_____________________________________

 

Zambia / Zimbabwe

 
       

       www.mukambicommunityschool.nl

_____________________________________

Lilongwe / South Luangwa NP / Luangwa Bridge / Lusaka I / Kafue NP (Mukambi lodge) / Floribo, Borassus en een schooltje / Kafue NP (Busanga Plains) / Lusaka II / Mana Pools NP / Kariba I / Matusadona NP (Lake Kariba )/ Kariba  II / Luska III

 

Lilongwe (Malawi)

Met Kenya Airways vlogen we naar Lilongwe. In Naïrobi (Kenya) moesten we overstappen. We vertrokken rond 21.00 u. en kwamen ruim 12 uren later in Lilongwe aan. Er was geen tijdsverschil tussen Zambia en Nederland en dus hadden we meteen onze eerste vakantiedag voor de boeg. We werden opgewacht door onze reisleider, Bas, en met een busje naar ons hotel in Lilongwe gebracht. Na een welkomstdrankje en een lunch aan het zwembad zijn we even naar de stad gelopen. Ik was eerder in Lilongwe geweest, maar zag de stad nu heel anders. Twee jaar geleden was ik alleen in de buurt van de grote supermarkt Shoprite geweest, waar ook een souvenirmarktje was.

Nu liepen we aan de kant van het park het centrum binnen. In het park veel mensen die er rondhingen en aan de rivier mensen die er hun kleren aan het wassen waren. Een chaos in het verkeer. Veel mensen die met grote vrachten op een kar of op hun fiets zich een weg baanden door de drukte. Hierna liepen we over de lokale markt. Vele marktkraampjes gemaakt van houten frames en als dak een aantal stukken karton. Allemaal dicht op elkaar gepakt. In elk kraampje een ruime keus aan prullen en waar. Veel kraampjes met kleren. En op een plateau een heel gedeelte met alleen maar schoenen. Tientallen kraampjes met schoenen. Paren, maar ook stapels met losse schoenen. Duizenden paren bij elkaar. Tientallen verkopers. En maar een paar geïnteresseerde klanten. Ik vroeg me af hoe vaak een verkoper een paar schoenen moet verkopen om in zijn onderhoud te kunnen voorzien. We liepen nog een stukje verder door de straten van Lilongwe waar het ook erg druk was op straat en gingen daarna weer terug naar het hotel. Ik was blij dat ik nu een beter beeld heb gekregen van het leven in Lilongwe.  

South Luangwa NP (Zambia)

Om 9.00 u. werden we opgehaald door Gray, onze chauffeur voor de komende dagen. Hij had een van de nieuwste en mooiste trucks van de organisatie Nomadtours meegenomen. Wat een mooi ding. Heel erg hoog. Genoeg ruimte in de truck. Mooie grote ramen. Bagagekluisjes in de truck. Voor elke reiziger een eigen vak waar de reistas in kon. We vonden dat we maar erg werden verwend. We gingen op naar de grens van Zambia. Deze route kende ik ook al van twee jaar geleden. Een lange weg naar de grens, die vlak bij de Zambiaanse plaats Chipata ligt. En daarna nog een hele slechte weg naar South Luangwa NP. De grensformaliteiten (papiertje invullen, stempeltje halen) verliepen vlot. Na een vlotte lunch die door de kok onderweg op een mooie open plek langs de weg voor ons werd klaargemaakt kwamen we rond een uur of vier Wildlife Camp bij South Luangwa aan. Ruim op tijd om voor het donker voor de eerste maal de tenten op te zetten. Hierna een heerlijk drankje gehaald in de bar, met uitzicht op de Luangwa rivier. Lekker gegeten aan het kampvuur.

  De volgende dag was het tijd voor activiteiten in South Luangwa NP. In de ochtend ging ik twee keer mee op de wandelsafari. Dit gebeurde op de plek waar ik twee jaar gelden ook al een keer had gelopen. Een grote, opgedroogde, open vlakte, die in het natte seizoen onder water staat. In de aardkorst grote gaten. Olifanten sporen, die opgedroogd waren. We zagen behoorlijk veel dieren. Impala's, puku's, bavianen, vervet monkeys, olifanten, waterbokken, wrattenzwijnen en zebra's en we konden sommige dieren ook tot heel dicht naderen. Een zeer geslaagde wandeling dus, die ik ook in omgekeerde richting maakte, waarbij de meeste dieren nog steeds op dezelfde plek stonden te grazen. Een gewapende ranger begeleidde ons, samen met een gids, die ons veel wist te vertellen, over de dieren en hun sporen en over de planten in de omgeving.
 

 

 

Zo vertelde hij over de impala's. De mannetjes laten hun uitwerpselen elke keer op dezelfde plek vallen, waarmee ze hun territorium afbakenen. Elk mannetje heeft zijn eigen groep met vrouwtjes. Mannetjes die niet sterk genoeg zijn om een eigen groep vrouwtjes te kunnen veroveren leven in de zogeheten 'bachelor herds' . Bij puku's schijnt dit heel anders te gaan. Hier zijn de vrouwtjes niet verbonden aan 1 mannetje. De pukuvrouwtjes kunnen bij verschillende mannetjes langs gaan om te paren. De gids liet ons de uitwerpselen zien van de impala's, de giraffen, de civet(kat), die erg van elkaar verschilden en vertelde over de sporen van de dieren. We zagen de pootafdrukken van een nijlpaard, de guineafowl (een vogel) en de impala's. We zagen ook het spoor van een slang. Het moest van een python of een zwarte mamba zijn, want die hebben een rechte streep als spoor, terwijl andere slangen een golvende lijn achterlaten in het zand. Hij liet ons ook de bladeren zien van de mopane, die eruit zien als een vlinder. Op de terugweg ontdekte ik nog een bidsprinkhaan, die prachtig gecamoufleerd was, omdat hij precies dezelfde kleur had als het gras waar hij op zat.

 
   

Nijlpaard

 

Guineafowl

 

Impala

De rest van de dag doorgebracht op de campsite, aan het zwembad, met uitzicht over de rivier, totdat we aan het eind van de middag vertrokken voor een game/nightdrive. Vanaf de brug bij de ingang van het park zagen we meteen al een hele groep olifanten, die een bad aan het nemen waren in de overgebleven poeltjes met water van een opgedroogde rivier. Daarna het park in waar we weer impala's, puku's en zebra's zagen en ik ontdekte ook nog een paar kudu's.. We stopten bij een waterpoel waar nijlpaarden en krokodillen in zaten en waar ook een aantal vogels zaten.  
  Voor de zonsondergang reden we naar een open plek aan de rivier, waar we onder het genot van een drankje en een hapje van de prachtige zonsondergang genoten. Toen de zon onder was gingen we verder met een nightdrive. In het donker zie je doorgaans andere dieren. De nachtdieren die je overdag niet ziet. Al vrij snel zagen we een haas. Daarna reden we wat rond, maar zagen niet zoveel. Opeens ging de gids een stuk langzamer rijden en sprak met zijn collega door de mobilofoon. Hierna meldde hij ons dat de andere jeep een groep wilde honden hadden gevonden en er achteraan reden. Hij zou heel hard moeten gaan rijden, dus we moesten ons goed vasthouden.

Het kon mij niet snel genoeg gaan, want ik wilde ontzettend graag de wilde honden zien. Deze dieren zijn heel zeldzaam en je ziet ze bijna nooit. Door het donker reden we keihard over de hobbelige zandwegen door het hoge gras en struikgewas. Er flitste nog even door mijn gedachten: "Stel je nu voor dat er om de bocht ineens een hele grote olifanten op de weg staat?" In dat geval hadden we nooit op tijd kunnen remmen. Ineens zagen we de achterlichten van de andere jeep. Waren we op tijd? Ja hoor, we konden in een opgedroogde rivierbedding nog net een paar wilde honden zien die druk bezig waren . Waarschijnlijk met de voorbereidingen op een jacht. Wilde honden jagen als groep, met een hele vaste hiërarchie. Ongeveer drie minuten hebben we ze nog kunnen bewonderen en daarna verdwenen ze in de bosjes. Hierna was het helaas alweer tijd om het park te verlaten.

