____________________________________

       Autoreis naar Rügen      

____________________________________

Gespensterwald / Rostock / NP Vorpommersche Boddenlandschaft / Stralsund / Vuursteenvelden / Krijtrotsen Sassnitz / Kap Arkona / Prora / Baumwipfelpad / Seebad Sellin / Königsstuhl en Jasmund NP / Schlot Schwerin / KZ Gedenkstätte Neuengamme / Celle / KZ Gedenkstätte Bergen-Belsen / Bremen

       

Met de auto naar Rügen ging de reis dit keer. Een paar jaar geleden ben ik aan mijn reisbucketlist voor Europa begonnen en Rügen stond ook op deze lijst. Dit eiland in de Oostzee in het oosten van Duitsland heeft veel moois te bieden. Oorspronkelijk was het plan om hier in de zomer naartoe te gaan, maar de plannen wijzigden en ik vertrok eind april op een last-minute reis, nadat ik had gezien dat het er die week goed weer ging worden. Dit bleek achteraf een zeer goede keus. Het is hier in april nog geen hoofdseizoen en het was er niet heel erg druk met toeristen. Ook was op de tours die ik boekte altijd nog wel plek zonder te reserveren en op de wegen was het lekker rustig. Tijdens de zomer schijnen de wegen megadruk te zijn, liggen de stranden vol en moet je alles wat je wilt gaan doen van tevoren boeken. Ondanks dat het vakantie was in Nederland kwam ik weinig landgenoten tegen. Er waren vooral veel Duitse vakantiegangers. Zowel op de route naar Rügen als op de terugweg heb ik een paar stops en omwegen gemaakt langs bijzondere plekken.

Gespensterwald

  Op de heenweg overnachtte ik in een hotel in Rostock. Voordat ik naar het hotel reed, bracht ik nog even een bezoek aan het Gespensterwald bij Nienhagen aan de Oostzeekust. In deze 100 meter brede en 1300 meter lange strook aan de kust in het Nienhäger Holz groeien de bomen, die ver uit elkaar staan, bijna recht omhoog en er groeien nauwelijks struiken tussen. Met mist kan dit er erg spookachtig uitzien, vandaar de naam Geestenbos. Het bos groeit op de hoge steile kliffen aan de kust, waardoor je door de bomen heen over de zee uitkijkt. Vanaf het strand (stenen) is het ook een mooi gezicht om de bomen op de kliffen te zien staan. Na een lange rit even uitwaaien aan het strand is heerlijk en met dit mooie bos erbij was dit een prima uitstapje. In 1943 werd dit gebied uitgeroepen tot Natuurreservaat.
     

           

Rostock

Van het Gespensterwald was het nog ongeveer een half uur rijden naar het hotel in Rostock. Ik verbleef hier in het Hotel Altes Hafenhaus wat uitkijkt op de Stadthafen. Vanuit het goed gelegen en rustige hotel was het maar ongeveer 5 minuten lopen naar de oude binnenstad. Rostock was in de Middeleeuwen een welvarende Hanzestad. Ook werd hier in 1419 de eerste universiteit van Noord-Europa gesticht. Er zijn hier nog veel oude gebouwen te vinden. In de Tweede Wereldoorlog werd de binnenstad door de geallieerden gebombardeerd, maar gelukkig bleven er nog veel oude gebouwen bewaard. Na de oorlog lag Rostock in de DDR en werd het een belangrijke stad, vanwege de haven die er werd gebouwd, de grootste haven van de DDR. Na de Wende zijn er veel mensen uit Rostock vertrokken naar andere plaatsen in Duitsland, omdat de stad minder belangrijk was geworden.    

         
         

    Van de Mariakerk, waar ik het centrum binnenliep, liep ik over de Kröpeliner Strasse (de winkelstraat) naar de Kröpeliner Tor. Halverwege kom je dan over de Universitätsplatz, waar de Brunnen der Lebensfreude fontein staat. Daarachter zie je de oude universiteit. Als je de Kröpeliner Tor voorbij loopt kom je in een park, de Wallanlagen. Helaas was dit park gesloten. Dus liep ik aan de binnenkant langs de stadsmuur, waarvan er hier nog een deel bewaard is gebleven, richting de oude Klostergarten en liep daarna door de Klosterhof langs de Universitätskirche weer naar het universiteitsplein. Van daaruit liep ik door naar de Neuer Markt. Hier vind je het Rathaus en een aantal huizen met mooie gevels. Het oudste deel van het Rathaus dateert uit de 13e eeuw. Je ziet hiervan nog de 5 torens in Gotische stijl. Later werd het gebouw verbouwd in de Barokstijl. Ten zuiden van dit plein vind je nog een ander deel van de oude stadsmuur en de Steintor en Kuhtor. Daar ben ik niet geweest. Ik wandelde nog even lekker langs de haven en daarna terug naar het hotel.

NP Vorpommersche Boddenlandschaft

De volgende ochtend stond ik vroeg op om via een omweg naar Rügen te rijden. Ik reed eerst naar het oosten in plaats van naar het noorden. Over de Rostockerheide reed ik naar Graal-Muritz, waar een rododendron park is. Toen ik zag dat de rododendrons hier nog niet in bloei stonden ben ik doorgereden via Ahrenshoop naar Prerow, waar ik een bezoek bracht aan het NP Vorpommersche Boddenlandschaft. Vooral de Rundwanderweg Darsser Ort die over o.a. vlonderpaden langs de bodden gaat is de moeite waard. Aangezien je daar niet dichtbij kan parkeren, heb ik in Prerow de vouwfiets uit de auto gehaald. Op de fiets door het bos was het zo'n 5 km naar de vuurtoren bij Darsser Ort. Bij de vuurtoren start de rondwandeling van 4,5 km. Als je wilt kun je hier de vuurtoren bezichtigen of met de izi.travel app nog extra informatie krijgen tijdens de wandeling. Ik hield het bij heerlijk wandelen en genieten van het landschap. Het eerste deel liep ik over het strand, daarna over de vlonders met hier en daar een uitkijktoren langs de bodden en daarna nog een stuk over een pad van zand en houtsnippers door het bos. Je kunt de route ook in de tegengestelde richting lopen. Het is een mooie route langs een landschap dat een beetje te vergelijken is met ons waddenlandschap.  
     

       

Stralsund

  Na een heerlijke wandeling en fietstochtje terug naar de auto reed ik via Zingst weer van het schiereiland Fischland-Darss-Zingst af op weg naar Stralsund. Hier parkeerde ik bij het Oceaneum om het centrum van de stad te bezoeken. Het Oceaneum schijnt ook erg de moeite waard te zijn, maar dat stond niet op mijn programma. Ik liep van de parkeergarage naar het Heilgeistkloster. Hier vind je idyllische straatjes met mooie kloosterhuisjes. Je kunt hier, als je dat wilt, ook in een van de kloosterhuisjes overnachten, in een B&B. Hierna liep ik langs de St. Jacobikerk naar de Alter Markt. In dit centrum van deze oude Hanzestad staan de grote Nikolaaskerk en het Rathaus. Aan het plein en er omheen liggen nog meer bijzondere panden. Het is niet voor niets dat de binnenstad van Stralsund op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De Kütertor en de Kniepertor zouden ook nog wel een bezoek waard zijn geweest, maar ik sloeg deze over en reisde door naar Rügen. Terug bij de parkeergarage ging ik nog even met de lift naar de bovenste etage. Vanaf het dak heb je aan de ene kant een mooi uitzicht over de stad en aan de andere kant over de haven, de Strelasund en de grote brug die de verbinding met Rügen maakt, de Rügenbrücke.
     

