandeling over het eiland. Eerst liepen we een stuk door het woud naar een dorpje. We liepen dwars door het dorp waarbij we veel mensen tegenkwamen. Gids Kasim liep met ons tussen de huizen door, waardoor we ook een kijkje in het dagelijks leven van de mensen konden nemen.

 

Matoke (kookbanaan) werd gekookt, de tuin werd bewerkt, jerrycans met water werden gehaald, de was werd gedaan, de kinderen speelden buiten. Kasim was een graag geziene man op het eiland, omdat hij één van de uitvoerders van een non-governmental aids project was. Op dit eiland ligt het percentage mensen dat besmet is HIV op aids op meer dan 25%, tegenover 6% in de rest van Oeganda. Dat betekent dus 1 op 4. En dat betekent ook dat ik die dag vele besmette mensen was tegengekomen. Veel organisaties proberen te helpen terwijl de overheid het probleem nog niet onderkent.

We maakten nog kennis met een medicijnvrouw die het vak van haar moeder had geleerd. Ze was vroedvrouw en tijdens haar bevallingen was er nog nooit een baby gestorven, wat heel uitzonderlijk is in Afrika. Ze sprak geen Engels, dus Kasim vertaalde. Aan het eind van de wandeling kwamen we nog langs een oliepalmplantage. Het leek op een gewoon stuk bos, maar van uit de noten van de oliepalm halen ze palmolie en deze palmen waren hier dus geplant. Tegenover de plantage lag een kleine grot waar vleermuizen in zaten. Hier zijn we ook nog even binnen geweest. Later op de reis heb ik nog spijt gehad dat ik deze grot in ben geweest.  

Toen we terugkwamen van de wandeling was er bij het hotel een lunch met tilapia. Tilapia (vis) kun je bijna in heel Oeganda eten, net als kip. De tilapia komt uit het Victoriameer en is dus bijna altijd voorradig. De middag doorgebracht aan het strand waar ik nog kennis heb gemaakt met een Oegandese jongen die een stukje Capoeira liet zien. Capoeira is een Braziliaanse vechtdans, die als een soort spel wordt gedaan. Ik herkende het en vertelde dat ik zelf aan b-kick doe en dat ik vergelijkingen zag met capoeira. Hij wilde mij wel wat capoeira bewegingen leren en daar stond ik dan, op een strand in Oeganda een Braziliaanse vechtdans te leren. Dit zijn de ervaringen die het reizen zo leuk maken. Ook deze avond dineerden we weer op het strand met een kampvuur. In onze banda's was er tot 23.00 u. licht, de elektriciteit werd opgewekt door hele grote zonnepanelen die op het strand stonden. Het warme water van de douches kwam uit een tank die door een vuurtje verwarmd werd.

's Ochtends was er eerst helaas nog geen licht en dus moesten de tassen worden ingepakt in het donker. De hele nacht had het flink geregend en ook nu kwam de regen nog met bakken uit de lucht. Gelukkig was dit voor ons een reisdag en gingen we na het ontbijt met de ferry terug naar Entebbe. Tijdens de ferrytocht klaarde het weer helemaal op. Aan de wal stonden de chauffeurs ons met de minibusjes op te wachten. Vanuit Entebbe reden we naar Kampala. Tot 1962 was Entebbe de hoofdstad van Oeganda, nu is dat Kampala. Langs de ongeveer 40 km lange geasfalteerde weg zijn grote stukken bewoond. Dit is dan ook de drukste weg van Oeganda. Het is de verbinding tussen de twee belangrijkste steden. In Entebbe was het spitsuur en het krioelde er werkelijk van de minibusjes, boda boda's (brommer- en fietstaxi's) en mensen op straat. Als ik hier zelf elke dag zou moeten rijden was ik al lang gek geworden denk ik. Het verkeer in Kampala is ook niet veilig, vooral met de boda boda's gebeuren nogal eens ongelukken. Maar onze chauffeurs brachten ons zonder kleerscheuren naar Iguana, het restaurant van Matoke eigenaar Coen, waar een buffet met allemaal typisch Oegandese en Afrikaanse gerechten voor ons klaarstond. De plaatselijke variant van spinazie, maïsmeel, chapati, een soort artisjok, rijst, witte bonen in tomatensaus, zoete aardappelen, kip, tilapia en natuurlijk de matoke, die gestoofd wordt in de bananenbladeren. Matoke is niet echt lekker, het is een soort aardappelachtige substantie, klef en met bijna geen smaak. Als het iets zoeter was geweest, zoals gewone bananen, was het wellicht lekkerder geweest.

 

Jinja, bronnen van de Nijl

De weg naar Jinja was geasfalteerd. De weg liep langs suikerriet- en theeplantages. Langs de weg zag je zo nu en dan stalletjes van matoke verkopers. Ook reden we langs een enorm stadion waar regelmatig immens grote kerkdiensten worden gehouden. Op vele plaatsen staan grote torens van opgestapelde bakstenen. Er wordt gezorgd dat er gaten tussen de stenen zitten, daarna wordt onderin de toren een vuurtje gestookt. In deze steenovens worden de stenen uitgehard. Verder zie je overal in Oeganda veel bedrijvigheid op straat. De boda boda's. Mensen met van allerlei waar achter op hun fiets, van 6 kratten op elkaar gestapeld tot complete bedledikanten.

   

 

 

Jinja Road ( de weg tussen Kampala en Jinja, genoemd naar de bestemming) is nog een vrij drukke weg en je ziet hier dan ook nog veel gemotoriseerd verkeer. Na zo'n anderhalf uur reden we over de Owen Falls Dam, die veel elektriciteit opwekt, over de Nijl. Het Triangle Hotel was behoorlijk sfeerloos en daarom besloten we in een ander, gezellig restaurant te gaan eten.

Je kunt hier in Jinja gaan raften op de Nijl. Hoewel niemand van onze groep ging raften reden we toch naar een rapid van de vijfde categorie  (Bujagali Falls) waar we de rafts voorbij zagen komen. De zon scheen fel en het was erg warm. Nadat we de rafts voorbij hadden zien komen reden we naar een plek waar we de boot konden nemen naar de bronnen van de Nijl die hier in 1862 door John Hanning Speke werden ontdekt.  

  Speke noemde deze plek Ripon Falls. Dit was de bron van de Witte Nijl. De bron van de  Blauwe Nijl ligt in Ethiopië. Er valt weinig te zien aan de bronnen. Het water kolkt/draait een heel klein beetje op de plek waar het Victoriameer overgaat in de Nijl. Toch mag je als je in Jinja bent een bezoek aan deze bronnen niet missen. Het boottochtje naar de bronnen toe is best leuk, want als je geluk hebt zie je nog mooie vogels of zoals wij een nijlvaraan of otters.

We reden hierna terug naar Jinja waar we gingen lunchen bij Ozzie. Een klein eettentje van een wat oudere Australische dame. We aten buiten aan het trottoir, waar een aantal straatkinderen ons in de gaten kreeg. Toen we het eten op hadden begonnen ze te bedelen om de resten die over waren. Als toerist kun je deze praktijken beter niet aanmoedigen door ze te geven waar ze om vragen, hoe graag je ze ook wat te eten zou willen geven. We hadden onze plek na het eten echter nog niet verlaten of deze kinderen renden naar onze tafel waar ze zelf de resten van de borden gristen. Lopend door de hoofdstraat gingen we op weg naar de lokale markt. Het is bijzonder om eens over zo'n markt te lopen, maar ik had ook wel een beetje het gevoel dat we daar niet erg welkom waren. We werden wel getolereerd, maar het maken van foto's werd niet gewaardeerd. Zodra ik dat in de gaten had stopte ik met fotograferen en bij de foto's die ik toch genomen heb, heb ik eerst gevraagd of dat goed was. Gelukkig heb ik nog wel een paar mooie foto's mogen nemen. In het achterste gedeelte van de markt worden veel medicinale kruiden verkocht. Sommige van die kruiden zijn niet legaal en hier mochten we dan ook absoluut geen foto's nemen.