 
We zagen nog wel een hyena en een olifant terwijl we terugreden naar een lodge in de buurt van de camping. Hier kregen we een traditioneel Afrikaanse maaltijd. Maïspap, spinazie, kip en witte bonen in tomatensaus. En dat hoor je dan te eten met je handen.

 

De volgende dag heb ik door de bijverschijnselen van de malariatabletten de camping helaas niet kunnen verlaten en heb ik de hele dag op de campsite in de schaduw doorgebracht en genoten van de verhalen van de mensen die naar een arts & craftscentrum waren geweest en daar hadden gezien hoe men batiklappen maakten en van de mensen die op gamedrive gingen en genoten van het uitzicht over de rivier, met op de achtergrond allerlei dierengeluiden en aan het eind van de middag weer een prachtige zonsondergang.

Luangwa Bridge

  Om half acht vertrokken we. Van tevoren de tenten opbreken en inpakken en ontbijten. We moesten weer over de hele lange weg naar Chipata. Onderweg stopten we nog even bij een hele mooie Baobab, de typisch Afrikaanse boom, waarvan het lijkt alsof zijn wortels in de lucht steken, om er foto's te maken. In Chipata was het tijd voor boodschappen. Bij Shoprite. Daarna weer op weg naar Luangwa Bridge. We konden onderweg maar 1 plekje vinden waar we in de schaduw konden lunchen en dat was precies tegenover een dorp. Terwijl we de stoeltjes uitklapten en in een kring zetten, liep het hele dorp uit om te kijken wat die toeristen toch aan het doen waren. We voelden ons erg bekeken en voelden ons ook wel beschaamd om te gaan eten onder de ogen van zoveel mensen, waarvan er waarschijnlijk een aantal honger zouden hebben. Moeders met heel veel kinderen en later ook mannen, kwamen een kijkje nemen. De kinderen wilden we graag op de foto en vonden het erg leuk om zichzelf op het display terug te zien. Ik liet een jongetje een foto van mezelf maken. Hij snapte er niks van en drukte zomaar op de knop. Hij vond het mooi, maar vreemd  om daarna op de display te zien dat hij een foto van mij had genomen. En ging er daarna pijlsnel vandoor.
   

   

Na nog een lange rit door het Afrikaanse landschap kwamen we rond een uur of vier aan bij de Luangwa Bridge, die we niet mochten fotograferen, omdat bruggen militair eigendom zijn in Zambia. Vlak bij de Luangwa Bridge aan de Luangwa rivier lag de campsite, Bridge Camp, die een Nederlandse eigenaar heeft. Hier zetten we weer de tenten op en aten we bij het kampvuur.

   

De kanotocht die voor de volgende ochtend op het programma stond ging niet door, waardoor we heerlijk rustig konden opstaan en aan de bar van het uitzicht over de rivier konden genieten tot de lunch. Voor de lunch moesten we de tenten inpakken, zodat we na de lunch konden vertrekken naar Lusaka.

Lusaka

Na een rit van een paar uren kwamen we in Lusaka aan. Bij een groot bewaakt winkelterrein werden er inkopen gedaan en hadden wij weer even de tijd om wat te winkelen in de boekenzaak en de supermarkt. Na de inkopen reden we door de stad naar Eureka Camp, dat aan de andere kant van de stad lag. De stad is redelijk groot en op zich vrij schoon in de hoofdstraat Caïro Road. Veel rotondes, net als bijv. in Naïrobi. En ook veel verkeer, waar onze chauffeur zich behendig een weg doorheen baande. De campsite was groot en ruim. We hadden er alle plek om onze tenten op te zetten. De bar was ook gezellig en daar namen we dan ook voor het eten nog gezellig een drankje. Doordat er een frisse wind blies had ik het voor het eerst echt koud gedurende de nacht, maar ja, het was hier dan ook winter natuurlijk. Bij de camping liepen een paar giraffen en een eland antilope rond.

Floribo, Borassus en een schooltje

Voordat we richting Mukambi vertrokken gingen we met de truck op zoek naar een plek waar we gas bij konden tanken. Nu reden we ook door de straten van Lusaka die wat verder van het centrum waren verwijderd en zagen we meteen ook veel meer chaos. Vuilnis langs de weg, mensen die met van alles en nog wat bezig waren, straatverkopers etc. Het gas was nergens te krijgen en dus reden we maar richting Mukambi. Onderweg gingen we nog langs bij Bas en Greetje. Vrienden van onze reisleider, die ons hadden uitgenodigd om een kijkje te komen nemen op hun rozenkwekerij "Floribo". We werden verwelkomd met een kopje thee/koffie en Greetje liet ons foto's zien van hoe het bedrijf eruit had gezien voordat zij het hadden overgenomen en alle verbouwingen. Op Floribo worden de Amore (een rode roos) en de Hocus Pocus (dezelfde bloem maar dan met gele streepjes) gekweekt, die beide aan dezelfde plant groeien. Tijdens de Afrikaanse winter worden er vooral bloemen naar Zuid-Afrika geëxporteerd, maar in de Afrikaanse zomer exporteren ze ook veel bloemen naar Nederland. Hun bloemen zou je kunnen herkennen aan het plakband wat ze om de stengels doen, ipv de over het algemeen veel gebruikte elastiekjes. Ze maken bossen van 40, 50 en 60 cm lang. Ook houden ze een bepaald gedeelte van de bloemen voor verkoop in Zambia, waardoor er altijd een vast inkomen in de lokale valuta is. In Zambia worden bloemen redelijk veel gekocht. Net als bij ons gebruikt men ook bloemen bij begrafenissen.

   

 

 

   
         
 

 

Via een van de kassen kwamen we op het terrein van de buren terecht. "Borassus", een bonenkwekerij. Greetje had geregeld dat we ook daar een rondleiding kregen. Door 3 mannen werden we heel enthousiast ontvangen en rondgeleid door hun afdelingen. Eerst kwamen we in een koelcel waar de bonen normaal gesproken gesorteerd werden. Er werden hier sperziebonen, peultjes, sugarsnaps, mini-maïs en mini-courgettes verbouwd. De tweede koelcel waar we doorheen gingen was leeg. In een grote hal stonden een paar honderd mannen en vrouwen aan lange tafels de bonen te snijden en uit te zoeken. Elke boon die voor export in aanmerking zou komen moest voldoen aan verschillende criteria. Niet te lang, niet te kort, vooral niet krom, niet te dun etc. De goede bonen werden gesneden en in piepschuimen bakjes gelegd. Daarna gewogen en elk pakketje met het juiste gewicht werd afgedekt met een folietje. Daarna gingen de pakketjes in grote dozen en waren ze klaar voor export naar bijv. Europa. Na deze ruimte kwamen we nog in een derde koelcel en daarna kwamen we bij het laadplatvorm voor trucks.  Ik vind het altijd erg interessant om te leren waar onze producten vandaan komen en hoe die verwerkt worden. Als ik weer eens rozen koop zal ik letten op de soortnaam en als ik boontjes koop zal ik letten op de vorm en hoe ze verpakt zijn.