     

Feuersteinfelder

Vanaf de parkeergarage stuurde de navigatie me echter niet over de grote brug die ik net had zien liggen, maar over de kleinere brug die ernaast lag. Op Rügen stopte ik nog bij Lietzow, waar ik genoot van het uitzicht over de Grote en de Kleine Jasmunder Bodden. Op een heuvel staat een wit kasteeltje, wat een exacte kopie is van het kasteel Lichtenstein bij Reutlingen. Ik wilde bij Lietzow nog een wandeling gaan maken in het Waldpark Semper, ook wel het Hexenwald genoemd, waar je een ruïne kunt vinden van een oude vuurtoren en waar mooie mystieke bomen staan. Helaas kon ik de afslag naar dit bos niet goed vinden. Ik besloot om dan maar door te rijden naar de Feuersteinfelder bij Neu Mukran, waar ik aan het eind van de middag aankwam op de parkeerplaats.

       

Je kunt de velden alleen bereiken via een korte wandeling die bij de parkeerplaats start. Deze vuursteenvelden zijn ontstaan door een reeks stormvloeden tussen 4000 en 3000 jaar geleden. De stenen zijn hier al afgezet tijdens de Jura en de Krijttijd. Over een lengte van 2,5 km en een breedte van ruim 200 m vind je hier een zee van stenen. Tussen de stenen groeit wat struikgewas. De wandeling naar de velden loopt eerst door een bos en daarna langs een spoorlijn die je oversteekt en daarna weer verder door het bos. Via smalle paden aan het grote pad kun je naar de velden. Op de steenvelden was ik helemaal alleen. Op het pad er naartoe was ik nog wel een groepje mensen tegengekomen, maar eenmaal op de velden zag ik niemand meer. Zo kon ik heerlijk rustig genieten van dit zeer bijzondere landschap. De weg terug naar de parkeerplaats gaat via dezelfde route terug.

Krijtrotsen en Sassnitz

  Vroeg in de avond kwam ik aan bij Pension en Ferienwohnungen Schneidereit, waar ik een appartement met eigen keuken en woonkamer had geboekt. Sassnitz ligt mooi centraal om de oostkant van het eiland, waar de meeste bezienswaardigheden te vinden zijn, te gaan ontdekken. Op de eerste volle dag op Rügen wilde ik een boottocht maken langs de krijtrotsen van het NP Jasmund. Ik wilde dit vroeg in de ochtend gaan doen, maar de de eerste boot ging pas om half twaalf. De boten varen zo vaak als dat er animo voor is en dat is in het voor- en naseizoen dus niet heel vaak op een dag.

Ik wist dit niet en wandelde 's ochtends al vroeg naar de haven die op slechts 300 m van het appartement lag. Ik boekte de boottrip en wandelde daarna over de promenade richting het strand en daarna over het strand langs de krijtrotsen. Het wandelen over het strand, dat voornamelijk bestaat uit stenen, gaat niet heel gemakkelijk, maar het uitzicht is geweldig. Bij Wedding (Sassnitz) en de Piratenschlucht (Piratenkloof) zijn trappen naar boven waar de Hochuferweg loopt. Dit wandelpad van 12,5 km loopt van  Sassnitz naar Lohme over de hoge oever van de krijtrotsen. Een andere trap vind je na 5,5 km bij de Kieler Bach en de laatste is bij Lohme aan het eind van de trail. Tot 2016 was er ook nog een 200 jaar oude trap bij de Königsstuhl, maar nadat deze verwoest werd door een vallende boom is deze niet meer hersteld. Vanaf de Hochuferweg heb je op verschillende punten een prachtig uitzicht over de krijtrotsen. Een daarvan is het Viktoriasicht, vanwaar je zicht hebt op de beroemde Königsstuhl. Een ander mooi uitzichtpunt is het Ernst-Moritz-Arndt-Sicht. Bij de trap bij de Kieler Bach is ook nog een waterval.

     

De krijtrotsen zijn 70 miljoen jaar geleden ontstaan in het krijttijdperk, toen de temperatuur van de aarde veel hoger lag en de zeespiegel ook. Krijt bestaat slechts uit kalkskeletten van hele kleine organismen, zoals algen, die op plaatsen waar wat minder water stond op de zeebodem worden afgezet. In 30 jaar groeit de kalk slechts ongeveer een millimeter aan. In het krijt kun je goed fossielen vinden. Helaas breken er door erosie ook regelmatig stukken krijt af.

Ik wilde oorspronkelijk deze Hochuferweg na de boottocht tot aan de Königsstuhl gaan wandelen, maar nu de boot later vertrok veranderde dit plan. Van onderen waren de krijtrotsen erg spectaculair en ik bleef ook na de Piratenschlucht nog doorlopen over het strand. Ik keerde op tijd weer terug richting Sassnitz, nog steeds over het strand. Ik had nu ongeveer de helft van de afstand richting de Königsstuhl gewandeld, maar dan niet boven langs, maar over het strand. Ik zou dan later in de week nog wel de Königsstuhl bezoeken en van daaruit de andere helft bewandelen en dan wel over de Hochuferweg (heen en terug). Wandelen langs de krijtrotsen brengt een klein risico met zich mee. Door de erosie brokkelen ze langzaam af. Soms komt er een deel van de rotsen naar beneden. Loop, als je onder langs loopt, het liefst dus niet heel dicht langs de kliffen en wandel er het liefst bij rustig weer (niet bij of vlak na harde wind of veel regen). En als je de Hochuferweg wandelt, vermijd het dan om heel dicht langs de afgrond te lopen of te dicht bij de afgrond te gaan staan om bijvoorbeeld het uitzicht te bewonderen of foto's te maken. Er wordt niet voor niets gewaarschuwd om voorzichtigheid in acht te nemen.

     

De boottocht maakte ik na de wandeling met de MS Binz van Adler-Schiffe. Toen ik aan boord kwam was er op het dek nog één plekje aan de reling. Ik zat aan bakboord kant en had op de heenweg een prachtig uitzicht op de krijtrotsen. Het turen naar de krijtrotsen in de verte voorkwam dat ik zeeziek werd, want de boot schommelde behoorlijk. Het eerste deel ging langs de krijtrotsen waar ik eerder die ochtend langs liep. Daarna volgde het stuk dat ik nog niet had gezien met op het laatst de 118 m hoge Königsstuhl. Vanaf het water zie je de volle lengte van de krijtrotsen en dat geeft weer een totaal ander beeld dan wanneer je er vlak langs wandelt. De boottocht was dus zeker nog de moeite waard. Na een uur en een kwartier kwam de boot weer in de haven van Sassnitz aan. Daar ligt ook een Britse onderzeeër uit 1963 waar sinds 2002 het U-Boot Museum in gevestigd is.

     

Wat opvallend is, is dat je hier op Rügen geen zilte zeelucht ruikt. Het water in de Oostzee is brak en ter hoogte van Rügen is er geen hoog zoutgehalte. In de zomer maakt dit het zwemmen in de Oostzee dan ook zeer aangenaam.

Kap Arkona

Op de tweede dag op Rügen bezocht ik de Kap Arkona, de noordelijkste punt van Rügen, op het schiereiland Wittow. Kap Arkona kun je niet met de auto bereiken. De auto kun je parkeren op de grote parkeerplaats in Putgarten. Daarna kun je 2,5 km wandelen naar de 3 torens die er staan. Twee vuurtorens en een uitkijktoren. Er gaat ook een pendel'treintje', wat in het voorseizoen slechts eens per uur rijdt. Ik pakte de vouwfiets en reed genietend van de velden met bloeiend koolzaad en het uitzicht op de vuurtorens op mijn gemak richting de kaap.

De Peilturm, een marinestation van waaruit radioberichten werden gevolgd en onderschept heeft vijf verdiepingen en is 23 m hoog. Via 111 treden kun je sinds 2018 naar het uitzichtplatform, vanwaar je een mooi uitzicht hebt over Rügen en de Oostzee. De toren werd in 1927 gebouwd en is na 1945 in verval geraakt. Pas in 1996 werd de toren gerenoveerd.