   

   

Nadat we op de markt waren geweest, ging ik nog op zoek naar een mooi schilderij. Ik had langs de weg allemaal mooie kleurrijke schilderijen gezien en had mijn zinnen gezet op zo'n schilderij. Ze bleken te worden gemaakt door een lokale kunstenaar, Mike Labonga. Het was moeilijk om een keuze te maken, maar uiteindelijk vond ik er eentje die qua kleurstelling precies bij mijn interieur paste.

Met de boda boda (brommer) ging ik voor een paar centen met een aantal groepsgenoten terug naar het Triangle Hotel. Boda boda komt van "border border". Bij sommige grensovergangen is de afstand tussen de grensposten van de beide landen zo groot, dat men fietsen en later brommers ging gebruiken om mensen van de ene post naar de andere post te vervoeren.  

De fietseigenaren die de lift verzorgden riepen daarbij "border border", op z'n Afrikaans klinkend als "boda boda". Boda boda is tegenwoordig ook de naam van een bromfietsenmerk. 's Avonds aten we in het restaurant van een ander en wat luxer hotel dan het Triangle Hotel.

Murchison Falls

Van Jinja naar Murchison Falls is een behoorlijke rit voor 1 dag. Eerst over Jinja Road weer terug naar Kampala, waar we bij het grote Afrikaanse supermarkten concern Shoprite boodschappen deden, over Masindi Road naar Masindi. In Masindi rechtsaf en dan de rode zandweg volgen tot je in Murchison Falls NP bent. Een routebeschrijving over honderden kilometers gegeven in 1 zin. Dat moet je in Nederland eens proberen!

  In Masindi bij een restaurantje lekkere samosa's gegeten. In driehoekjes van bladerdeeg gevouwen gehakt met ui en groenten. Op de weg naar Masindi kwamen we nog veel verkeer tegen. Voornamelijk bevoorradingsauto's en minibusjes. Na Masindi werd het veel stiller op de weg. We kwamen onderweg nog wat bavianen tegen.
Dit gedeelte van het nationale park is erg dicht begroeid, waardoor je hier bijna geen dieren kunt spotten. Aan het eind van de dag kwamen we aan bij Red Chili Restcamp, waar we in kleine banda's (hutjes) zonder douche en toilet overnachtten. Hier liepen wrattenzwijnen tussen de tenten en banda's door, die je heel dicht kon benaderen en goed kon fotograferen.

's Nachts werd ik nog een hele tijd wakker gehouden door een enorm nijlpaard dat vlak onder mijn raam stond te grazen. Ik kon zijn silhouet vanuit de banda zien, maar durfde niet te gaan schijnen met een zaklamp, omdat nijlpaarden daar niet zo van gediend zijn.

 

De volgende ochtend vertrokken we om half zeven voor een gamedrive aan de overkant van de Victoria Nijl. We namen de veerboot van 7 uur, die vol stond met minibusjes gevuld met toeristen. Het gedeelte van het park aan deze kant van de rivier was meer savanneachtig. We zagen al vrij snel Rottschild giraffen. Murchison Falls NP is het enige park in Oeganda waar nog giraffen voorkomen. In de tijd van Idi Amin is er heel veel wild afgeslacht, waardoor Oeganda niet het meest geschikte land is om te gamedriven. Even verderop zagen we nog een grote kudde buffels en maakten we kennis met de Oeganda Kob, een antilopensoort, lijkend op de puku of de impala. Ook zagen we nog de zeldzame patas monkey. We hadden heel erg veel geluk toen we later ook nog een mannetjes leeuw en een leeuwin even verderop zagen. Nadat we bij de rivier nog een grote kudde olifanten hadden gezien, met veel jongen, en onze gids bij vissers aan de rivier een aantal tilapia's had gekocht, reden we weer terug naar de veerboot.

   

   
     
  Na de lunch op Red Chili Restcamp stapten we bij de rivier op een bootje dat ons naar de Murchison waterval zou brengen. Vanaf het water konden we aan de oever (ga vooral links in de boot zitten als je deze boottocht ook gaat maken, want dan zie je het meest) nog heel veel dieren zien. Waterbokken, bosbokken, olifanten, krokodillen, nijlpaarden en heel veel vogels.
Vlak voordat we bij de waterval waren werd de stroming sterker en trok de boot helemaal scheef. Het water van de waterval denderde door een nauwe kloof naar beneden. Je kunt hier ook uit de boot stappen en met een gids, die je vooraf moet regelen, naar de bovenloop van de waterval lopen, als je iemand hebt die je daar kan oppikken. Ik had besloten daar niet te gaan lopen, omdat er nogal veel tsee tsee vliegen kunnen zitten en ik erg allergisch ben voor de steken daarvan.  

  Het was ook mogelijk om na de boottocht nog met het busje naar Murchison Falls te rijden, zodat ik toch nog naar de bovenloop kon. Op deze rit was het nog goed mogelijk dat we wild zouden spotten, helaas zagen we weinig wild, maar de bovenloop van de waterval was mooi.
De volgende ochtend gingen we nog een keer op gamedrive aan de andere kant van de rivier en net als de dag daarvoor namen we de veerboot van 7 uur. We zagen minder dieren dan de dag daarvoor en veelal dezelfde soorten. We zagen nog een glimp van een luipaard die in de schaduw uit een boom sprong. Meer dan in een flits was het niet, helaas. We hoorden dat er nog ergens leeuwen waren gesignaleerd, maar toen wij op die plek waren konden we ze niet vinden en reden we weer terug naar de veerboot.  

  Tijdens ons verblijf op Red Chili had onze reisleider een naar bericht gekregen. Een reizigster uit zijn vorige groep was na terugkeer uit Oeganda ernstig ziek geworden. Zij bleek het zeer besmettelijke en dodelijke Marburg virus te hebben opgelopen. Dit aan Ebola verwante virus zou ze waarschijnlijk hebben opgelopen in een vleermuisgrot  (de Python Cave in Maramagambo) nabij Queen Elizabeth, doordat ze zou zijn aangevlogen door een vleermuis. Een bezoek aan de grot zou ook in ons programma zitten, maar door de Oegandese autoriteiten werd de grot nadat bekend was geworden dat deze vrouw het waarschijnlijk daar had opgelopen onmiddellijk gesloten. Ter nagedachtenis van Astrid is de AstridUgandaFoundation opgericht, voor het schooltje voor weeskinderen waarover ik vertel in het stukje bij Fort Portal.

Niet dat er nog iemand van ons naartoe wilde. Zeker niet nadat ons het bericht had bereikt dat de vrouw helaas was overleden. De dagen daarna hield het me nog behoorlijk bezig. Het was niet 100% zeker dat ze het ook daadwerkelijk in die grot had opgelopen, al was dat zeer waarschijnlijk. Ik was ook in een grot met vleermuizen geweest en had daar de wand aangeraakt, had ik daarna ook met die vuile hand aan een wondje gezeten? Was ik daar maar niet die grot in gegaan. Hoe bezorgd zouden mijn familie en vrienden zijn na het horen van de berichten op de Nederlandse televisie? Zou ik nog kans lopen om het virus te krijgen? Hoe gevaarlijk is reizen in Afrika? Op zo'n moment ben je je ineens van alle gevaren van reizen bewust, maar besef je ook dat elk ongeluk in een klein hoekje zit en dat deze vrouw gewoon ontzettend veel pech heeft gehad. Na een paar dagen en na goede voorlichting werd de angst rond Marburg gelukkig al een heel stuk minder.