     

Greetje had ook nog geregeld dat we op bezoek konden bij het schooltje, waarvoor zij had geregeld dat het was opgericht en het gesponsord wordt door de Nederlandse Ambassade. We werden ontvangen door hoofdmeester Juda. In een leeg klaslokaal vertelde hij wat over het onderwijs op de school die er nog niet zo lang stond. Aan het eind van de schooldag voor de kinderen was het tijd voor volwassenen educatie en waren er voor de kinderen nog drama- en schaaklessen e.d. De school zag er erg gezellig uit en er hingen veel dingen aan de muren die ook in onze Nederlandse scholen te vinden zijn, al waren ze dan in dit geval niet voorgedrukt door een uitgever, maar zelf gemaakt. Zoals letter- en cijferkaarten. Ook hingen er knutsel- en tekenwerkjes van de kinderen aan de muren en ramen. Iets wat ik in Afrika geloof ik nog nooit ergens bij een school had gezien. We kregen een rondleiding door beide schoolgebouwen en daarna hadden de leerlingen op het grasveld buiten nog een verrassing voor ons. Ze gingen voor ons optreden. Eerst the 6th grade, die voor ons danste en zong. Daarna mocht the 2nd grade, die jonge kinderen waren helemaal trots dat zij ook mochten optreden. Ook zij dansten en zongen. Daarna mocht er nog een groep en daarbij deden ook nog wat jongere kinderen mee met het dansen. Wat een ritme gevoel hebben die kinderen toch. Heel erg leuk. Aan het einde vroeg ik of wij met een paar van de groep ook een optreden mochten doen. We deden met z'n 3en het liedje hoofd, schouders, knie en teen, waarbij de gebaren heel duidelijk zijn en te begrijpen door alle kinderen over de hele wereld. En wat ook goed te vertalen is in het Engels. Wat schetste onze verbazing, ze konden het wel hééééél erg snel meedoen. Ze kenden het lied al! Dus met zijn allen gezongen en gedanst en daarna was het tijd voor ons om afscheid te nemen van Juda, Bas en Greetje.

 

 

Klik hier voor de website van Mukwashi

 

Kafue NP: Mukambi lodge

Na het het spontane bezoek aan Bas en Greetje reden we in een paar uren naar Mukambi in Kafue NP. Deze plek is bekend van het televisie programma "Van Amstelveen naar Afrika" dat in het voorjaar hier in Nederland is uitgezonden. Robyn en Edjan zijn een aantal jaren geleden met hun kinderen naar Zambia verhuisd om de Mukambi lodge op te zetten en de serie was een docusoap over het wel en wee op de lodge. Voor mij zou dit een speciaal bezoek worden, omdat de kinderen uit mijn klas al sinds het einde van de serie met Eva en Ellen, de oudste dochters van Robyn en Edjan mailen. Van de klas had ik de opdracht om veel foto's te maken en ik had cadeautjes bij me voor Eva, Ellen en Lara.

We reden eerst naar de campsite, waar we langs de rivier onze tenten opzetten. Daarna gingen we met de truck naar de lodge. Het was maar een paar honderd meter lopen, maar aangezien het in een wildpark was vond onze reisleider het veiliger om met de truck te gaan. Bij de lodge stonden Robyn en Edjan ons al op te wachten.

Nadat ik de meiden had ontmoet heb ik hun de cadeautjes van de kinderen uit de klas gegeven en moest ik met hen op de foto. Daarna hebben ze me nog hun schooltje met hun klaslokaal laten zien. Heel erg leuk om te zien van welke plek de brieven geschreven worden. Hierna weer afscheid genomen van Eva, Ellen, Lara en Robyn en met de groep nog even wat gedronken in de lodge, waarna we weer gezamenlijk terugreden naar de campsite, waar kok Jabolani het eten en het kampvuur alweer klaar had staan voor ons.

 

Kafue NP & Busanga Plains

Een vroeg vertrek. We gingen gamedrivend met de truck richting Lufupa Camp in Kafue NP. Als je veel dieren wilt zien kun je het beste vlak na zonsopkomst, of vlak voor zonsondergang op pad gaan, wanneer de dieren het actiefst zijn. De weg was op sommige plekken maar amper breed genoeg voor ons en we konden niet voorkomen dat we regelmatig tegen takken aanreden. We kwamen ook maar erg weinig toeristen tegen. Dit is toch wel een erg groot verschil met de parken in bijv. Kenya of Tanzania of Namibië. Het geeft je het gevoel dat je bevoorrecht bent, omdat je als een van weinigen dit natuurschoon mag aanschouwen.

  Op onze rit zagen we impala's, puku's, een korhaan, eekhoorns, bushbucks, wrattenzwijnen met jongen, een aantal vogels en een hyena, die achter de truck de weg over stak. Lufupa Camp ligt aan de rivier de Kafue, die hier kruist met de Lufupa rivier. Midden in de wildernis, zonder hekken. We moesten een formulier tekenen, waarbij we verklaarden dat we op eigen risico daar logeerden en het camp niet aansprakelijk zouden stellen mochten we op de campsite worden aangevallen door wilde dieren. Dit zouden we later bij nog meer campsites moeten doen. Voor de zekerheid zet ik mijn tent altijd een beetje in de buurt van het toilet op, zodat ik 's nachts niet een heel eind door het donker hoef te lopen, wild om me heen schijnend met een zaklamp, of ik misschien niet oogjes zie van wilde dieren....
We lunchten op de campsite en hadden daarna heerlijk wat tijd voor onszelf, om te wassen, een duik te nemen in het zwembad, te kletsen, het reisverslag te schrijven en te douchen. Om 16.00 u. stond er een bootsafari op het programma. Langs de oevers zagen we veel vogels. Veel ijsvogels, een ibis, visarenden. Onder het genot van een drankje genoten we al dobberend van de ondergaande zon. Hoezo: Een kampeersafari in Afrika is afzien...???  

We kwamen langs een grote groep nijlpaarden, die met hun rug boven het water uitkwamen. Volwassen dieren, maar ook hele kleine nijlpaardjes. Een aantal volwassen nijlpaarden openden hun bek, wat zeer mooie plaatjes opleverde. Opeens waren de dieren gealarmeerd. Een aantal dieren gaven het sein en daarna stormde de hele groep door het water een bepaalde richting uit. En wij zagen dat gebeuren vanaf een hele kleine afstand. Een prachtig gezicht.

   

   

Na de bootsafari stond het eten weer voor ons klaar. Om 20.00 u. maakten we ons op voor de volgende activiteit. Een nightdrive, die we cadeau kregen van Sawadee, omdat de kanotocht bij Luangwa Bridge niet door was gegaan. Tegen de kou konden we een poncho gevoerd met fleece aantrekken. Rijden in een open landrover tijdens een Afrikaanse winternacht is erg koud en ik was dan ook erg blij met de poncho. Vlak na ons vertrek vanaf de campsite zagen we al een hele grote krokodil op de weg lopen. Je ziet niet zo vaak een krokodil lopen en ik vond dit dan ook een mooi gezicht. Even verderop stonden er langs de weg een paar nijlpaarden. Kennelijk hadden twee ervan een beetje ruzie en de ene ging op de vlucht voor de ander, maar wel in de richting van onze wagen. Gelukkig zag het nijlpaard ons ook net op tijd en rende een andere kant uit. Wat kunnen die logge beesten toch ontzettend hard rennen. We reden nog een tijd rond. Onze gids, Robert, zag wel heel veel sporen van katachtigen op de weg, maar we konden helaas geen leeuw of luipaard ontdekken.