Achter de Peilturm zie je hoge op duinen lijkende bulten op de ongeveer 45 m hoge kliffen. Dit zijn de overblijfselen van de Jaromarsburg. Een heiligdom van het Slavische volk Rani. De burcht was in gebruik van de 9e tot de 12e eeuw zo'n 300 m breed en 350 m lang. De ligging zorgde ervoor dat de burcht met daarin een belangrijke tempel aan 3 kanten afgeschermd lag en dus goed verdedigd kon worden. In de 1168 werd Rügen veroverd door de Denen, die ook de tempelburcht in beslag namen en de tempel vernietigde. Door de erosie is er veel van de burcht verdwenen, slechts 1/3 van het geheel is nog te zien. Vanaf de Peilturm schijn je de contouren goed te kunnen zien.

 
     

     

Aan de andere kant van de weg staan twee vuurtorens vlak naast elkaar. De vierkante Schinkelturm is de oudste en werd gebouwd in 1826/1827, is ruim 22 meter hoog en heeft 86 treden. De ronde vuurtoren stamt uit 1905 en is 35 m hoog en is nog steeds actief. Beide torens kun je beklimmen. Bij helder weer kun je het Deense eiland Møn zien.

Ik wandelde eerst een paar honderd meter naar de meest noordelijke punt van Rügen, Gellort en daalde daar via een trap af naar het strand, waar de grote Siebenschnedierstein ligt. Deze is hier tijdens een ijstijd terecht gekomen en is waarschijnlijk zo genoemd omdat de steen zo groot is dat er wel 7 kleermakers op zouden kunnen zitten. De steen is heel plat van de bovenkant en weegt met zijn ongeveer 61 kubieke meter zo'n 165 ton.

           

De kaap was tot na de Tweede Wereldoorlog lange tijd verboden militair terrein. Pas sinds de Wende kun je de kaap weer bezoeken. Je vindt hier een enorm bunker complex. De oudste bunker dateert uit 1915, die kun je niet bezoeken. Een iets grotere bunker is de Arkona-bunker, gebouwd voor de Wehrmacht en in de DDR tijd een commandopost voor de zesde kustgrensbrigade. De grote Marineführungsbunker/ NVA-bunker werd gebouwd tussen 1979 en 1986 en was een commandopost van de zesde vloot van de Volksmarine en de verenigde Oostzee vloot (VOF) van de DDR, die gestationeerd lagen in Dranske. Vanuit de bunker kon veilig commando worden gegeven en de bunker zou bescherming geven bij gas- of kernaanvallen.

Meerdere malen per jaar moesten soldaten van de Volksmarine er twee tot drie dagen dienst draaien. Zes mannen werkten er standaard. Aan de centrale gang liggen drie grotere bunkers en negen kleinere bunkers. Er was slechts een kleine verstopte ingang en verder waren er alleen een heleboel ventilatiebuizen te zien die boven de grond uitstaken. Als je goed kijkt naar de ventilatiebuizen kun je ook bovengronds wel zien dat het een enorm bunkercomplex is.

De diepte van de bunkers ging tot 10 meter diep. In de grote bunkers was zelfs een bovenverdieping, waar soldaten konden slapen. Beneden waren kleine werkruimtes. In de kleinere bunkers waren o.a. een toiletruimte en werkruimtes voor de leidinggevenden. Over de bunkers lag een laag van 3 tot 5 meter aarde. Mensen op Rügen wisten niet dat de bunker bestond, wel dat er militaire activiteiten op de kaap plaatsvonden.

Op 3 oktober 1990 na de vereniging van de DDR en de BRD werden de activiteiten in de bunker gestaakt.

Nu wordt er een rondleiding gegeven in de bunker. In de bunker vind je beeldmateriaal over de zesde Flotille en van andere marineschepen. Je vindt er ook apparatuur die met de marine te maken heeft.

       

Nadat ik naar het strand was gewandeld was ik net op tijd terug voor de eerste rondleiding door de NVA bunker. Ik kocht een kaartje en wachtte tot het tijd was. Ik was slechts de enige bezoeker van de kaap die op dat moment geïnteresseerd was in de bunker en de rondleiding, die een uur zou duren, ging pas vanaf een groepsgrootte van vier mensen door. Ik had twee opties, een uur wachten tot de volgende rondleiding (met de kans dat ook die niet door zou gaan) of mijn geld terugkrijgen. Een uur wachten was niet aan de orde, maar ik wilde toch wel heel graag even een kijkje nemen in de bunker en zien hoe het daar beneden uit zag. Ik vroeg dus of er nog een derde optie was, een korte rondleiding voor mij alleen om kort even binnen te kunnen kijken. De vriendelijke man besloot dat dat wel kon. We gingen naar binnen door een van de twee deuren die zichtbaar waren. Dit was niet de oorspronkelijke ingang, die was veel kleiner en veel meer verscholen. Deze twee in-/uitgangen lagen een paar jaar geleden nog verstopt onder een dikke laag aarde. Via de deur kwamen we binnen in de eerste grote bunker. Hierin een kleine collectie van foto's en spullen. De binnenruimtes bestonden niet meer, maar aan de kleuren op de vloer kon je zien hoe de ruimtes waren geweest. Ook kon je zien hoe de verdieping (slaapvertrekken) erin was gemaakt. Hierna liepen we een stukje door de lange bunkergang waar allemaal foto's van de DDR-vloot hangen. De man had zelf ook in het leger gezeten en was ook gestationeerd geweest in het plaatsje Dranske. Het plaatsje was toen een bloeiend stadje met wel 4000 inwoners, bijna allemaal militairen en hun gezinnen. Sinds de Wende is Dranske veel kleiner geworden. Er wonen nu nog rond de 1000 mensen.

Ik zag de wasruimte, die niet zo heel groot was voor 50 tot 70 man. En ik zag de bunker voor de hoogstgeplaatste. Deze kon nog apart worden afgesloten. In de andere grote bunker was nog een collectie modelschepen en vuurtorenlampen. Hier eindigde de korte rondleiding, waar de man toch nog een half uur tijd in had gestoken. Zo had ik toch de bunker nog van binnen gezien.

     

Vanaf Kap Arkona ging het verder op de vouwfiets naar het vissersplaatsje Vitt. Dit plaatsje ligt direct aan het strand. Er staan een paar kleine vissershuisjes met rieten daken en het is er erg toeristisch. Het is vanaf de kaap 1,2 km wandelen of fietsen over de Hochuferweg en vanuit Vitt kun je weer het pendeltreintje nemen naar de parkeerplaats of lopend het rondje afmaken. Je passeert op de Hochuferweg nog de Veilchentreppe. De oude Königstreppe die op de kaap te vinden is, is sinds 2012 afgesloten. Je kunt bij Kap Arkona nu alleen nog afdalen via de Veilchentreppe of de trap bij Gellort. Onder bij de Veilchentreppe ligt nog een grote steen, de Kosengartenstein. Je hebt van de Hochuferweg al een prachtig uitzicht op de krijtrotsen van Kap Arkona en wanneer je bij Vitt afdaalt naar zeeniveau heeft het afdalen bij de Veilchentreppe niet heel veel meerwaarde, tenzij je echt de kliffen van de kaap van onderaf wilt zien. Bij Vitt kunnen wandelaars een smalle trap naar beneden nemen. Fietsers moeten een kleine omweg nemen en moeten het laatste stuk met hun fiets aan de hand naar beneden lopen (of de fiets boven laten staan). Vanuit Vitt heb je nogmaals een heel mooi uitzicht op de kaap en een mooi uitzicht over de Oostzee. Hier kun je genieten van een drankje of een visje eten. Je kunt ook een stukje over het strand (stenen) wandelen tot de krijtrotsen. Wandelen langs de kliffen is altijd op eigen risico.