Vanuit Murchison Falls NP reden we over een weg met uitzicht over Lake Albert in een paar uurtjes naar Hoima, waar we overnachtten in het nieuwe KonTiki Hotel. Hier had ik een prachtige kamer met een soort hemelbed en een grote badkamer met een heerlijke douche. Het eten was er ook lekker en de eigenaren waren heel erg vriendelijk en gastvrij.

Kibale Forest. Op zoek naar de chimpansees.

  Er was niet genoeg plek om met de hele groep in de Primate Lodge te overnachten en daarom mocht ik met een aantal andere reisgenotes overnachten in de boomhut van het nabijgelegen en pas nieuwe Chimps Nest. De boomhut van Chimps Nest is luxer dan die van de Primate Lodge, omdat in deze boomhut een complete badkamer is gebouwd. Toen we bij de lodge aankwamen zat Jeroen, de Nederlandse eigenaar, al met zijn Keniase vrouw en pasgeboren zoontje op ons te wachten.

De volgende rit zou ons brengen in Kibale Forest, waar we op zoek zouden gaan naar de chimpansees. Het was een lange rit en we stopten pas laat voor de lunch in het stadje Fort Portal. We lunchten in het restaurant van het Travellers Inn en moesten erg lang op ons eten wachten. Hierdoor kwamen we niet al te vroeg op onze bestemming aan.

Na een eerste drankje in de lodge bracht Jeroen ons met een aantal dragers voor de bagage ons voor de duisternis in zou vallen naar de boomhut. Over plat gelegde boomstammen balancerend, omdat bosolifanten grote drassige voetsporen hadden achtergelaten, liepen we steeds verder het woud in. Na het beklimmen van een lange, steile trap kwamen we in de 12 meter hoge boomhut. Op de benedenverdieping van de hut was een badkamer met douche en toilet. Via nog een kleine trap kwam je in de slaapkamer, die normaal geschikt was voor drie personen, maar nu Jeroen had gezorgd voor een extra matras konden wij er met z'n vieren overnachten. Rondom de slaapkamer is het helemaal open. Je kunt alle kanten opkijken. Muskietengaas zorgt ervoor dat het in de boomhut niet stikt van de muggen. Jammer dat het al donker was, anders hadden we vast en zeker kunnen genieten van een geweldig uitzicht. We liepen na het wegzetten van de bagage direct weer mee terug naar de lodge.

Er was die avond na het eten een optreden door een lokale muziekgroep voor ons geregeld, die speelden op instrumenten die door een man uit het dorp waren gemaakt. Dit optreden was speciaal voor ons. Jammer dat we maar 1 nacht in de boomhut zouden doorbrengen, want het was ook nog mogelijk een nachtwandeling te maken door het woud, op zoek naar de galago of bushbaby, een bijzonder nachtdiertje.  

Na de heerlijke maaltijd en het heerlijke toetje en het optreden van de muziekgroep lieten we ons weer escorteren naar de boomhut. De jongens die ons daar naartoe brachten zouden er de hele nacht waken en als de bosolifanten zich zouden laten zien, zouden ze ons wakker maken. Jammer genoeg bleven de bosolifanten uit de buurt van de boomhut die nacht en werden we niet gewekt. Bosolifanten zijn zeldzaam en zeer op hun hoede en schichtig, waardoor je ze zelden of nooit ziet in het wild. Dit was een uitgelezen kans, maar ze zijn helaas aan ons voorbij gegaan.

De volgende ochtend stonden de jongens weer klaar om ons terug te brengen naar de lodge, waar we ontbeten. Het was nog steeds donker toen we de boomhut verlieten, waardoor we het uitzicht helaas niet meer hebben gezien. Na het ontbijt was het tijd om terug te gaan naar de anderen bij de Primate Lodge. Vanuit het kantoor van de UWA (Uganda Wildlife Authority) gingen we in twee groepen met elk een eigen gids op zoek naar de chimpansees. Hier in Kibale zijn nog een aantal groepen, waarvan een aantal gehabitueerd zijn en gewend zijn aan mensen. Hier in Kibale heeft de beroemde Jane Goodall heel veel onderzoek gedaan naar het leven en gedrag van chimpansees. Het is niet zeker dat je ze hier zult aantreffen, maar er is een grote kans dat je ze zult zien.

  Wij waren nog maar een half uur in het bos toen we bij een groepje chimpansees kwamen dat  hoog in de bomen zat te eten van de vruchten die in de boom hingen. Soms lieten ze de vruchten vallen, of plasten ze vanuit de boom naar beneden, dus je moest wel goed opletten! Er was ook een jong bij dat behendig tussen de takken door slingerde. We hebben wel een half uur staan kijken, totdat we verder gingen, op zoek naar een andere groep. Ondertussen vertelde de gids ook nog het een en ander over de bomen en planten in het woud.
Toen we bij die groep aankwamen waren er net een paar chimpansees op de grond, waaronder een groot mannetje, dat ons op een paar meter afstand zat te bestuderen. Toen schrok hij ergens van en vertrok. De rest van de chimpansees van die groep zat ook weer in de boomtoppen. Omdat het bos dichtbegroeid en vrij donker is, was het best moeilijk om de apen goed te zien. Nadat de gids had aangegeven dat onze tijd bijna om was en we over tien minuten zouden vertrekken werd er door de andere groep chimpansees hard geroepen, de groep waar wij eerder bij hadden gestaan. De groep waar we nu bij stonden reageerde daar al roepend op en de apen kwamen stuk voor stuk uit hun boomtop naar beneden om ergens anders heen te gaan, waarschijnlijk naar de andere groep. Dit was een spectaculair gezicht, al die apen die uit de bomen naar beneden klommen met hun sterke armen en poten.  

Het geluid van die schreeuwende chimpansees is een geluid wat we allemaal weleens van chimpansees op televisie hebben gehoord, maar als je het hoort tussen twee groepen terwijl je in Kibale Forest in Oeganda staat is het ineens een heel bijzonder geluid. Op de weg terug naar het kantoor van de UWA vertelde de gids ons nog meer over de bomen en struiken. Hij liet ons een takje proeven. Men gebruikte dat als medicijn. Ik vond het nogal scherp smaken en raakte de smaak bijna niet kwijt, zelfs niet na een hele fles isostar te hebben leeggedronken. Na een lunch bij de Primate Lodge ging de ene helft van de groep nog een wandeling maken naar de Bigodi Swamps en gingen wij naar ons hotel in Fort Portal.

Fort Portal

In Fort Portal verbleven wij in het Ruwenzori View Hotel. Ik kreeg de eerste nacht een kamer met een prachtig balkon met een rustig uitzicht op de tuin. Deze kamer had echter geen douche of toilet, als je deze kamer had mocht je de badkamer gebruiken in het huis van de Britse eigenaar en zijn Nederlandse vrouw. De tweede nacht kon ik net als de anderen in een zogeheten self-contained kamer (d.w.z. met douche en toilet). Deze kamer had een veranda met een uitzicht op een mooie, groene tuin. Je kon hier je was afgeven om te laten wassen. Het was bewolkt en niet erg warm, zo'n graad of 17, dat komt omdat je hier tegen het Ruwenzori gebergte aanzit en al best op hoogte bent. In een eetzaaltje met een soort huiskamerachtige sfeer kregen we die avond een heerlijk diner voorgeschoteld. Niet zomaar klaargemaakt eten, maar het eten was echt bereid door een jonge kok, die graag speelde met gerechten en het de klanten naar de zin maakte.