  Pas toen het alweer bijna tijd was om terug te keren naar de campsite bleek Robert ervan overtuigd dat hij een luipaard op het spoor was. Hij loodste de chauffeur de wildernis in. Hier in dit park mochten de gidsen nog van de weg af de bush inrijden, iets wat in de meeste parken in Afrika allang verboden is en iets wat hier ook verboden zal worden zodra er meer toeristen naar dit park zullen gaan komen. Nu zijn er echter nog niet zoveel toeristen en dat maakt het gamedriven hier extra bijzonder. Tijdens de hele nachtsafari zijn we geen enkele andere auto tegengekomen. Robert bleek gelijk te hebben, na een minuut of vijf over boompjes , gras en takken te hebben gereden konden we in het licht van de schijnwerper ineens een luipaard zien. We zagen hem van de achterkant. Robert wilde proberen om met een bocht het dier aan de voorkant te benaderen.
Weer heen en weer rijden met veel bochten slalommend om boompjes door de bush. We konden ons niet voorstellen dat we het luipaard zo in het donker ooit weer terug zouden vinden. Maar jawel, na een paar minuten scheen Robert weer met zijn schijnwerper. Eerst op een stel puku's en daarna, aan de andere kant op het luipaard. Robert vertelde dat het luipaard begonnen was aan de jacht op de puku's, maar dat het nog wel een hele tijd kon duren voordat het de jacht echt zou gaan inzetten. Vanwege de volle maan, waardoor het redelijk licht was, zou het luipaard heel voorzichtig te werk moeten gaan. Aangezien het bijna tijd was voor ons om terug te keren naar de campsite gaf Robert ons de gelegenheid om foto's van het luipaard te maken, door het dier in de schijnwerper te houden. Zolang wij de schijnwerper op het luipaard gericht hielden zou het niet gaan jagen. Na het nemen van de foto's deed Robert nog eenmaal het licht uit.  

En jawel, toen we het licht weer aandeden was het luipaard begonnen met sluipen. Heel plat over de grond sloop het voor onze landrover langs richting de puku's. Toen het dichtbij genoeg was zette het de sprint in. We hoorden een schreeuw van de puku's, maar uiteindelijk lukte het het luipaard niet om er een te vangen. Jammer voor het luipaard, fijn voor de puku's. Jammer voor ons, want een kill zien is wel een fantastische ervaring natuurlijk, maar ja, that's life en that's nature. Ik voelde mezelf een geluksvogel. Binnen een paar dagen wilde honden en de jacht van een luipaard gezien!

     

Het was hier weer erg koud 's nachts, zo'n 4ºC en dus alle trucs uit de kast gehaald om warm te blijven. En het lukte. Na een korte nacht vertrokken we de volgende ochtend weer vroeg met de jeeps voor onze dagtocht naar de Busanga Plains, die in het noorden van Kafue NP liggen. Tijdens de regenperiode zijn deze vlakten helemaal ondergelopen met water. In de droge periode zijn de Plains bekend om haar grote kudden antilopen en hierdoor ook grote aantallen roofdieren. We gingen met twee jeeps richting de Plains. Na een tijdje door het park te hebben gereden zagen we ineens een jachtluipaard (cheetah) een heuvel oplopen. Toen we er  naartoe reden bleek het dier boven op de heuvel te zitten. Toen de tweede jeep naderde sprong de cheetah pijlsnel weg. We probeerden hem nog terug te vinden en zagen hem nog heel even en daarna verdween hij in de struiken.

Rond half tien maakten we een koffiestop op een open plek aan een riviertje. Daarna reden we verder naar de Plains. Bij de gate stond nog een hele grote baobab, waar we niet al te dicht bij mochten komen vanwege een wespennest in de boom en lagen er een heleboel schedels van allerlei dieren, als een soort kunstwerk. We waren nog wat te vroeg in het seizoen om de Busanga Plains echt op te kunnen. Het regenseizoen had behoorlijk lang geduurd en er was veel regen gevallen, waardoor het gebied nog te nat was om in te kunnen rijden. We moesten dus een beetje aan de rand tussen het droge gras blijven hangen. Er was ook eigenlijk maar 1 weg beschikbaar. De grote kuddes antilopen waren er ook nog niet, maar toch zagen we hier nog wel het een en het ander. Voor het eerst van mijn leven zag ik de zeldzame roan-antilopen. Mooie dieren met prachtige hoorns. Ook zagen we nog een aantal gnoes en twee oribi's. Echter het dier dat we het meeste zagen was de tse tse vlieg. Deze vliegen schijnen vooral op donkerblauw af te komen en op donkere kleuren. Maar zelfs als je lichte kleren aan had kon je niet aan de steken van deze dieren ontkomen. Ze staken zelfs dwars door je kleren heen. Het zijn taaie vliegen, die je niet zomaar van je afslaat of doodslaat. Als je ze denkt dood te slaan, doen ze alleen alsof. Ze houden zich dood, om daarna van onderen je enkels aan te vallen en er daarna vrolijk weer vandoor te gaan. Vanwege deze tse tse vliegen moest onze lunch ook worden uitgesteld totdat we op een plek waren, waar niet al te veel van deze vliegen zaten.

       

Na de lunch gingen we weer op de terugweg naar Lufupa Camp. Even nadat we weer waren gaan rijden hoorde gids Robert een waarschuwingsroep van een impala. Alle impala's stonden daarna gealarmeerd dezelfde richting op te kijken. Gids Robert reed de bush in om te kijken welk dier de impala's zo aan het schrikken had gemaakt en het bleek wederom een luipaard te zijn. Deze liep in de richting van de impala's, maar was niet echt bezig met een jacht. Het luipaard liep een andere richting op, terug de bush in. We zagen nog een kudde dieren met daarin roans, zebra's, gnoes en waterbokken en hebben nog een hele tijd staan kijken bij drie volwassen wrattenzwijnen met een heleboel jongen. Hoe lelijk die beesten ook zijn, zo met die jongen erbij was het een heel vertederende aanblik. Ook zagen we nog een paar olifanten. We kwamen niet om 17.00 u. terug, maar om 19.00 u., twee uren later dan gepland dus, omdat de gidsen zo hun best hadden gedaan om op de Busanga Plains toch nog zoveel mogelijk dieren te zien, ondanks dat het aanbod nog niet zo heel groot was. Na het eten rond het kampvuur nog even lekker in de bar gezeten van Lufupa Camp, waar een Nederlander (alweer een Bas) de manager was.

Lusaka

Om half acht vertrokken we op de terugweg naar Lusaka, waardoor we de tenten bij licht op konden breken. We hadden een andere truck, omdat de vorige, oh zo mooie truck een mankement had, dat niet opgelost kon worden en dus zouden we de laatste twee dagen in Zambia met een andere truck verder gaan. Ook een prima truck overigens. Op de terugweg door Kafue Np nog meer roans gezien. Even voorbij Mukambi namen we nog even een afslag. Na een paar honderd meter hielden we stil. Hier gingen twee leden uit de groep op zoek naar een schat van Geocatch. Overal ter wereld zijn mensen die schatten verstoppen en dat dan op internet publiceren, zodat anderen als hobby met behulp van een gps apparaat de schatten kunnen gaan zoeken.

  Bij Bridge Camp, bij Luangwa Bridge hadden ze ook al naar een schat gezocht, maar deze was waarschijnlijk door lokale mensen gevonden en weggehaald. De schat die op deze plek lag werd gevonden onder een grote steen en er zaten een kaartje en een schrift in, waar de schatzoekers hun Geocatch naam in konden vullen en de datum. Leuke hobby.

Op Eureka Camp in Lusaka hebben we weer onze tenten opgezet. Daarna was er de mogelijkheid om na de lunch nog even mee te gaan naar het winkelcentrum om inkopen te doen en/of te internetten. Dit was de eerste keer dat ik beschikking zou hebben over internet. Ook dit geeft aan hoe ongerept dit deel van Afrika nog is. In Oost-Afrika vind je op bijna elke grote campsite waar een bar is ook meestal wel één of twee computers waar je kunt internetten. Niet erg hoor, maar ik ging wel even mee, zodat ik het thuisfront van mijn avonturen op de hoogte kon brengen. SMS'en was overigens wel bijna vanaf elke plek waar ik geweest ben op deze reis mogelijk.