             

Na een heerlijk stuk gerookte zalm met een broodje te hebben gegeten in Vitt besloot ik nog een paar kilometer door te fietsen naar het Grosssteingrab (hunebed) bij Nobbin, waar je bij mijn weten niet met de auto mag komen, omdat de weg er naartoe alleen voor bestemmingsverkeer is. Vanaf Vitt is het nog ruim drie km naar het hunebed. Het is 34 m lang en 8 tot 11 m breed. Het bestond oorspronkelijk uit 53 stenen, waarvan er 39 bewaard zijn gebleven. De route er naartoe daalt en stijgt af en toe een beetje en vanaf de fiets heb je een prachtig uitzicht over zee. Aan de andere kant bloeide (in mei) het koolzaad. Zonder een zuchtje wind was dit een zeer aangenaam fietstochtje. Dezelfde route moest ik weer terug naar Vitt om daar de afslag te nemen naar de parkeerplaats in Putgarten.
         

     
    Ondanks dat ik al heel veel moois had gezien was ik nog niet klaar op Wittow. Want een stukje westelijker ligt aan zee nog het Märchenwald, waar bomen met kronkelend misvormde stammen staan. Je kunt parkeren op de grote parkeerplaats bij Nonnevitz, maar ik parkeerde op een kleinere parkeerplaats aan het eind van de Schwarbe Siedlung aan de rand van het bos. Hier wandelde ik eerst naar het oosten en dan richting de kust, waar ik eerst een bos met kaarsrechte beuken vond, zoals ik ze had gezien in het Gespensterwald. Het was hier echter helemaal niet toeristisch. Ik wandelde hier helemaal alleen door het bos. Daarna liep ik naar het westen over de Hochufer en had ik vanuit het bos weer een heel mooi uitzicht op zee. Ik zag wel een aantal bomen met wat kronkelende stammen, maar vond het niet heel erg bijzonder. De wandeling was desondanks heerlijk met de laaghangende zon aan het eind van de dag. Ik ben na een tijdje niet verder doorgelopen, omdat ik op een gegeven moment geen bereik meer had. Ik vond het niet verstandig om in mijn eentje een verlaten, onbekend bos door te wandelen zonder beschikking over een kaart. Moe maar voldaan reed ik terug naar Sassnitz. Ditmaal door het NP Jasmund, langs de parkeerplaats bij de Köningsstuhl. Een prachtige route door het glooiende bos.

Prora

Naast de krijtrotsen was voor mij de Prora een van de redenen om Rügen te willen bezoeken. De Prora is een door de nazi's gebouwd, 4,5 km lang mega-vakantieoord. In 1935 werd door Hitler zelf de opdracht gegeven om 5 vakantieoorden te bouwen voor de Duitse arbeiders die lid waren van de vrijetijdsorganisatie KdF van de arbeidersbond DAF (Deutsche Arbeidsfront). Alleen Ariërs mochten hier lid van zijn. De DAF was de enige vakbond tijdens het Nazi-regime. De leider van de DAF, Robert Ley, schreef een ontwerpwedstrijd uit, die gewonnen werd door Clemens Klotz. Klotz ontwierp het hele gebouw en de bijgebouwen op het grote stadion wat er moest komen na. In dit stadion zouden 20.000 man tegelijk bijeen moeten kunnen komen.

20.000 Mensen zou het vakantiecomplex moeten kunnen herbergen. In de jaren waarin Duitsland herstelbetalingen moest doen aan de overwinnaars van WOI was het niet vanzelfsprekend dat de mensen uit de arbeidersklasse zich een vakantie of andere vormen van ontspanning konden veroorloven. De vrijetijdsorganisatie KdF (Kraft durch Freude) werd hierom opgericht. Hitler was er van overtuigd dat mensen harder konden werken wanneer zij ontspannen waren.

Er werden voor de leden en hun gezinnen allerlei activiteiten georganiseerd, spelletjes dagen, fietstochten, dagtrips in de natuur. In het KdF Seebad Rügen of in 1 van de andere geplande vakantieoorden, zouden zij van een vakantie kunnen gaan genieten. Daarom werden hiervoor, door Klotz, acht aaneengesloten blokken van 550 m ontworpen waar in elk van de blokken 2500 mensen konden worden gehuisvest. Elke kamer (4 x 2,5m) had uitzicht op zee en telde twee bedden, een zithoek, een wastafel en een kast. Tussen de kamers waren deuren, zodat gezinnen in 2 of meer kamers vakantie konden vieren. Bij de trappenhallen die aan de achterkant gebouwd werden, waren ook de sanitaire ruimtes. Tussen de blokken werden vrijetijdsruimtes gebouwd, waar men elkaar kon ontmoeten voor ontspanning op een hapje eten in het restaurant. Het hele complex zou bijna symmetrisch worden, met in de zuidvleugel vier blokken en in de noordvleugel vier blokken. Halverwege deze vier blokken zou aan beide kanten van het gebouw een zwembad met sporthal worden gebouwd. Tussen de noord- en zuidkant zouden twee ontmoetingshallen, twee ontvangsthallen, een theater en een enorme feestzaal komen. En achter het gebouw zou in het midden een enorm stadion voor 20.000 mensen worden gebouwd.

Er zouden verder nog onderkomens voor het personeel komen en een parkeergarage voor de mensen die zich een auto konden veroorloven. De meeste mensen zouden met de trein komen en daarvoor werden er twee stations aangelegd, voor elke vleugel een. Voor het gebouw liep een verhoogde promenade aan het lager liggende strand. Via enorme trappen konden de mensen het strand bereiken. Aan de kade zouden KdF-cruise schepen kunnen aanleggen voor de arbeiders die zich een cruise konden veroorloven.

In 1936 werd begonnen met de bouw. Toen Duitsland in 1939 een oorlog was gestart door Polen binnen te vallen werd de bouw van de Prora gestaakt. Geen arbeider had toen nog vakantie kunnen vieren aan de Prorer Wiek. Met de bouw van de overige 4 vakantieoorden werd nooit gestart, maar van dit complex bij Binz waren aan de zuidzijde 3 blokken met trappenhallen gebouwd en aan de zuidzijde 2, de andere blokken waren gedeeltelijk klaar. Verder was het fundament van de vrijetijdshallen klaar, was de feestzaal gebouwd en het theater. In het gebouw waar het theater aan werd gebouwd is nu het documentatiecentrum/museum over de Prora. Hier kun je een rondleiding volgen of een fietsrondleiding boeken, je moet dan wel je eigen fiets meenemen. Het documentatiecentrum zal niet lang meer op deze plek gevestigd zijn, want dit deel van het gebouw zal worden verbouwd en er zal een groot sporthotel in komen.

Na het uitbreken van de oorlog moesten Poolse en Russische krijgsgevangenen het gebouw zover klaarmaken dat er mensen uit Hamburg, die door bombardementen hun huis kwijt waren geraakt en andere gedupeerden van de oorlog er in konden worden gehuisvest. Hun werkomstandigheden waren slecht. Ook werd het vanaf 1940 gebruikt als militair trainingscentrum. Er werden naast de Prora tijdelijke barakken gebouwd voor de krijgsgevangenen en de militairen.

In 1945 viel Rügen in Russische handen. Het meest zuidelijke blok, dat nog niet geheel was opgebouwd, werd afgebroken, zodat de Russen de materialen voor andere doeleinden konden gebruiken. Na de vorming van de DDR werd het gebouw en het gebied er omheen afgesloten militair gebied. Militairen kwamen naar de Prora voor militaire trainingen.