   

   

In Fort Portal hadden we een rustdag. Er hoefde niet gereisd te worden. Om 10.00 u ging een van onze minibusjes naar het stadje en ik ging mee. Bij Travellers Inn hebben we een drankje genuttigd en daarna wilde ik even internetten. We konden eerst niet internetten, omdat er geen stroom was (er schijnt hier 75% van de tijd geen stroom te zijn), maar later vonden we een internetcafé dat een generator had. In mijn mailbox stonden zoals verwacht veel berichten van familie en vrienden over het Marburg virus. Fijn dat het thuisfront zo meeleefde. Ik hoop dat ik ze niet al te ongerust heb gemaakt. Hierna liepen we in 25 minuten terug naar het hotel. De lunch hier was ook weer erg lekker, met een heerlijke fruitsalade als toetje. Om 15.00 u. vertrokken we met het minibusje naar de startplek voor een wandeling in het Bunyuruguru Crater Lakes District) langs een waterval(Mahoma Falls), twee kleine grotten (dit kleine stukje van de wandeling was avontuurlijk en met veel geklauter) en langs en over verschillende kraters.

We liepen over een kraterrand naar een hoge top. Dit was een behoorlijk steile en pittige klim, een goede oefening voor de wandeling naar de gorilla's vond ik. Vanaf deze top had je een prachtig uitzicht over drie verschillende kratermeren en de Ruwenzori Mountains. Je kon ook Fort Portal zien liggen. Toen we terugkwamen kregen we weer een heerlijk diner voorgeschoteld.  

De volgende ochtend vertrokken we richting Queen Elizabeth NP. We passeerden op dit traject de evenaar en natuurlijk moest de evenaar even op de foto worden gezet. Hierna reden we naar het dorpje Bwera aan de Congolese grens. Hier bezochten we een schooltje voor weeskinderen. De Green Valley Primary Orphanage Centre School. De school werd gestart in 1995 door Pastor Nelson Tusiime en geeft gratis onderwijs.

 

Er zitten nu 360 kinderen op deze school, 163 jongens en 197 meisjes. Als leerkracht klaag ik weleens over te kleine lokalen, maar als je hier ziet, dat klassen van ± 40 kinderen met alleen banken (geen tafels) in open klaslokalen van ongeveer 2½ bij 3 meter zitten dan wil je het klagen in de toekomst wel laten. Ook hebben ze totaal geen speelgoed en geen goede watervoorziening. Ook is er een gebrek aan medicijnen, veel kinderen zijn met HIV besmet.

De leerkrachten wisten dat we zouden komen en hadden hun mooiste kleren aan. Er was ook nog iemand van het schoolbestuur aanwezig. Nadat wij in de klassen hadden gekeken namen de kinderen hun bankjes mee naar de binnenplaats. Wij konden plaatsnemen op speciaal voor ons klaargezette stoelen. Daarna traden de kinderen voor ons op. Ik kreeg er een brok van in mijn keel toen ik besefte hoe warm dit schooltje was en dat al deze kinderen wees waren.  

Natuurlijk lieten wij daar een ruime gift achter, in de vorm van geld en materialen. Onze reisleider gaf nog een korte speech en wilden de kinderen nog met ons op de foto en daarna was het tijd om te gaan. Ik geef graag wat geld of materialen aan zo'n school, want ze kunnen het echt gebruiken. Het is logisch dat de school er iets voor terug wil doen en het is ook wel heel leuk om de kinderen te zien dansen en zingen. Ze zijn op jonge leeftijd allemaal al zo muzikaal in Afrika. Toch hoeft zo'n optreden voor mij niet per se. Ik zou net zo lief een willekeurige school binnenstappen met een tas vol materialen en een bundeltje met geld en dan weer verdwijnen. Op mij komt dit zo stereotype over. De blanken die met het geld zwaaien en de Afrikanen die ervoor werken en onderdanig zijn. Dat voelt nooit goed. Wie ook iets goeds wil doen voor deze school: AstridUgandaFoundation

Queen Elizabeth NP

Vanaf Kasese was het niet meer zo ver naar Queen Elizabeth NP. We reden nog langs een aantal zoutmeren waar zout werd gewonnen. Nog voordat we in het park waren zagen we al een kudde olifanten. Eenmaal in het park was het nog maar een klein stukje naar de luxe lodge waar een aantal van onze groep zou logeren. Op deze route zagen we voornamelijk waterbokken. Nadat wij onze groepsgenoten hadden afgezet bij de Mweya Lodge reden wij nog een paar honderd meter door naar het Mweya Ecological Hostel. Hier sliepen we in het guesthouse, een huisje met drie slaapkamers, een keuken, een woonkamer met veranda en een badkamer. Het huis heeft maar 1 sleutel, maar omdat we met alleen mensen uit de groep waren ging dit best. De andere kamers van het hostel zijn niet self-contained. Het hostel ligt in het nationale park en net als in Murchison Falls heb je hier kans dat je 's nachts of overdag wilde dieren tegen het lijf loopt, of Mary, de half-tamme olifant. Het Ecological Hostel heeft een schril contrast met de luxe lodge. Gelukkig mag je als gast van het hostel ook gebruik maken van de diensten van de lodge, zoals het internet, het restaurant, de bar en het zwembad. Wel tegen betaling uiteraard.

   

 

 

Tegen het eind van de middag reden we naar het Kazinga Kanaal waar we op een rondvaartboot stapten. Ook hier kregen we de tip aan de linkerkant van de boot te gaan zitten, omdat er weer voornamelijk langs de linkeroever zou worden gevaren. Het Kazinga Kanaal verbindt Lake George met het lager gelegen Lake Edward. De lodge ligt op een schiereiland in Lake George. Het was een mooie boottocht, waarbij we vanaf het water heel veel verschillende diersoorten zagen. Vaak gewoon naast of door elkaar. Op de eerste paar honderd meter zagen we al olifanten, buffels, nijlpaarden, krokodillen, nijlganzen, ibissen, een yellow billed stork en nog meer vogels. Dit bleef eigenlijk de hele tijd zo doorgaan. Zo aan het eind van de dag kwamen veel dieren drinken of badderen aan de rivier. We zagen nog veel buffels, olifanten, nijlpaarden en vogels. Ook zagen we waterbokken en heel in de verte een hyena (alleen goed te zien met een verrekijker). Toen we Lake George bereikten keerden we weer om en voeren we dezelfde route, maar nu wat sneller weer terug. In het hostel bij het ongezellige restaurant/bar gegeten. Je moet op zulke plaatsen je eten 's middags al bestellen, zodat je er zeker van bent dat je ook kunt eten waar je zin in hebt en dat het voorradig is. Het menu wisselt hier per dag, al naar wat er voor handen is.

De volgende ochtend was het tijd voor een gamedrive door Queen Elizabeth NP. Nadat we de anderen hadden opgepikt bij de lodge reden we met de minibusjes met open dak het park in. We kwamen net te laat om een luipaard dat vlak bij de lodge zat te kunnen zien. Anderen vertelden ons dat hij net weg was gelopen. Hierna zagen we nog een hele tijd niet veel bijzonders, een enkele buffel en een paar waterbokken. Gelukkig kreeg de gids een seintje dat er leeuwen waren gesignaleerd.