 

Mana Pools NP (Zimbabwe)

De laatste dag met Nomadtours en met Gray en Jabu. Zij zouden ons afzetten in Chirundu, waar we de grens met Zimbabwe over gingen. Het eerste stuk van de route ging door een heuvelachtig landschap waar ze druk met de weg bezig waren. In Chirundu stonden heel veel werktuigen voor het werken aan deze weg. Grote machines en hele grote bakken waar puin in kon. Verder was het een grote troep op straat. Dit stadje leek op sommige plaatsen wel een vuilnisbelt. We hadden verwacht dat het bij de grens wel lang zou gaan duren, maar dit viel alleszins mee. Aan de Zambiaanse kant hadden we ons stempeltje zomaar te pakken en aan de Zimbabwaanse kant duurde het iets langer, omdat we hier allemaal voor ons visum moesten betalen, maar ondanks dat waren we toch binnen anderhalf uur klaar. We namen afscheid van Gray en Jabu en gingen verder met Nature Ways. Waarbij Nyenge onze gids zou zijn voor de komenden dagen in Zimbabwe.

Met twee open landrovers, waarvan eentje met aanhanger werden we met onze bagage naar Mana Pools NP gereden. Het eerste stuk reden we over de tweebaans highway, waar we nauwelijks auto's tegenkwamen. Daarna een stuk over een onverharde weg tot de gate van het park, waar heel veel baobabs langs de weg stonden en ook een paar midden op de weg. Op dit stuk weg kregen we een lekke band, die de chauffeur en de gids al heel snel hadden verwisseld.

 

 
  Bij de gate van het park kregen we heerlijke kant en klare sandwiches als lunch en daarna reden we naar onze campsite. Onderweg zagen we olifanten en toen we dichter bij de Zambezi kwamen werd het landschap opener en zagen we nog bavianen, waterbokken, wrattenzwijnen, zebra's en impala's. Het leek me zo op het eerste gezicht een heel mooi park. We moesten eerst even langs The Office en reden daarna naar de campsite aan de Zambezi.

 

 
  Hier stonden de koepeltenten al voor ons klaar, met stretchers erin. Wat een luxe. Voor elke tent lag een matje en naast de tent stond een bakje met water, dat elke ochtend werd ververst met warm water, waarna we werden gewekt met een klopje op de tent en met de woorden: "Goodmorning, did you sleep well? Warm water is ready for washing up." Vijf sterren kamperen! Het diner aten we aan gedekte tafels bij kaarslicht. Gedekte tafels met kaarslicht midden in de bush!!!!

Ook de volgende ochtend stond er een heerlijk ontbijt voor ons klaar. Daarna vertrokken we op verschillende activiteiten. Ik had gekozen voor een gamewalk. Met z'n vijven gingen we met Nyenge mee, die natuurlijk zijn geweer mee had. We reden met een jeep mee het park in en stapten daar ergens uit en zouden naar de campsite terug lopen. Voordat we uit de jeep stapten zagen we nog een side-striped jackal. Ik had wel vaak de zadelrug jakhals gezien, maar de side-striped nog nooit. Weer een nieuw dier gespot. En ook zagen we nog een hele grote uil in de boom.

  Vlak nadat we waren uitgestapt zag Nyenge sporen van een leeuw. Hij was het eerste stuk dat we liepen erg op zijn hoede vanwege de leeuwensporen. Toen we het geluid van een specht hoorden liet hij ons weten dat we best naar de bomen mochten turen, maar dat we ook de grond in de gaten moesten houden vanwege de verse leeuwensporen die hij had gezien. We zagen al wandelend eigenlijk meteen al veel dieren. Eerst een groep impala's in de verte, daarna bavianen en waterbokken en zebra's. Dit zou eigenlijk de hele, meer dan drie uren durende wandeling zo blijven. Welke richting je op keek, er waren altijd wel dieren te zien. Al snel zagen we een hoopoe. Een heel bijzonder vogeltje, lijkend op een specht en met een hele mooie kuif.

We kwamen een schedel van een krokodil tegen van ongeveer vier maanden oud. Waarschijnlijk was de rest van het dier opgegeten door hyena's, want er lagen geen andere botten meer. In één van de grote poelen waar Mana Pools naar genoemd is, lagen nijlpaarden en hele grote krokodillen. Mana betekent vier. In Mana Pools zijn vier grote poelen, Main, Chine, Long en Chisambik en daarnaast nog een heleboel kleintjes. Deze waterpoelen trekken vooral in de droge periode natuurlijk heel veel dieren aan. Sinds 1984 staat Mana Pools op de werelderfgoed lijst van UNESCO. Het bijzondere van het park is, dat je er nog zonder gids doorheen mag wandelen. Dat zal vast een bijzondere ervaring zijn, maar ik was toch wel heel blij met gids Nyenge. Zeker toen hij vertelde dat hij een leeuwenspoor zag, dat heel erg vers was en dat hij er bijna zeker van was dat we leeuwen zouden gaan zien, als er maar geen olifanten op ons pad hadden gestaan. Hij vond het onverantwoord om in een positie terecht te komen tussen een of meerdere leeuwen en een groep olifanten met jongen. Daarom besloot hij om de leeuwen te laten voor wat ze waren en met een boog om de olifanten heen te lopen.

  We waren daar mee bezig toen we ineens een pluizig donkerbruin balletje onze kant op zagen komen, met daarachter een hyena. Het bleek een hyenajong te zijn, dat een paar meter voor onze voeten in een hol verdween. De moeder bleef ons vanaf een afstand aanstaren. Afwachtend van wat wij zouden doen. Omdat we hadden gezien waar het hol was konden we dus een tegengestelde richting kiezen. Dat leuk de moeder gerust te stellen. Ze wachtte nog wel even af, maar toen wij doorliepen verdween ze tussen de bosjes. Als wij ons in de richting van het hol hadden begeven, dan had ze ons zeer waarschijnlijk aangevallen. Een zeer bijzondere ervaring. Terwijl we naar het kamp liepen passeerden we op zo'n 300 meter nog een kudde buffels. Voor mij was dit een geweldige gamewalk en ik blijf erbij dat Mana Pools één van de mooiste parken van Afrika is.

De rest van de ochtend en het begin van de middag in de zon genoten van het uitzicht over de Zambezi, met daarin de nijlpaarden. Om 15.00 u. ging ik mee op een gamedrive. Tijdens de gamedrive nog een groter stuk van het park gezien en nog twee van de vier poelen, waar we steeds even halt hielden. Een olifantenmoeder met jong van heel dichtbij geobserveerd en verder dezelfde dieren gezien als op de gamewalk van die ochtend en ook nog een paar kudu's. Het was een erg mooie rit. Op de campsite dineerden we weer bij kaarslicht. Aan de rivier achter ons hoorden we hoe een stel buffels een nijlpaard tegenkwam. Wat een kabaal. En dat alles in het donker een paar meter bij ons vandaan. Aan de andere kant liepen een aantal hyena's om de paar minuten voorbij, terwijl die middag de wrattenzwijnen al even te buurten waren geweest. Dit noemen ze dus met recht wildkamperen.

 

 

Kariba I (Zimbabwe)

Opnieuw werden we de volgende ochtend gewekt met een bakje warm water naast onze tent. Heel erg aardig, maar ik wil bij deze even het Kruidvat bedanken voor het op de markt brengen van haar vochtige washandjes. Met deze washandjes kun je je in je tent in een handomdraai wassen, wanneer het niet mogelijk is om te douchen. Ode aan Kruidvat! Na het ontbijt vertrokken we allemaal voor nieuwe activiteiten. Voor mij zou dat de eerste vlucht naar Kariba worden.