In 1982 werd de Prora het onderkomen voor dienstweigeraars. Mensen die bezwaar hadden om wapens te dragen werden ingezet als bouwvakkers in het leger. Hier werden de dienstweigeraars aan het werk gezet om de haven bij Mukran aan te leggen, dit was zwaar werk, dienstweigeraars werden niet gespaard, zij werden als een gevaar voor de republiek gezien. Na het eenwordingsverdrag van de twee Duitse deelstaten werd het gebouw verlaten en op 12 oktober 1992 werd het hele gebouw, inclusief de ruïnes uitgeroepen tot een historisch monument. Hierna raakte het ruim 4 km lange gebouw in verval. Er werd een onderzoek gedaan naar wat er mee moest gebeuren. Het vervallen gebouw was ondanks de historische waarde een doorn in het oog van de Ruganers. Er werd niks met het onderzoek gedaan en de blokken werden in 2003 verkocht aan investeerders. In blok 5, het eerste blok in de noordelijke vleugel werd een jeugdherberg geopend in 2011. Het is de grootste jeugdherberg van de wereld. Daarna begonnen ook de verbouwingen in de andere blokken. Sinds 2012 kreeg de Prora een metamorfose. De structuur en vorm van het gebouw is in tact gebleven, maar het gebouw, waar nu hotels en appartementen in gebouwd zijn, ziet er nu weer aantrekkelijk en nieuw uit. Alleen het blok waar het documentatiecentrum nu is gevestigd is verkeert nog in de oude staat en de twee noordelijke blokken bestaan nog als ruïnes. Oorspronkelijk zou het KdF Seebad ook wit van kleur worden, zover is het bij de oorspronkelijke bouw niet gekomen, vandaar nog de betonkleur van dit niet gerestaureerde deel.

           

Ik reed al vroeg naar de Prora om me er een goed beeld van te vormen. Helaas kun je vanaf het strand niet meer het hele gebouw in één keer zien, omdat zich tussen het strand en het gebouw een duinenrand heeft gevormd met hoge bomen. Dit groeide op de plek van de oorspronkelijke promenade. Je komt op het strand door de doorgang te nemen die er oorspronkelijk is gebouwd. Op verschillende plekken werden poorten in het gebouw gebouwd, zodat men onder het gebouw door het strand kon bereiken. Het documentatiecentrum is nu gevestigd in blok 4 ten zuiden van de feestzaal. Voor de feestzaal was de enorme kade gebouwd. Deze kade is nog intact. Aan de rechterkant is daarnaast een grote rode trap die naar beneden naar het strand leidt. Nadat het gebied na de eenwording werd vrijgegeven was deze trap bijna helemaal bedekt, er was een smalle trap naar het strand. Later ontdekte men dat de resten van een grote trap onder het zand bedolven lagen en dat de smalle trap slechts een deel was van een veel bredere trap. Ook kwam er toen een deel van een betonnen wal tevoorschijn, die de hoger gelegen promenade moest beschermen tegen het water. Wat aan de strandkant mooi te zien is, is het contrast tussen het oude deel en het gerestaureerde deel van de zuidkant. Hier kun je, doordat het gebouw met de ronding van het strand meegebouwd is, alle drie blokken van de zuidkant zien. De noordkant kun je hier vandaan niet zien, omdat de restanten van de ontvangstzaal het zicht wegnemen en ook het bos dat gegroeid is op de plek van de feestzaal. Als je de noordkant wilt zien is er aan die kant ook een parkeerplaats en bij de ruïnes ook nog.

In het documentatiecentrum zijn meerdere tentoonstellingen. Een aanrader is de film Macht Urlaub, over de totstandkoming van de Prora. Na het zien van deze film was het bijna tijd voor de eerste rondleiding van de dag, waar ik een ticket voor gekocht had. Deze rondleiding begon bij een enorme maquette van het gebouw. Het verhaal had echter heel veel overlap met de informatie uit de film en was in eerste instantie niet zo interessant. Het laatste deel van de ruim een uur durende rondleiding werd buiten gegeven. We liepen om de restanten van de feestzaal heen en om de fundering van de gemeenschapsruimte. Daarna liepen we de trap aan de kade en de poort weer terug naar de ingang van het museum.

Toen de medewerkster van het museum vertelde dat ook dit deel zou worden gerestaureerd en dat het documentatiecentrum zou verhuizen naar blok 5 vond ik dat jammer, omdat er dan een stukje geschiedenis verloren gaat. Ik snap echter ook wel dat een ruïne van 4,5 km niet aantrekkelijk is in het landschap voor de Ruganers zelf. Dat wat het zou moeten worden, een vakantieoord, is het niet eens geweest. Het gebouw doet de bevolking hier herinneren aan periodes in de geschiedenis van Duitsland waar men niet trots op is. Ik snap best dat men door wil en het gebouw in positieve zin willen gebruiken door er appartementen en hotels in te bouwen. Het is gebouwd op een prachtige locatie aan het strand. Er zijn aan de noordkant al twee blokken ruïnes. En dit deel van blok 4 wat nog niet gerenoveerd is, is gewoon een lelijk gebouw. Het theater is niet in oorspronkelijke staat, want het is later nog ingericht als nachtclub, dit zie je aan een groot vervallen logo op het gebouw. Toch ben ik blij dit vervallen deel nog te hebben mogen aanschouwen en mogen betreden. En ook in gerestaureerde staat is de omvang van het gebouw enorm.

 Baumwipfelpad

  In de buurt van de Prora ligt in het bos een natuurcentrum met een boomkroonpad van 1250 m en met een hoogte van 4 tot 17 m. Aan het einde van dit pad is een hoge uitkijktoren, de Adlerhorst (40 m vanaf het pad en 82 m boven zeespiegel). Vanaf deze uitkijktoren heb je een prachtig uitzicht over Rügen. Je ziet aan de ene kant de Jasmunder Bodden en aan de andere kant de Oostzee. Ook kun je hier van bovenaf de Prora goed zien. Je herkent de drie zuidelijke blokken en twee noordelijke blokken heel duidelijk. Het pad, inclusief de uitkijktoren is ook begaanbaar voor mensen in een rolstoel of met kinderwagens, omdat er nergens trappen zijn en het stijgingspercentage nergens meer dan 6% is. Voor de kinderen en voor wie zich kind wil voelen, is er aan het einde van het pad een 52 m lange glijbaan. Een kaartje voor de glijbaan moet je dan al wel vooraf bij de kassa hebben gekocht. Helaas was het net een beetje bewolkt aan het worden toen ik er was en ik had niet helemaal helder zicht, waardoor ik niet goed voorbij Sassnitz kon kijken. Richting het zuiden was het zicht nog slechter. Desondanks was het uitzicht de moeite waard.

Seebad Sellin

Na het bezoek aan het Baumwipfelpad reed ik door naar Sellin. Hier parkeerde ik in de buurt van de beroemde Seebrücke. Deze zeebrug is 394 m lang en daarmee de langste van Rügen. In 1901 was er een plan voor een 60 m lange brug, maar in 1906 werd er een 508 m lange brug met halverwege een restaurant gebouwd. In de winter had de brug soms veel te lijden van ijs. In 1974 werd de brug zelfs helemaal afgesloten en vier jaar later helemaal afgebroken. Van 1992 tot 1998 werd de brug naar het voorbeeld van de oude brug uit 1927 weer opnieuw opgebouwd.    
         