Dit keer waren we wel op tijd om de leeuwen te zien. Bij een zoutmeer verderop stopten we even om de benen te strekken. Het was een open plek, zodat het veilig was om uit te stappen. De plek werd aangegeven door de gidsen. Zonder gids mag je in een NP nooit je auto verlaten. Na deze stop zagen we nog een andere leeuw die een speelse jachtpoging deed. Het was geen serieuze poging en er was ook geen sprake van dat deze leeuw ooit de Oeganda kob die weg sprintte kon pakken.  

We zagen nog een paar buffels, wat waterbokken en nog een paar kobs. De meest voorkomende soorten. Bijzondere vogels zagen we hier niet. Aan het einde van de gamedrive zagen we nog een olifant met haar jong. Het gamedriven in Oeganda is duidelijk anders dan in bijvoorbeeld Kenia of Tanzania of de landen in Zuidelijk-Afrika. Er is hier niet zo'n grote verscheidenheid aan dieren.

  Aan het eind van de ochtend ben ik even naar de lodge gelopen om daar te internetten en na de lunch in het hostel vertrokken we met ons busje naar Kyambura Gorge. Dit was de middag waarop we ook naar de Python Cave hadden gekund, maar voor ons bleef het bij een wandeling door de kloof waar een stukje regenwoud in groeit. In Kyambura Gorge schijnen nog 17 chimpansees te zitten die zich zo nu en dan laten zien. Wij hebben de chimpansees hier niet gezien, maar de wandeling door de kloof was op zich al heel mooi. Wel zwaar, omdat er heel veel geklauterd moest worden. Er zijn verschillende wandelroutes door de kloof en het hangt er vanaf, waar de gids verwacht dat de chimpansees zullen zijn, welke route door de kloof je volgt. Wij kwamen dus op een zware route terecht.
Het begon met een hele steile afdaling naar beneden, de kloof in. In de kloof was het erg nat en soms glibberig en moesten we regelmatig over stroompjes water stappen, over smalle boomstammen balanceren, of over keien die in het water lagen naar droge stukken stappen. Toen ik van een reisgenoot een stok had gekregen om mee te lopen ging het makkelijker, maar toen hadden we het zwaarste stuk al gehad. Het laatste stuk ging weer omhoog.  

  In de kloof had je geen last van de zon, omdat het zo dichtbegroeid was. Eenmaal uit de kloof merkte ik weer hoe fel de zon scheen en hoe warm het was. Ik had besloten om die avond in de lodge te gaan eten. Ik zorgde ervoor dat ik voor de duisternis in de lodge was. Ook al was het van het hostel naar de lodge maar een paar honderd meter, als het hier donker is, is het hier ook echt heel donker en om dan in je eentje met een zaklampje de weg te volgen in de wetenschap dat er wilde dieren kunnen zitten, dat leek me geen verstandig idee.

Er was een ruime keus aan gerechten in de lodge, maar het was niet veel lekkerder dan bijv. in het hostel, echter wel een heel stuk duurder. Het was er wel vele malen gezelliger ingericht dan in het hostel. Gelukkig kwamen een aantal groepsleden die ook in het hostel sliepen me aan het einde van het diner ophalen. We namen nog even een drankje bij het kampvuur naast de bar en liepen daarna in het donker terug naar het hostel. Vlak voordat we bij het guesthouse kwamen werden we nog even opgeschrikt door een nijlpaard dat op het pad stond te grazen. Zo in het donker kon je het nijlpaard bijna niet zien. Toen het even later weg was gelopen kon ik pas veilig het guesthouse in.

 

Kabale

De volgende dag was een reisdag. Na het ontbijt in het hostel kwam er nog een stel zebramangoesten over het terrein lopen. Deze kleine beestjes gingen voor de bar in de zon zitten, zodat ik er hele mooie foto's van kon nemen. Wat heel uniek was, was dat ze ook op een wrattenzwijn klommen, dat daar in het zonnetje lag te dutten. Ze bevrijdden hem van teken en andere insecten. Wat een leuke beestjes om naar te kijken.

   

 

 

Ik heb er dan ook een hele tijd bijgestaan om naar te kijken. We reden vandaag door een heuvelachtig gebied, wat ze wel het Zwitserland van Oeganda noemen, naar Kabale. Ook op deze route was het weer opvallend hoeveel mensen langs de weg liepen of fietsten. je zag veel fiets boda boda's, met kussentjes op de bagagedragers. De huizen en de winkeltjes in Oeganda hebben ook vaak een heel fel beschilderde gevel. Het doet gezellig en vrolijk aan. De mensen laten hun gevel schilderen door bijv. een aanbieder van mobiele telefoons, zoals warid of celtel. In ruil voor de reclame die ze voor deze maatschappijen maken krijgen ze dus een netjes geschilderde gevel. We lunchten ergens onderweg en kwamen halverwege de middag in het White Horse Inn bij Kabale aan. Het hotel lag rustig gelegen, buiten de stad. Het was een prima hotel. Het was in Kabale erg fris waardoor het niet erg fijn was om buiten te zitten.

  Dat moest nog wel even, want die avond had onze reisleider een optreden van de Afrikaanse performance groep Amaraka had geregeld. Zij acteerden, zongen en dansten voor ons. Zowel eigentijds als klassiek Afrikaans. Het optreden was leuk, maar duurde wel erg lang, waardoor ik het steeds kouder kreeg en we pas heel laat aan het diner zaten. Na afloop van het optreden heb ik nog de cd Speedi van Amaraka gekocht. Gewoon een op de computer gebrand cd'tje met een velletje papier bij het hoesje in geschoven, want echte cd's hadden ze niet.

Pygmeeënstam (Batwa)

Vanuit Kabale reden we door de bergen richting Kisoro. Ergens op de helft van de route stopten we bij een schooltje, waar we weer wat geld achterlieten en de kinderen wederom voor ons zongen. Een leerkracht van de school was onze gids tijdens ons bezoek aan een Batwa dorp Rwamaha village. Er leven hier zo'n 150 Batwa. De Batwa is een pygmeeën stam. De Batwa bevolking is dus erg klein vergeleken bij ons. Er stonden al een aantal Batwa bij de school op ons te wachten. Via een bamboebos liepen we naar het Batwa dorp. In het dorp werden we verwelkomd door the chief van het dorp. Een klein mannetje, minstens een kop kleiner dan ik, in een tweed jasje en met een versleten t-shirt en rubberen laarzen aan. We waren welkom in zijn huis. Het enige huis in het dorp met golfplaten als dak. En het enige huis met een kookhut naast de hut waarin geleefd en geslapen werd. De huisjes van de Batwa zijn ontstellend klein en bezittingen hebben ze bijna niet. Een lemen hut, met daarin twee ruimtes. De ene ruimte, waar een deken en een paar kommetjes op de grond lagen was het slaapvertrek van de chief en zijn vrouw, de andere ruimte was woonkamer, soms keuken en slaapkamer van de kinderen. Hier hing een lijntje met maar een paar kledingstukken, dat waren alle kleren die dit gezin bezat, op de kleren die ze aan hadden na.