De hele groep werd verdeeld over vier vluchten met een Cessna naar Kariba gevlogen. Dit omdat de weg erg slecht was. We vlogen over Mana Pools en daarna over de Highway, waar wederom bijna geen verkeer te zien was. In de heuvels vlak bij Lake Kariba zagen we nog een paar olifanten lopen vanuit de lucht. Na ongeveer 45 min. vliegen kwamen we in Kariba aan, waar we met een busje van het vliegveld naar het Cutty Sark hotel werden gereden.  

  Het was heel duidelijk dat we in Zimbabwe waren. Weinig auto's. De auto's zijn er wel, maar de benzine is er niet en dus wordt er niet gereden. Het hotel was luxe, maar er waren bijna geen toeristen. Het hotel had een goed uitziende lunch en dinerkaart, maar slechts een aantal gerechten konden gemaakt worden, doordat het voedsel zo schaars is en de bevoorrading door het benzinetekort zo slecht. Toch hebben we er heerlijk geluncht en terwijl de anderen zich nog vermaakten in Mana Pools genoten wij van de ligbedden aan het zwembad, met uitzicht over Lake Kariba. Om 16.00 u. konden we nog een tochtje met een catamaran op het meer maken en vanuit de catamaran de zonsondergang zien.

Toen we terugkwamen van onze catamarantocht was de rest van de groep inmiddels ook daar. Verder bleken er ook nog een heleboel Zimbabwanen te zijn gearriveerd. Later bleken dit allemaal leden van de oppositie te zijn geweest die uit initiatief van de kerk deel zouden nemen aan een conferentie met de regering over aids and poverty. De leden van de regeringspartij van Mugabe waren op dat moment ook in Kariba, maar dan in een duurder hotel. We zagen de mensen tijdens het diner en het ontbijt heel veel opscheppen. We kregen te horen dat de meeste mensen in Zimbabwe nog maar twee keer per dag eten, meestal maïsmeel en dat de mensen in de kleine dorpen nog slechts 1 keer per dag eten. Eten en goederen zijn schaars. Het is bijv. moeilijk om aan middelen als toiletpapier of tandpasta te komen. Fruit krijgt men bijna nooit, tenzij men een eigen fruitboom heeft. De leden van de oppositie zijn hun leven niet zeker. Hun vrouwen en kinderen ook niet. Daarom gaan veel oppositieleden scheiden. Wanneer de vrouwen en kinderen niet vermoord worden, worden ze wel door soldaten op de meest gruwelijke wijze verkracht. Veel oppositieleden kunnen er niet over praten, uit angst, maar ook omdat anderen dezelfde problemen hebben en men elkaar niet nog meer wil belasten. Contact met de buitenwereld is uitgesloten. De regering controleert e-mails en waarschijnlijk ook brieven. Toen ik dit hoorde besefte ik dat wij misschien wel op een gevaarlijke plek hadden gelogeerd....

Matusadona NP / Lake Kariba (Zimbabwe)

     
Toen ik vanochtend mijn hotelkamer uitkwam bleken er zebra's in de voortuin te staan. Die waren op het mooie groene besproeide gazon van het hotel afgekomen. Erg leuk, want nu we niet meer kampeerden had ik dit eigenlijk niet meer verwacht. Vanuit Kariba vertrokken we die ochtend met een houseboat (een boot waarmee je kunt varen, maar waar je ook op kunt slapen en eten)  naar Rhino Island, of eigenlijk, een schiereiland, waar we twee nachten zouden blijven. Daarna zouden we nog twee nachten op de houseboat op Lake Kariba slapen.  

Lake Kariba is een stuwmeer in de Zambezi, dat is ontstaan na de voltooiing van de Kariba Dam. Voordat met de bouw van de dam begonnen werd in 1955 heeft men heel lang gepraat over de plek waar de dam zou moeten komen. Was dat bij Kafue, of was dat bij Kariba. Uiteindelijk werd het Kariba. Tijdens het bouwen van de 128 m hoge en 579 m lange dam zijn 87 mensen omgekomen. Een aantal daarvan liggen in het beton van de dam, voorgoed, begraven. Tijdens het bouwen van de dam werd ook begonnen met het ontbossen van hele stukken grond op de plek waar het meer later zou ontstaan ten behoeve van een vaargeul voor de scheepvaart. Dit gebeurde met grote kogels van staal die rond werden geslingerd, waardoor men zo'n 2 km² per uur kon leegkappen. Het hout werd op grote schaal verbrand, waardoor later een hele vruchtbare bodem voor wieren zou ontstaan en het meer de eerste jaren van haar bestaan beroemd zou zijn om haar 'Kariba wier' (salvinia molesta). In 1959 werd de dam voltooid en in 1960 officieel geopend. Het meer dat nu groeide zorgde voor bedreiging van de dieren. De vijf stammen die in het gebied woonden trokken weg. De dieren hadden meer moeite met het vinden van een veilig onderkomen en werden daar bij geholpen door mensen die meededen aan de reddingsoperatie Noah. Tot 1961 werden ongeveer 6000 grote en ontelbare kleine dieren naar droge gebieden gebracht. Soms door de dieren gevangen te nemen en ze later weer uit te zetten, wat grote risico's voor de dieren met zich meebracht. Dieren in gevangenschap raken vrij snel in shock, wat dodelijk kan zijn. Het was dus een zeer grote en energievergende operatie. Andere dieren werden bij hun overtocht tijdens het zwemmen begeleid door boten die hen in de juiste richting loodsten. Nog steeds zie je langs de kanten van het meer dode takken van bomen boven het water uitsteken. Bomen die ooit langs de oevers van de Zambezi op het droge hadden gestaan. Lake Kariba is nu ongeveer 220 km lang en 40 km breed en gemiddeld 29 m diep. Het diepste punt is 97 m diep. Door het bouwen van de dam wordt nu een hele regio, zowel in Zambia als in Zimbabwe, tot zelfs de mijnregio Copperbelt bij Lusaka, van stroom voorzien.

  In de houseboat waren vier hutten voor twee personen. Op het dek was een bar en stonden twee grote tafels met heerlijke stoelen, die je ook op het achterdek in de zon kon zetten. Verder nog zes banken, die 's nachts als bedden konden worden gebruikt. Na een flinke tijd varen kwamen we rond half drie op Rhino Camp in Matusadona NP aan. De olifanten stonden ons aan wal op te wachten. Met kleine jeeps reden we binnen vijf minuten naar ons kamp. Ook hier moesten we weer een formuliertje ondertekenen en werd ons verteld dat we in het donker onder geen enkele voorwaarde op eigen houtje over het terrein mochten lopen. Zelfs wanneer we van de bar naar de wc moesten (± 15 meter) ging er iemand met ons mee en op wacht staan. Wanneer we terug wilden naar onze huisjes liep Nyenge, vergezeld door zijn geweer, met ons mee.

Dit omdat er regelmatig olifanten, luipaarden en leeuwen in het kamp werden gesignaleerd en er ook regelmatig een neushoorn langskwam, die op dit moment een jong had en dus behoorlijk gevaarlijk kon zijn. Ook kregen we allemaal een fluitje aan een koord, zodat we het om onze nek konden hangen en erop konden blazen als we onverhoeds toch in een onveilige situatie zouden belanden.

   

Na de lunch gingen we naar onze huisjes. We sliepen in prachtige houten huisjes op palen. Het hout van de huisjes is ingesmeerd met dieselolie. Dit om wilde dieren op een afstand te houden. De douche en het toilet waren onoverdekt en in een open ruimte. Er werd ons verzocht alle zeepjes steeds op te bergen in hun bakjes met dekseltjes, om te voorkomen dat de neushoornvogels er mee vandoor zouden gaan. De bedden stonden in het midden van de kamer, ook een open ruimte. Aan weerszijden een hekje, maar net onder het rieten dak een stukje open. Aan de voorkant waren de huisjes helemaal open en keek je zo uit op het meer en de dieren (impala's en olifanten) die aan de oever liepen de grazen, te drinken en te wassen. Wat een prachtige accommodatie.