  Aan het eind van deze fotogenieke brug vind je sinds 2008 ook nog een Tauchgondel. Met deze bijzondere gondel kun je voor een paar euro een kijkje onder water nemen zonder nat te worden. Je zou dan ook waterplanten en diertjes kunnen zien. Dit hangt echter sterk af van het weer. In Duitsland kun je op vier plaatsen aan de Oostzee zo'n duikgondel vinden. Bij harde wind gaat de gondel niet onder water, maar verder is deze, in tegenstelling tot veel andere bezienswaardigheden hier op Rügen, die in de winter dicht zijn, het hele jaar door geopend. Een tochtje met de gondel naar de bodem van de Oostzee duurt ongeveer drie kwartier. De met elektromotoren aangedreven gondel zakt en stijgt langzaam. Het dak van de gondel gaat nooit onder water, waardoor je in geval van een stroomstoring altijd via het dak naar buiten kunt. Ook gaat de ventilatie via het dak, zodat je ook onder water zuurstof krijgt. In de gondel is plaats voor 32 bezoekers. In de duikgondel kun je niet zeeziek worden, omdat de gondel vastzit aan een betonnen paal en dus niet heen en weer beweegt. Eenmaal onder water vertelde een meneer met veel humor het een en ander over de duikgondel en het onderwaterleven in de Oostzee. Daarna kregen we nog een korte 3D film te zien over het onderwaterleven en daarna ging de gondel weer naar boven. We hadden onder water geen plant of dier gezien. Het was allemaal niet heel spectaculair, maar aangezien ik nog nooit zoiets had gezien, wilde ik het weleens meemaken.
     

   

     
Hierna wandelde ik over de Wilhelmstrasse, de hoofdstraat van Sellin, weer terug naar de auto. In de Wilhelmstrasse vind je veel restaurants en souvenirwinkels, maar ook heel veel imposante villa's die gebouwd zijn in de Bäder stijl. Deze Wilhelmische Bäderarchitectuur, die je terugziet in veel kustplaatsen aan de Oostzee in Mecklenburg-Vorpommern ontstond in de tweede helft van de 19e eeuw. Na WOII werd er niet meer in deze stijl gebouwd. Kenmerkend voor de stijl zijn o.a. de witte kleur, houtsnijwerk, erkers, veranda's en houten of metalen balkons. In de Wilhelmstrasse zijn ongeveer tien panden monumentaal. De andere panden worden in de Bäderstijl gehouden en de kleur dient wit te zijn, om zo de oude sfeer in Sellin te behouden. Sellin staat om deze panden bekend, maar ook in Binz en Sassnitz en vele andere plaatsen aan de Oostzeekust kun je ze vinden.  
     

Königsstuhl en Jasmund NP

Op de laatste dag op Rügen moest ik een keuze maken. Naar Seebad Binz en Jagdschloss Granitz of nog weer een andere hoek van het Ost-Rügen ontdekken bij Göhren en Mönchgut of richting een van de bekendste trekpleisters de Königsstuhl en eventueel nog bij Sassnitz naar het park bij Dwasieden, waar je de ruïnes van een slot, een NVA bunker, een militair kerkhof en een hunebed kunt vinden.

Ik besloot dat het de Königsstuhl ging worden. Vanuit Sassnitz kun je de Hochuferweg nemen en er dan in 8 km naartoe lopen en dan de bus terug nemen naar Sassnitz, maar ik besloot om vroeg naar de parkeerplaats in Hagen te rijden. Voor tien uur ging de pendelbus naar de Königsstuhl 1x per half uur en na tienen elk kwartier. Ik was er voor tien uur, maar hoefde maar een paar minuten te wachten. Zo in het voorseizoen en dan ook nog zo vroeg op de ochtend, was het heerlijk rustig. Ik ging eerst lekker wandelen over de Hochuferweg. Langs het uitkijkpunt bij Viktora-Sicht. Vanaf dit uitkijkpunt, ongeveer 500 m lopen vanaf de bushalte, heb je het beste uitzicht op de Königsstuhl.

Daarna wandelde ik nog 1,5 km verder naar het Kollicker Ort, waar een vuurtoren lager op de klippen staat. Deze kleine vuurtoren is vanaf het water ook goed te zien. Er is een trap naartoe, maar deze is gesloten voor publiek. Daarna liep ik nog verder, stak de Kollicker Bach over en kwam uit bij een mooi uitzichtpunt over de Kieler Ufer. Als je nog iets verder wandelt kom je bij de trap bij de Kieler Bach. Hier kun je afdalen naar het strand. Naast de trap is een waterval, die je het best kunt zien vanaf het strand. Ik ben vanaf dit uitzichtpunt niet verder gelopen, maar weer terug gegaan. De hele wandeling door het bos langs de kliffen met steeds weer een ander bijzonder uitzicht was al een kadootje.

     

Eenmaal terug bezocht ik de Königsstuhl. Hiervoor moet je een ticket kopen. Met het ticket mag je niet alleen het platform op de Königsstuhl betreden, maar kun je ook naar het bezoekerscentrum, waar verschillende exposities en aquaria zijn, een restaurant en toiletten. Voor de kinderen is er een speeltuin. Ik had wel een ticket gekocht, liet het bezoekerscentrum voor wat het was en liep naar het platform op de Köningsstuhl. Dit zal eind juni 2022, gesloten worden, omdat men de Königsstuhl wil beschermen. Hij brokkelt steeds verder af en als men niks doet is het platform binnen tien jaar niet meer te bereiken. Men is al druk bezig om een nieuw platform te bouwen, wat boven de Königsstuhl komt te hangen, zo kun je de Königsstuhl van bovenaf bekijken, zonder dat je er op hoeft te staan en hij afgedekt wordt door het platform. Met de pendelbus keerde ik hierna weer terug naar de parkeerplaats om binnen een paar minuten weer terug te zijn in Sassnitz. Ik nam de middag vrijaf. Het waren heerlijke dagen. Rügen heeft veel te bieden. In het late voorjaar en vroege najaar is het er veel rustiger dan in hoofdseizoen. Je kunt excursies doen, zonder vooraf te boeken. Een bezoek is wel weersafhankelijk. Zon en helderblauwe luchten maken de krijtrotsen nog witter en maakt het wandelen aangenaam. Grijze luchten maken het mystiek. Regen en wind maken het op sommige plekken gevaarlijk. Warm weer in de zomer maakt een duik in de zee aantrekkelijker. Rügen is hoe dan ook het bezoeken waard. En ik heb in 5 dagen slechts een klein deel van het mooie eiland gezien. Er valt nog heel veel meer te zien en te bezoeken. Ook voor kinderen is op Rügen veel te doen en te zien.

Schloss Schwerin

Voor mij was het tijd om huiswaarts te keren en dat deed ik met een omweg. Ik wilde namelijk nog graag het concentratiekamp Bergen-Belsen bezoeken. Daar rijd je vanuit Nederland niet even zomaar naartoe, dus reed ik vanaf Hamburg niet rechtstreeks via Bremen naar huis, maar reed ik nog wat naar het zuiden en overnachtte ik op 20 minuten afstand van Bergen-Belsen in het mooie Celle. Maar eerst reed ik nog langs Schwerin waar een heel mooi slot staat. Het staat op een eiland in het Schwerinermeer. Schwerin is de hoofdstad van Mecklenburg-Vorpommern, is omgeven door meren en heeft een mooi oud stadscentrum. De omgeving is schitterend en op zich al een bezoek waard. De slottuinen zijn vrij te bezichtigen en worden heel goed onderhouden. Het werd in de tweede helft van de 14e eeuw gebouwd en in de 16e eeuw verbouwd. Na een brand in 1913 werd de schade weer hersteld en kreeg het het huidige uiterlijk. Ten tijde van de DDR werd het als school gebruikt en sinds 1990 zetelt het parlement van Mecklenburg-Vorpommern in het kasteel. Ik wandelde een rondje om het kasteel en maakte mooie foto's van het kasteel dat er van alle kanten weer anders uitziet. Het is ook van binnen te bezoeken, maar dat heb ik niet gedaan.
             
     
             
 

KZ Gedenkstätte Neuengamme

Ik reed naar Hamburg, waar ik het concentratiekamp Neuengamme bezocht. Ook dit werd een flitsbezoek. Ik bezocht eerst de boekwinkel en daarna liep ik over het hele terrein langs de gebouwen en de memorials. De tentoonstelling die vrij te bezichtigen is, sloeg ik eerst even over, want het was daar druk met schooljeugd op excursie, maar het was zo'n fikse wandeling dat ik besloot niet meer helemaal terug te lopen, maar rechtstreeks naar de auto. Aangezien de exposities in de andere gebouwen waar ik langs kwam niet heel veel voorstelden en ik op mijn reis door Polen langs 7 vernietigingskampen al zoveel over het kampleven had geleerd, had ik niet het idee dat ik iets miste.