   

 

 

Nadat we bij de chief in zijn huis waren geweest konden we een kijkje nemen in de school. Het was duidelijk te zien dat hier door Europese Unie in geïnvesteerd was. De leerkrachten waren geen Batwa. Zij probeerden de kinderen datgene te onderwijzen, waar ze het meeste aan zouden hebben in het dagelijkse leven. Voornamelijk de Engelse taal en lessen over landbouw en biologie. Vroeger leefden de Batwa in het woud. Nu mag dat niet meer van de regering en hebben ze een vaste woonplaats en bestaan ze van de landbouw. De kinderen zaten op dat moment niet meer in de klassen, maar allemaal op het veld voor de school, te genieten van ons bezoek. We mochten ook nog bij een ander gezin binnen kijken. Deze hut verschilde niet veel van de hut van de chief, maar was nog net een stukje kleiner en er was geen zinken dak of extra keukenhut. We verzamelden daarna voor de school. De gids maakte aan de Batwa duidelijk dat wij giften hadden meegebracht. Van het geld zouden voedingsmiddelen als rijst worden gekocht. Verder hadden we schoolspullen meegenomen en een aantal groepsgenoten gaven nog kleren weg. Die kleren werden door de gids eerlijk verdeeld onder de gezinnen, waar wij bij waren. We zagen dat de mensen deze kleren ook meteen aan deden. Nadat we hadden gezien hoe weinig kledingstukken deze mensen bezitten was dat natuurlijk niet verwonderlijk. Natuurlijk werd ook hier weer voor ons gezongen en gedanst, alleen ditmaal door de volwassenen. Al zingende werden we uitgeleide gedaan toen we het dorp verlieten. Veel kinderen liepen nog een stukje met ons mee de heuvel af. Sommige in hun pas verworven nieuwe shirt of blouse.

   Na dit bezoek reden we verder over de bergen naar Kisoro. Het was een weg met prachtige uitzichten over de berghellingen en over Lake Bunyoni. De hellingen zijn bezaaid met allemaal kleine akkertjes waarop de mensen hun gewassen verbouwen.  

 

Kisoro / Nkuringo

We kwamen pas halverwege de middag in Kisoro aan bij het Travellers Rest Hotel, waar we in de tuin gingen lunchen. Lang geleden, toen ze nog niet was vermoord en nog onderzoek deed naar het leven en de gewoonten van de berggorilla's, was Dian Fossey, schrijfster van Gorilla's in the mist, hier vaak te gast. Nadat we hadden geluncht reden we richting Nkuringo. We overnachtten in een afgelegen lodge aan Lake Mutanda, met uitzicht op de Virunga Mountains. De Nkuringo Safari Lodge.

Hier sliepen we in luxe safaritenten met eigen douche en toilet, die aan het meer stonden. Het water voor de douche werd warm gestookt, zoals op veel plaatsen in Afrika, d.m.v. een oven met een vuurtje. We waren er de enige gasten en dus was het een gezellig onder ons onderkomen. Het diner werd geserveerd in de lodge, waar ook een open haard brandde. Het was hier in de bergen fris genoeg om 's avonds binnen te gaan zitten bij dit haardvuur.  

Bwindi Impenetrable Forest NP (gorilla tracking)

De volgende dag was het dan eindelijk zover. De gorillatracking.

 

 

Als je verzekerd wil zijn van een permit om de gorilla's te mogen bezoeken moet je je Oeganda reis toch minstens een half jaar van tevoren boeken. Zo'n gorilla permit is niet goedkoop. Je betaalt er maar liefst €425,- voor. Voor dat geld mag je een gorilla groep bezoeken. Je mag dan een uur bij de berggorilla's, waarvan er nog maar iets meer dan 700 in het wild leven, blijven. Wij hadden permits voor een bezoek aan de Nkuringo groep. De laatst gehabitueerde groep in Oeganda. En groep van 17 gorilla's. Op dit moment zijn ze bezig om een nieuwe groep te laten wennen aan de mens, zodat er in de toekomst wellicht nog een groep bezocht kan worden. Nu zijn er nog vier gorilla groepen in Bwindi Impenetrable Forest NP die bezocht kunnen worden en eentje in Mgahinga Gorilla NP, binnenkort komt daar dus eentje in Bwindi bij. Ook in Rwanda en Congo leven nog enkele gorilla groepen, waarvan er nog een aantal bezocht kunnen worden. De tocht naar de Nkuringo groep is een van de zwaarste trackings. De parkgrenzen liggen in een 600 meter diepe vallei vanaf de weg. Het kantoor van de parkwachters ligt nog hoger. Als je deze groep wilt bezoeken moet je over een goede conditie beschikken. Een gorillagroep mag maar door acht bezoekers per dag worden bezocht. Je mag dan dus een uur bij de gorilla's blijven. Na een briefing over wat je wel en niet mag doen in de buurt van de gorilla's gingen we rond kwart voor negen op pad.

  Ik had twee rugzakjes mee, eentje voor mijn foto- en filmcamera-apparatuur en eentje met eten en flink veel drinken. Voor het dragen van een rugzak kun je een drager huren. Deze drager loopt dan mee en tilt je rugzak voor je. Ook kan een drager je een handje helpen als het steil of zwaar wordt tijdens de wandeling. Ik had twee dragers ingehuurd, Fred en Medit, ik had dan ook twee tassen. En ik verwachtte dat ik het weleens zwaar kon gaan krijgen.

Het lijkt een beetje raar om voor een paar dollar iemand in te huren voor het zware werk, maar aan de andere kant geef je deze mensen werk, zodat zij voor die dag eten kunnen betalen voor het hele gezin. Het is werkverschaffing. Deze dragers rekenen op een aantal wandelingen per week en als je als toerist geen gebruik maakt van een drager en er later wel eentje nodig blijkt te hebben, dan nemen ze je dat niet in dank af. We zaten in de groep bij drie Amerikanen die al twee gorilla-trakings in Rwanda hadden gedaan. Gelukkig was niemand van ons ziek. Als je ziek bent en je hebt een virus bij je mag je niet naar de gorilla's, anders is er een kans dat je de dieren besmet en deze daaraan zullen sterven. Als je uit jezelf aangeeft dat je ziek bent en niet mee kunt krijg je geld terug, als je later door de gids wordt teruggestuurd omdat je ziek bent krijg je niks. Eén van de Amerikanen vond de tocht erg zwaar. Hij kon nog net bij de gorilla's komen, ondanks zijn zwakke rug, maar de terugtocht werd hem echt teveel. De gids regelde dragers en een draagbaar en deze man is door tien dragers de hele weg terug de berg op gedragen. Denk je dat dit waanzin is? Het gebeurt een paar keer per maand. Voor vertrek hadden we ook nog een stevige stok als wandelstok gekregen en die bleek ik later ook wel echt nodig te hebben. Het eerste stuk ging over de weg bergafwaarts in de felle zon. Dat zou nog een hele klim naar boven worden tijdens het middaguur in de zon.

Het tweede stuk naar beneden ging over een smal pad, waar het gras dik op groeide. Dit dikke glibberige gras bemoeilijkte het lopen heel erg. Je kon soms niet zien hoe diep een afstap was en soms bleef je met je voeten ergens achter haken. Hier op dit smalle pad was ik op de steile stukken erg blij met de helpende hand van mijn drager. Toen ik nog maar halverwege was droop het zweet al van mijn voorhoofd. We stopten af en toe om even op adem te komen, maar vooral om even wat te drinken. Ik had isostar tabletten meegenomen, die ik nu in mijn flessen water had gedaan. We kregen op een gegeven moment van de gids te horen dat de trackers de gorilla's op het spoor waren en dat het nog ongeveer 40 minuten lopen zou zijn. Gorilla's bouwen elke dag een slaapnest, zo'n slaapnest wordt maar 1 keer gebruikt.  