Om half zes liepen we (begeleid) naar de oever van het meer om daar de zoveelste adembenemende Afrikaanse zonsondergang te zien. Daarna boven de bar met z'n allen gezellig kletsend gewacht tot het diner klaar was. Het diner werd aangekondigd door twee mannen die op djembés sloegen en ook nu zaten we aan lange gedekte tafels, hier verlicht door olielampen. Extra van het eten genoten nu ik wist hoeveel moeite het had gekost om een hele maaltijd bij elkaar te krijgen in het land Zimbabwe. Toen ik die avond door Nyenge naar het huisje werd gebracht bleek er redelijk dicht in de buurt een olifant te zijn. Later die nacht was de olifant nog dichter bij ons huisje. En konden we vanuit bed de olifant zien die ongeveer zes meter van ons huisje van de bomen stond te eten. Verderop stond nog een olifant. Een hele tijd zitten kijken, totdat ze uit het zicht verdwenen waren en daarna weer gaan slapen.  

De volgende ochtend werden we om kwart over zes gewekt door het geluid van de djembé. Om kwart voor zeven stond het ontbijt voor ons klaar. En om kwart over zeven vertrokken we met Nyenge op een bushwalk. We kwamen terecht in een zeer dichtbegroeid gebied. Wegen waren er bijna niet en de paden die er waren, waren erg slecht begaanbaar. Toen we van het schiereiland af waren en een eindje hadden gereden gingen we de auto uit om een stukje te lopen. Nyenge stond steeds stil om te luisteren of hij ook dieren hoorde. Een olifant hoor je bijvoorbeeld niet lopen, maar eet wel vaak van de bomen en dat kun je dus wel horen. Omdat het zo dichtbegroeid was moesten we dus vooral op ons gehoor afgaan en ons aller paar ogen. We liepen naar ene plek waar versteend hout (petrified wood) te vinden was. Ook liet Nyenge ons een stuk gereedschap uit de steentijd zien, een soort steen waarmee men huiden van dieren af sneed. Er lagen ook fossielen. Er zijn hier zelfs fossiele resten van dinosaurussen gevonden in de afgelopen jaren. Heel bijzonder dat dat hier allemaal zomaar ligt en ook blijft liggen, zonder dat het weggeroofd wordt. We zagen heel in de verte nog wel een paar olifanten, maar verder geen dieren. Nyenge liet ons nog common spear grass zien. Aan de uiteinden van het gras zitten weerhaakjes, zodat het in de huid van dieren blijft hangen. Zo kan het zich verspreiden over grote afstanden. Als het nat wordt in de regentijd heeft het een zeer eigenaardige eigenschap. Het begint te krullen als een spiraal en boort zich zo in de grond, waar het kan gaan groeien. Nyenge demonstreerde dit door het even nat te maken in zijn mond. Ook vertelde hij over de mopane bomen, die volgens hem met elkaar communiceren via de wind, die door hun bladeren ritselt. Sommige mopane bomen waren namelijk behoorlijk aangevreten door olifanten en anderen nog helemaal gaaf. Volgens Nyenge laten de bomen elkaar weten dat er een olifant onderweg is, waardoor de bomen in allerijl de stof tannine aanmaken, waardoor de boom bitter wordt en de olifanten de boom met rust laat. We maakten een rondje en kwamen toen weer bij de landrover uit. We reden een stukje verder en hadden op de weg nog een confrontatie met een olifant. Nyenge gaf wat extra gas en liet zien wie de baas was. De olifant accepteerde dat en liet ons er langs zonder achter ons aan te komen. Op een andere plek zetten we de auto weer neer en liepen van daaruit naar een grote baobab, waar uit de stam een heel stuk was opgegeten door olifanten. Er zat een hele holte in. Vroeger schijnen er in de baobab mensen gewoond te hebben.

Nyenge vertelde over de olifantenpoep, dat je daaraan kunt zien in welke tijd de olifant het heeft laten vallen. In de regentijd bestaat het alleen uit gras en in de droge periode ook uit twijgjes. We zagen ook nog de uitwerpselen van een neushoorn, die lijken op de uitwerpselen van een nijlpaard. Een nijlpaard sputtert de uitwerpselen met zijn staart echter helemaal in het rond, terwijl de neushoorn het met de achterpoten over de grond uitstrekt. Door daarna weg te lopen met deze geur aan zijn poten bakent hij daarmee direct zijn territorium af. Omdat het erg warm was lieten we het hierbij en gingen weer terug naar de landrover en met de landrover weer naar Rhino Camp. Vlak voordat we bij het kamp waren zagen we nog olifanten en zagen we een secretarisvogel parmantig door het hoge gras stappen.  

Na de lunch in het kamp hadden we alle tijd voor onszelf. Ik heb vanaf het balkon van de bar heerlijk naar de oever van het meer zitten kijken, waar in de verte een groep olifanten vanuit de bosjes naar het water ging. Dit ging gepaard met veel getrompetter. Ze namen een bad, maar niet zoals de andere olifanten die er al de hele middag stonden in alle rust, maar in een rap tempo. Zo nu en dan trompetterde er weer een olifant uit de groep. Een groep nijlpaarden lag in het zand van de zon te genieten. Na het bad renden een aantal grote olifanten en een paar kleintjes terug naar de bosjes. Eentje bleef er achter en stormde met de oren wijd op de nijlpaarden af, die binnen no time in het water lagen. Daarna bleef de olifant nog even wat hangen en later verdween ook deze laatste olifant in de bosjes. Erg leuk om, bij gebrek aan een verrekijker,  door de telelens van mijn camera te bekijken.

  Om kwart voor drie sloeg de djembé weer. Theetijd en daarna tijd voor een gamedrive. Deze gamedrive vond ik niet zo enerverend. We reden eerst een hele tijd over het schiereiland, in de buurt van de lodge. We zagen niet veel meer dan de olifanten en impala's die we ook vanuit de lodge wel konden zien. Daarna reden we door hetzelfde gebied en over dezelfde weg waar we die ochtend ook met de bushwalk hadden gereden en zagen ook hier weinig dieren, doordat het zo bebost was. Ik besloot de dag erop niet mee te gaan op gamedrive, maar lekker bij de lodge te blijven. Na een paar keer het bekende Afrikaanse bao-spel te hebben gespeeld boven de bar was het weer tijd voor een heerlijk diner.

Toen het bedtijd was lieten we ons weer naar ons huisje begeleiden door Nyenge. De vorige nacht was er een luipaard in het kamp geweest. Niemand had haar gezien, maar de sporen bewezen dat ze er wel was geweest. Dit keer helaas niet weer een nachtelijk bezoek van de olifanten. Wel werden we de volgende ochtend gewekt door een vogel die op de spiegel zat en tegen zijn eigen spiegelbeeld begon te pikken.  Genietend van het uitzicht ben ik lekker lang op bed blijven liggen. Om half 11 werden we door eigenaresse Jenny, haar dochter Megan en de staf uitgezwaaid terwijl wij met de houseboat vertrokken.

We voeren een aantal uren over het meer en kwamen daarna aan in Gordon's Bay. Aan land stonden de olifanten en nijlpaarden. We lagen tussen de, boven het water uitstekende, dode toppen van de bomen. We kregen de mogelijkheid om te zwemmen in een ongeveer 1½ m diepe kooi, die aan boord was. Zwemmen met de wetenschap dat onder je misschien wel krokodillen en nijlpaarden zwemmen..., ik was van de partij! van echt zwemmen was natuurlijk geen sprake. Volgens Nyenge hoefden we hier niet bang te zijn voor bilharzia. dat kwam meer voor in de bewoonde gebieden. Hier waren teveel vogels die de eitjes opaten. Toch heb ik me na het zwemmen wel extra goed drooggewreven. Even lekker liggen zonnebaden aan het dek en daarna verdween de zon alweer en werd het meteen een stuk frisser. Tijdens het diner begon de wind ook meer aan te wakkeren. Een wind waar we, degenen die aan dek sliepen, behoorlijk veel last van hadden, omdat de rolluiken die dichtgingen niet helemaal tot aan de grond kwamen en het, totdat de wind ging liggen, behoorlijk tochtte.