  Wie bij het lezen over de Kap Arkona op Rügen vond dat die naam wel heel erg bekend voorkwam was misschien in de war met de Cap Arcona. Dit Duitse passagiersschip verging in de Lübecker Bocht, nadat het op 3 mei 1945 was beschoten door Engelse vliegtuigen, slechts 1 dag voor de Duitse capitulatie. Aan boord waren ongeveer 5000 gevangenen die geëvacueerd waren uit kamp Neuengamme. Bijna 9000 gevangenen werden in Lübeck aan boord gebracht van drie Duitse schepen, het vrachtschip de Thielbek, het vrachtschip Athen en het enorme cruiseschip Cap Arcona met het doel om deze op de Oostzee tot zinken te brengen. Nog voordat de Duitse marinevloot dat kon doen bombardeerden de geallieerden deze drie schepen, omdat zij de Duitse vloot wilden uitschakelen. 6600 Gevangenen kwamen hierbij om. Slechts 450 overleefden. Het boek De Ramp beschrijft hoe de Nederlander Wim Alosery de ramp met de Cap Arcona overleeft, nadat hij eerst met 700 mannen moet achterblijven in Neuengamme om alle sporen van de nazi's uit te wissen. Hij moet documenten verbranden en martelwerktuigen ontmantelen, voordat hij uit het kamp wordt geëvacueerd en aan boord van de Cap Arcona wordt gebracht. (Kijktip: Andere Tijden)

KZ Neuengamme werd geopend als nevenkamp van KZ Sachsenhausen in 1938. Vanaf 1940 werd het een zelfstandig kamp. KZ Neuengamme had 85 nevenkampen door heel Noordwest-Duitsland. Bijna in alle kampen werden er arbeidswerkzaamheden verricht voor de oorlogsindustrie. De leef- en werkomstandigheden waren overal barbaars. In het KZ Neuengamme en de nevenkampen vonden tenminste 42.900 gevangenen de dood. In Neuengamme zaten mensen uit heel Europa gevangen.

Het kamp in Neuengamme begon met een steenfabriek. De steenfabriek, die niet meer in gebruik was, werd in 1938 door de SS gekocht. Gevangenen moesten hier in de steenfabriek gaan werken. Er moesten bakstenen gefabriceerd worden voor de verbetering van de oevers van de Elbe in Hamburg en andere verbouwingen in de stad. In eerste instantie zaten er vooral mensen gevangen die zich afzetten tegen het regime. Later ook mensen die werden vervolgd, omdat zij geen Ariër waren, zoals o.a. Joden, homoseksuelen, zigeuners en Jehova's getuige. Dit waren voornamelijk mannen, pas in 1944 kwamen er ook vrouwen in het kamp. Eerst waren het Duitse gevangenen die er zaten. De eerste golf gevangenen uit het buitenland kwam uit Polen ('41-'42) gevolgd door de Russen ('42-'43). Verder zaten er ook Belgen, Nederlanders, Fransen en Denen gevangen. In totaal 80.000 mannen en 13.500 vrouwen werden gevangengehouden in KZ Neuengamme en de nevenkampen. Het leven in de kampen werd steeds barbaarser. Men kreeg weinig voedsel en maakte lange werkdagen van 10 tot 12 uren, afgewisseld met het urenlang op appèl staan.  

Gevangenen van Neuengamme moesten de Dove Elbe verbreden en een kanaal richting de haven uitgraven op slechts 1 maaltijd per dag, die nauwelijks voedzame stoffen bevatte. Het urenlang in het water staan was koud werk, zeker in de winter. Hierdoor verzwakten de gevangenen nog verder. In het kamp waren geen gaskamers, maar de erbarmelijke omstandigheden zorgden toch voor veel doden. Het was slechts een andere, voor de SS zeer effectieve manier, van uitroeiing. Later werden de gevangenen aan het werk gezet in de wapenindustrie. Gevangenen die saboteerden bij het maken van de wapens voor de vijand riskeerden daarbij hun leven.

  De gevangenen sliepen in houten barakken. In '44/'45 werden daar twee stenen barakken bijgebouwd. Deze barakken staan er nu nog.  Op de plekken waar de houten barakken stonden zijn borders met stenen geplaatst. Ook de gebouwen van de fabriek Walther-Werke staan er nog. Hier werden wapens gemaakt. Voor dit gebouw zie je op het veld de overblijfselen van een gebouw waarin kampbewoners gevangen werden gezet als straf in 5 hele kleine ruimtes. In deze Arrestbunker werd ook de doodstraf uitgevoerd. Nadat de bunker was verbouwd en hermetisch was afgesloten werden er in september 1942 197 Russische krijgsgevangenen vergast met Zyklon B en in november nog eens 251. Even verderop waar een groen grasveld begint ligt op de plek waar het crematorium was een gedenksteen. Hierachter het gebouw van de oude gieterij. In het veld is een stuk treinrails hersteld waar een oude veewagon staat. Aan de andere kant van de stenen barakken lag het SS-kamp. Bij de ingang aan de weg staat nog een oude wachttoren. Het SS-kamp liep tot aan de garages die er ook nog staan.

Achter het SS-kamp was de steenfabriek. Als je in die richting loopt, loop je nog langs een oude omheining van het gevangenenkamp en langs de oude kleiput. Voor de oude steenfabriek is een helling, hier moesten de gevangenen de klei in kleine lorries bij op duwen. De hele dag door. Er waren railsjes waar deze lorries over konden rijden. Deze liepen ook naar het Neuengammer Stichkanaal, wat naar de Dove Elbe loopt.

Achter de steenfabriek vind je gedenkplaatsen. In een gebouw zijn alle namen van de gevangenen, op hele grote witte doeken, opgehangen. De toegang tot het KZ-Gedenkstätte Neuengamme is gratis. Het was er niet druk. Ik kwam alleen een groep scholieren tegen.

 Celle

Van Neuengamme reed ik naar Celle. Celle ligt zo'n 50 km ten noordoosten van Hannover. Op 23 km van Celle ligt KZ-Gedenkstätte Bergen-Belsen, de reden van mijn omweg. Ik wilde dit voormalig concentratiekamp graag bezoeken en overnachtte in Celle vanwege de meer dan 500 vakwerkhuizen in het centrum van de stad. De oudsten daarvan dateren uit de 15e eeuw. Ook is hier nog een slot dat dateert uit 1292 en de residentie was van de hertogen van Brunswijk en Luneburg.

Aan de weg naar Celle lag nog het Becklingen oorlogskerkhof. Hier liggen in WOII gesneuvelde soldaten van het Commonwealth. Zij waren in de buurt gesneuveld, de meesten op de Lüneburger Heide, waar op 4 mei 1945 admiraal Doenitz zich overgaf aan Marshall Montgomery, wat het einde van de oorlog betekende.

     

Het Intercity Hotel in Celle ligt direct aan het centrum. Parkeren kan in de naastgelegen parkeergarage. Het centrum staat vol met oude vakwerkhuizen uit de 12e tot de 17e eeuw, die in de afgelopen decennia bijna allemaal gerestaureerd zijn, Het jaar waarin het huis gerestaureerd is staat meestal op de gevel vermeld. Vakwerkhuizen hebben een geraamte van houten balken. De vakken daartussen zijn gevuld met een vlechtwerk van tenen van o.a wilgen, eiken, vuilbomen of hazelaars. Daartussen werd een mengsel van leem en klei gesmeerd en werd de muur mooi afgewerkt. Later werd ook wel baksteen gebruikt. Veel huizen zijn versierd met houtsnijwerk. Er zijn vaak mooie spreuken in de houten balken gesneden. Een heel mooi versierd huis is het Hoppener Haus.