De trackers houden elke avond in de gaten waar de gorilla's hun nesten van die nacht bouwen. De volgende ochtend gaan ze vroeg op pad en volgen vanaf de slaapplek de sporen van de gorilla's. Als ze de gorilla's gevonden hebben weet de gids waar hij de toeristen die dag naar toe moet brengen. Na nog ongeveer een half uur gelopen te hebben moesten we onderaan de helling een riviertje oversteken. Aan de overkant van de rivier op een andere helling stonden de trackers op ons te wachten en moesten we onze camera's uit onze tassen halen (en de extra batterijen niet vergeten) en de tassen achterlaten bij de dragers. De gids en de trackers namen ons nog een stukje verder mee het bos in, de helling op. Na nog ongeveer 10 minuten lopen (en 1½ uur in totaal) zagen we op een helling in de verte onze eerste gorilla. Daarna liepen we richting de gorilla's die lekker zaten te eten. Ze zaten allemaal een beetje uit elkaar op een eigen plekje.

 
  De eerste gorilla die we even later van heel dichtbij zagen (7 meter is de afstand die je officieel moet houden, maar van de gids en trackers mochten we nog dichterbij, tot op zo'n drie meter) was de jonge silverback van de groep. Hij zat lekker te eten en de gids haalde wat takken weg, zodat wij betere foto's konden nemen. Dit vond meneer iets teveel van het goede en hij richtte zich even op in de richting van de gids, liet even zijn brede borstkas zien en ging toen demonstratief met zijn rug naar ons toe zitten en trok weer een andere tak over zich heen. Alsof hij wilde zeggen:"Lekker puh."
We liepen iets verder en zagen daar een andere gorilla onder een boom zitten en een jonge gorilla in de boom. Verderop waren ook nog een paar kleine gorilla's in een boom. Onder een hele berg takken zat nog een vrouwtje en even later zagen we ook een heel klein gorillaatje. Ik heb het maar even heel kort gezien, want daarna kwam de grote silverback van de groep eraan en die onttrok de kleine aan ons gezicht.  

  Hij was heel duidelijk zijn kind aan het beschermen. Niet dat hij zich echt door ons bedreigd voelde, want hij ging heel rustig voor onze ogen zitten eten. Hij vond het niet eens erg dat de gids ook hier een paar takken weghaalde om ons een beter zicht te geven. Op een gegeven moment draaide hij zich zelfs om en ging heel geïnteresseerd naar ons zitten kijken, alsof hij net zo nieuwsgierig was als wij en waarschijnlijk was dat ook zo.
Hij keek mij ook nog even aan en ik draaide vlug mijn hoofd af. Je mag een gorilla namelijk nooit in de ogen kijken. Zeker niet als een gorilla kwaad is. Je kunt je dan beter wat onderdanig gedragen en je hoofd afwenden en zo laten weten dat hij/zij de baas is. We hadden de tip gekregen om niet een uur lang te filmen en te fotograferen, ondanks dat het allemaal zo mooi is dat je elke beweging van de gorilla's wel wilt vastleggen, maar om ook rechtstreeks en niet door het oog van de camera van het moment te genieten.  

Je komt er maar 1 keer en het duurt maar een uurtje en dat uurtje is zo voorbij. Vlak voordat het uur voorbij was liet de gids ons weten dat terwijl wij nietsvermoedend naar de silverback hadden staan kijken, was er een vrouwtje vlak achter ons was komen staan. Zij had al een tijdje naar ons staan kijken. Toen wij ons omdraaiden bleef ze nog even staan en daarna liep ze heel langzaam weg om verderop te gaan zitten eten. Wat een onbeschrijfelijk gevoel was dit, te weten dat je echt een uur lang tussen de gorilla's bent geweest. Ik kan niet zeggen: "onder de gorilla's bent geweest" want zij gingen gewoon door met hun bezigheden, zij letten  verder niet echt op ons. Wij werden alleen toegestaan een uurtje een kijkje te nemen in de gorillakeuken. Jammer dat ze doordat ze elk op hun eigen plek zaten te eten niet zo actief en interactief waren met elkaar, maar het was desondanks een geweldige ervaring. Hier was ik voor gekomen en ik heb ze gezien!

   

   

 

Toen het uur voorbij was liepen we weer terug naar de rivier. Dit was nog best een moeilijk steil stukje. Hier was geen pad en ik miste hier een helpende hand van Medit of Fred en ook mijn wandelstok. Naar de gorilla's toe is geen pad, omdat zij elke dag weer op een andere plek zitten. Toen we het riviertje weer waren overgestoken stonden op het open veld alle dragers met onze bagage op ons te wachten. Hier konden we onze packed-lunch die we die ochtend vanuit het hotel hadden meegekregen. Hierna moesten we de klim terug naar het UWA kantoor maken. De ongeveer 700 meter hoge helling op. Ik had verwacht dat we over hetzelfde moeilijke pad weer terug moesten en was me daar al mentaal op aan het voorbereiden, toen bleek dat we bij een heel mooi vlak pad aankwamen. Dit pad leidde naar het overnachtingskamp van de trackers.  

Daarna was het over hetzelfde pad gestaag omhoog. Het was inmiddels wat bewolkt geworden waardoor we niet in de felle zon hoefden te lopen. Het was aangenaam van temperatuur. De langzaamste klimmers moesten voorop gaan lopen. Daarna gingen we in een vast tempo naar boven en hebben we maar een keer of vier even stil gestaan om wat te drinken. Door in een vast ritme te gaan lopen en de wandelstok te gebruiken liep ik eigenlijk vrij gemakkelijk naar boven. Ik zal niet zeggen dat ik het niet zwaar vond, maar nadat ik alle verhalen gelezen had was ik uitgegaan van een hele zware tocht en dat bleek alles mee te vallen. We hadden ook geluk dat de gorilla's niet verder dan 1½ uur lopen vanaf het UWA kantoor zaten. Het gebeurt soms dat de gorilla's zo ver weg zitten, dat mensen pas na zes uur 's avonds weer terug komen. Dat is ons gelukkig bespaard gebleven. Wij waren om half twee weer boven en nadat we met de hele groep, dragers, gids en toeristen op de foto waren geweest konden we weer terug naar de Nkuringo Safari Lodge waar de rest van de groep die avond naar onze verhalen luisterde.

 

De volgende dag ging de rest naar de gorilla's en hadden wij een vrije dag. Een heerlijke dag om uit te rusten en alle indrukken van de dag ervoor op een rijtje te zetten. Het was nog net warm genoeg om even lekker buiten te kunnen zitten, maar na de lunch zijn we later toch weer binnen bij de open haard gaan zitten. Die avond waren wij aan de beurt om naar de verhalen van de anderen te luisteren. Deze twee dagen waren toch wel voor iedereen het hoogtepunt van de reis.

Lake Bunyoni

Via Kisoro reden we weer terug over de bergen naar Kabale, waar we lunchten. Van hieruit reden we naar Lake Bunyoni. Dit meer wordt omringd door berghellingen en is bilharzia vrij. Met onze bagage stapten we op een bootje dat ons naar Nature's Prime Island bracht. Op dit kleine eiland staat een lodge met safari tenten. Ik kreeg hier een tent met aangebouwde douche en toilet. Vanuit de open douche met warm water keek ik zo tussen de bomen door over het meer uit. Ook vanaf de veranda voor de tent had ik een prachtig uitzicht over het meer.  
  Hier kon ik heerlijk in een stoeltje zitten lezen. En ik had de hele tijd licht, omdat de elektriciteit werd opgewekt uit zonne-energie en het licht was aangesloten op een accu. Heerlijk om 's avonds niet alles met een zaklamp te hoeven doen. Je kon hier de volgende ochtend een wandeling op zoek naar vogels gaan maken met de eigenaar, die ook gids was. Ook kon je een boottochtje over het meer gaan maken met diezelfde man. Ik besloot de volgende dag echter uit te gaan slapen en die middag lekker bij de steiger te gaan zonnebaden en een duik te nemen in het meer. Gelukkig was de zon weer terug en was het lekker warm.