De dag erna heb ik geheel op de houseboat doorgebracht. Ik heb veel gelezen op het dek in de zon. En genoten van het uitzicht. We voeren deze dag naar Antelope Island. Toen we midden op het meer waren, net buiten de grenzen van Matusadona NP, legde de schipper de boot even stil en konden we een duik nemen in Lake Kariba. Nu hoefden we niet in de kooi te zwemmen, want het was hier te diep voor de krokodillen en nijlpaarden. Hier midden op het meer was het veilig om te zwemmen. Dus even een snelle verfrissende duik genomen en daarna voeren we weer verder en werd de lunch geserveerd. 

Rond half drie kwamen we op Antelope Island aan. Hier stonden twee grote mannetjesolifanten ons op de oever op te wachten. Ze verwelkomden ons met hun getrompetter. Toen de rest op een wandel- of bootsafari was hebben wij met een klein groepje het gezelschapsspel Machiavelli gespeeld. Ik kende dit spel niet, maar het is een leuk spel en heel compact om bijv. mee te nemen op vakantie. Ik ga het zeker aanschaffen voor een volgende reis. Toen we uitgespeeld waren was het alweer donker en bijna etenstijd. Tijdens de nacht die volgde heb ik gelukkig geen last meer gehad van de wind.  

Kariba II (Zimbabwe)

 

  De volgende ochtend was het wel fris. Dus met lange broek en winddicht jack aan dek gezeten totdat de zon het allemaal wat aangenamer begon te maken. Binnen 1½ uur kwamen we bij het Cutty Sark hotel in Kariba aan. Nadat we onze bagage op onze kamers hadden gebracht volgde er nog 1 keer een lunch op de houseboat, waarna we afscheid namen van de bemanning van de boot. Hierna nam Nyenge ons nog mee op een tour naar de Kariba Dam en een citytour. Met kleine busjes reden we naar de Kariba Dam. Eerst bekeken we de dam vanaf een uitzichtpunt waar ook een kleine expositie was over de dam.

Souvenirverkoopsters stonden ons op de parkeerplaats al op te wachten. Dit was de eerste keer op de hele reis dat we ook echt de mogelijkheid hadden om souvenirs te kopen en aangezien ik een heel mooi batikkleed zag was ik meteen verkocht. Ik wilde ook nog graag een Nyaminyami-stick kopen. Dat was het souvenir dat het beste bij deze omgeving paste, maar ik vond hier alleen maar hele grote en dat was niet wat ik wilde. Nyaminyami is de riviergod van de Zambezi. Hij woont met zijn vrouw in de Zambezi en heeft het hoofd van een vis en het lichaam van een slang. Hij is de beschermer van de bewoners van de Zambezi-vallei.  Hij kwam erg in het nieuws tijdens de bouw van de Kariba Dam. Volgens de legende van de Tonga werd hij door de bouw van de dam gescheiden van zijn vrouw en veroorzaakte hij tijdens zijn pogingen om zich met haar te herenigen in 1957 en 1958 de grootste overstromingen sinds duizend jaar in het gebied, waardoor grote stukken van de dam werden weggeslagen. De dam hield echter stand en Nyaminyami is sindsdien gedoemd om gescheiden van zijn vrouw te leven.

Hierna reden we naar de dam, die tevens de grensovergang tussen Zambia en Zimbabwe is. Ondanks dat het hier dus gaat om een grenspost mochten we hier naar believen foto's maken van de 21 m dikke, 128 m hoge en 579 m lange stuwdam. Na dit bezoek reden we naar het centrum van Kariba, dat nagenoeg uitgestorven was. Nyenge liet ons de kerk zien, die op dat moment was afgesloten door een hek. Wel konden we een gedenksteen zien met daarop alle namen van de mensen die tijdens het bouwen aan de dam waren gesneuveld. Op een terrein iets verderop stonden weer een aantal souvenirverkopers. Hier heb ik precies gevonden wat ik wilde. O.a. een iets kleinere Nyaminyami-stick. De symbolen op de stick hebben allemaal een betekenis. Het handvat van de wandelstok is Nyaminyami, de riviergod zelf. De boom die daaronder wordt uitgebeeld is de mopane, die in de Zambezi-vallei groeit.  

De ringen die eromheen draaien zijn de golven op de Zambezi. De vissen staan voor het voedsel van de Tonga stam, die voordat de dam werd gebouwd dagelijks op de Zambezi visten. De figuren daaronder zijn de Tonga tijdens een van hun ceremoniële dansen aan de oevers van de Zambezi. De houten ring staat voor de armbanden die de Tongavrouwen dragen tijdens hun ceremoniële dansen en daaronder vind je de hand die de magische bal vasthoudt, waarmee toekomstvoorspellers zich beschermen tegen kwade geesten. Als laatste vind je onderaan de stok nog een pijp, gemaakt van een kalebas die gebruikt wordt om tabak mee te roken. Vroeger werd er 'dagga' (marihuana) mee gerookt.

Die avond was het erg rustig in het hotel, nu de deelnemers van de conferentie over aids en armoede weer naar huis waren.

Lusaka

Het begin van de terugreis was aangebroken. We namen vroeg in de ochtend afscheid van Nyenge, die ons veel heeft geleerd over de dieren, planten en mensen in zijn land en ons veel heeft laten zien. Met busjes werden we naar Lusaka gebracht. Over de Kariba Dam gingen we de grens over. Het laatste stuk van de route naar Lusaka was dezelfde als dat van Lusaka naar Chirundu, wat we een paar dagen geleden hadden gereden. Ergens op de route passeerden we een roadblock en voor het eerst maakte ik mee dat we er ook werkelijk moesten stoppen en gecontroleerd werden. Er bleek iets niet in orde en reisleider Bas werd verzocht om even mee te komen. Achteraf bleek dat we geen bewijs van betaling hadden gekregen voor onze visa. Na een telefoontje met het grenskantoor was het in orde. Lang leve de mobiele telefoon!

In Lusaka overnachtten we in het Rearview hotel. Tijdens het laatste diner van deze reis bedankten we Bas voor al zijn goede zorgen en de volgende dag werden we door een transferbus van het hotel naar het vliegveld gebracht. Met Kenya Airways vlogen we weer naar Naïrobi, waar we onze zes uur durende overstaptijd doodden met souvenirs kijken/kopen en het spelen van Machiavelli. Met KLM (Voor het eerst met een Nederlandse maatschappij!!!) vlogen we naar Amsterdam waar we om 05.15 u. na een mooie reis op Schiphol aankwamen.

 

[Start] [Australië] [Amerika Zuidwest] [Kenya] [Costa Rica/Panama] [Zuidelijk Afrika] [Maleis Borneo] [IJsland] [Oostelijk Afrika] [Rondje Scandinavië (Noordkaap)] [Zambia/Zimbabwe] [Oeganda] [Jordanië] [Schotland] [Amerika Noordoost en West] [ Warschau, Baltische hoofdsteden en St. Petersburg] [Bolivia en Peru] [Deep South USA en Florida] [Zuid-Afrika] [Ierland en Noord-Ierland] [Reis langs 7 vernietigingskampen uit WOII in Polen] [Klassiek Griekenland] [Citytrips en korte reizen] [Reactie] [Leestips] [Gedichten]