KZ Gedenkstätte Bergen-Belsen

Vanuit Celle reed ik op mijn laatste vakantiedag naar KZ-Gedenkstätte Bergen-Belsen. In 1990 was ik hier als scholier al eens geweest. Toen wist ik niet meer dan dat Bergen-Belsen een concentratiekamp was en dat Anne en Margot Frank hier om het leven waren gekomen en dat hier geen mensen vergast werden. Later, toen ik me meer in WOII ben gaan verdiepen heb ik meer geleerd over dit kamp. En toen besloot ik dat ik er nog eens naartoe wilde.

Voor de oorlog was hier vanaf 1935 een kazerne met oefenterrein voor de Duitse Wehrmacht. Na het uitbreken van de oorlog werden hier krijgsgevangenen gevangengehouden. Vanaf 1943 werd het een concentratiekamp en werden hier ook veel Joden naartoe gebracht. Veel Joden zaten hier in het Sternlager. Joden die hier vanaf juli 1944 zaten hadden het relatief goed. Het waren zogenaamde ruiljoden. De SS wilde deze mensen ruilen tegen Duitse krijgsgevangenen of kostbare zaken die zij nodig hadden voor de oorlogsvoering. Er werden hier o.a. 7 transporten vanuit Westerbork gebracht. Aan het eind van de oorlog kwamen er steeds meer gevangenen in Bergen-Belsen aan. Dit waren evacués uit andere kampen, die leeggemaakt waren vanwege het optrekken van het geallieerde leger. Deze gevangenen kwamen hier te voet aan na lange dodenmarsen of zij kwamen hier aan met de trein. Het kamp raakte overvol met alle gevolgen van dien. De hygiënische omstandigheden waren schrikbarend. Ziektes waarden rond. Er werd geen voedsel meer uitgedeeld. De SS-leiding had het kamp verlaten, er waren slechts een paar bewakers achtergebleven die zich nauwelijks om de gevangenen bekommerden. Velen vonden hier in de laatste maanden van de oorlog de dood. Lijken werden niet meer opgeruimd, maar gewoon ergens in het kamp opgestapeld. Het was er zo ontzettend vies. De Britse troepen die het kamp bevrijdden op 15 april wisten niet wat zij zagen. De beelden die hiervan op internet te vinden zijn spreken voor zich. De gevangengenomen bewakers en SS'ers werden ingezet om de lijken te bergen in enorme massagraven. Hier werden zelfs shovels voor ingezet. Het hele kamp werd vernietigd en verbrand, om de verdere verspreiding van ziekten tegen te gaan. Hierna woonden hier nog lange tijd gevangenen die niet terug naar huis konden, zoals wezen en mensen die hun huis en familie kwijt waren geraakt.

     

Het is onder deze omstandigheden dat Anne en Margot Frank hier omkwamen. Zij zaten op het laatste transport vanuit Westerbork naar Auschwitz. Vanuit Auschwitz werden Anne en Margot, en ook mede-onderduikster Auguste van Pels, later naar Bergen-Belsen getransporteerd en werden daar in een tentenkamp ondergebracht en later in het kleine vrouwenkamp. Margot overleed hier aan tyfus en niet veel later overleed ook Anne. Hier in het kamp kwam Anne nog twee keer in contact met haar jeugdvriendin Hannah Goslar, die in het Sternlager zat en Anne nog aan voedsel heeft proberen te helpen, door een pakketje over de hekken tussen de beide Lagers te gooien. Hannah heeft een boek geschreven over haar beste vriendin Anne en hier is later ook een film van gemaakt.

In de grote nieuwe expositieruimte die in Bergen-Belsen gebouwd is, is een deel van de expositie aan Anne Frank gewijd. Hier draait ook een filmpje waarin Hannah over haar laatste contact met Anne vertelt. In dit fimpje vertelt Hannah hier ook over. Verder in de expositie heel veel foto's en documenten van de verschillende stadia die het kamp heeft doorgemaakt.

Nadat ik de expositie had bekeken liep ik over de gronden van het voormalige kamp. Hier heerste een serene rust. Er waren heel erg weinig mensen, dus het was er erg stil. Als ik niet beter had geweten had ik me kunnen inbeelden dat ik een mooie wandeling over de Lüneburger Heide aan het maken was. De plek is sinds de oorlog weer opgeëist door de natuur. Een verhard pad loopt over de velden en door het bos. Je loopt echter ook langs enorme massagraven, wat maakt dat je wat er hier ooit gebeurde niet vergeet. Aan het eind van het pad kwam ik langs de gedenkzuil en langs een aantal grafstenen van belangrijke of bekende mensen, waaronder Anne en Margot. De mensen voor wie de stenen hier staan zijn hier niet begraven, zij liggen ergens begraven in een van de massagraven. Sinds 1990 is er op de grote expositieruimte na, niet veel veranderd in het kamp, maar ik heb het bezoek nu heel anders ervaren dan toen ik 16 was.

Vanuit Bergen-Belsen reed ik terug naar huis. Het was een rare gewaarwording dat ik na het bezoek aan Bergen-Belsen, waar ik de gevolgen van een oorlog zo goed had gezien, eerst vele kilometers over militair terrein reed. Het was het militaire oefenterrein van de NAVO van Bergen-Hohne. Eenmaal weer op de Autobahn ging de reis verder naar Bremen.

Bremen

Vele malen reed ik al langs deze stad, maar nu besloot ik toch ook eens de binnenstad te gaan bezoeken. Hier had ik wel een milieusticker voor nodig en die had ik al voorafgaand aan de reis in Nederland besteld en op de voorruit van de auto geplakt. Ik kon nu dus zonder problemen parkeren in de binnenstad. De parkeerkosten waren zelfs in hartje centrum veel lager dan in de Nederlandse steden.

Van de parkeergarage liep ik in twee minuten naar het Marktplein waar het 600 jaar oude Rathaus staat en het standbeeld van Roland, dat in 1404 werd ontworpen als symbool voor de stedelijke vrijheid. De legende zegt dat zolang Roland over de stad waakt, de stad vrij en onafhankelijk zal blijven. De St. Petri Dom van Bremen is in de 11e eeuw gebouwd. Links achter het Rathaus staat het standbeeld van de Bremer Stadsmuzikanten. Dit bronzen beeld werd in 1953 gemaakt door Gerhard Marcks als eerbetoon aan het gelijknamige sprookje van de gebroeders Grimm. Een haan, een kat, een hond en een ezel gaan in dat sprookje naar Bremen om daar een beter leven te krijgen. De voorste poten van de ezel zijn glad. Men zegt dat als je met twee handen over beide poten wrijft, je een wens mag doen en je geluk krijgt. Wanneer je slechts met 1 hand over 1 poot wrijft zegt men dat je juist een ezel bent die de andere ezel de hand schudt.

     

Vanaf het Marktplein loopt de Böttcherstrasse. In deze 100 m lange straat staan allemaal verschillende gebouwen die gebouwd en verbouwd zijn tussen 1922 en 1931. De straat zelf bestond al in de Middeleeuwen. Op initiatief van de Bremer koffiehandelaar Roselius werd de hele straat opnieuw ingericht door kunstenaar en architect Bernhard Hoetger in art-deco en baksteen expressionistische stijl. Je komt de Böttcherstrasse in via een poort met een gouden reliëf. Het stelt de aartsengel Gabriël voor, die vecht tegen het kwaad. Der Lichtbringer, zoals het heet, is ontworpen door Hoetger.

[Start] [Australië] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje Scandinavië (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [Jordanië] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Napels en Zuid-Italië] [Autoreis naar Rügen] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]