Lake Mburo NP en Mabamba Bay

Via Kabale reden we de volgende dag naar Mbarara, waar we gingen lunchen. De laatste tijd reden we alles over onverharde stoffige wegen, maar vanaf Kabale is de weg weer hard, maar het is niet het beste asfalt wat er ligt, de weg zit vol met gaten en kuilen. Vanaf Mbarara reden we naar Lake Mburo NP en hier gingen we een gamedrive maken. Er kon ook gegamewalked worden met een gids. Het park is flink begroeid met bosjes, waardoor je niet heel veel dieren ziet.

Wel hebben we hier de zebra gezien, die we op deze trip nog niet eerder tegen waren gekomen. Ook zagen we impala's, oribi's en topi's. Toen we het park weer uit waren en op de weg naar Masaka waren begon het heel hard te regenen. We hadden geluk dat het tijdens de gamedrive nog niet regende. In Masaka sliepen we 1 nacht in Hotel Brovad, een redelijk groot hotel. Je verwacht dan stroom en warm water, maar helaas, ook hier weer een hele tijd geen stroom en dus ook geen warm water om te douchen.  

Vanuit Masaka reden we naar Mabamba Bay. Het regende een klein beetje. Ook toen we bij de evenaar waren en ze daar de proef met het ronddraaiende water deden, die ik al twee keer eerder had gezien. Op het noordelijk halfrond draait het water rechtsom in het putje, op het zuidelijk halfrond linksom. Op de evenaar trekken beide polen even hard en draait het water niet, maar druppelt het recht naar beneden. Bij Mabamba Bay lagen bootjes voor ons klaar die ons door het moerasachtige gebied zouden brengen op zoek naar de gorilla onder de vogels: de shoebill of schoenbekooievaar.

  Deze vogel met zeer opzichtige snavel is erg zeldzaam en laat zich niet zo vaak zien. Bij Mabamba Bay is de kans groter dan waar ook ter wereld en vlak voordat wij daar aankwamen was hij inderdaad gesignaleerd. Dus stapten wij meteen in de boot. We gingen met drie bootjes, op elke boot stond een jongen die de boot vooruit bracht door te bomen. Je kunt natuurlijk niet met een motor varen als je op zoek gaat naar de shoebill. Op een van de boten ging een gids mee die nog het een en ander vertelde. Het was een leuk tochtje tussen het riet, de papyrus en de waterhyacinten door en na een tijdje zagen we inderdaad de shoebill.

Kampala

   

 

 

Vanuit Mabamba Bay reden we door naar Kampala, waar we nog even bij Iguana langs gingen. In Hotel International hebben we geprobeerd alvast in te checken voor de vlucht van de volgende dag. We hadden echter een hele trage verbinding en de stroom viel ook nog steeds uit en bij KLM beseffen ze blijkbaar niet dat het internet in het buitenland niet altijd op en top werkt en daarom hebben ze hun site vol gezet met allemaal reclame en afbeeldingen die geladen moeten worden. Wat een ergernis. We mochten zelfs in het kantoor van de baas achter de computer, omdat die een snellere verbinding had. Na ongeveer twee uren achter de computer te hebben gezeten was het dan eindelijk gelukt om in te checken en op het moment dat we de boarding pass wilden gaan printen viel de stroom weer uit. We besloten het de volgende ochtend maar weer verder te proberen. Die avond hadden we een soort afscheidsetentje en namen we al officieel afscheid van de chauffeurs, Sam en Zziwa, hoewel die ons de volgende dag nog naar Entebbe en naar het vliegveld zouden brengen. We gingen naar een restaurant van een Belg, Le Château. Een chique restaurant vergeleken bij de restaurants die we op de rest van de reis hadden gezien.

Op de ochtend van vertrek stond ik niet al te laat op, omdat we de boarding passes nog zouden printen en er 's ochtends vroeg de beste verbinding was, volgens het computermeisje. Hoe ze ons ook probeerde te helpen, aan de verbinding kon ze niks doen en die was niet beter dan de dag ervoor. Dus deden we er nogmaals drie kwartier over om de boarding passes uit te printen. Daarna was het tijd voor het ontbijt en om half tien vertrokken we richting de souvenirsmarkt in het centrum. Daarna reden reisgenootje Elly en ik nog met Sam door naar de Kasubi Royal Tombs. 

  De graftombe van de laatste vier Buganda koningen. We werden hier ontvangen door Joseph. Mpanga Mulondo Joseph, de kleinzoon van de broer van de huidige koning en waarschijnlijk troonopvolger, daar de huidige koning op zijn 54e nog geen zonen heeft gekregen. We werden verzocht om een omslagdoek om te doen, daar wij een lange broek aan hadden. Het regende pijpenstelen en we kregen een paraplu te leen. Joseph gaf ons een rondleiding en vertelde over de tombe. In de tombe lagen allemaal kleden op de grond.

We moesten onze schoenen uit doen en konden toen gewoon naar binnen gaan. Er zat een schoolklas met kinderen die er voor een excursie waren. Joseph vertelde over de laatste vier koningen en over hun graven. We mochten gewoon foto's maken en Joseph vond het ook erg leuk om foto's voor en van ons te maken. Hij vertelde over een lamp die er hing. De eerste lamp in Oost-Afrika. Deze had Queen Victoria aan de Buganda koning geschonken, maar was gemaakt in Nederland. de tombe had een dubbele wand van riet. Er waren 52 gewelven, elk gewelf stond voor een gewest in het land. Na dit bezoek gingen ook wij nog heel vluchtig even over de souvenirmarkt, waar in elk stalletje ongeveer hetzelfde werd verkocht.

Daarna was het tijd voor de lunch en na de lunch vertrokken we naar het Lake Windsor Hotel in Entebbe, waar we aan het begin van de vakantie al eens hadden geluncht. Hier brachten we onze laatste middag door. Hier konden we ook nog gebakken sprinkhanen en termieten proeven, die onze reisleider voor ons in Kampala had gekocht. De sprinkhaan was nog best lekker, maar de termiet was vrij sappig en sprong uit elkaar als je erop beet. Minder lekker dus, al zou ik beide niet als lekkernij willen beschouwen. Je moet het geprobeerd hebben, toch?  

In het zwembad nog even en paar baantjes getrokken en daarna nog even heerlijk in de zon gelegen. Na een heerlijke douche was ik er helemaal klaar voor om naar huis te vliegen, maar de Belgen vertrokken eerder. Wij Nederlanders hadden nog even tijd om in het hotel te eten en daarna vertrokken ook wij naar het vliegveld. In het vliegtuig zat ik aan het gangpad en de stoel naast mij bleef leeg. Het hele vliegtuig zat vol, maar net die stoel naast mij bleef leeg. Wat een luxe. Vroeg in de ochtend kwamen we op Schiphol aan na alweer een mooie Afrika reis. Ik hoop dat het goed blijft gaan met de gorilla's, want die prachtige beesten hebben het recht te bestaan op deze mooie wereld!

   

 

 

 

 

[Start] [Australië] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje Scandinavië (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [Jordanië] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]